id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 23 september 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080923.5 Rolnummer: P.08.0280.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Bestuursrecht - Strafrecht - Constitutioneel recht Invoerdatum: 2008-10-23 Raadplegingen: 648 - laatst gezien 2026-07-03 03:29 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Inzake stedenbouw heeft het bestuur de bevoegdheid om een herstelbeleid te voeren; het bestuur beslist of het al dan niet een herstelmaatregel zal vorderen; indien het beslist een herstelmaatregel te vorderen, beschikt het over de keuze tussen drie mogelijke herstelmaatregelen binnen de grenzen en de modaliteiten die nader bij artikel 149 Stedenbouwdecreet 1999 zijn bepaald; deze wettelijk bepaalde keuzemogelijkheid houdt een appreciatie- en beleidsbevoegdheid in voor het bestuur die de rechter krachtens het beginsel van de scheiding der machten, zoals vervat in de artikelen 36, 37 en 40 Grondwet, niet heeft
(1).
(1)Cass., 15 juni 2004, AR P.04.0237.N ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040615.14, A.C., 2004, nr. 323, met concl. O.M. Thesaurus CAS: STEDENBOUW - HERSTEL VAN PLAATS IN DE VORIGE STAAT. BETALING VAN EEN MEERWAARDE UTU-thesaurus: STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Straffen - Verbeurdverklaring PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING - Vlaams Gewest - Inbreuken en sancties - Strafbepalingen Vrije woorden: Herstelbeleid - Bevoegdheid van het bestuur Fiches 2 - 3 Inzake stedenbouw moet de rechter krachtens artikel 159 Grondwet nagaan of de beslissing van de stedenbouwkundig inspecteur om een bepaalde herstelmaatregel te vorderen, uitsluitend met het oog op de goede ruimtelijke ordening is genomen; hij moet de vordering die steunt op motieven die vreemd zijn aan de ruimtelijke ordening of op een opvatting van een goede ruimtelijke ordening die kennelijk onredelijk is, zonder gevolg laten
(1).
(1)Cass., 15 juni 2004, AR P.04.0237.N ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040615.14, A.C., 2004, nr. 323, met concl. O.M. Thesaurus CAS: MACHTEN - RECHTERLIJKE MACHT UTU-thesaurus: STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Straffen - Verbeurdverklaring PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING - Vlaams Gewest - Inbreuken en sancties - Strafbepalingen Vrije woorden: Stedenbouw - Herstelvordering - Beoordeling door de rechter Thesaurus CAS: STEDENBOUW - HERSTEL VAN PLAATS IN DE VORIGE STAAT. BETALING VAN EEN MEERWAARDE UTU-thesaurus: STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Straffen - Verbeurdverklaring PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING - Vlaams Gewest - Inbreuken en sancties - Strafbepalingen Vrije woorden: Beoordeling door de rechter Fiche 4 De rechter kan niet zelf inzake stedenbouw de redelijke herstelmaatregel bepalen, maar enkel oordelen of het bestuur in redelijkheid is kunnen komen tot de beslissing een bepaalde wijze van herstel te vorderen; het begrip "kennelijke onredelijkheid" wijst op de wijze waarop de rechter de bestuurlijke beslissing op zijn redelijkheid beoordeelt, namelijk met de terughoudendheid die de discretionaire macht van het bestuur vereist
(1).
(1)Cass., 15 juni 2004, AR P.04.0237.N ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040615.14, A.C., 2004, nr. 323, met concl. O.M. Thesaurus CAS: STEDENBOUW - HERSTEL VAN PLAATS IN DE VORIGE STAAT. BETALING VAN EEN MEERWAARDE UTU-thesaurus: STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Straffen - Verbeurdverklaring PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING - Vlaams Gewest - Inbreuken en sancties - Strafbepalingen Vrije woorden: Wettigheid van de vordering tot herstel - Beoordeling door de rechter - Begrip "kennelijke onredelijkheid" Fiche 5 De strafrechter vermag niet de bijzondere verbeurdverklaring van vermogensvoordelen te bevelen, indien niet blijkt dat na de uitvoering van het bevolen bijzonder onderzoek, het openbaar ministerie de verbeurdverklaring van de vermogensvoordelen regelmatig heeft gevorderd
(1).
(1)Zie Cass., 17 juni 2003, AR P.03.0611.N ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030617.9, A.C., 2003, nr.
