id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 26 september 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080926.2 Rolnummer: C.07.0519.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2008-10-21 Raadplegingen: 749 - laatst gezien 2026-07-03 03:24 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Krachtens het territorialiteitsbeginsel, kan de Belgische rechter geen beslagmaatregel bevelen die betrekking heeft op een goed dat zich bevindt op het grondgebied van een vreemde Staat en kan een schuldeiser slechts een gerechtsdeurwaarder gelasten om beslag te leggen op de goederen van zijn debiteur die zich in België bevinden. Thesaurus CAS: BESLAG - GEDWONGEN TENUITVOERLEGGING UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BESLAG EN EXECUTIE - Uitvoerend beslag - Uitvoerend beslag onder derden - Verklaring derde Vrije woorden: Beslag - Territorialiteitsbeginsel Fiche 2 Een schuldvordering is gelokaliseerd in de Staat waar de derde-beslagene zijn woonplaats heeft of, indien de derde-beslagene een rechtspersoon is, in de Staat waar hij zijn zetel of voornaamste vestiging heeft; schuldvorderingen die verband houden met de activiteiten van een Belgisch bijkantoor van een buitenlandse vennootschap worden geacht zich in België te bevinden. Heeft de derde-beslagene zijn woonplaats in het buitenland of is hij aldaar gevestigd dan kan bijgevolg in België geen beslag onder derden gelegd worden op de schuldvorderingen van de beslagene op de derde-beslagene. Indien de derde-beslagene een buitenlandse rechtspersoon is die in België een bijkantoor heeft, kan hier te lande onder het bijkantoor beslag gelegd worden op de schuldvorderingen die de beslagene heeft op die buitenlandse rechtspersoon wegens de activiteiten van het bijkantoor; dit beslag treft bijgevolg de andere schuldvorderingen niet die de beslagene heeft op die buitenlandse rechtspersoon. Thesaurus CAS: BESLAG - GEDWONGEN TENUITVOERLEGGING UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BESLAG EN EXECUTIE - Uitvoerend beslag - Uitvoerend beslag onder derden - Verklaring derde Vrije woorden: Derdenbeslag - Schuldvordering - Lokalisatie - Buitenland - Rechtspersoon - Perken Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 1445 en 1539 Fiche 3 In de verklaring door de derde-beslagene te doen binnen vijftien dagen na het derdenbeslag, dient slechts melding te worden gemaakt van de bedragen die voor een Belgische rechtbank zouden kunnen gevorderd worden. Thesaurus CAS: BESLAG - GEDWONGEN TENUITVOERLEGGING UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BESLAG EN EXECUTIE - Uitvoerend beslag - Uitvoerend beslag onder derden - Verklaring derde Vrije woorden: Derdenbeslag - Verklaring van derde-beslagene - Inhoud Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 1452, eerste lid, 1539 en 1542, tweede lid Tekst van de beslissing Nr. C.07.0519.N FG HEMISPHERE ASSOCIATES LLC, vennootschap naar het recht van de staat Delaware, met zetel 10165 New York (Verenigde Staten van Amerika), 60 East 42nd Street, Suite 2238, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen GENERALE DES CARRIERES ET DES MINES, (GECAMINES), publieke onderneming naar Congolees recht, afgekort Gecamines, met zetel te Lubumbashi, (Democratische Republiek Congo), B.P. 450, avenue Kamanyola 490, verweerster, vertegenwoordigd door mr. John Kirkpatrick, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Keizerslaan 3, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, gewezen op 22 mei 2007 van het Hof van Beroep te Brussel. Raadsheer Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift een middel aan. Geschonden wettelijke bepalingen - de artikelen 7 en 8 van de Hypotheekwet van 16 december 