← België

ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080624.6

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 24 juni 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080624.6 Rolnummer: P.08.0408.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2008-07-18 Raadplegingen: 821 - laatst gezien 2026-07-03 12:15 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 De voor het in artikel 322 Strafwetboek bedoelde misdrijf vereiste bestanddelen zijn: het bestaan van een georganiseerde groep personen die het oogmerk heeft om op personen of op eigendommen aanslagen te plegen die misdaden of wanbedrijven zijn, en de bewuste wil om van die georganiseerde groep deel uit te maken; het voorwerp van dit misdrijf is de bendevorming zelf en niet de daarvan te onderscheiden misdrijven die het oogmerk van de bende zijn

(1).
(1)Cass., 6 mei 1998, AR P.98.0117.N ECLI:BE:CASS:1998:ARR.19980506.12, A.C., 1998, nr. 255; Cass., 29 jan. 2008, AR P.07.1434.N ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080129.2, A.C., 2008, nr. ... Thesaurus CAS: VERENIGING VAN MISDADIGERS UTU-thesaurus: STRAFRECHT - MISDRIJVEN EN HUN STRAFFEN - Terrorisme - Art. 137-141ter Sw. STRAFRECHT - MISDRIJVEN EN HUN STRAFFEN - Misdrijven tegen openbare veiligheid - Bendevorming Vrije woorden: Bestanddelen - Artikel 322, Strafwetboek Voorwerp Fiches 3 - 4 Voor de personen die van een vereniging met het oogmerk om een aanslag te plegen op personen of op eigendommen deel uitmaken of aanstoker zijn, bestaat het morele bestanddeel van het misdrijf in de bewuste wil, welke ook de beweegredenen daartoe mogen zijn, van de bende lid te zijn of daarvan aanstoker te zijn; vereist is de wil om lid te zijn van die bende of daarvan aanstoker te zijn, terwijl men bewust is van het feit dat die gevormd is om aanslagen te plegen, zonder dat vereist is dat ieder bendelid of aanstoker de persoonlijke intentie heeft om binnen de vereniging een misdrijf te plegen
(1).
(1)DE SWAEF M. en TRAEST M., "Bendevorming en criminele organisaties", in Commentaar Strafrecht en Strafvordering, p. 8; ONSEA I., "Wet betreffende de criminele organisaties: een eerste effectieve stap in de strijd tegen de georganiseerde criminaliteit?", Panopticon, p. 30. Thesaurus CAS: VERENIGING VAN MISDADIGERS UTU-thesaurus: STRAFRECHT - MISDRIJVEN EN HUN STRAFFEN - Terrorisme - Art. 137-141ter Sw. STRAFRECHT - MISDRIJVEN EN HUN STRAFFEN - Misdrijven tegen openbare veiligheid - Bendevorming Vrije woorden: Lid of aanstoker - Moreel bestanddeel Thesaurus CAS: MISDRIJF - ALGEMEEN. BEGRIP. MATERIEEL EN MOREEL BESTANDDEEL. EENHEID VAN OPZET UTU-thesaurus: STRAFRECHT - MISDRIJVEN EN HUN STRAFFEN - Terrorisme - Art. 137-141ter Sw. STRAFRECHT - MISDRIJVEN EN HUN STRAFFEN - Misdrijven tegen openbare veiligheid - Bendevorming Vrije woorden: Moreel bestanddeel - Vereniging van boosdoeners Fiches 5 - 6 Bij de beoordeling van het misdrijf vereniging van misdadigers, moet de rechter in voorkomend geval ook rekening houden met de misdaden of wanbedrijven van die vereniging in het buitenland. Thesaurus CAS: VERENIGING VAN MISDADIGERS UTU-thesaurus: STRAFRECHT - MISDRIJVEN EN HUN STRAFFEN - Terrorisme - Art. 137-141ter Sw. STRAFRECHT - MISDRIJVEN EN HUN STRAFFEN - Misdrijven tegen openbare veiligheid - Bendevorming Vrije woorden: Constitutieve bestanddelen - Materieel bestanddeel - Aanslagen op personen of eigendommen die misdaden of wanbedrijven zijn - Elementen waarmee de rechter bij zijn beoordeling dient rekening te houden - Misdaden of wanbedrijven door de vereniging gepleegd in het buitenland Thesaurus CAS: MISDRIJF - ALGEMEEN. BEGRIP. MATERIEEL EN MOREEL BESTANDDEEL. EENHEID VAN OPZET UTU-thesaurus: STRAFRECHT - MISDRIJVEN EN HUN STRAFFEN - Terrorisme - Art. 137-141ter Sw. STRAFRECHT - MISDRIJVEN EN HUN STRAFFEN - Misdrijven tegen openbare veiligheid - Bendevorming Vrije woorden: Materieel bestanddeel - Vereniging van boosdoeners - Aanslagen op personen of eigendommen die misdaden of wanbedrijven zijn - Elementen waarmee de rechter bij zijn beoordeling dient rekening te houden - Misdaden of wanbedrijven door de vereniging gepleegd in het buitenland Fiches 7 - 8 Opdat er sprake zou zijn van een terroristische groep is het bestaan vereist van een gestructureerde vereniging van meer dan twee personen die sinds enige tijd bestaat en die in onderling overleg optreedt om terroristische misdrijven te plegen, als bedoeld in artikel 137 Strafwetboek
(1).
