← België

ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080722.6

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 22 juli 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080722.6 Rolnummer: C.08.0298.N Kamer: VAK - Vakantiekamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2008-09-01 Raadplegingen: 491 - laatst gezien 2026-07-03 03:51 Versie(s): Vertaling FR Fiche De enkele omstandigheid dat de voorzitter van de rechters in handelszaken en twee rechters in handelszaken bij de Rechtbank van Koophandel te Brussel in een geding voor die rechtbank betrokken zijn, is niet van aard om bij derden gewettigde verdenking van partijdigheid betreffende die rechtbank in het algemeen te doen rijzen; op het eerste gezicht blijft het kennelijk mogelijk een kamer van de Rechtbank van Koophandel te Brussel samen te stellen met rechters in handelszaken tegen wie, in de gegeven omstandigheden, geen redelijke verdenking kan worden opgeworpen

(1).
(1)Zie Cass., 1 juni 2007, AR C.07.0209.N ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070601.1, nr. .... Thesaurus CAS: VERWIJZING VAN EEN RECHTBANK NAAR EEN ANDERE - BURGERLIJKE ZAKEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BEVOEGDHEID - Onttrekking van de zaak Vrije woorden: Onttrekking - Gewettigde verdenking - Geadieerd rechtscollege - Rechtbank van koophandel - Rechters in handelszaken - Partijen in het geding Tekst van de beslissing Nr. C.08.0298.N J.I., met als raadsman mr. Mischaël Modrikamen, advocaat bij de balie te Brussel, met kantoor te 1170 Brussel, Hulstlaan 42, ter rechtszitting bijgestaan door mr.Laurent Arnauts, advocaat bij de balie te Brussel, voor mr. Mischaël Modrikamen, verzoeker tot onttrekking van zijn zaak, tegen
  1. TRUSTCAPITAL nv, met zetel te 8500 Kortrijk, Kapel Ter Bede Business Center, Kapel ter Bede 84, met als raadsman mr. Peter Callens, advocaat bij de balie te Brussel, met kantoor te 1200 Brussel, Woluwe Atrium, Neerveldstraat 101-103,
  2. IPG INTERNATIONAL nv, met zetel, te 1932 Sint-Stevens-Woluwe, Lozenberg 17, met als raadslieden mr. Christian Van Buggenhout en mr. Joris De Vos, advocaten bij de balie te Brussel, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan
  3. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De verzoeker heeft, bij een met redenen omkleed door een advocaat ondertekend verzoekschrift, de onttrekking aan de Rechtbank van Koophandel te Brussel gevraagd van de zaak waarin Trustcapital nv hem op 25 juni 2008 voor die rechtbank heeft gedagvaard, zaak die ook betrekking heeft op IPG International nv waarvan hijzelf aandeelhouder en tevens permanent vertegenwoordiger van één van de bestuurders is, rolnummer A/A8/0455, ingeleid op de rechtszitting van 27 juni
  4. Dit verzoekschrift is aan dit arrest gehecht. Het Hof heeft bij arrest van 8 juli 2008 het verzoek niet kennelijk onontvankelijk geoordeeld. Overeenkomstig artikel 656, derde lid, 1°, b, Gerechtelijk Wetboek hebben mevrouw de voorzitter van de Rechtbank van Koophandel te Brussel en twee met naam vermelde rechters in handelszaken bij die rechtbank op 15 juli 2008 op de uitgifte van het arrest een verklaring gesteld die ze medeondertekend hebben. De beide niet-verzoekende partijen hebben op 17 juli 2008 ter griffie van het Hof conclusies neergelegd, die aan dit arrest zijn gehecht. De verzoekende partij heeft op 18 juli 2008 ter griffie van het Hof een conclusie neergelegd, die aan dit arrest is gehecht. Raadsheer Luc Huybrechts heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Raymond Loop heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling De conclusie van de verzoekende partij
  5. De verzoekende partij vraagt, zo het Hof zou overwegen zijn conclusie uit het debat te weren, het Grondwettelijk Hof volgende prejudiciële vraag te stellen: "Is de bepaling van artikel 656,[derde lid,] 2°, van het Gerechtelijk Wetboek, volgens dewelke enkel de niet-verzoekende partijen een zittingsdatum wordt medegedeeld, en niet aan de verzoekende partij, strijdig met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, en artikel 6 van het EVRM?".