1851 (zijnde Titel XVIII van Boek III van het Burgerlijk Wetboek); - de artikelen 1445, 1452, 1503, 1539, 1542 en 1543 van het Gerechtelijk Wetboek. Aangevochten beslissingen Het bestreden arrest verklaart de vorderingen van eiseres die ertoe strekten de verweerster te horen veroordelen tot betaling of afgifte van de in beslag genomen bedragen en de verweerster te horen veroordelen tot schuldenaar van de oorzaak en kosten van het beslag, ongegrond en verklaart de vordering van de verweerster om de beschikking van 7 april 2005 van de beslagrechter te horen intrekken en zich te horen veroordelen tot het geven van handlichting met betrekking tot het bij exploot van 11 april 2005 gelegde bewarend beslag onder derden, gegrond, en dit op grond van de volgende motieven: "
- Gecamines België stelt dat zij in haar verklaring van derde-beslagene enkel haar eigen schulden moet opnemen en niet die van Gecamines. Gecamines België heeft geen afzonderlijke rechtspersoonlijkheid. In wezen is zij dus een deel van Gecamines dat in België gelegen is. Artikel 1445 van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat iedere schuldeiser onder een derde bewarend beslag kan leggen op de bedragen of zaken die deze aan zijn schuldenaar verschuldigd is. Artikel 1539 van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat de schuldeiser die een uitvoerbare titel bezit uitvoerend beslag onder derden kan leggen op de bedragen en zaken die deze aan zijn schuldenaar verschuldigd zijn. Deze wetsbepalingen maken geen onderscheid tussen de bedragen door de derde-beslagene verschuldigd in België of in het buitenland. Dergelijk onderscheid bestaat enkel wanneer de hoofdzetel en het bijkantoor een afzonderlijke rechtspersoonlijkheid hebben, wat hier niet het geval is (E. Dirix en K. Broeckx, Beslag (APR, 2001), blz. 413, nr. 709; E. Dirix, Beslag en collectieve schuldenregeling (overzicht van rechtspraak, 1997-2001), TPR 2002, blz. 1256, nr. 96). Er wordt echter een beperking op dit principe aangenomen in die zin dat het beslag onder derden enkel kan gelegd worden in die Staten waar de schuldeiser van de derde-beslagene zelf de betaling van zijn schuldvordering kan eisen. Deze stelling is in overeenstemming met het principe van de territoriale werking van het beslag (M Grégoire, La succursale bancaire confrontée à la saisie-arrêt, Cahiers AEDBF (Bruylant, 1996), p. 251-253; RPDB, Comp. VIII, V° La saisie-arrêt bancaire, p. 813, n° 23). De schuldeiser die tot beslag onder derden wil overgaan moet dus nagaan waar zijn schuldenaar, schuldeiser van de toekomstige derde-beslagene, betaling van de toekomstige derde-beslagene kan eisen (M. Grégoire, La succursale bancaire confrontée à la saisie-arrêt, Cahiers AEDBF (Bruylant, 1996), p. 251). Aangezien deze beperking in overeenstemming is met het principe van de territoriale werking van het beslag dat verhindert dat vermogensbestanddelen die zich niet op Belgisch grondgebied bevinden door een Belgische beslagmaatregel worden getroffen en tevens belet dat een procedure aanhangig wordt gemaakt in een Staat waarin geen enkele band met de zaak bestaat, dient te worden aangenomen dat deze hier van toepassing is. (De eiseres) merkt op dat de aanvaarding van deze beperking tot gevolg heeft dat een bijkantoor zonder afzonderlijke rechtspersoonlijkheid steeds kan verklaren niets verschuldigd te zijn. De voorbeelden aangehaald door M. Grégoire bewijzen het tegendeel (M. Grégoire, La succursale bancaire confrontée à la saisie-arrêt, Cahiers AEDBF (Bruylant, 1996), p. 253). Gecamines België stelt dat Gecamines betrekkingen met Snel onderhoudt maar dat deze alle in de Democratische Republiek Kongo gesitueerd zijn en dat de schuldvorderingen die het gevolg