← België

ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080905.3

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 05 september 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080905.3 Rolnummer: D.07.0016.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Internationaal publiekrecht - Burgerlijk recht - Overige - Handelsrecht Invoerdatum: 2008-09-19 Raadplegingen: 568 - laatst gezien 2026-07-03 12:48 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 3 De (tucht)rechter bepaalt, binnen de bij de wet en het E.V.R.M. gestelde perken, in feite en derhalve onaantastbaar de sanctie die hij in verhouding acht met de zwaarte van de bewezen verklaarde inbreuken

(1); het Hof vermag evenwel na te gaan of uit de vaststellingen en overwegingen van de bestreden beslissing blijkt of de Nederlandstalige Commissie van beroep van het Instituut van de accountants en de belastingconsulenten een kennelijk onevenredige sanctie heeft opgelegd en zodoende artikel 3 E.V.R.M. heeft geschonden
(2).
(1)Cass., 13 maart 2008, AR D.07.0005.N ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080313.12, A.C., 2008, nr ...
(2)Zie Cass., 13 maart 2008, AR D.07.0005.N ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080313.12, A.C., 2008, nr ... Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 3 UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - BEROEPEN - Accountant en belastingconsulent GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Foltering - art. 3 Vrije woorden: Tuchtzaken - Rechter - Sanctie - Beoordelingsbevoegdheid - Evenredigheid - Toetsing door het Hof van cassatie Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 04-11-1950 - Art. 3 Thesaurus CAS: CASSATIE - BEVOEGDHEID VAN HET HOF - Algemeen UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - BEROEPEN - Accountant en belastingconsulent GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Foltering - art. 3 Vrije woorden: Tuchtzaken - Rechter - Sanctie - Beoordelingsbevoegdheid - Evenredigheid - Artikel 3 E.V.R.M. - Toetsing door het Hof Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 04-11-1950 - Art. 3 Thesaurus CAS: ACCOUNTANT UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - BEROEPEN - Accountant en belastingconsulent GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Foltering - art. 3 Vrije woorden: Instituut van de accountants en de belastingconsulenten - Commissie van beroep - Tuchtzaken - Sanctie - Verdrag Rechten van de Mens - Artikel 3 - Beoordelingsbevoegdheid - Evenredigheid - Toetsing door het Hof van cassatie Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 04-11-1950 - Art. 3 Tekst van de beslissing Nr. D.07.0016.N
  1. ACCOUNTANTSKANTOOR J. HERREBOSCH & CO, besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, met zetel te 2801 Mechelen, Keramiekstraat 18,
  2. D.H.L., eisers, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1050 Brussel,Vilain XIIII-straat 17, waar de eisers woonplaats kiezen, tegen INSTITUUT VAN DE ACCOUNTANTS EN DE BELASTING-CONSULENTEN, met zetel 1050 Elsene, Livornostraat 41, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Pierre Van Ommeslaghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1050 Brussel, Louizalaan 106, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een beslissing, op 13 juni 2007 gewezen door de Nederlandstalige kamer van de Commissie van beroep van het Instituut van de accountants en de belastingconsulenten. Raadsheer Beatrijs Deconinck heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Guy Dubrulle heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiser voert in zijn verzoekschrift twee middelen aan. Eerste middel Geschonden wettelijke bepalingen - artikel 149 van de Grondwet; - artikel 780, 3°, van het Gerechtelijk Wetboek; - artikel 6 van het Gerechtelijk Wetboek. Aangevochten beslissingen De bestreden beslissing "bevestigt de beslissing van de Tuchtcommissie van 7 november 2006" en bevestigt derhalve de opgelegde tuchtsanctie (schorsing van veertien dagen) in hoofde van elk van de beide eisers, op grond van het motief op p. 2: "De zaakvoerder van de opgevolgde accountant houdt ten onrechte voor dat, indien