(1)HAMEEUW V., "Strafbaarstelling van terroristische misdrijven: van Europees Kaderbesluit tot het Belgische Strafwetboek", T. Strafr., 2005, p. 8. Thesaurus CAS: VERENIGING VAN MISDADIGERS UTU-thesaurus: STRAFRECHT - MISDRIJVEN EN HUN STRAFFEN - Terrorisme - Art. 137-141ter Sw. STRAFRECHT - MISDRIJVEN EN HUN STRAFFEN - Misdrijven tegen openbare veiligheid - Bendevorming Vrije woorden: Terroristische groep - Bestanddelen - Artikel 139, Strafwetboek Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Artt. 137 en 139 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: MISDRIJF - ALGEMEEN. BEGRIP. MATERIEEL EN MOREEL BESTANDDEEL. EENHEID VAN OPZET UTU-thesaurus: STRAFRECHT - MISDRIJVEN EN HUN STRAFFEN - Terrorisme - Art. 137-141ter Sw. STRAFRECHT - MISDRIJVEN EN HUN STRAFFEN - Misdrijven tegen openbare veiligheid - Bendevorming Vrije woorden: Materieel en moreel bestanddeel - Vereniging van boosdoeners - Terroristische groep Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Artt. 137 en 139 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Fiches 9 - 10 Een leidend persoon van een terroristische groep is strafbaar, indien vaststaat dat er sprake is van een terroristische groep en vervolgens dat de betrokken persoon een leidend persoon is in deze groep; voor de strafbaarstelling is niet vereist dat deze persoon zelf de bedoeling heeft gehad enig terroristisch misdrijf in België of elders te plegen of bij het plegen ervan betrokken was
(1).
(1)TRAEST P., "Ontwikkeling van nieuwe deelnemingsvormen", NC 2007, p. 258. Thesaurus CAS: VERENIGING VAN MISDADIGERS UTU-thesaurus: STRAFRECHT - MISDRIJVEN EN HUN STRAFFEN - Terrorisme - Art. 137-141ter Sw. STRAFRECHT - MISDRIJVEN EN HUN STRAFFEN - Misdrijven tegen openbare veiligheid - Bendevorming Vrije woorden: Terroristische groep - Leidend persoon - Bestanddelen - Artikelen 139 en 140, § 2, Strafwetboek Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Artt. 139 en 140, § 2 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: MISDRIJF - ALGEMEEN. BEGRIP. MATERIEEL EN MOREEL BESTANDDEEL. EENHEID VAN OPZET UTU-thesaurus: STRAFRECHT - MISDRIJVEN EN HUN STRAFFEN - Terrorisme - Art. 137-141ter Sw. STRAFRECHT - MISDRIJVEN EN HUN STRAFFEN - Misdrijven tegen openbare veiligheid - Bendevorming Vrije woorden: Materieel en moreel bestanddeel - Vereniging van boosdoeners - Terroristische groep - Leidend persoon Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Artt. 139 en 140, § 2 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Fiche 11 Wanneer de appelrechters de beklaagden voor bepaalde feiten hebben vrijgesproken en diezelfde beklaagden voor de wel bewezen verklaarde feiten hebben veroordeeld tot één enkele straf, zal de rechter op verwijzing, in de hypothese dat hij de beslissingen van vrijspraak omzet in een veroordeling, opnieuw de eenheid van opzet, die kan bestaan tussen alle feiten, ook deze waarvoor een schuldigverklaring en een straf werd uitgesproken, moeten beoordelen; de beoordelingsvrijheid van de rechter op verwijzing vereist bijgevolg dat de cassatie wordt uitgebreid tot de bestraffing voor de telastleggingen waarvoor de verweerders zijn veroordeeld
(1).
