id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 23 september 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080923.7 Rolnummer: C.08.0109.N Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2009-03-02 Raadplegingen: 192 - laatst gezien 2026-07-03 03:29 Versie(s): Vertaling FR Fiche Voor de beoordeling of een uitzicht rechtstreeks of zijdelings is, is het niet bepalend of de uitzicht gevende opening of het venster geplaatst is in een schuin afhellend dak
(1).
(1)Zie Cass., 21 okt. 1909, Pas., 1909, I,
- Thesaurus CAS: ERFDIENSTBAARHEID UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - SCHENKINGEN EN TESTAMENTEN - Giften - Beschikbaar gedeelte - Algemeen Vrije woorden: Rechtstreekse of zijdelingse uitzichten - Schuin afhellend dak - Uitzicht gevende opening of venster - Beoordeling Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - Artt. 678 en 679 Tekst van de beslissing Nr. C.08.0109.N
- D. B. G., en,
- S. E., eisers, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, waar de eisers woonplaats kiezen, tegen V. J.-M., verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een vonnis, op 20 september 2007 in hoger beroep gewezen door de Rechtbank van Eerste Aanleg te Veurne. Afdelingsvoorzitter Ernest Waûters heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eisers voeren in hun verzoekschrift een middel aan. Geschonden wettelijke bepalingen - de artikelen 678 en 679 van het Burgerlijk Wetboek; - artikel 149 van de Grondwet. Aangevochten beslissingen De appelrechters oordelen dat het Velux-raam dat door de verweerder werd geplaatst in zijn dak een schuin of zijdelings uitzicht is in de zin van artikel 679 van het Burgerlijk Wetboek, en dus niet een ‘rechtstreeks uitzicht' in de zin van artikel 678 van het Burgerlijk Wetboek en dit op de volgende gronden: "3.2.
- Tijdens de plaatsopneming heeft de rechtbank vastgesteld dat het door (de verweerder) geplaatste dakvenster geopend kan worden en dat (de verweerder) vanuit het geopend dakvenster ‘rechtstreeks zicht' kan nemen in de woning van (de eisers), alsook in de serre en in een klein deel van de tuin. Terecht merkt dus (de verweerder) op dat het hier om een louter feitelijke vaststelling gaat, zodat de rechtsvraag of dit uitzicht een rechtstreeks uitzicht is of een uitzicht gevend venster in de zin van artikel 678 van het Burgerlijk Wetboek dan wel een zijdelings of schuin uitzicht in de zin van artikel 679 van het Burgerlijk Wetboek nog beslecht moet worden. 3.2.
- Onder een rechtstreeks uitzicht of uitzichtgevend venster in de zin van artikel 678 van het Burgerlijk Wetboek wordt verstaan het venster dat zodanig is aangebracht dat het mogelijk is op het door zijn opening beperkte vlak een loodlijn te trekken die op gelijk welk punt het vlak of de vlakken raakt die op de scheidingslijn van de erven loodrecht op de grond werden opgericht (Cass., 21 oktober 1909, Pas., 1909, I, 414). Aangezien het hier gaat om een dakvenster, geplaatst in een schuin afhellend dak, is het uitzicht dat (verweerder) door dit dakvenster heeft, een schuin of zijdelings uitzicht in de zin van artikel 679 van het Burgerlijk Wetboek. 3.2.
