← België

ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080909.1

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 09 september 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080909.1 Rolnummer: P.08.0008.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2008-09-24 Raadplegingen: 629 - laatst gezien 2026-07-03 03:38 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Een vordering tot gerechtelijk onderzoek is niet beperkt tot de bij naam in de vordering vermelde personen; het gerechtelijk onderzoek is in de regel gericht op alle daders, mededaders en medeplichtigen van de concrete feiten, uiteengezet in de stukken die bij de vordering waren gevoegd

(1).
(1)Cass., 3 maart 1952, A.C., 1952, 346. Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Algemeen (opsporing - onderzoek) STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Onderzoek - Klacht STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Procedure - Algemeen Vrije woorden: Vordering tot gerechtelijk onderzoek Fiche 2 Het onderzoeksgerecht kan een verdachte op regelmatige wijze verwijzen naar de rechtbank voor feiten waarvoor de burgerlijke partijstelling eventueel onontvankelijk blijkt te zijn maar waarvoor de procureur des Konings in zijn eindvordering de verwijzing vordert
(1)
(2).
(1)Zie Cass., 13 maart 2001, AR P.00.1739.N ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010313.13, A.C., 2001, nr. 128.
(2)In casu had de Procureur des Konings op het ogenblik van de burgerlijke partijstelling geen vordering genomen. Pas later had het openbaar ministerie de onderzoeksrechter gevorderd het onderzoek verder te zetten voor hetzelfde feit lastens de personen die zich initieel burgerlijke partij hadden gesteld. Nadien vorderde de procureur in zijn eindvordering de verwijzing van zowel deze personen alsmede van de persoon tegen wie de burgerlijke partijen zich hadden gesteld. Vóór de eindvordering was er dus reeds een akte van het openbaar ministerie geweest waardoor de strafvordering met betrekking tot het feit op gang werd gebracht. Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Algemeen (opsporing - onderzoek) STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Onderzoek - Klacht STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Procedure - Algemeen Vrije woorden: Verwijzing naar het vonnisgerecht - Feiten waarvoor de burgerlijke partijstelling eventueel onontvankelijk is - Feiten opgenomen in de verwijzingsvordering van de procureur des Konings Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 130 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Nr. P.08.0008.N
  1. J H, burgerlijke partij,
  2. F H, burgerlijke partij,
  3. G H, burgerlijke partij,
  4. H H, burgerlijke partij,
  5. P H, burgerlijke partij,
  6. L H, burgerlijke partij,
  7. E H, burgerlijke partij, eisers, met als raadsman mr. Pieter Helsen, advocaat bij de balie te Hasselt, tegen A H E H H, beklaagde, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 21 november
  8. De eisers voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Raadsheer Luc Van hoogenbemt heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. FEITEN Op 17 juni 2002 hebben de eisers klacht ingediend met burgerlijke partijstelling bij de onderzoeksrechter te Tongeren tegen de verweerder wegens inbreuk op de artikelen 133 en 133bis Wetboek Successierechten. Het openbaar ministerie heeft op dat ogenblik geen vordering tot gerechtelijk onderzoek genomen. Bij brief van 6 januari 2003 heeft de raadsman van de eisers de onderzoeksrechter verzocht het gerechtelijk onderzoek tegen de verweerder uit te breiden voor feiten van valsheid in geschriften en gebruik van valse stukken. Op 30 september 2004 heeft het openbaar ministerie de onderzoeksrechter gevorderd het gerechtelijk onderzoek verder te zetten en uit te breiden lastens de eisers wegens inbreuken op de artikelen 133 en 133bis Wetboek Successierechten. De procureur des Konings heeft vervolgens op 1 augustus 2005 de verwijzing naar de correctionele rechtbank gevorderd van de verweerder wegens feiten van valsheid in geschriften en gebruik van valse stukken (telastleggingen I.A en I.B) en van de eisers en de verweerder wegens inbreuk op de artikelen 133 en 133bis Wetboek Successierechten (telastleggingen II.A en II.B). Bij beschikking van 20 december 2005 heeft de raadkamer te Tongeren, na aanneming van verzachtende omstandigheden voor de telastleggingen I.A en I.B, de verweerder en de eisers overeenkomstig de vordering van de procureur des Konings naar de Correctionele Rechtbank