(1)Wat de omvang van de cassatie betreft, concludeerde het openbaar ministerie dat er aanleiding was om de vernietiging van de beslissingen van vrijspraak uit te breiden tot de veroordeling voor andere feiten (Cass., 9 nov. 1982, AR 7544, A.C., 1982-83, nr. 156; Cass., 24 nov. 1982, AR 2582, A.C., 1982-83, nr. 188). Het Hof beperkt deze uitbreiding van de cassatie tot de enkele vernietiging van de bestraffing voor de telastleggingen waarvoor de verweerders zijn veroordeeld, zonder te raken aan de schuldigverklaring en aan de vaststelling dat er eenheid van opzet was tussen de verschillende feiten waarvoor (een deel van) de verweerders werden veroordeeld. De schuldigverklaring was inderdaad regelmatig (Cass., volt. zitt., 8 feb. 2000, AR P.97.1697.N ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000208.9, A.C., 2000, nr. 98 met concl. eerste adv.-gen. DU JARDIN). Thesaurus CAS: CASSATIE - VERNIETIGING. OMVANG - Strafzaken - Strafvordering - Openbaar ministerie en vervolgende partij UTU-thesaurus: STRAFRECHT - MISDRIJVEN EN HUN STRAFFEN - Terrorisme - Art. 137-141ter Sw. STRAFRECHT - MISDRIJVEN EN HUN STRAFFEN - Misdrijven tegen openbare veiligheid - Bendevorming Vrije woorden: Gedeeltelijke vrijspraak en gedeeltelijke veroordeling in hoger beroep - Veroordeling tot één straf voor de bewezen verklaarde feiten wegens eenheid van opzet - Opdracht van de rechter op verwijzing - Nieuwe beoordeling van het bestaan van eenheid van opzet voor alle feiten Fiches 12 - 13 Wanneer zowel de beslissing op de strafvordering als die op de burgerlijke rechtsvordering gegrond zijn op dezelfde onwettigheid, brengt de vernietiging van de beslissing op de strafvordering tevens de vernietiging mee van de beslissing op de burgerlijke rechtsvordering waartegen de burgerlijke partij een ontvankelijk cassatieberoep heeft ingesteld
(1).
(1)Zie Cass., 23 jan. 1990, AR 2998, A.C., 1989-90, nr. 322; DECLERCQ R., Beginselen van Strafrechtspleging, 4de ed. 2007, nr. 3548, p.
  1. Thesaurus CAS: CASSATIE - VERNIETIGING. OMVANG - Strafzaken - Strafvordering - Openbaar ministerie en vervolgende partij UTU-thesaurus: STRAFRECHT - MISDRIJVEN EN HUN STRAFFEN - Terrorisme - Art. 137-141ter Sw. STRAFRECHT - MISDRIJVEN EN HUN STRAFFEN - Misdrijven tegen openbare veiligheid - Bendevorming Vrije woorden: Vernietiging van de beslissing op de strafvordering - Beslissing op de burgerlijke rechsvordering gegrond op dezelfde onwettigheid - Ontvankelijk cassatieberoep van de burgerlijke partij Thesaurus CAS: CASSATIE - VERNIETIGING. OMVANG - Strafzaken - Strafvordering - Burgerlijke partij UTU-thesaurus: STRAFRECHT - MISDRIJVEN EN HUN STRAFFEN - Terrorisme - Art. 137-141ter Sw. STRAFRECHT - MISDRIJVEN EN HUN STRAFFEN - Misdrijven tegen openbare veiligheid - Bendevorming Vrije woorden: Ontvankelijk cassatieberoep van de burgerlijke partij - Cassatieberoep van het openbaar ministerie - Vernietiging van de beslissing op de strafvordering ingevolge het cassatieberoep van het openbaar ministerie - Beslissing op de burgerlijke rechsvordering gegrond op dezelfde onwettigheid Tekst van de beslissing I Nr. P.08.0408.N FEDERALE PROCUREUR, eiser. II TURKSE STAAT, burgerlijke partij, eiser. beide cassatieberoepen tegen
  2. M. A., beklaagde, met als raadsman mr. Jan Fermon, advocaat bij de balie te Brussel,
  3. K. S., beklaagde, met als raadsman mr. Raf Jespers, advocaat bij de balie te Antwerpen,
  4. F. E., alias N. Y., beklaagde, met als raadslieden mr. Paul Bekaert, advocaat bij de balie te Brugge, en mr. Raf Jespers, advocaat bij de balie te Antwerpen,
  5. S. A. Ö., beklaagde, met als raadsman mr. Nadia Lorenzetti, advocaat bij de balie te Brugge,
  6. D. K., beklaagde, met als raadsman mr. Ties Prakken, advocaat bij de balie te Amsterdam (Nederland),
  7. Z. S., alias M. H., beklaagde, met als raadsman mr. Ties Prakken, advocaat bij de balie te Amsterdam (Nederland),
  8. B. K., beklaagde, met als raadsman mr. Carl Alexander, advocaat bij de balie te Brugge, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 7 februari 2008, op verwijzing gewezen ingevolge arrest van het Hof van 19 april
  9. De eiser I voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. De eiser II voert geen middel aan. Afdelingsvoorzitter Edward Forrier heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  10. Het middel is gericht tegen de vrijspraak van: - de eerste tot en met de zesde verweerder voor de telastlegging A (aanstoker tot een vereniging met het oogmerk om een aanslag te plegen op personen of eigendommen); - de zevende verweerder voor de telastlegging B (lid van een vereniging met het oogmerk om een aanslag te plegen op personen of eigendommen). Eerste onderdeel
  11. Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 322, 323, eerste lid, en 324, eerste en tweede lid, Strafwetboek: uit het feit dat de voormelde verweerders niets te maken hebben met in het buitenland en in België gepleegde aanslagen, kan niet wettig worden afgeleid dat er geen bendevorming is geweest.