- Krachtens artikel 679 van het Burgerlijk Wetboek moet de afstand tussen het dakvenster, van waaruit dit schuin of zijdelings uitzicht op het erf van (de eisers) door (de verweerder) genomen kan worden, en de eigendomsgrens van de erven van partijen minstens 6 decimeter bedragen" (bestreden vonnis, folio 492). Grieven Eerste onderdeel De motivering van het bestreden vonnis is door een tegenstrijdigheid aangetast en schendt zodoende artikel 149 van de Grondwet. Immers, het is tegenstrijdig enerzijds vast te stellen dat de verweerder vanuit het geopend dakvenster "rechtstreeks zicht" kan nemen in de woning van de eisers, alsook in de serre en in een klein deel van de tuin doch, anderzijds, te oordelen dat het uitzicht dat de verweerder door dit dakvenster heeft een schuin of zijdelings uitzicht is in de zin van artikel 679 van het Burgerlijk Wetboek. Deze tegenstrijdigheid staat gelijk met de afwezigheid van een redengeving zodat het vonnis niet voldoet aan het vormvereiste van artikel 149 van de Grondwet. Tweede onderdeel Een rechtstreeks uitzicht of uitzichtgevend venster in de zin van artikel 678 van het Burgerlijk Wetboek is het venster dat zodanig is aangebracht dat het mogelijk is op het door zijn opening beperkte vlak een loodlijn te trekken die op gelijk welk punt het vlak of de vlakken raakt die op de scheidingslijn van de erven loodrecht op de grond werden opgericht. Dergelijk denkbeeldig vlak dat op de scheidingslijn van de erven loodrecht op de grond werd opgericht reikt uit de aard tot in het oneindige door. Een loodlijn die wordt getrokken op het vlak van een Velux-raam, ook al is dit raam geplaatst in een schuin afhellend dak, raakt noodzakelijkerwijze op een bepaald punt het vlak dat op de scheidingslijn van het erf loodrecht op de grond werd geplaatst; dit zou enkel anders zijn indien het Velux-raam volledig horizontaal zou zijn geplaatst. De omstandigheid dat het dakvenster door de verweerder werd geplaatst in een schuin afhellend dak staat er niet aan in de weg dat het uitzicht dat men door dit vensterraam heeft een rechtstreekse uitzicht of uitzichtgevend venster is in de zin van artikel 678 van het Burgerlijk Wetboek. Nu de appelrechters tijdens de plaatsopneming zoals vastgesteld in het proces-verbaal van plaatsopneming en zoals bevestigd in het bestreden vonnis vaststellen dat de verweerder vanuit het geopend dakvenster rechtstreeks zicht kan nemen in de woning van de verweerders alsook in de serre en in een klein deel van de tuin verantwoorden zij niet naar recht hun beslissing dat het uitzicht dat de verweerder door dit dakvenster heeft een schuin of zijdelings uitzicht is in de zin van artikel 679 van het Burgerlijk Wetboek op grond van de enkele overweging dat het hier gaat om een dakvenster geplaatst in een schuin afhellend dak. De appelrechters schenden dan ook het rechtsbegrip rechtstreeks uitzicht of uitzichtgevend venster in de zin van artikel 678 van het Burgerlijk Wetboek (schending artikel 678 van het Burgerlijk Wetboek), en voor zoveel als nodig ook van het rechtsbegrip zijdelings of schuin uitzicht van artikel 679 van het Burgerlijk Wetboek (schending van artikel 679 van het Burgerlijk Wetboek). III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Tweede onderdeel
- Krachtens artikel 678 van het Burgerlijk Wetboek mag men op het besloten of niet besloten erf van zijn nabuur geen rechtstreekse uitzichten of uitzicht gevende vensters, noch balkons of andere soortgelijke vooruitspringende werken hebben, tenzij er een afstand van negentien decimeter is tussen de muur waar men die maakt, en het erf. Krachtens artikel 679 van dit wetboek mag men op datzelfde erf geen zijdelingse of schuine uitzichten hebben, tenzij er een afstand is van zes decimeter.
- Het is voor de beoordeling of een uitzicht rechtstreeks of zijdelings is, niet bepalend of de uitzicht gevende opening of het venster geplaatst is in een schuin afhellend dak.
- Het bestreden vonnis oordeelt dat het door de eiser aangebracht uitzicht schuin of zijdelings is doordat het geplaatst is in een schuin afhellend dak. Het onderdeel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde vonnis. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brugge, zitting houdende in hoger beroep. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit voorzitter Ivan Verougstraete, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Ernest Waûters, en de raadsheren Eric Dirix, Beatrijs Deconinck en Alain Smetryns, en in openbare terechtzitting van 23 januari 2009 uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem, met bijstand van griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080923.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div