de tenlasteleggingen bewezen worden verklaard, enkel hij en niet de accountant-vennootschap moet worden gesanctioneerd, omdat de sanctie van de vennootschap de tweede zaakvoerder van die vennootschap die niet persoonlijk bij de vermeende inbreuken betrokken is, disproportioneel benadeelt. De vennootschapsrechtelijke structuur doet niets af aan de tuchtrechtelijk sanctioneerbare gedragingen van de vennootschap en van één van haar zaakvoerders. Zij levert in geen geval een immuniteit op in hoofde van de vennootschap. De tuchtrechtelijk gesanctioneerde gedragingen van de vennootschap en haar zaakvoerder zijn wel degelijk veroorzaakt door onderscheiden gedragingen. Wat de vennootschap betreft zijn dit de hoger omschreven onwaardige gedragingen en inbreuk op het retentieverbod; wat de zaakvoerder betreft, is het de nalatigheid van de zaakvoerder om er voor te zorgen dat zijn vennootschap de plichtenleer volgt en derhalve geen onwaardige handelingen stelt of zich ten onrechte beroept op het retentieverbod. De tenlasteleggingen blijven bewezen, zowel in hoofde van de vennootschap als van de zaakvoerder. De Commissie van beroep sluit zich aan bij de overwegingen van de Tuchtcommissie die hier als herhaald worden beschouwd, in de mate dat zij niet strijdig zijn met de voorgaande overwegingen van de Commissie van beroep". Grieven De eisers hebben in een regelmatig genomen akte tot hoger beroep, verzonden per aangetekend schrijven van 13 december 2006, opgeworpen (p. 19-20) dat de Tuchtcommissie haar beslissing hoofdzakelijk had gebaseerd op een arrest van het Hof van Cassatie (meer bepaald een arrest van 11 juni 1981) dat terzake volstrekt irrelevant was. De eisers hebben deze grief herhaald in hun regelmatig neergelegd verweerschrift (p. 20-22). Hieruit volgt dat de Commissie van beroep zijn beslissing om de tenlasteleggingen en de opgelegde tuchtsancties in hoofde van de beide eisers integraal te handhaven, niet wettig verantwoordt door enkel te beslissen om zich aan te sluiten bij de motieven van de beslissing van de Tuchtcommissie (en de daarin geciteerde rechtspraak van het Hof van Cassatie), zonder duidelijk te preciseren waarom (schending van artikel 149 van de Grondwet, artikel 780, 3°, van het Gerechtelijk Wetboek en artikel 6 van het Gerechtelijk Wetboek). Tweede middel Geschonden wettelijke bepalingen - artikel 3 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens. Aangevochten beslissingen De bestreden beslissing "bevestigt de beslissing van de Tuchtcommissie van 7 november 2006" en bevestigt derhalve de opgelegde tuchtsanctie (schorsing van veertien dagen) in hoofde van elk van de beide eisers, op grond van het motief op p. 2: "De zaakvoerder van de opgevolgde accountant houdt ten onrechte voor dat, indien de tenlasteleggingen bewezen worden verklaard, enkel hij en niet de accountant-vennootschap moet worden gesanctioneerd, omdat de sanctie van de vennootschap de tweede zaakvoerder van die vennootschap die niet persoonlijk bij de vermeende inbreuken betrokken is, disproportioneel benadeelt. De vennootschapsrechtelijke structuur doet niets af aan de tuchtrechtelijk sanctioneerbare gedragingen van de vennootschap en van één van haar zaakvoerders. Zij levert in geen geval een immuniteit op in hoofde van de vennootschap. De tuchtrechtelijk gesanctioneerde gedragingen van de vennootschap en haar zaakvoerder zijn wel degelijk veroorzaakt door onderscheiden gedragingen. Wat de vennootschap betreft zijn dit de hoger omschreven onwaardige gedragingen en inbreuk op het retentieverbod; wat de zaakvoerder betreft, is het de nalatigheid van de zaakvoerder om er voor te zorgen dat zijn vennootschap de plichtenleer volgt en derhalve geen onwaardige handelingen stelt of zich ten onrechte beroept op het retentieverbod. De tenlasteleggingen blijven bewezen, zowel in hoofde van de vennootschap als van de zaakvoerder. De Commissie van beroep sluit zich aan bij de overwegingen van de Tuchtcommissie die hier als herhaald worden beschouwd, in de mate dat zij niet strijdig zijn met de voorgaande overwegingen van de Commissie van beroep". Grieven De eisers hebben in een regelmatig genomen akte tot