van deze betrekkingen zijn eveneens in de Democratische Republiek Kongo gesitueerd zijn. Schuldvorderingen worden immers gelokaliseerd in de woonplaats van de schuldenaar en Gecamines is een Kongolees overheidsbedrijf met maatschappelijke zetel in de Democratische Republiek Kongo (G. Van Hecke en K. Lenaerts, Internationaal privaatrecht (APR, 1989, blz. 310, nr. 661; E. Dirix en K. Broeckx, Beslag (APR, 2001), blz. 70, nr. 94). Gecamines België roept verder in dat de betalingen van Gecamines aan Snel in de Democratische Republiek Kongo plaatsvinden. Deze argumenten van Gecamines België stemmen overeen met een interne nota van 1 maart 2004 van Gecamines België aan Gecamines waarin zij het heeft over de schulden die in Kongo gelokaliseerd zijn. De omschrijving van de activiteiten van Gecamines België bij de aanvraag van Gecamines tot inschrijving in het handelsregister van Brussel op 8 februari 1982 is de bevoorrading en wisselstukken en uitrustingsgoederen voor de productiecentra van Shaba en in Europa de aanwerving en het bestuur van het uitgeweken personeel verzekeren. Deze activiteiten betreffen op generlei wijze relaties met Snel. (De eiseres) van haar kant beperkt zich ertoe te stellen dat Gecamines beslagbare goederen in België heeft en dat zij haar schulden aan Snel bevrijdend in België kan betalen. Deze beweringen volstaan niet om aan te nemen dat Snel, schuldenaar van (de eiseres), betaling van Gecamines België kan eisen en wegen niet op tegen de in dit verband door Gecamines België ingeroepen argumenten en de concrete vaststellingen hierover. Er moet derhalve worden aangenomen dat in deze zaak Gecamines België terecht inroept dat zij in haar verklaring van derde-beslagene slechts haar schulden moest opnemen en niet die van Gecamines. Vermits uit de verklaring van derde-beslagene van 28 januari 2004 blijkt dat Gecamines België geen gelden aan Snel verschuldigd is, is de vordering van (de eiseres) ongegrond.
- Krachtens artikel 1543 van het Gerechtelijk Wetboek, is de derde-beslagene wiens schuld vaststaand en eisbaar is, ertoe gehouden overeenkomstig zijn verklaring, op overlegging van het exploot van aanzegging, afgifte te doen in handen van de gerechtsdeurwaarder van het bedrag van het beslag, bij gebreke waarvan hij daartoe veroordeeld wordt op dagvaarding door de beslaglegger voor de beslagrechter. (De eiseres) heeft op grond van dit wetsartikel de toelating gevraagd om bewarend beslag onder derden te leggen ten laste van Gecamines, wat haar is toegestaan bij beschikking van 7 april
- Bij lezing van het verzoekschrift blijkt niet dat dit tevens op artikel 1542 van het Gerechtelijk Wetboek gestoeld is. Ter zake wordt er beslag onder derden gelegd bij Gecamines België. Het verwijt van (de eiseres) dat er geen afgifte van het bedrag van het beslag gebeurt overeenkomstig artikel 1543 van het Gerechtelijk Wetboek betreft dus Gecamines België. Er is hierboven vastgesteld dat Gecamines België volgens haar verklaring van derde-beslagene van 28 januari 2004 geen gelden aan Snel verschuldigd is. Haar aanvullende verklaring van 14 mei 2004 dient hier niet in aanmerking te komen daar dit de schulden van Gecamines betreft, die Gecamines België in haar verklaring niet moet opnemen, zoals zij trouwens reeds in haar verklaring van 28 januari 2004 uitdrukkelijk meedeelt en waarnaar zij in haar aanvullende verklaring van 14 mei 2004 nogmaals verwijst. Gecamines België was dus niet gehouden tot afgifte van het bedrag van het beslag vermits er in haar hoofde geen vaststaande en eisbare schuld is. De eerste rechter heeft bijgevolg terecht de beschikking van 7 april 2005 ingetrokken en vastgesteld dat het op basis hiervan gelegde bewarend beslag opgeheven