id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 02 september 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080902.3 Rolnummer: P.08.0125.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Burgerlijk recht Invoerdatum: 2008-09-19 Raadplegingen: 585 - laatst gezien 2026-07-03 10:17 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 3 Ten aanzien van het misdrijf van bedrieglijk onvermogen bestaat de schade uit het misdrijf in beginsel niet uit het onbetaald blijven van een schuld; de materiële schade die voor de strafrechter in aanmerking komt, is de specifieke schade die voortspruit uit de krenking van het rechtmatig belang op onmiddellijke betaling, waardoor bijzondere bijkomende kosten zijn ontstaan
(1); de rechter kan evenwel ook oordelen dat de benadeelde ingevolge het bewezen verklaarde misdrijf morele schade heeft geleden, zelfs indien de benadeelde niet zelf de schuldeiser is tegenover wie de dader zijn verplichtingen niet is nagekomen maar slechts degene tegen wie de schuldeiser zich ten gevolge hiervan heeft gewend om betaling te verkrijgen.
(1)Cass., 23 feb. 2005, AR P.04.1517.F ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050223.4, A.C., 2005, nr
- Thesaurus CAS: BANKBREUK EN BEDRIEGLIJK ONVERMOGEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Straffen - Vrijheidstraffen STRAFRECHT - MISDRIJVEN EN HUN STRAFFEN - Misdrijven tegen eigendommen - Bedrieglijk onvermogen Vrije woorden: Bedrieglijk onvermogen - Schade uit misdrijf - Begrip - Morele schade Thesaurus CAS: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - SCHADE - Morele schade. Elementen en grootte UTU-thesaurus: STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Straffen - Vrijheidstraffen STRAFRECHT - MISDRIJVEN EN HUN STRAFFEN - Misdrijven tegen eigendommen - Bedrieglijk onvermogen Vrije woorden: Bedrieglijk onvermogen - Schade uit misdrijf Thesaurus CAS: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - DAAD - Misdrijf UTU-thesaurus: STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Straffen - Vrijheidstraffen STRAFRECHT - MISDRIJVEN EN HUN STRAFFEN - Misdrijven tegen eigendommen - Bedrieglijk onvermogen Vrije woorden: Bedrieglijk onvermogen - Schade - Morele schade Tekst van de beslissing Nr. P.08.0125.N S J M, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Greet Aerden, advocaat bij de balie te Turnhout, tegen M P, burgerlijke partij, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 17 december
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Raadsheer Luc Van hoogenbemt heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
- De eiser heeft cassatieberoep ingesteld tegen alle beschikkingen van het bestreden arrest. In zoverre het cassatieberoep gericht is tegen de beslissing waarbij de appelrechters de vordering van het openbaar ministerie tot verbeurdverklaring van de vermogensvoordelen ongegrond verklaren, is het bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Eerste middel
- Het middel voert aan dat de appelrechters de eiser niet konden schuldig verklaren aan een inbreuk op artikel 490bis Strafwetboek omdat de in de dagvaarding vermelde feiten, te weten het niet-betalen van een schuld, op zich geen misdrijf uitmaken.
- De eiser wordt niet schuldig verklaard aan het misdrijf van bedrieglijk onvermogen om de enkele reden dat hij zijn schulden niet heeft betaald maar omdat hij aan de op hem rustende verplichtingen niet heeft voldaan en zijn vermogenstoestand telkens opnieuw zo heeft ingericht dat al zijn bezit, feitelijk of juridisch, onttrokken is aan gedwongen tenuitvoerlegging. Het middel berust op een onjuiste lezing van het bestreden arrest en mist mitsdien feitelijke grondslag. Tweede middel Eerste onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van artikel 490bis Strafwetboek en van de bewijsregels in strafzaken. Vooreerst hebben de appelrechters ten onrechte geoordeeld dat het bewezen is dat de eiser zijn verplichtingen, te weten de vrijwaring voor de bedragen welke de verweerster rechtstreeks betaalde aan het Antwerps Beroepskrediet, niet heeft voldaan. Verder leiden de appelrechters uit de door hen vermelde feitelijke gegevens ten onrechte af dat de eiser zijn onvermogen heeft bewerkt.
- Het onderdeel voert miskenning aan van de bewijsregels in strafzaken zonder te preciseren hoe en waardoor de appelrechters deze regels zouden miskend hebben. In zoverre is het onderdeel niet ontvankelijk.
