← België

ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080902.7

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 02 september 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080902.7 Rolnummer: P.08.1335.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2008-09-19 Raadplegingen: 514 - laatst gezien 2026-07-03 07:52 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Geen miskenning van het recht van verdediging kan worden afgeleid uit de enkele omstandigheid dat bij de handhaving van de voorlopige hechtenis de inverdenkinggestelde of zijn raadsman een overtuigingsstuk wegens de techniciteit ervan niet tijdig kunnen inzien en zij niet met het oog op de uitoefening van het recht van verdediging om uitstel van de behandeling van de zaak hebben gevraagd om alsnog de inzage ervan door het ter beschikking stellen van de vereiste apparatuur mogelijk te maken

(1).
(1)Zie Cass., 18 okt. 2006, AR P.06.1312.F ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061018.11, A.C., 2006, nr
  1. Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - HANDHAVING UTU-thesaurus: STRAFRECHT - VOORLOPIGE HECHTENIS Vrije woorden: Inzage van overtuigingsstuk door de inverdenkinggestelde of zijn raadsman - Recht van verdediging Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - VOORLOPIGE HECHTENIS Vrije woorden: Voorlopige hechtenis - Handhaving - Inzage van overtuigingsstuk door de inverdenkinggestelde of zijn raadsman Tekst van de beslissing Nr. P.08.1335.N P D, verdachte, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Nico Verhasselt, advocaat bij de balie te Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 14 augustus
  2. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Luc Van hoogenbemt heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  3. Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM, miskenning van het recht van verdediging en van het recht op tegenspraak, en voert tevens een motiveringsgebrek aan: niettegenstaande de eiser hierom verzocht had, werd hem voorafgaand aan de rechtspleging geen inzage gegeven van verschillende overtuigingsstukken.
  4. Artikel 6 EVRM heeft in beginsel enkel betrekking op de uitoefening van het recht van verdediging voor de vonnisgerechten en niet op de rechtspleging inzake voorlopige hechtenis.
  5. Het middel voert ook een motiveringsgebrek aan zonder te vermelden waaruit dit gebrek zou bestaan. In zoverre is het middel niet ontvankelijk.
  6. Geen enkele wettelijke bepaling schrijft voor dat de overtuigingsstukken, zoals gegevensdragers, bij het dossier moeten worden gevoegd dat, in geval van hoger beroep, door de procureur des Konings aan de procureur-generaal moet worden overgezonden. Hieruit volgt evenwel niet dat de verdachte of zijn raadsman niet om de inzage van die stukken kunnen verzoeken als zij menen dat dit voor de uitoefening van het recht van verdediging nuttig is.
  7. Geen miskenning van de in het middel aangehaalde algemene rechtsbeginselen kan worden afgeleid uit de enkele omstandigheid dat bij de handhaving van de voorlopige hechtenis de eiser of zijn raadsman een overtuigingsstuk wegens de techniciteit ervan niet tijdig kunnen inzien.
  8. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat de eiser of zijn raadsman voor de kamer van inbeschuldigingstelling, met het oog op de uitoefening van het recht van verdediging om uitstel van de behandeling van de zaak hebben gevraagd om alsnog de inzage ervan door het ter beschikking stellen van de vereiste apparatuur mogelijk te maken. Het middel kan niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
  9. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Begroot de kosten op 63,39 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Etienne Goethals, Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt en Koen Mestdagh, en op de openbare rechtszitting van 2 september 2008 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080902.7 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2017:CONC.20170111.1 precedenten: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061018.11 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.