id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 26 augustus 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080826.2 Rolnummer: P.08.1321.N Kamer: VAK - Vakantiekamer Rechtsgebied: Overige - Strafrecht Invoerdatum: 2008-09-12 Raadplegingen: 446 - laatst gezien 2026-07-03 05:18 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 3 De bepaling van artikel 31, § 3, van de Wet op de voorlopige hechtenis met betrekking tot de voordracht van cassatiemiddelen houdt in dat een stuk dat door de eiser niet op de griffie van het Hof van Cassatie maar op de griffie van het hof van beroep, en derhalve niet samen met het cassatieberoep, werd neergelgd, niet kan gelden als memorie in de zin van voormeld artikel, ook al is het samen met het dossier binnen de termijn toegekomen op de griffie van het Hof van Cassatie. Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Vormen - Vorm en termijn voor memories en stukken UTU-thesaurus: STRAFRECHT - VOORLOPIGE HECHTENIS - Algemeen (voorlopige hechtenis) - Cassatie Vrije woorden: Te voegen stukken Wettelijke bepalingen: Wet betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 31, § 3 Thesaurus CAS: CASSATIEMIDDELEN - STRAFZAKEN - Te voegen stukken UTU-thesaurus: STRAFRECHT - VOORLOPIGE HECHTENIS - Algemeen (voorlopige hechtenis) - Cassatie Vrije woorden: Cassatieberoep Wettelijke bepalingen: Wet betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 31, § 3 Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - CASSATIEBEROEP UTU-thesaurus: STRAFRECHT - VOORLOPIGE HECHTENIS - Algemeen (voorlopige hechtenis) - Cassatie Vrije woorden: Cassatiemiddelen - Vorm voor memorie Wettelijke bepalingen: Wet betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 31, § 3 Tekst van de beslissing Nr. P.08.1321.N J S, verdachte, gedetineerd, eiser. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Gent, correctionele kamer, van 8 augustus
- De eiser voert in een memorie die in een geschrift bij de akte van voorziening is neergelegd, vier middelen aan. De eiser heeft ook ter griffie van het Hof van Beroep te Gent op 12 augustus 2008 een "Inleiding tot verklaring van rechtsdwaling" neergelegd. De memorie wordt aan dit arrest gehecht en maakt er deel van uit. Afdelingsvoorzitter Ernest Waûters heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Memorie Eerste middel
- De eiser voert aan dat hij het recht heeft zichzelf te verdedigen en derhalve een verzoekschrift tot voorlopige invrijheidstelling per aangetekende brief op te sturen.
- Het arrest stelt vast dat het verzoekschrift niet werd ingediend door de eiser, maar werd verstuurd door Hilda Buysse, zodat het middel feitelijke grondslag mist. Tweede middel
- Het arrest stelt vast dat het verzoekschrift tot voorlopige invrijheidstelling werd verstuurd door Hilda Buysse en het blijkt niet dat het ondertekend is door de eiser. Het middel dat er van uitgaat dat het verzoek tot voorlopige invrijheidstelling door de eiser werd ingediend, mist feitelijke grondslag. Derde middel
- Het arrest oordeelt niet dat er geen verzoekschrift tot voorlopige invrijheidstelling werd ingediend, maar wel dat het niet door de eiser werd ingediend.
- Het middel dat het arrest verwijt dat het niet vermocht te oordelen dat geen verzoek tot voorlopige invrijheidstelling werd ingediend, mist feitelijke grondslag. Vierde middel
- Uit het feit dat de eiser zowel over de ontvankelijkheid als over de gegrondheid van het verzoek werd gehoord, volgt niet dat een ontvankelijk verzoek tot voorlopige invrijheidstelling werd ingediend. Het middel dat er van uitgaat dat dit daaruit wel volgt, faalt naar recht. Stuk: Inleiding tot verklaring van rechtsdwaling
- Het cassatieberoep werd ingesteld op 11 augustus
- Artikel 31, § 3, van de Wet Voorlopige Hechtenis bepaalt dat cassatiemiddelen kunnen worden voorgedragen, hetzij in de akte van voorziening, hetzij in een bij die gelegenheid neergelegd geschrift, hetzij in een memorie die op het Hof van Cassatie moet toekomen uiterlijk de vijfde dag na de datum van de voorziening. De eiser heeft niet op de griffie van het Hof van Cassatie, maar op de griffie van het Hof van Beroep te Gent, op 12 augustus 2008 en derhalve niet samen met het cassatieberoep, een stuk neergelegd, betiteld als "Inleiding tot verklaring van rechtsdwaling". Dit stuk kan niet als memorie gelden in de zin van voormeld artikel 31, § 3, ook al is het samen met het dossier binnen de termijn toegekomen op de griffie van het Hof. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Begroot de kosten op 50,85 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, vakantiekamer, samengesteld uit voorzitter Christian Storck, afdelingsvoorzitter Ernest Waûters, en de raadsheren Albert Fettweis, Daniel Plas en Alain Smetryns, en op de openbare rechtszitting van 26 augustus 2008 uitgesproken door voorzitter Christian Storck, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080826.2 Gerelateerde publicatie(s) zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101116.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div