id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 12 augustus 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080812.5 Rolnummer: P.08.1280.N Kamer: VAK - Vakantiekamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2008-09-03 Raadplegingen: 181 - laatst gezien 2026-07-03 03:50 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Schendt artikel 17, §3, eerste lid, van de Wet van 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel en miskent het algemeen rechtsbeginsel van eerbiediging van het recht van verdediging, het arrest van de kamer van inbeschuldigingstelling de tenuitvoerlegging van een Europees aanhoudingsbevel bevestigt, als uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan niet blijkt dat de betrokkene, die in vrijheid was gesteld en niet was bijgestaan door een raadsman, het bericht om te verschijnen dat bij bovenvermeld artikel is bepaald, heeft ontvangen voor de zitting van de kamer van inbeschuldigingstelling waarop de zaak was vastgesteld en werd behandeld, noch dat hij op die zitting is verschenen
(1).
(1)Cass., 1 feb. 2006, AR P.06.0109.F ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060201.2, Pas., 2006, nr.
- Thesaurus CAS: EUROPEES AANHOUDINGSBEVEL UTU-thesaurus: STRAFRECHT - AANHOUDINGSBEVEL - EUROPEES - Algemene beginselen (aanhoudingsbevel - Europees) Vrije woorden: Beschikking van tenuitvoerlegging - Hoger beroep - Kamer van inbeschuldigingstelling - Bericht om te verschijnen - Ontvangst - Beoordeling Wettelijke bepalingen: Wet - 19-12-2003 - Art. 17, §3, eerste lid - 32 ELI link Pub nr 2003009950 Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - AANHOUDINGSBEVEL - EUROPEES - Algemene beginselen (aanhoudingsbevel - Europees) Vrije woorden: Europees aanhoudingsbevel - Beschikking van tenuitvoerlegging - Hoger beroep - Kamer van inbeschuldigingstelling - Verschijningsbericht - Ontvangst - Beoordeling Wettelijke bepalingen: Wet - 19-12-2003 - Art. 17, §3, eerste lid - 32 ELI link Pub nr 2003009950 Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.08.1280.N T. B., eiser, met als raadsman mr. Piet Van Eeckhaut, advocaat bij de balie te Gent. .Irechtspleging voor het hof Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, van 31 juli
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Raadsheer Alain Smetryns heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal André Henkes heeft geconcludeerd. .Ibeslissing van het hof Beoordeling Eerste middel .1Tegen eiser is op 5 juni 2008 een Europees aanhoudingsbevel uitgevaardigd door de officier van justitie bij het Arrondissementsparket Zwolle-Lelystad (Nederland) met het oog op de tenuitvoerlegging van een vrijheidsbenemende straf opgelegd bij vonnis van de Arrondissementsrechtbank te Rotterdam van 22 november 2001 wegens valsheid in geschriften gepleegd ten nadele van het Nederlandse Ministerie van Defensie. De eiser heeft hoger beroep ingesteld tegen de beschikking van 4 juli 2008 van de raadkamer van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brugge, die de tenuitvoerlegging van dit bevel tot aanhouding heeft bevolen. .1Krachtens artikel 17, § 3, eerste lid, van de Wet van 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel, worden de plaats, de dag en het uur van de verschijning van de persoon die hoger beroep tegen een dergelijke beslissing heeft ingesteld, ten minste vierentwintig uur vooraf opgetekend in het register bedoeld in paragraaf 2 van dit artikel en geeft de griffier daarvan per faxpost of bij een ter post aangetekende brief kennis aan deze laatste en aan zijn advocaat. Volgens artikel 17, § 4, doet de kamer van inbeschuldigingstelling bij wege van een met redenen omklede beslissing uitspraak over het hoger beroep, na de procureur-generaal en de betrokken persoon bijgestaan of vertegenwoordigd door zijn advocaat, te hebben gehoord. .1Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan blijkt niet dat de eiser, die in vrijheid was gesteld en niet was bijgestaan door een raadsman, het bericht dat bij artikel 17, § 3, eerste lid is bepaald, heeft ontvangen voor de zitting van de kamer van inbeschuldigingstelling van 31 juli 2008, waarop de zaak was vastgesteld en werd behandeld, noch dat hij op die zitting is verschenen. Het bestreden arrest dat onder die voorwaarden de beroepen beschikking bevestigt, schendt de voormelde wettelijke bepalingen en miskent het algemeen rechtsbeginsel van eerbiediging van het recht van verdediging. Het middel is in zoverre gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Laat de kosten ten laste van de Staat. Verwijst de zaak naar het Hof van Beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, anders samengesteld. Begroot de kosten op 92,14 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, vakantiekamer, samengesteld uit voorzitter Christian Storck, afdelingsvoorzitter Robert Boes, en de raadsheren Albert Fettweis, Alain Smetryns en Pierre Cornelis, en op de openbare rechtszitting van 12 augustus 2008 uitgesproken door voorzitter Christian Storck, in aanwezigheid van advocaat-generaal André Henkes, met bijstand van griffier Marie-Jeanne Massart. M.-J. Massart P. Cornelis A. Smetryns A. Fettweis R. Boes C. Storck PDF document ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080812.5 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060201.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div