  6. Overeenkomstig artikel 656, derde lid, 2°, Gerechtelijk Wetboek beveelt het Hof, wanneer het in de in artikel 648, 1 tot 3, bedoelde gevallen een verzoek tot onttrekking niet kennelijk onontvankelijk verklaart, de mededeling aan de niet-verzoekende partijen van onder meer de termijn voor de neerlegging van hun conclusies ter griffie en dag van verschijning voor het Hof. Deze bepaling heeft enkel betrekking op de niet-verzoekende partijen. De hun medegedeelde termijn voor de neerlegging van hun conclusie geldt niet voor de verzoeker tot onttrekking.
  7. Er is geen grond tot het stellen van een prejudiciële vraag aan het Grondwettelijk Hof. De onttrekking
  8. De verzoeker is voorzitter van de rechters in handelszaken bij de Rechtbank van Koophandel te Brussel. Hij voert aan dat ook nog twee andere rechters in handelszaken bij deze rechtbank, namelijk D.L. en P.D., rechtstreeks of onrechtstreeks bij het geding betrokken zijn en vreest dat daarom bij tegenpartijen of derden gewettigde verdenking van partijdigheid zal kunnen rijzen. De verzoeker voegt eraan toe dat hij ernstig mag vrezen dat indien een vonnis in zijn voordeel wordt geveld, tegenpartijen of derden zullen beweren dat hij dit te danken heeft aan zijn functie; dat deze vrees omgekeerd ook de zetelende rechters zou kunnen beïnvloeden.
  9. Mevrouw de voorzitter van de rechtbank van koophandel en de twee rechters in handelszaken - andere dan deze in het verzoekschrift vermeld - die de verklaring op de uitgifte van het arrest van het Hof van 8 juli 2008 medeondertekend hebben, verklaren zich te gedragen naar de wijsheid van het Hof. Na een beschikking van de voorzitter van de Rechtbank van Koophandel te Brussel van verkorting van dagvaardingstermijn, heeft Trustcapital nv de eiser en zijn echtgenote voor de zitting van 27 juni 2008 gedagvaard in verband met een geschil tussen vennoten met vraag van behandeling in korte debatten overeenkomstig artikel 735 Gerechtelijk Wetboek.
  10. De verzoeker en zijn echtgenote hebben op de inleidingszitting met een schriftelijke conclusie gevorderd de toepassing van artikel 735 Gerechtelijk Wetboek te weigeren en overeenkomstig artikel 747, § 2, over te gaan tot het vastleggen van conclusietermijnen na de bemerkingen van de partijen in ontvangst te hebben genomen. Uit de stukken die het Hof zijn voorgelegd, blijkt niet dat de verzoeker of zijn echtgenote op dat ogenblik enig bezwaar hebben gemaakt tegen een behandeling van de zaak door de Rechtbank van Koophandel te Brussel.
  11. De Rechtbank van Koophandel te Brussel telt vele rechters in handelszaken. De enkele omstandigheid dat de voorzitter van die rechters in handelszaken en twee rechters in handelszaken bij die rechtbank in een geding voor die rechtbank betrokken zijn, is niet van aard om bij derden gewettigde verdenking van partijdigheid betreffende die rechtbank in het algemeen te doen rijzen. Op het eerste gezicht blijft het kennelijk mogelijk een kamer van de Rechtbank van Koophandel te Brussel samen te stellen met rechters in handelszaken tegen wie, in de gegeven omstandigheden, geen redelijke verdenking kan worden opgeworpen. Het verzoek moet worden verworpen. Dictum Het Hof, Verwerpt het verzoek. Veroordeelt de verzoeker in de kosten. Begroot de kosten op 0 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, vakantiekamer, samengesteld uit raadsheer Luc Huybrechts, als waarnemend voorzitter, en de raadsheren Jean-Pierre Frère, Christine Matray, Jocelyne Bodson en Martine Regout, en op de openbare rechtszitting van 22 juli 2008 uitgesproken door raadsheer Luc Huybrechts, als waarnemend voorzitter, in aanwezigheid van advocaat-generaal Raymond Loop, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080722.6 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2015:CONC.20150109.7 precedenten: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070601.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.