wordt" (bestreden arrest, blz. 5-7). Grieven Eerste onderdeel Artikel 1539 van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat de schuldeiser die een uitvoerbare titel bezit, bij gerechtsdeurwaardersexploot uitvoerend beslag onder derden kan leggen op de bedragen en zaken die deze aan zijn schuldenaar verschuldigd zijn. Artikel 1445 van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat iedere schuldeiser, op grond van authentieke of onderhandse stukken, bij gerechtsdeurwaarder, onder een derde, bewarend beslag kan leggen op de bedragen of zaken die deze aan zijn schuldenaar verschuldigd is. Luidens artikel 1452 van het Gerechtelijk Wetboek, is de derde-beslagene gehouden binnen vijftien dagen na het derdenbeslag verklaring te doen van de sommen of zaken die het voorwerp zijn van het beslag. De verklaring moet nauwkeurig alle dienstige gegevens voor de vaststelling van de rechten van partijen vermelden. Deze bepaling is luidens artikel 1539 van het Gerechtelijk Wetboek ook van toepassing op het uitvoerend beslag onder derden. Artikel 1542 van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat, indien de derde-beslagene zijn verklaring niet doet binnen vijftien dagen na het derdenbeslag of ze niet met nauwkeurigheid heeft gedaan en zoals gezegd wordt in artikel 1452, de derde-beslagene die daartoe voor de beslagrechter wordt gedagvaard, schuldenaar verklaard kan worden, voor het geheel of voor een gedeelte van de oorzaken van het beslag, alsmede voor de kosten daarvan, onverminderd de kosten van de tegen hem ingestelde rechtspleging, die in die gevallen te zijnen laste zijn. Overeenkomstig artikel 1543 van het Gerechtelijk Wetboek kan de derde-beslagene die na het verstrijken van de termijnen niet vrijwillig afgifte doet van het bedrag van het beslag in handen van de gerechtsdeurwaarder, daartoe worden veroordeeld door de beslagrechter. Artikel 7 van de Hypotheekwet bepaalt bovendien dat ieder die persoonlijk verbonden is, gehouden is zijn verbintenissen na te komen, onder verband van al zijn goederen, hetzij roerende, hetzij onroerende, zo tegenwoordige als toekomstige. Artikel 8 van de Hypotheekwet bepaalt dat de goederen van de schuldenaar strekken tot gemeenschappelijke waarborg voor zijn schuldeisers. Uit al deze wetsbepalingen vloeit voort dat de schuldeiser beslag kan leggen op alle goederen van de schuldenaar, ongeacht waar deze zich bevinden. Dit vloeit eveneens voort uit artikel 1503 van het Gerechtelijk Wetboek, op grond waarvan het beslag kan worden gedaan buiten de woonplaats van de schuldenaar en bij een derde. De bedragen die een derde verschuldigd is aan de schuldenaar, maken deel uit van het vermogen van de schuldenaar, zodat de schuldeiser op deze bedragen beslag kan leggen. De derde-beslagene moet in zijn verklaring bijgevolg melding maken van alle bedragen die hij aan de beslagen schuldenaar verschuldigd is, ook als de tegoeden van de beslagen schuldenaar zich in het buitenland bevinden. Dit is slechts anders, indien de Belgische vestiging en de buitenlandse vestiging van de derde-beslagene afzonderlijke rechtspersoonlijkheid genieten. De appelrechters stellen vast dat de verweerster 233.604.926,97 USD verschuldigd is aan Snel (bestreden arrest, p. 2, vierde laatste alinea). Zij stellen eveneens vast dat "Gecamines België" geen afzonderlijke rechtspersoonlijkheid heeft en dus een deel is van de verweerster dat in België is gelegen, en dat de hoofdzetel en het bijkantoor van de verweerster geen afzonderlijke rechtspersoonlijkheid hebben (bestreden arrest, p. 5, vierde en zevende alinea). Door niettemin te beslissen dat de verweerster in haar verklaring van derde-beslagene slechts de schulden van haar Belgische bijkantoor