id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 23 september 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080923.4 Rolnummer: P.08.0587.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2008-10-23 Raadplegingen: 951 - laatst gezien 2026-07-03 08:27 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 De gelijktijdige strafbaarstelling van de rechtspersoon en van de natuurlijke persoon overeenkomstig artikel 5, tweede lid, Strafwetboek, is slechts mogelijk wanneer de rechtspersoon verantwoordelijk gesteld wordt uitsluitend wegens het optreden van een geïdentificeerde natuurlijke persoon die de fout wetens en willens heeft gepleegd; dit houdt in dat de fout van de rechtspersoon samenvalt met deze van de natuurlijke persoon of ermee nauw verband houdt maar neemt niet weg dat een fout bij de beide personen aanwezig moet zijn
(1).
(1)Cass., 12 juni 2007, AR P.07.0246.N ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070612.2, A.C., 2007, nr. ... Thesaurus CAS: MISDRIJF - TOEREKENBAARHEID - Rechtspersonen UTU-thesaurus: STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Misdrijven - Algemeen Vrije woorden: Gelijktijdige strafbaarstelling van rechtspersoon en natuurlijke persoon - Voorwaarde - Vaststelling van fout Fiche 2 De strafrechtelijke verantwoordelijkheid van een rechtspersoon zal vaststaan indien de verwezenlijking van het misdrijf hetzij volgt uit een wetens en willens genomen beslissing binnen de rechtspersoon, hetzij het gevolg is van een binnen deze rechtspersoon gepleegde nalatigheid; voor het vaststellen van dit morele element kan de rechter steunen op de gedragingen van de bestuursorganen van de rechtspersoon of haar gezagdragers, die onder meer een natuurlijke persoon kunnen zijn. Thesaurus CAS: MISDRIJF - ALGEMEEN. BEGRIP. MATERIEEL EN MOREEL BESTANDDEEL. EENHEID VAN OPZET UTU-thesaurus: STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Misdrijven - Algemeen Vrije woorden: Rechtspersoon - Strafrechtelijke verantwoordelijkheid - Fout - Moreel bestanddeel Annotaties Publicaties: RABG - P. WAETERINKX; De invloed van het gedrag van organen en andere leidinggevenden als beoordelingsfactor voor de morele toerekening van misdrijven aan rechtspersonen.... - 2009, 477-487 T.Straf. - H. VAN BAVEL; Morele toerekening aan de rechtpersoon - 2009, 24-26 Tekst van de beslissing Nr. P.08.0587.N
- M J K, beklaagde,
- K W nv, beklaagde, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, alwaar de eiseres woonplaats kiest, eisers. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 13 maart
- De eiser voert geen middel aan. De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest wordt gehecht, een middel aan. Raadsheer Etienne Goethals heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 5, tweede lid, Strafwetboek alsook miskenning van het algemeen rechtsbeginsel van het persoonlijk karakter van de strafrechtelijke aansprakelijkheid: de appelrechters veroordelen de eiseres tot straf, enkel na vaststelling dat de natuurlijke persoon wetens en willens een fout heeft begaan, zonder evenwel een persoonlijke fout van de eiseres vast te stellen.
- Artikel 5, tweede lid, Strafwetboek, bepaalt: "Wanneer de rechtspersoon verantwoordelijk gesteld wordt uitsluitend wegens het optreden van een geïdentificeerde natuurlijke persoon, kan enkel degene die de zwaarste fout heeft begaan worden veroordeeld. Indien de geïdentificeerde natuurlijke persoon de fout wetens en willens heeft gepleegd kan hij samen met de verantwoordelijke rechtspersoon worden veroordeeld".
- De strafuitsluitende verschoningsgrond die deze bepaling ten voordele van de persoon die de minst zware fout heeft gepleegd, invoert, bestaat niet wanneer het misdrijf wetens en willens is gepleegd. In dat geval kan de natuurlijke persoon steeds samen met de rechtspersoon worden gestraft, ongeacht wie de zwaarste fout heeft gepleegd.
- De gelijktijdige strafbaarstelling van de rechtspersoon en van de natuurlijke persoon overeenkomstig die bepaling, is slechts mogelijk wanneer de rechtspersoon verantwoordelijk gesteld wordt uitsluitend wegens het optreden van een geïdentificeerde natuurlijke persoon die de fout wetens en willens heeft gepleegd. Dit houdt in dat de fout van de rechtspersoon samenvalt met deze van de natuurlijke persoon of ermee nauw verband houdt maar neemt niet weg dat een fout bij de beide personen aanwezig moet zijn.
- Hieruit volgt dat het niet volstaat dat de rechter vaststelt dat de natuurlijke persoon een fout wetens en willens heeft gepleegd. Hij moet ook bij de rechtspersoon de fout vaststellen. De strafrechtelijke verantwoordelijkheid zal pas vaststaan indien de verwezenlijking van het misdrijf hetzij volgt uit een wetens en willens genomen beslissing binnen de rechtspersoon, hetzij het gevolg is van een binnen deze rechtspersoon gepleegde nalatigheid.
- Voor het vaststellen van dit morele element kan de rechter steunen op de gedragingen van de bestuursorganen van de rechtspersoon of haar gezagdragers, die onder meer een natuurlijke persoon kunnen zijn.
- De appelrechters stellen vast dat de eiseres als rechtspersoon strafrechtelijk verantwoordelijk is, niet alleen omdat de misdrijven een intrinsiek verband hebben met de verwezenlijking van haar doel en de waarneming van haar belangen, maar ook omdat de beklaagde K, als geïdentificeerd natuurlijk persoon die de feiten wetens en willens pleegde, de feitelijke leiding had bij de problematiek rond de milieuvergunning en de eiseres dan ook heeft gehandeld door toedoen van het persoonlijk handelen van deze beklaagde, die in de mogelijkheid was niet enkel om het misdrijf te plegen maar ook om aan de onwettige toestand te remediëren hetgeen hij niet deed.
- Met deze motieven oordelen de appelrechters dat de eiseres zelf een fout heeft begaan en verantwoorden zij hun beslissing dat ook zij strafrechtelijk verantwoordelijk is, naar recht. Het middel kan niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek van beslissing op de strafvordering
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers in de kosten van hun cassatieberoep. Begroot de kosten op 75,93 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Etienne Goethals, Luc Van hoogenbemt en Koen Mestdagh, en op de openbare rechtszitting van 23 september 2008 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080923.4 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2010:CONC.20100210.5 ECLI:BE:CASS:2015:CONC.20150506.3 ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20210428.2F.4 ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20211026.2N.5 ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220524.2N.13 ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230509.2N.7 precedenten: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070612.2 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20141021.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div