van Tongeren verwezen. Bij vonnis van 9 november 2006 werd de verweerder schuldig verklaard aan alle hem ten laste gelegde feiten en tot straf veroordeeld. Tevens werd hij veroordeeld tot betaling van een provisionele schadevergoeding aan de eisers. De eisers zelf werden vrijgesproken van de hen ten laste gelegde feiten. Tegen dit vonnis werd hoger beroep ingesteld door de verweerder en het openbaar ministerie, uitsluitend wat de verweerder betreft. Tevens werd door de eisers incidenteel beroep ingesteld. Het bestreden arrest verklaart vooreerst het beroepen vonnis nietig wegens onregelmatige zetelsamenstelling. Verder verklaart het de initiële klacht met burgerlijke partijstelling van 17 juni 2002 (telastleggingen II.A en II.B) onontvankelijk bij gebrek aan rechtmatig belang. Dienvolgens verklaart het de strafvordering voor de feiten van de telastleggingen II.A en II.B en voor de feiten van de telastleggingen I.A en I.B en de burgerlijke rechtsvordering in zoverre gesteund op de feiten van de telastleggingen I.A en I.B onontvankelijk. Ten slotte veroordeelt het de eisers in solidum tot de kosten van de strafvordering en van de burgerlijke rechtsvorderingen. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Derde middel Tweede onderdeel
  9. Het onderdeel voert schending aan van artikel 127 Wetboek van Strafvordering en van artikel 149 Grondwet: de appelrechters verklaren de strafvordering ten onrechte onontvankelijk op grond van een gebrek aan rechtmatig belang in hoofde van de eisers, ingevolge wier klacht met burgerlijke partijstelling het gerechtelijk onderzoek werd geopend; de strafvordering is ontvankelijk ingevolge de uitbreidende vordering van het openbaar ministerie van 30 september 2004 en ingevolge de vordering tot verwijzing van 1 augustus
  10. Een vordering tot gerechtelijk onderzoek is niet beperkt tot de bij naam in de vordering vermelde personen. Het gerechtelijk onderzoek is in de regel gericht op alle daders, mededaders en medeplichtigen van de concrete feiten, uiteengezet in de stukken die bij de vordering waren gevoegd.
  11. Bij vordering van 30 september 2004 heeft de procureur des Konings een gerechtelijk onderzoek gevorderd lastens de eisers wegens inbreuken op de artikelen 133 en 133bis Wetboek Successierechten. Uit de vordering tot verwijzing van 1 augustus 2005 blijkt dat de procureur des Konings van oordeel is dat er voldoende bezwaren bestaan om de verweerder als dader of mededader aan dezelfde inbreuk op de artikelen 133 en 133bis Wetboek Successierechten te verwijzen naar de rechtbank.
  12. Het onderzoeksgerecht kan een verdachte op regelmatige wijze verwijzen naar de rechtbank voor feiten waarvoor de burgerlijke partijstelling eventueel onontvankelijk blijkt te zijn maar waarvoor de procureur des Konings in zijn eindvordering de verwijzing vordert.
  13. Bij vordering tot verwijzing van 1 augustus 2005 heeft de procureur des Konings onder meer de verwijzing van de verweerder naar de correctionele rechtbank gevorderd voor de voormelde feiten van inbreuk op de artikelen 133 en 133bis Wetboek Successierechten en van valsheid in geschriften en gebruik ervan.
  14. De appelrechters die, niettegenstaande voormelde procedurele gegevens, oordelen dat de strafvordering lastens de verweerder voor alle hem ten laste gelegde feiten onontvankelijk is en dienvolgens dat de burgerlijke rechtsvorderingen die gesteund zijn op de feiten van de telastleggingen I.A en I.B lastens de verweerder eveneens onontvankelijk zijn, om de enkele reden dat de burgerlijke partijstelling van de eisers lastens de verweerder onontvankelijk is bij gebrek aan rechtmatig belang, verantwoorden hun beslissing niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. Overige grieven
  15. De overige grieven behoeven geen antwoord. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Laat de kosten ten laste van de Staat. Verwijst de zaak naar het Hof van Beroep te Brussel, correctionele kamer. Begroot de kosten op 403,81 euro waarvan 156,42 euro verschuldigd en 247,39 euro betaald is. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt en Koen Mestdagh, en op de openbare rechtszitting van 9 september 2008 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080909.1 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20231107.2N.4 ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20251008.2F.14 precedenten: ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010313.13 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150519.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.