  12. De artikelen 322, 323 en 324 Strafwetboek stellen strafbaar het inrichten van een bende met het oogmerk om een aanslag te plegen op personen of op eigendommen en het deel uitmaken van zo een vereniging. De voor dit misdrijf vereiste bestanddelen zijn: het bestaan van een georganiseerde groep personen die het oogmerk heeft om op personen of op eigendommen aanslagen te plegen die misdaden of wanbedrijven zijn, en de bewuste wil om van die georganiseerde groep deel uit te maken. Het voorwerp van dit misdrijf is de bendevorming zelf en niet de daarvan te onderscheiden misdrijven die het oogmerk van de bende zijn. Voor de personen die van een vereniging met het oogmerk om een aanslag te plegen op personen of op eigendommen deel uitmaken of aanstoker zijn, bestaat het morele bestanddeel van het misdrijf derhalve in de bewuste wil, welke ook de beweegredenen daartoe mogen zijn, van de bende lid te zijn of daarvan aanstoker te zijn. Vereist is de wil om lid te zijn van die bende of daarvan aanstoker te zijn, terwijl men bewust is van het feit dat die gevormd is om aanslagen te plegen, zonder dat vereist is dat ieder bendelid of aanstoker de persoonlijke intentie heeft om binnen de vereniging een misdrijf te plegen.
  13. Bij de beoordeling van het misdrijf vereniging van misdadigers, moet de rechter in voorkomend geval ook rekening houden met de misdaden of wanbedrijven van die vereniging in het buitenland. Door als uitgangspunt te nemen dat de rechter hoe dan ook niet dient te onderzoeken of de vereniging van misdadigers in het buitenland "kan of moet beschouwd worden als een vereniging van misdadigers, respectievelijk een criminele organisatie of terroristische vereniging", verantwoorden de appelrechters hun beslissing niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. Tweede middel
  14. Het middel is gericht tegen de vrijspraak van: - de eerste en de vijfde verweerder voor de telastlegging C (leidend persoon van een criminele organisatie); - de tweede, de derde, de vierde en de zesde verweerder voor de telastlegging D (deelname aan het nemen van welke beslissing dan ook in het raam van de activiteiten van een criminele organisatie); - de zevende verweerder voor de telastlegging E (deel uitmaken van een criminele organisatie). Eerste onderdeel
  15. Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 324bis en 324ter, §§ 1, 3 en 4, Strafwetboek: uit het feit dat er geen band bewezen is tussen de voormelde verweerders en feiten gepleegd in België of elders, kan niet worden afgeleid dat er geen criminele organisatie is.
  16. De artikelen 324bis en 324ter Strafwetboek stellen strafbaar de betrokkenheid bij het deelnemen aan de voorbereiding of uitvoering dan wel de deelname aan het nemen van welke beslissing ook in het raam van de criminele organisatie en het leiden van een criminele organisatie.
  17. Overeenkomstig artikel 324bis Strafwetboek wordt met criminele organisatie bedoeld iedere gestructureerde vereniging van meer dan twee personen die duurt in de tijd, met als oogmerk het in onderling overleg plegen van misdaden en wanbedrijven die strafbaar zijn met gevangenisstraf van drie jaar of een zwaardere straf, om direct of indirect vermogensvoordelen te verkrijgen.