moest opnemen, en op grond daarvan de vorderingen van de eiseres wegens onvolledige en laattijdige verklaring en wegens het gedeeltelijk uit handen geven van het voorwerp van het beslag, alsook de vordering van de eiseres strekkende tot afgifte van het bedrag van het beslag ongegrond te verklaren, schenden de appelrechters derhalve de artikelen 7 en 8 van de Hypotheekwet en 1445, 1452, 1503, 1539, 1542 en 1543 van het Gerechtelijk Wetboek. Tweede onderdeel Artikel 1445 van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat iedere schuldeiser, op grond van authentieke of onderhandse stukken, bij gerechtsdeurwaarder, onder een derde, bewarend beslag kan leggen op de bedragen of zaken die deze aan zijn schuldenaar verschuldigd is. Artikel 1539 van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat de schuldeiser die een uitvoerbare titel bezit, bij gerechtsdeurwaardersexploot uitvoerend beslag onder derden leggen, op de bedragen en zaken die deze aan zijn schuldenaar verschuldigd zijn. De derde-beslagene die na het verstrijken van de termijnen niet vrijwillig afgifte doet van het bedrag van het beslag in handen van de gerechtsdeurwaarder, kan daartoe worden veroordeeld door de beslagrechter overeenkomstig artikel 1543 van het Gerechtelijk Wetboek. Op grond van voormelde bepalingen kan onder een Belgische vestiging van een rechtspersoon met zetel in het buitenland beslag gelegd worden op alle bedragen en zaken die de rechtspersoon aan de schuldenaar verschuldigd is. De wet maakt daarbij geen onderscheid tussen schuldvorderingen die in België of in het buitenland gelokaliseerd zijn. Ook schuldvorderingen die in het buitenland gelokaliseerd zijn, maken deel uit van het beslag. Dit vloeit niet enkel voort uit artikel 1539 van het Gerechtelijk Wetboek maar ook uit de artikelen 7 en 8 van de Hypotheekwet, op grond waarvan alle goederen van de derde-beslagene het strekken tot gemeenschappelijke waarborg voor de schuldenaar, alsook uit artikel 1503 van het Gerechtelijk Wetboek, op grond waarvan het beslag kan worden gedaan buiten de woonplaats van de schuldenaar en bij een derde. Terzake stellen de appelrechters vast dat de eiseres een schuldvordering heeft op Snel ten belope van 80.524.670,43 USD en dat de verweerster 233.604.926,97 USD verschuldigd is aan Snel. Uit de vaststellingen van de appelrechters blijkt eveneens dat de verweerster in België een vestiging heeft en dat er zich goederen en gelden toebehorend aan de verweerster in België bevonden. Uit de artikelen 1445, 1503 en 1539 van het Gerechtelijk Wetboek en 7 en 8 van de Hypotheekwet vloeit voort dat eiseres beslag kan leggen op de bedragen die de verweerster verschuldigd is aan Snel en aan de Democratische Republiek Congo, ongeacht waar de schuldvordering gelokaliseerd is. Door te beslissen dat het beslag onder derden enkel kan gelegd worden in die staten waar de beslagen schuldenaar, schuldeiser van de derde-beslagene, zelf de betaling van zijn schuldvordering kan eisen, en dat, nu Snel en de Democratische Republiek Congo geen betaling van hun schuldvordering konden eisen van de verweerster in België, de verweerster niet gehouden was tot afgifte van het bedrag van het beslag, schenden de appelrechters de artikelen 7 en 8 van de Hypotheekwet en 1445, 1503, 1539 en 1543 van het Gerechtelijk Wetboek. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Tweede onderdeel
- Krachtens het territorialiteitsbeginsel, kan de Belgische rechter geen beslagmaatregel bevelen die betrekking heeft op een goed dat zich bevindt op het grondgebied van een vreemde Staat en kan een schuldeiser slechts een gerechtsdeurwaarder gelasten om beslag te leggen op de goederen van zijn debiteur die zich in België bevinden.
