id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 24 juni 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080624.5 Rolnummer: P.08.0339.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige - Constitutioneel recht Invoerdatum: 2008-07-18 Raadplegingen: 508 - laatst gezien 2026-07-03 04:08 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 3 De beschikking van de raadkamer waarbij wordt vastgesteld dat de rechtspleging niet kan geregeld worden is geen verwijzingsbeschikking zoals bedoeld in artikel 135, § 2, Wetboek van Strafvordering, waartegen de inverdenkinggestelde hoger beroep en vervolgens onmiddellijk cassatieberoep kan instellen
(1).
(1)Cass., 15 mei 2007, AR P.07.0268.N ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070515.4, A.C., 2007, nr. ... Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Beslissingen vatbaar voor cassatieberoep STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Procedure STRAFRECHT - BEVOEGDHEID - RECHTSPLEGING - RECHTSMIDDELEN STRAFGERECHTEN - Hoger beroep (strafrecht) - Beslissingen waartegen hoger beroep Vrije woorden: Regeling van de rechtspleging - Raadkamer - Beschikking van verwijzing - Begrip Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Beslissingen en partijen UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Beslissingen vatbaar voor cassatieberoep STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Procedure STRAFRECHT - BEVOEGDHEID - RECHTSPLEGING - RECHTSMIDDELEN STRAFGERECHTEN - Hoger beroep (strafrecht) - Beslissingen waartegen hoger beroep Vrije woorden: Regeling van de rechtspleging - Raadkamer - Beschikking die vaststelt dat de rechtspleging niet kan geregeld worden Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Termijnen voor cassatieberoep en betekening - Strafvordering - Voorbarig cassatieberoep (geen eindbeslissing) UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Beslissingen vatbaar voor cassatieberoep STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Procedure STRAFRECHT - BEVOEGDHEID - RECHTSPLEGING - RECHTSMIDDELEN STRAFGERECHTEN - Hoger beroep (strafrecht) - Beslissingen waartegen hoger beroep Vrije woorden: Raadkamer - Beschikking die vaststelt dat de rechtspleging niet kan geregeld worden Fiches 4 - 7 De beperking die artikel 135, tweede lid, Wetboek van Strafvordering stelt aan het recht van hoger beroep van de inverdenkinggestelde tegen de beschikkingen van de raadkamer, schendt het gelijkheidsbeginsel van de artikelen 10 en 11 Grondwet niet
(1).
(1)Arbitragehof 30 mei 2001, nr. 69/2001, B.S., 11 sept. 2001, 30540; 11 jan. 2007, nr. 7/2007, B.S., 6 maart 2007 (eerste uitgave),
- Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Beslissingen vatbaar voor cassatieberoep STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Procedure STRAFRECHT - BEVOEGDHEID - RECHTSPLEGING - RECHTSMIDDELEN STRAFGERECHTEN - Hoger beroep (strafrecht) - Beslissingen waartegen hoger beroep Vrije woorden: Regeling van de rechtspleging - Beschikking van de raadkamer - Inverdenkinggestelde - Hoger beroep - Gelijkheidsbeginsel Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Beslissingen en partijen UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Beslissingen vatbaar voor cassatieberoep STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Procedure STRAFRECHT - BEVOEGDHEID - RECHTSPLEGING - RECHTSMIDDELEN STRAFGERECHTEN - Hoger beroep (strafrecht) - Beslissingen waartegen hoger beroep Vrije woorden: Regeling van de rechtspleging - Beschikking van de raadkamer - Inverdenkinggestelde - Hoger beroep - Gelijkheidsbeginsel Thesaurus CAS: GRONDWET - GRONDWET 1994 (ART. 1 TOT 99) - Artikel 10 UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Beslissingen vatbaar voor cassatieberoep STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Procedure STRAFRECHT - BEVOEGDHEID - RECHTSPLEGING - RECHTSMIDDELEN STRAFGERECHTEN - Hoger beroep (strafrecht) - Beslissingen waartegen hoger beroep Vrije woorden: Regeling van de rechtspleging - Beschikking van de raadkamer - Inverdenkinggestelde - Hoger beroep - Gelijkheidsbeginsel Thesaurus CAS: GRONDWET - GRONDWET 1994 (ART. 1 TOT 99) - Artikel 11 UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Beslissingen vatbaar voor cassatieberoep STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Procedure STRAFRECHT - BEVOEGDHEID - RECHTSPLEGING - RECHTSMIDDELEN STRAFGERECHTEN - Hoger beroep (strafrecht) - Beslissingen waartegen hoger beroep Vrije woorden: Regeling van de rechtspleging - Beschikking van de raadkamer - Inverdenkinggestelde - Hoger beroep - Gelijkheidsbeginsel Tekst van de beslissing Nr. P.08.0339.N F. M. V., inverdenkingstelde, eiser, met als raadman mr. Yves Nelissen-Grade, advocaat bij de balie te Brussel, tegen
