id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 19 september 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080919.2 Rolnummer: C.07.0317.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2008-10-09 Raadplegingen: 535 - laatst gezien 2026-07-03 08:10 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Voor de toepassing van artikel 1384,derde lid, van het Burgerlijk Wetboek,dat vereist dat de onrechtmatige daad binnen het raam van de bediening van de aangestelde werd verricht, volstaat het dat deze daad gepleegd werd tijdens de bediening en, zij het onrechtstreeks en occasioneel, daarop betrekking heeft; de enkele omstandigheid dat de onrechtmatige daad, zij het een misdrijf, opzettelijk of zonder de toestemming van de aansteller werd gepleegd, volstaat niet om te besluiten dat de dader ervan niet gehandeld heeft binnen de bediening waartoe hij werd gebezigd
(1); evenmin volstaat de enkele omstandigheid dat het misdrijf werd uitgevoerd buiten de diensturen en enkel de voorbereidende handelingen plaatsvonden tijdens de diensturen, om te besluiten dat de dader niet heeft gehandeld binnen de bediening waartoe hij werd gebezigd.
(1)Cass., 11 dec. 2001, AR P.00.0688.N ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20011211.6, A.C., nr.
- Thesaurus CAS: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - DAAD - Misdrijf UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERBINTENIS UIT ONRECHTMATIGE DAAD - Meesters en zij die anderen aanstellen Vrije woorden: Aangestelde - Handeling binnen het raam van de bediening Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - Art. 1384, derde lid Thesaurus CAS: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - HERSTELPLICHT - Meesters. Aangestelden UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERBINTENIS UIT ONRECHTMATIGE DAAD - Meesters en zij die anderen aanstellen Vrije woorden: Onrechtmatige daad van de aangestelde - Handeling binnen het raam van de bediening Annotaties Publicaties: NJW - G. JOCQUE; Diefstal door aangestelden - 2009, 218-219 Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.07.0317.N
- AXA BELGIUM, naamloze vennootschap, met zetel te 1170 Brussel, Vorstlaan 25,
- NYK LOGISTICS (BELGIUM), naamloze vennootschap, met zetel te 9120 Beveren-Waas, Keetberglaan 2, Haven 1089, eisers, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Central Plaza, Loksumstraat 25, waar de eisers woonplaats kiezen, tegen
- HITACHI TRANSPORT SYSTEEM BV, vennootschap naar Nederlands recht, met zetel te 4181 AD Waardenburg (Nederland), Achterweg 29,
- HITACHI HOME ELECTRONICS (EUROPE) LTD, vennootschap naar het recht van het Verenigd Koninkrijk, met zetel te SL 8 5XF Buckinghamshire, (Verenigd Koninkrijk) Dukes Meadow, Millboard Road Bourne End, verweersters, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de verweersters woonplaats kiezen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 22 januari 2007 gewezen door het Hof van Beroep te Antwerpen. Raadsheer Beatrijs Deconinck heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eisers voeren in hun verzoekschrift drie middelen aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht en maakt er deel van uit. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel Eerste onderdeel
- Het arrest oordeelt dat de aangestelden van de tweede eiseres tijdens hun diensturen de beveiligingsmaatregelen hebben geanalyseerd ten einde deze te omzeilen en tevens de nodige voorbereidingen hebben getroffen waardoor de diefstal kon plaatsvinden.
- Aldus beantwoorden en verwerpen de appelrechters het verweer volgens hetwelk de aangestelden naar aanleiding van hun tewerkstelling louter kennis kregen van de plaatsgesteldheid van het magazijn en de aanwezigheid van bepaalde goederen. Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Tweede onderdeel
- Het arrest oordeelt dat: - een ondergeschikte geacht wordt te handelen in de uitoefening van zijn werkzaamheden als er bv. naar tijd of plaats, een verband bestaat tussen de onrechtmatige daad en die werkzaamheden; - de werkgever derhalve ook aansprakelijk is als de ondergeschikte misbruik maakt van zijn functie, d.w.z. indien de aangestelde zijn functie of de door de aansteller ter beschikking gestelde middelen aanwendt voor persoonlijke doeleinden of doeleinden die vreemd zijn aan de door de aansteller gegeven opdracht; - het bijgevolg niet vereist is dat de onrechtmatige daad tijdens de werkzaamheden is begaan of gepleegd.
- Het arrest verwerpt en beantwoordt aldus het verweer van de eerste eiseres dat de tweede eiseres niet aansprakelijk was voor de voorbereiding van de diefstal door haar aangestelden tijdens hun diensturen. Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Derde onderdeel
- Op grond van de in het onderdeel weergegeven redenen, vermochten de appelrechters wettig te oordelen, dat de aangestelden tijdens hun bediening een onrechtmatige daad begingen. Het onderdeel kan in zoverre niet worden aangenomen.