- Thesaurus CAS: STRAF - ANDERE STRAFFEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Straffen - Verbeurdverklaring PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING - Vlaams Gewest - Inbreuken en sancties - Strafbepalingen Vrije woorden: Bijzondere verbeurdverklaring van vermogensvoordelen - Vordering van het openbaar ministerie Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 43bis - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 524bis - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Nr. P.08.0280.N I. GEWESTELIJK STEDENBOUWKUNDIG INSPECTEUR, aangesteld voor het grondgebied van de provincie Vlaams-Brabant, met kantoor te 3000 Leuven, Blijde Inkomststraat 103-105, vrijwillig tussengekomen partij, eiser tot herstel, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen
- R E D, beklaagde,
- R R, beklaagde, verweerders, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, waar de verweerders woonplaats kiezen. II.
- R E D, reeds vermeld, beklaagde,
- R R, reeds vermeld, beklaagde, eisers, vertegenwoordigd mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, waar de eisers woonplaats kiezen. tegen GEWESTELIJK STEDENBOUWKUNDIG INSPECTEUR, aangesteld voor het grondgebied van de provincie Vlaams-Brabant, reeds vermeld, vrijwillig tussengekomen partij, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep I is gericht tegen de arresten van het Hof van Beroep te Brussel, correctionele kamer, van 23 maart 2004 en 8 januari
- De cassatieberoepen II zijn gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Brussel, correctionele kamer, van 8 januari
- De eiser I voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. De eisers II voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Etienne Goethals heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel van de eiser I
- Het middel dat gericht is tegen het arrest van 23 maart 2004, voert schending aan van de artikelen 10, 11 en 159 Grondwet, artikel 149, § l en § 3, Stedenbouwdecreet 1999 en miskenning van het algemeen rechtsbeginsel van de scheiding der machten, zoals onder meer bevestigd in de artikelen 36, 37 en 40 Grondwet: ongeacht de vaststelling dat de wederrechtelijke constructies dateerden van voor 1 mei 2000, vermochten de appelrechters niet op grond van voormelde bepalingen van het Stedenbouwdecreet 1999, voor het complex De Waterhoek (restaurant, feestzalen, wegen, parkings, ingangspoort, vijver) de meerwaardebepaling te bevelen als zijnde een meer aangepaste herstelmaatregel dan de vordering van de toenmalige gemachtigde ambtenaar tot afbraak.
- Sinds het arrest van het Grondwettelijk Hof nr. 14/2005 van 19 januari 2005 bepaalt artikel 149, § 1, eerste lid, Stedenbouwdecreet 1999: "Naast de straf kan de rechtbank bevelen de plaats in de oorspronkelijke toestand te herstellen of het strijdige gebruik te staken, en/of bouw- of aanpassingswerken uit te voeren en/of een geldsom te betalen gelijk aan de meerwaarde die het goed door het misdrijf heeft verkregen. Dit gebeurt op de vordering van de stedenbouwkundig inspecteur of van het college van burgemeester en schepenen op wier grondgebied de werken, handelingen of wijzigingen, bedoeld in artikel 146, werden uitgevoerd. Indien deze inbreuken dateren van [...] is voorafgaand een eensluidend advies van de Hoge Raad voor het Herstelbeleid vereist." Sinds voormeld arrest bepaalt artikel 149, § 1, derde lid, Stedenbouwdecreet 1999: "Voor de misdrijven waarvan de eigenaar kan aantonen dat ze werden gepleegd [...], kan in principe steeds het middel van de meerwaarde worden aangewend, tenzij in één van de volgende gevallen: 1 ° bij het niet-naleven van een bevel tot staking; 2° indien het misdrijf onaanvaardbare stedenbouwkundige hinder veroorzaakt voor de omwonenden; 3° indien het misdrijf een zwaarwichtige en onherstelbare inbreuk vormt op de essentiële stedenbouwkundige voorschriften inzake de bestemming krachtens het ruimtelijk uitvoeringsplan of plan van aanleg ."
- De vernietiging van de woorden "voor 1 mei 2000" door het Grondwettelijk Hof sluit elke bijzondere regeling voor de misdrijven die voor deze datum werden gepleegd, uit. De regeling geldt bijgevolg voor alle misdrijven.
- Uit de woorden "kan in principe" in de aanhef van artikel 149, § 1, derde lid, Stedenbouwdecreet 1999 blijkt dat ook een andere herstelmaatregel dan de meerwaarde kan worden gevraagd.