  18. Nadat de appelrechters op grond van de in het antwoord op het eerste onderdeel van het eerste middel weergegeven redenen hebben beslist dat de verweerders werden vrijgesproken voor de telastleggingen A en B, hebben ze geoordeeld dat "daar het niet bewezen is dat de [verweerders] een vereniging van misdadigers vormden, het evenmin bewezen is dat ze een criminele organisatie zouden gevormd hebben nu de constitutieve elementen van dit misdrijf nog ruimere structuren en organisatie dan de gewone vereniging van misdadigers vergen."
  19. Door op deze gronden de verweerders vrij te spreken voor de telastleggingen C, D en E hebben de appelrechters hun beslissing niet naar recht verantwoord. Het onderdeel is gegrond. Derde middel
  20. Het middel is gericht tegen de vrijspraak van de eerste en de zevende verweerder voor de telastlegging N (leidend persoon van een terroristische groep zoals bedoeld in artikel 139 Strafwetboek). Eerste onderdeel
  21. Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 139 en 140 Straf¬wet¬boek: uit het feit dat de voormelde verweerders niet daadwerkelijk betrokken zijn bij in het buitenland gepleegde aanslagen, kan niet wettig worden afgeleid dat er geen terroristische groep is.
  22. Artikel 140, § 1, Strafwetboek bestraft iedere leidende persoon van een terroristische groep zoals omschreven in artikel 139 van hetzelfde wetboek. Artikel 139, eerste lid, Strafwetboek bepaalt dat met terroristische groep wordt bedoeld iedere gestructureerde vereniging van meer dan twee personen die sinds enige tijd bestaat en die in onderling overleg optreedt om terroristische misdrijven te plegen, als bedoeld in artikel
  23. Een leidend persoon van een terroristische groep is strafbaar, indien vaststaat dat er sprake is van een terroristische groep en vervolgens dat de betrokken persoon een leidend persoon is in deze groep. Voor de strafbaarstelling is niet vereist dat deze persoon zelf de bedoeling gehad heeft enig terroristisch misdrijf in België of elders te plegen of bij het plegen ervan betrokken was. De appelrechters die anders hebben geoordeeld, hebben hun beslissing niet naar recht verantwoord. Het onderdeel is gegrond. Overige grieven
  24. De overige grieven die niet tot ruimere cassatie kunnen leiden, behoeven geen antwoord. Omvang van de cassatie
  25. De appelrechters hebben de verweerders voor de wel bewezen verklaarde feiten veroordeeld tot één enkele straf. De rechter op verwijzing zal, in de hypothese dat hij de vrijspraak voor A, B, C, D, E en N omzet in een veroordeling, opnieuw de eenheid van opzet moeten beoordelen. Deze eenheid kan bestaan tussen alle feiten, ook deze waarvoor een schuldigverklaring en een straf werd uitgesproken. De beoordelingsvrijheid van de rechter op verwijzing vereist dat de cassatie wordt uitgebreid tot de bestraffing voor de telastleggingen waarvoor de verweerders zijn veroordeeld.
  26. Zowel de beslissing op de strafvordering voor de telastleggingen A, B, C, D, E en N als die op de burgerlijke rechtsvordering die daarop steunt, zijn gegrond op dezelfde onwettigheid. De vernietiging van die beslissingen op de strafvordering brengt de vernietiging mee van die beslissing op de burgerlijke rechtsvordering waartegen de burgerlijke partij een ontvankelijk cassatieberoep heeft ingesteld. Ambtshalve onderzoek van de overige beslissingen op de strafvordering
  27. Die beslissingen zijn met inachtneming van de sub¬stan¬tiële of op straffe van nietigheid voor¬ge¬schre¬ven rechts¬vormen en overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre: - het uitspraak doet over de telastleggingen A, B, C, D, E en N tegen de verweerders; - de verweerders veroordeelt tot straf; - het uitspraak doet over de burgerlijke rechtsvorderingen van de eiser II voor zover die gesteund zijn op de telastleggingen A, B, C, D, E en N. Verwerpt de cassatieberoepen voor het overige. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het Hof van Beroep te Brussel. Laat de kosten van het cassatieberoep van de eiser I ten laste van de Staat. Veroordeelt de eiser II in de kosten van zijn cassatieberoep. Begroot de kosten in het geheel op 1.159,14 euro waarvan op het cassatieberoep I 752,72 euro verschuldigd is en op het cassatieberoep II 376,42 euro verschuldigd is en 30 euro betaald werd. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Etienne Goethals, Luc Van hoogenbemt en Koen Mestdagh, en op de openbare rechtszitting van 24 juni 2008 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080624.6 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2013:CONC.20130220.4 ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230215.2F.3 precedenten: ECLI:BE:CASS:1998:ARR.19980506.12 ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000208.9 ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080129.2 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191119.2N.10 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.