- RUSTOORD HUIZE NAZARETH vzw,
- ALGEMEEN ZIEKENHUIS HEILIG HART vzw, burgerlijke partijen, verweersters, met als raadsman mr. Raf Verstraeten, advocaat bij de balie te Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling, van 7 februari
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Luc Huybrechts heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd. II. VOORGAANDE RECHTSPLEGING Tegen de eiser en anderen werd op 16 januari 1996 een gerechtelijk onderzoek ingesteld, onderzoek nummer 515/96 van onderzoeksrechter M., wegens mededaderschap aan A. valsheid in geschrifte en gebruik, B. subsidiefraude, C. misbruik van vertrouwen en D. omkoping. In zijn schriftelijke vordering van 21 december 2006 vorderde de procureur des Konings bij de Rechtbank van Eerste Aanleg te Leuven de raadkamer, onder meer wat de eiser betreft, vast te stellen dat de strafvordering vervallen is door verjaring. De eiser werd verwittigd van de vaststelling van de zaak voor de raadkamer op 23 februari
- Op die zitting van de raadkamer riep ook de eiser in schriftelijke conclusie de verjaring van de strafvordering in. De beschikking van de raadkamer van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Leuven van 1 juni 2007 oordeelt onder meer dat er intrinsieke band van samenhang bestaat tussen de gerechtelijke onderzoeken nummer 515/96 van onderzoeksrechter M. en nummer 28/04 van onderzoeksrechter V. I., dat de rechtspleging om die reden niet kan geregeld worden en dat het dossier opnieuw overgemaakt wordt aan de procureur des Konings om te handelen als naar recht. Het bestreden arrest verklaart de door inverdenkinggestelden, waaronder de eiser, tegen deze beschikking ingestelde hogere beroepen niet ontvankelijk om volgende redenen: "Noch artikel 135, § 2, van het Wetboek van strafvordering, noch enige andere wetsbepaling, [voorzien in] het hoger beroep van de inverdenkinggestelde (...) tegen een beschikking waarbij de raadkamer vaststelt dat de rechtspleging niet kan geregeld worden, en het dossier opnieuw overmaakt aan de procureur des Konings om te handelen als naar recht; Krachtens artikel 135, § 2, van het Wetboek van strafvordering kan de inverdenkinggestelde slechts tegen een verwijzingsbeschikking bepaald in de artikelen 129 en 130 van dit wetboek hoger beroep instellen - onverminderd het in artikel 539 beoogde rechtsmiddel - en onder de strikte daarin gestelde voorwaarden; Onder verwijzingsbeschikking in de zin van artikel 135, § 2, van het Wetboek van strafvordering, dient te worden begrepen een beschikking waarbij de rechtspleging wordt geregeld; een beschikking van een onderzoeksgerecht dat oordeelt dat de zaak niet in staat van wijzen is, is geen verwijzingsbeschikking (zie Cass. 15 mei 2007, nr P.07.0268.N ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070515.4, www.cass.be); De hogere beroepen van (...) zijn onontvankelijk; Hierdoor worden de rechten van verdediging van de inverdenkinggestelden niet het gedrang gebracht; ze zullen immers alle gewenste middelen kunnen inroepen, ter gelegenheid van de regeling van de rechtspleging;" III. BESLISSING VAN HET HOF Ontvankelijkheid van het cassatieberoep Vooraf
- Uit de artikelen 416, tweede lid, en 135, § 2, Wetboek van Strafvordering volgt dat de inverdenkinggestelde slechts een onmiddellijk cassatieberoep kan instellen tegen het arrest van de kamer van inbeschuldigingstelling dat uitspraak doet op zijn hoger beroep tegen hetzij een beschikking van de raadkamer die uitspraak deed over een exceptie van onbevoegdheid zoals bedoeld in artikel 539 Wetboek van Strafvordering, hetzij tegen de beschikking die hem naar de politierechtbank of de correctionele rechtbank verwees overeenkomstig artikel 129 of 130 Wetboek van Strafvordering. Tegen een andere beschikking van de raadkamer of een ander arrest van de kamer van inbeschuldigingstelling kan de inverdenkinggestelde geen hoger beroep, respectievelijk onmiddellijk cassatieberoep instellen. De ontvankelijkheid van het cassatieberoep hangt hier dus af van de ontvankelijkheid van het hoger beroep. Eerste onderdeel van het middel
- Het onderdeel voert schending aan van artikel 135, § 2, Wetboek van Strafvordering: in zoverre de appelrechters op grond van de hoger geciteerde overweging en na impliciet doch zeker te hebben geoordeeld dat een beschikking waarbij de raadkamer vaststelt dat de rechtspleging niet kan geregeld worden niet valt onder het wettelijk begrip "verwijzingsbeschikking", welk door hen wordt omschreven als "een beschikking waarbij de rechtspleging wordt geregeld", het hoger beroep van de eiser onontvankelijk verklaren, is hun beslissing niet naar recht verantwoord.
