id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 02 september 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080902.4 Rolnummer: P.08.0483.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2008-09-19 Raadplegingen: 467 - laatst gezien 2026-07-03 03:42 Versie(s): Vertaling FR Fiche Overeenkomstig artikel 47sexies, § 1, tweede lid, Wetboek van Strafvordering, is een stelselmatige observatie in de zin van dit wetboek onder meer een observatie van meer dan vijf opeenvolgende dagen of van meer dan vijf niet-opeenvolgende dagen gespreid over een periode van een maand; de stelselmatigheid van de observatie in de zin van voormelde wetsbepaling volgt aldus uit haar duur of haar frequentie binnen een bepaalde tijdsperiode, die bij wet als een geheel moet worden beschouwd; de politieambtenaar moet op voorhand het al of niet stelselmatig karakter van deze observatie appreciëren en het naderhand overschrijden van de beperkte tijdsduur of de beperkte frequentie zonder de vereiste machtiging daartoe, heeft de onregelmatigheid van de gehele observatie, en niet enkel van een deel ervan, tot gevolg. Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Onderzoek - Algemeen Vrije woorden: Bijzondere opsporingsmethoden - Observatie - Tijdsduur - Overschrijding Annotaties Publicaties: T. Straf. - X - 2009/6 - p. 304-305 T. Strafr. - X - 2009/6 - 304-305 Tekst van de beslissing Nr. P.08.0483.N PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE GENT, eiser, tegen L F M V P, inverdenkinggestelde, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, van 26 februari
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Etienne Goethals heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van artikel 10 van de wet van 1 juli 1954 op de riviervisserij en artikel 47sexies, § 1, eerste lid, Wetboek van Strafvordering: de appelrechters oordelen onterecht dat wegens hun doelgebonden en gelimiteerde bewakings- en toezichtsopdracht voor wat de misdrijven inzake riviervisserij betreft, de met het toezicht op de visserij belaste ambtenaren van het Agentschap voor Natuur en Bos kunnen politieambtenaren zijn in de zin van artikel 47sexies van het Wetboek van Strafvordering.
- Krachtens artikel 47sexies, § 1, eerste lid, Wetboek van Strafvordering is observatie in de zin van dit wetboek het stelselmatig waarnemen door een politieambtenaar van één of meerdere personen, hun aanwezigheid of gedrag, of van bepaalde zaken, plaatsen of gebeurtenissen.
- Het onderdeel dat ervan uitgaat dat de met het toezicht op de riviervisserij belaste ambtenaar van het Agentschap voor Natuur en Bos geen politieambtenaar is in de zin van artikel 47sexies, §1, eerste lid, Wetboek van Strafvordering, kan niet tot cassatie leiden. Artikel 47ter Wetboek van Strafvordering bepaalt immers dat de bijzondere opsporingsmethoden worden aangewend in het kader van een opsporingsonderzoek of een gerechtelijk onderzoek door de politiediensten die de minister van Justitie aanwijst. De voornoemde ambtenaar vermocht hoe dan ook niet tot de bijzondere opsporingsmethode observatie over te gaan. Het onderdeel is niet ontvankelijk. Tweede onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van artikel 10 van de wet van 1 juli 1954 op de riviervisserij en artikel 47sexies, § 1, eerste lid, Wetboek van Strafvordering: uit de aanvankelijke processen-verbaal blijkt dat de verbaliserende ambtenaren van het Agentschap voor Natuur en Bos handelden overeenkomstig hun wettelijke politie- en bewakingsopdracht, en daarbij enkel werd gepatrouilleerd en vastgesteld, maar niet geobserveerd in de zin van artikel 47sexies, § 1, eerste lid, Wetboek van Strafvordering.
- Het onderdeel komt enerzijds op tegen de vaststelling van de appelrechters dat "uit het proces-verbaal voornoemd volgt dat de verbalisant reeds op 30 september 2007, na een eerste vaststelling via observatie, besloot de zaak verder te onderzoeken via een systeem van stelselmatige observatie. Dit klemt des te meer nu de opsporing van stroperij veelal gepaard gaat met langdurige observaties", en vraagt anderzijds een onderzoek van feiten waarvoor het Hof niet bevoegd is. Het onderdeel is niet ontvankelijk. Derde onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van artikel 47sexies, § 1, tweede lid, Wetboek van Strafvordering: de appelrechters oordelen ten onrechte dat de gehele observatie onregelmatig is alhoewel de overschrijding van het quantum van het aantal observaties in het licht van de beoordeling van het al dan niet stelselmatig karakter van de observaties, de regelmatigheid onverlet laat van de observaties die onder de ondergrens vallen van de notie "stelselmatigheid" zoals vervat in artikel 47sexies, § 1, tweede lid, Wetboek van Strafvordering, dit is de eerste observatie tot en met de vijfde observatie over een periode van één maand.
- Overeenkomstig artikel 47sexies, § 1, tweede lid, Wetboek van Strafvordering, is een stelselmatige observatie in de zin van dit wetboek onder meer een observatie van meer dan vijf opeenvolgende dagen of van meer dan vijf niet-opeenvolgende dagen gespreid over een periode van een maand. De stelselmatigheid van de observatie in de zin van voormelde wetsbepaling volgt aldus uit haar duur of haar frequentie binnen een bepaalde tijdsperiode, die bij wet als een geheel moet worden beschouwd; de politieambtenaar moet op voorhand het al of niet stelselmatig karakter van deze observatie appreciëren.
- Het naderhand overschrijden van de beperkte tijdsduur of de beperkte frequentie zonder de vereiste machtiging daartoe, heeft de onregelmatigheid van de gehele observatie, en niet enkel van een deel ervan, tot gevolg. In zoverre het onderdeel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- De appelrechters stellen vast: "uit het proces-verbaal voornoemd volgt dat de verbalisant reeds op 30.09.07, na een eerste vaststelling via observatie, besloot de zaak verder te onderzoeken via een systeem van stelselmatige observatie. Dit klemt des te meer nu de opsporing van stroperij veelal gepaard gaat met langdurige observaties". Met deze motivering stellen de appelrechters vast dat de verbalisant zich vooraf voorgenomen had een stelselmatige observatie te verrichten, en verantwoorden zij hun beslissing naar recht om de gehele observatie en de daaruitvolgende vaststellingen nietig te verklaren. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Laat de kosten ten laste van de Staat. Begroot de kosten op 51,48 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Etienne Goethals, Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt en Koen Mestdagh, en op de openbare rechtszitting van 2 september 2008 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080902.4 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20241218.2F.10 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div