hoger beroep, verzonden per aangetekend schrijven van 13 december 2006, opgeworpen (p. 17-18) dat de opgelegde tuchtsanctie (schorsing van veertien dagen) in hoofde van de beide eisers niet in verhouding staat tot de beweerde inbreuken, temeer daar deze bestraffing ook disproportionele gevolgen heeft voor de andere zaakvoerder van de bvba Accountantskantoor Herrebosch & Co en voor het personeel en cliënteel van het accountantskantoor. De eisers hebben deze grief herhaald in hun regelmatig neergelegd verweerschrift (p. 18-19). Hieruit volgt dat de Commissie van beroep, enkel mits miskenning van het evenredigheidsbeginsel zoals vervat in artikel 3 EVRM, heeft kunnen beslissen dat de opgelegde tuchtstraf in hoofde van de beide eisers moet worden gehandhaafd (schending van artikel 3 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens). III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  3. De Commissie oordeelt op eigen zelfstandige redenen: - de tenlasteleggingen van schending van de waardigheid en het uitoefenen van het retentierecht blijven bewezen; - de tuchtrechtelijk gesanctioneerde gedragingen van de vennootschap en haar zaakvoerder zijn wel degelijk veroorzaakt door onderscheiden gedragingen. Zij sluit zich aan bij de overwegingen van de Tuchtcommissie die als herhaald worden beschouwd in de mate dat zij niet strijdig zijn met voorgaande overwegingen van de Commissie van beroep. Voormelde eigen redenen vormen voor de appelrechters de grondslag voor hun beslissing dat onderscheiden tenlasteleggingen in hoofde van de beide eisers bewezen blijven.
  4. Het middel dat ervan uitgaat dat de appelbeslissing enkel beslist om zich aan te sluiten bij de redenen van de beslissing van de Tuchtcommissie en de aldaar geciteerde rechtspraak, mist feitelijke grondslag. Tweede middel
  5. De rechter bepaalt binnen de bij de wet en het EVRM gestelde perken, in feite en derhalve onaantastbaar de sanctie die hij in verhouding acht met de zwaarte van de bewezen verklaarde inbreuken. Het Hof vermag evenwel na te gaan of uit de vaststellingen en overwegingen van de bestreden beslissing blijkt dat de Nederlandstalige Commissie van beroep van het Instituut van de accountants en de belastingconsulenten een kennelijke onevenredige sanctie heeft opgelegd en zodoende artikel 3 EVRM heeft geschonden.
  6. Met overname van de redenen van de beroepen beslissing grondt de appelbeslissing de tuchtsanctie van 14 dagen schorsing op: - de verkeerde ingesteldheid bij het beantwoorden van briefwisseling; - de moeilijke omstandigheden waaronder de firma van de raadsman van de eisers werkt met verwijzing naar een faillissement, een klacht en de ingewikkelde en grimmige sfeer van de samenwerking; - de verontschuldigingen door de eisers via hun raadsman; - de onderlijning met klem door dezelfde dat beiden zich wel degelijk bewust zijn van de ernst van de tenlasteleggingen en zich hebben voorgenomen dergelijke fouten en vergissingen niet meer te begaan. Uit voormelde vaststellingen en overwegingen blijkt niet dat de sanctie die werd opgelegd wegens voormelde inbreuken kennelijk onevenredig is met de zwaarte van de inbreuk. Het middel kan niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eisers in de kosten. De kosten zijn begroot op de som van 573,77 euro jegens de eisende partij en op de som van 174,15 euro jegens de verwerende partij. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit eerste voorzitter Ghislain Londers, als voorzitter, voorzitter Ivan Verougstraete, afdelingsvoorzitter Ernest Waûters, en de raadsheren Eric Dirix en Beatrijs Deconinck, in openbare terechtzitting van 5 september 2008 uitgesproken door eerste voorzitter Ghislain Londers, in aanwezigheid van advocaat-generaal Guy Dubrulle, met bijstand van adjunct-griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080905.3 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2011:CONC.20110530.1 precedenten: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080313.12 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091217.6 ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100304.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.