- Voor zover het onderdeel ervan uitgaat dat de appelrechters louter op grond van de erin weergegeven redenen oordelen dat de tweede eiseres als aansteller aansprakelijk was op grond van artikel 1384, derde lid, van het Burgerlijk Wetboek voor de onrechtmatige daad en het misdrijf, begaan en gepleegd door de aangestelden binnen hun bediening, berust het op een verkeerde lezing van het arrest, vermits de appelrechters eveneens overwegen dat de aangestelden van de tweede eiseres kennelijk misbruik hebben gemaakt van hun functie als magazijnmeester en dat de fouten en nalatigheden van de aangestelden van de bewaarnemer worden toegerekend aan de bewaarnemer zelf, zodat de tweede eiseres aansprakelijk is als bewaarnemer. Het onderdeel mist in zoverre feitelijke grondslag. Vierde onderdeel
- Voor de toepassing van artikel 1384, derde lid, van het Burgerlijk Wetboek, is vereist dat de onrechtmatige daad binnen het raam van de bediening van de aangestelde werd verricht. Het volstaat dat deze daad gepleegd werd tijdens de bediening en, zij het onrechtstreeks en occasioneel, daarop betrekking heeft. De enkele omstandigheid dat de onrechtmatige daad, zij het een misdrijf, opzettelijk werd gepleegd of gepleegd werd zonder de toestemming van de aansteller, volstaat niet om te besluiten dat de dader ervan niet gehandeld heeft binnen de bediening waartoe hij werd gebezigd. Evenmin volstaat de enkele omstandigheid dat het misdrijf werd uitgevoerd buiten de diensturen en enkel de voorbereidende handelingen plaatsvonden tijdens de diensturen, om te besluiten dat de dader niet heeft gehandeld binnen de bediening waartoe hij werd gebezigd. Het onderdeel, dat in zijn geheel uitgaat van het tegendeel, faalt naar recht. Tweede middel Eerste en tweede onderdeel
- Het arrest oordeelt dat: - in het kader van een bewaarnemingsovereenkomst, de bewaarnemer de verplichting op zich neemt de goederen van zijn contractant te bewaren en deze goederen op het eerste verzoek in natura terug te geven; - deze verplichting een resultaatsverbintenis is; - er een vermoeden van aansprakelijkheid berust op de bewaarnemer die niet in de mogelijkheid is om de in bewaarneming gegeven goederen terug te geven; - de bewaarnemer aldus een reëel positief bewijs moet leveren dat het verlies te wijten is aan overmacht of een vreemde oorzaak en dat hem daarbij geen enkele fout of nalatigheid kan worden verweten.
- Het arrest beslist dat: - de aangestelden van de bewaarnemer kennelijk misbruik hebben gemaakt van hun functie van magazijnmeester; - aangezien de fouten en nalatigheden van de aangestelden van de bewaarnemer worden toegerekend aan de bewaarnemer zelf, de bewaarnemer aansprakelijk is ten aanzien van de bewaargever.
- Het arrest, dat op grond van deze vergeefs aangevochten redenen en beslissingen oordeelt dat de eisers aansprakelijk zijn voor de diefstal van de goederen van de verweersters, hoeft aldus niet te antwoorden op het verweer van de eisers, dat niet meer dienstig is. Het middel kan niet worden aangenomen. Derde middel
- De appelrechters oordelen dat: - opdat standaardbedingen geacht worden deel uit te maken van de contractinhoud tussen partijen, niet enkel de kennisname voor of uiterlijk op het ogenblik van de contractsluiting vereist is, maar daarenboven de medecontractant deze bedingen ook aanvaard moet hebben; - standaardbedingen waarin voor het eerst in facturen wordt gewag gemaakt, en dan nog in die zin dat deze voorwaarden hierop niet worden vermeld, doch dat hierop enkel wordt vermeld dat zij gepubliceerd werden in de bijlagen tot het Belgisch Staatsblad, niet aan de medeconctractant kunnen worden tegengeworpen en hem niet kunnen verbinden; - de verwijzing op de keerzijde van een factuur naar de mogelijkheid van kennisname van de toepasselijke standaardbedingen in de bijlagen tot het Belgisch Staatsblad geenszins inhoudt dat er met betrekking tot de toepasselijkheid van die standaardbedingen een wilsovereenstemming tussen partijen is bereikt. Voorts stelt het arrest weliswaar slechts op grond van de overgelegde stukken 2 en 3 een kortstondige, niet duurzame handelsrelatie tussen de partijen vast, maar verwerpt het de stilzwijgende aanvaarding van de kwestieuze expediteurs-voorwaarden door de eiseres sub 2 ook en vooral op grond van de niet aangevochten zelfstandige redenen dat niet is aangetoond dat de expediteursvoorwaarden ter kennis werden gebracht aan de eerste verweerder als buitenlandse vennootschap door de loutere verwijzing op de factuur naar de mogelijkheid tot kennisname in het Belgisch Staatsblad van deze voorwaarden en dat deze voorwaarden niet kunnen worden beschouwd als een algemeen erkend gebruik in de sector van de bewaargeving.
- Het aangevoerd motiveringsgebrek met betrekking tot de duur van de handelsrelatie tussen de partijen vertoont dienvolgens geen belang. Het middel is derhalve niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eisers in de kosten. De kosten zijn begroot op de som van 523,34 euro jegens de eisende partij en op de som van 296,53 euro jegens de verwerende partij. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Robert Boes, als voorzitter, de raadsheren Eric Stassijns, Albert Fettweis, Beatrijs Deconinck en Alain Smetryns, en in openbare terechtzitting van 19 september 2008 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Robert Boes, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem , met bijstand van adjunct-griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080919.2 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2013:CONC.20130321.5 precedenten: ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20011211.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div