- Voor het overige oordelen de appelrechters om de redenen die het bestreden arrest vermeldt, onaantastbaar dat het bewezen is dat de eiser aan de op hem rustende verplichtingen niet heeft voldaan en zijn onvermogen heeft bewerkt om zijn bezit te onttrekken aan gedwongen tenuitvoerlegging. In zoverre het onderdeel opkomt tegen de beoordeling van de feiten door de rechter is het evenmin ontvankelijk. Tweede onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van artikel 490bis Strafwetboek en van de bewijsregels in strafzaken: het bedrieglijk karakter van het onvermogen is niet ondubbelzinnig bewezen en kan niet blijken uit de loutere niet-betaling van een schuld.
- De appelrechters oordelen niet dat het bedrieglijk karakter van het onvermogen blijkt uit de loutere niet-betaling van een schuld. In zoverre mist het onderdeel feitelijke grondslag.
- Voor het overige komt het onderdeel op tegen het onaantastbare oordeel van de rechter over de feiten. In zoverre is het onderdeel niet ontvankelijk. Derde onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van artikel 490bis Strafwetboek en van de bewijsregels in strafzaken: uit de vorige twee onderdelen blijkt dat het bedrieglijk bewerken van het onvermogen en het tegelijkertijd niet voldoen aan zijn verplichtingen niet bewezen zijn.
- Het onderdeel is geheel afgeleid uit het vergeefs aangevoerde eerste en tweede onderdeel. Het onderdeel is niet ontvankelijk. Derde middel Eerste onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van artikel 44 Strafwetboek: de door het misdrijf van bedrieglijk onvermogen benadeelde kan zich slechts burgerlijke partij stellen voor de schade die voortspruit uit de niet onmiddellijke betaling waardoor bijkomende kosten van uitvoering zijn ontstaan; deze zijn echter te dezen niet bewezen.
- De burgerlijke rechtsvordering voor de strafrechter strekt ertoe de schade te vergoeden die voortvloeit uit het misdrijf. De burgerlijke vordering voor de strafrechter dient dan ook beperkt te blijven tot de schade die rechtstreeks voortspruit uit het misdrijf. Ten aanzien van het misdrijf van bedrieglijk onvermogen bestaat deze schade in beginsel niet uit het onbetaald blijven van een schuld. De materiële schade die voor de strafrechter in aanmerking komt, is de specifieke schade die voortspruit uit de krenking van het rechtmatig belang op onmiddellijke betaling, waardoor bijzondere bijkomende kosten zijn ontstaan; de rechter kan evenwel ook oordelen dat de benadeelde ingevolge het bewezen verklaarde misdrijf morele schade heeft geleden. In zoverre faalt het onderdeel naar recht.
- Voor het overige oordeelt de rechter onaantastbaar over het bestaan en de omvang van de schade. In zoverre het onderdeel opkomt tegen dit onaantastbare oordeel van de rechter is het niet ontvankelijk. Tweede onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van artikel 44 Strafwetboek: indien de appelrechters geoordeeld hebben dat de niet-naleving van zijn verplichtingen bestaat in de niet-betaling van de schuld aan het Antwerps Beroepskrediet, is niet de verweerster maar het Antwerps Beroepskrediet de schuldeiser; aldus kan de verweerster geen schade uit het door de eiser gepleegde misdrijf van bedrieglijk onvermogen hebben geleden.
- Het feit dat de verweerster niet zelf de schuldeiser is tegenover wie de eiser zijn verplichtingen niet is nagekomen maar slechts degene tegen wie de schuldeiser zich ten gevolge hiervan heeft gewend om betaling te verkrijgen, belet niet dat de verweerster door het door de eiser gepleegde misdrijf morele schade kan geleden hebben. In zoverre kan het onderdeel niet worden aangenomen.
- Voor het overige komt het onderdeel op tegen de onaantastbare beoordeling van de rechters over het bestaan van morele schade in hoofde van de verweerster ten gevolge van eisers misdrijf. In zoverre is het onderdeel niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Begroot de kosten op 72,80 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Etienne Goethals, Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt en Koen Mestdagh, en op de openbare rechtszitting van 2 september 2008 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080902.3 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050223.4 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150120.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div