- Voormelde bepalingen geven aan het bestuur de bevoegdheid om een herstelbeleid te voeren: het bestuur beslist of het al dan niet een herstelmaatregel zal vorderen; indien het beslist een herstelmaatregel te vorderen, beschikt het over de keuze tussen drie mogelijke herstelmaatregelen binnen de grenzen en de modaliteiten die nader bij artikel 149 Stedenbouwdecreet 1999 zijn bepaald. Deze wettelijk bepaalde keuzemogelijkheid houdt een appreciatie- en beleidsbevoegdheid in voor het bestuur die de rechter krachtens het beginsel van de scheiding der machten, zoals vervat in de artikelen 36, 37 en 40 Grondwet, niet heeft. Enkel moet de rechter krachtens artikel 159 Grondwet nagaan of de beslissing van de stedenbouwkundig inspecteur om een bepaalde herstelmaatregel te vorderen, uitsluitend met het oog op de goede ruimtelijke ordening is genomen. Hij moet de vordering die steunt op motieven die vreemd zijn aan de ruimtelijke ordening of op een opvatting van een goede ruimtelijke ordening die kennelijk onredelijk is, zonder gevolg laten.
- Wanneer de wettigheid van de vordering tot herstel van de plaats in de oorspronkelijke toestand wordt aangevochten, gaat de rechter bovendien in het bijzonder na of deze vordering niet kennelijk onredelijk is. Hij kan niet zelf de redelijke herstelmaatregel bepalen, maar enkel oordelen of het bestuur in redelijkheid is kunnen komen tot de beslissing een bepaalde wijze van herstel te vorderen. Het begrip "kennelijke onredelijkheid" wijst op de wijze waarop de rechter de bestuurlijke beslissing op zijn redelijkheid beoordeelt, namelijk met de terughoudendheid die de discretionaire macht van het bestuur vereist.
- De appelrechters die oordelen dat wegens de concrete omstandigheden van de zaak het opleggen van een meerwaarde voor het complex De Waterhoek een meer aangepaste herstelmaatregel is, zonder daarbij het gevorderde herstel in de oorspronkelijke toestand als kennelijk onredelijk aan te merken, verantwoorden hun beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Omvang van de cassatie
- De vernietiging van de bevolen maatregel tot betaling van de meerwaarde leidt tot de vernietiging van de navolgende beslissing van het bestreden arrest van 8 januari 2008 waarbij de omvang van deze meerwaarde wordt bepaald. Eerste middel van de eisers II
- Het middel dat in zijn beide onderdelen de begroting van de meerwaarde betwist, is wegens de vernietiging van de beslissing die de omvang van de meerwaarde bepaalt, zonder voorwerp. Tweede middel van de eisers II Eerste onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van artikel 43bis, eerste lid, Strafwetboek: de appelrechters bevelen de bijzondere verbeurdverklaring van de bedragen 24.995,93 euro en 16.815,44 euro, zijnde respectievelijk de vermogensvoordelen die rechtstreeks uit de misdrijven zijn verkregen door de eerste en de tweede eiser, zonder dat dit door de procureur des Konings schriftelijk werd gevorderd.
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat na de uitvoering van het bevolen bijzonder onderzoek, het openbaar ministerie de verbeurdverklaring van de vermogensvoordelen regelmatig heeft gevorderd. Het onderdeel is gegrond . Tweede en derde onderdeel
- Deze onderdelen kunnen niet tot ruimere cassatie leiden en behoeven geen antwoord. Dictum Het Hof, Vernietigt: - het bestreden arrest van 23 maart 2004 in zoverre het beslist dat voor het complex "De Waterhoek" (restaurant, feestzalen, wegen, parkings, ingangspoort, vijver) een meerwaardesom dient opgelegd te worden; - het bestreden arrest van 8 januari 2008 inzoverre het uitspraak doet over de betaling van een meerwaarde begroot op 2.169.496,90 euro; - het bestreden arrest van 8 januari 2008 inzoverre het uitspraak doet over de bijzondere verbeurdverklaring. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest van 23 maart 2004 en van het vernietigde arrest van 8 januari
- Laat de kosten ten laste van de Staat. Zegt dat er geen grond is tot verwijzing voor wat betreft de verbeurdverklaring. Verwijst voor het overige de aldus beperkte zaak naar het Hof van Beroep te Antwerpen. Begroot de kosten in het geheel op 672,12 euro waarvan op het cassatieberoep I 186,20 euro verschuldigd is en 332,55 euro betaald werd en op het cassatieberoep II 153,37 euro verschuldigd is. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Etienne Goethals, Luc Van hoogenbemt en Koen Mestdagh, en op de openbare rechtszitting van 23 september 2008 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080923.5 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2014:CONC.20141226.4 precedenten: ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030617.9 ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040615.14 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081104.2 ECLI:BE:CASS:2008:CONC.20081104.2 ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091124.4 ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20121106.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div