- Zoals de appelrechters hebben geoordeeld is een beschikking waarbij de raadkamer vaststelt dat de rechtspleging niet kan geregeld worden, geen verwijzingsbeschikking zoals bedoeld in artikel 135, § 2, Wetboek van Strafvordering. Het onderdeel faalt naar recht. Tweede onderdeel van het middel
- Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 10 en 11 Grondwet: in zoverre de appelrechters in het bestreden arrest beslissen tot de onontvankelijkheid van het hoger beroep dat door de eiser in zijn hoedanigheid van inverdenkinggestelde werd ingesteld tegen de beschikking van de raadkamer, welke door hen niet als een verwijzingsbeschikking wordt gekwalificeerd, vermochten zij hun beslissing niet naar recht te verantwoorden op grond van artikel 135, § 2, Wetboek van Strafvordering, vermits deze wetsbepaling, samengelezen met artikel 135, § 1, Wetboek van Strafvordering, een schending inhoudt van het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel. In ondergeschikte orde verzoekt de eiser alleszins aan het Grondwettelijk Hof volgende prejudiciële vraag te willen stellen: "Schendt artikel 135, § 2, van het Wetboek van Strafvordering, samengelezen met artikel 135, § 1, van het Wetboek van Strafvordering, de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in zoverre het voor de inverdenkinggestelde - in tegenstelling met het Openbaar Ministerie en de burgerlijke partij - geen hoger beroep toelaat tegen een beschikking, waarin de raadkamer een exceptie die leidt tot het verval van de strafvordering (of een exceptie van onontvankelijkheid van de strafvordering, dan wel een exceptie van onregelmatigheid, verzuim of nietigheid zoals bedoeld in artikel 131, § 1 van het Wetboek van Strafvordering) verwerpt, doch de inverdenkinggestelde vooralsnog niet verwijst naar het vonnisgerecht, omdat ze oordeelt dat de procedure nog niet kan worden geregeld".
- Het middel berust op de aanname dat de beperking die artikel 135, § 2, Wetboek van Strafvordering stelt aan de mogelijkheden van hoger beroep vanwege de inverdenkinggestelde tegen beschikkingen van de raadkamer, terwijl overeenkomstig artikel 135, § 1, van hetzelfde wetboek het openbaar ministerie en de burgerlijke partij hoger beroep kunnen instellen tegen alle beschikkingen van de raadkamer, het gelijkheidsbeginsel van de artikelen 10 en 11 Grondwet miskent.
- Het Grondwettelijk Hof heeft in zijn arrest nr. 69/2001 van 30 mei 2001, reeds in antwoord op een prejudiciële vraag voor recht gezegd: "Artikel 135 van het Wetboek van Strafvordering, zoals gewijzigd bij Wet 12 maart 1998 tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek, schendt de artikelen 10 en 11 van de Grondwet niet in zoverre het de inverdenkinggestelde slechts toestaat hoger beroep in te stellen tegen de verwijzingsbeschikking van de raadkamer op grond van onbevoegdheid van de rechtbank van eerste aanleg of van de onderzoeksrechter, op grond van niet-ontvankelijkheid of verval van de strafvordering of op grond van onregelmatigheden, verzuimen of nietigheden die betrekking hebben op de verwijzingsbeschikking of die een invloed hebben op een handeling van het onderzoek of op de bewijsverkrijging, terwijl eenzelfde beperking van middelen niet geldt voor het hoger beroep van het openbaar ministerie en de burgerlijke partij tegen de beschikkingen van de raadkamer". Aldus schendt de beperking die artikel 135, tweede lid, Wetboek van Strafvordering stelt aan het recht van hoger beroep van de inverdenkinggestelde tegen de beschikkingen van de raadkamer, het gelijkheidbeginsel van de artikelen 10 en 11 Grondwet niet.
- Het onderdeel faalt derhalve naar recht en er is ook geen grond tot het stellen van een prejudiciële vraag aan het Grondwettelijk Hof. Besluit
- Eisers cassatieberoep is niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Begroot de kosten op 185,66 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Etienne Goethals, Jean-Pierre Frère en Paul Maffei, en op de openbare rechtszitting van 24 juni 2008 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080624.5 Gerelateerde publicatie(s) citeert: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070515.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div