← België

ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080909.3

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 09 september 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080909.3 Rolnummer: P.08.0502.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2008-09-24 Raadplegingen: 184 - laatst gezien 2026-07-03 03:38 Versie(s): Vertaling FR Fiche Artikel 1, § 3, Probatiewet dat bepaalt dat indien opschorting of uitstel van de tenuitvoerlegging van de gehele gevangenisstraf of werkstraf wordt gelast, de bijzondere voorwaarden onder meer kunnen bestaan in de verplichting om binnen twaalf maanden na de dag waarop het vonnis of arrest in kracht van gewijsde is gegaan, een bepaalde opleiding te volgen, belet niet dat de bedoelde probatievoorwaarde kan gekoppeld worden aan de uitvoering van de gevangenisstraf, de geldboete én het rijverbod wanneer de vrijheidsberovende straf volledig en de andere straffen slechts gedeeltelijk met uitstel worden uitgesproken. Thesaurus CAS: VEROORDELING MET UITSTEL EN OPSCHORTING VAN DE VEROORDELING - PROBATIEUITSTEL UTU-thesaurus: STRAFRECHT - PROBATIEWET - Algemeen (probatiewet) Vrije woorden: Voorwaarde om een bepaalde opleiding te volgen - Koppeling aan de uitvoering van de gevangenisstraf, de geldboete én het rijverbod - Vrijheidsberovende straf volledig met uitstel - Andere straffen slechts gedeeltelijk met uitstel Wettelijke bepalingen: Wet - 29-06-1964 - Artt. 1, § 3, en 8, §§ 1 en 2 Tekst van de beslissing Nr. P.08.0502.N PROCUREUR DES KONINGS BIJ DE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE MECHELEN, eiser, tegen E E L, beklaagde, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de Correctionele Rechtbank te Mechelen van 12 maart

  1. De eiser voert in een verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Afdelingsvoorzitter Edward Forrier heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  2. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet: de motivering over het volgen van een cursus verkeersveiligheid is tegenstrijdig met het dictum van de bestreden beslissing.
  3. Met de bekritiseerde reden geven de appelrechters te kennen dat volgens hen het opleggen van die voorwaarde wettelijk mogelijk is. Er is dan ook geen tegenstrijdigheid met het dictum van de bestreden beslissing waarin ze de verweerder die voorwaarde opleggen. Het middel mist feitelijke grondslag. Tweede middel
  4. Het middel voert schending aan van artikel 1, § 3 en van artikel 8, § 2, Probatiewet: het volgen van een sensibliseringscursus verkeersveiligheid kan enkel worden opgelegd indien die probatievoorwaarde slechts gekoppeld wordt aan het uitstel van tenuitvoerlegging van de gehele gevangenisstraf.
  5. Artikel 1, § 3, Probatiewet bepaalt dat indien opschorting of uitstel van de tenuitvoerlegging van de gehele gevangenisstraf of werkstraf wordt gelast, de bijzondere voorwaarden onder meer kunnen bestaan in de verplichting om binnen twaalf maanden na de dag waarop het vonnis of arrest in kracht van gewijsde is gegaan, een bepaalde opleiding te volgen.
  6. Anders dan het middel aanvoert belet die bepaling niet dat de bedoelde probatievoorwaarde, bestaande in het volgen van een opleiding, kan gekoppeld worden aan de uitvoering van de gevangenisstraf, de geldboete én het rijverbod wanneer de vrijheidsberovende straf volledig en de andere straffen slechts gedeeltelijk met uitstel worden uitgesproken. Het middel faalt naar recht. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
  7. De sub¬stan¬tiële of op straffe van nietigheid voor¬ge¬schre¬ven rechts¬vormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Laat de kosten ten laste van de Staat. Begroot de kosten op 45,36 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt en Koen Mestdagh, en op de openbare rechtszitting van 9 september 2008 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080909.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.