- Een schuldvordering is gelokaliseerd in de Staat waar de derde-beslagene zijn woonplaats heeft of, indien de derde-beslagene een rechtspersoon is, in de Staat waar hij zijn zetel of voornaamste vestiging heeft. Schuldvorderingen die verband houden met de activiteiten van een Belgisch bijkantoor van een buitenlandse vennootschap worden geacht zich in België te bevinden.
- Heeft de derde-beslagene zijn woonplaats in het buitenland of is hij aldaar gevestigd dan kan bijgevolg in België geen beslag onder derden gelegd worden op de schuldvorderingen van de beslagene op de derde-beslagene.
- Indien de derde-beslagene een buitenlandse rechtspersoon is die in België een bijkantoor heeft, kan hier te lande onder het bijkantoor beslag gelegd worden op de schuldvorderingen die de beslagene heeft op die buitenlandse rechtspersoon wegens de activiteiten van het bijkantoor. Dit beslag heeft uitsluitend de onbeschikbaarheid van deze schuldvorderingen tot gevolg en treft bijgevolg niet andere schuldvorderingen die de beslagene heeft op die buitenlandse rechtspersoon.
- Het onderdeel berust op de foutieve juridische onderstelling dat onder het Belgisch bijkantoor van een rechtspersoon, met zetel in het buitenland, beslag kan worden gelegd op alle bedragen die deze rechtspersoon aan de beslagene verschuldigd is, zonder dat rekening moet worden gehouden met het feit of die bedragen al dan niet verband houden met de activiteiten van het Belgisch bijkantoor. Het onderdeel faalt naar recht. Eerste onderdeel
- Krachtens artikel 1539 van het Gerechtelijk Wetboek, kan de schuldeiser die een uitvoerbare titel bezit, bij deurwaardersexploot uitvoerend beslag onder derden leggen, op de bedragen en zaken die deze aan zijn schuldenaar verschuldigd is. Krachtens artikel 1452, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek, is de derde-beslagene, binnen vijftien dagen na het derdenbeslag, gehouden verklaring te doen van de sommen of zaken die het voorwerp zijn van een beslag. Luidens het tweede lid van die wetsbepaling, moet de verklaring nauwkeurig alle dienstige gegevens voor de vaststelling van de rechten van partijen vermelden en inzonderheid de oorzaken en het bedrag van de schuld, de dag van haar opeisbaarheid en in voorkomend geval haar modaliteiten. Krachtens artikel 1542, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek, kan de derde-beslagene die daartoe voor de beslagrechter wordt gedagvaard, schuldenaar verklaard worden, voor het geheel of voor een gedeelte van de oorzaken van het beslag, alsmede voor de kosten daarvan, onverminderd de kosten van de tegen hem ingestelde rechtspleging, die in die gevallen te zijnen laste zijn, indien hij zijn verklaring niet doet binnen vijftien dagen na het derdenbeslag of ze niet met nauwkeurigheid heeft gedaan.
- Uit het antwoord op het tweede onderdeel blijkt dat een beslag onder een buitenlandse rechtspersoon, die in België een bijkantoor heeft, slechts de bedragen treft die verband houden met de exploitatie van het bijkantoor. In de verklaring dient slechts melding te worden gemaakt van de bedragen die voor een Belgische rechtbank zouden kunnen gevorderd worden.
- Het hof van beroep dat vaststelt dat Snel geen betaling van Gecamines in België kon eisen en oordeelt dat Gecamines België in haar verklaring van derde-beslagene slechts "haar schulden" moest opnemen, schendt de in het onderdeel aangewezen wetsbepalingen niet. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres in de kosten. De kosten zijn begroot op de som van 516,51 euro jegens de eisende partij en op de som van 165,79 euro jegens de verwerende partij. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit voorzitter Ivan Verougstraete, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Ernest Waûters, en de raadsheren Eric Dirix, Eric Stassijns en Beatrijs Deconinck, en in openbare terechtzitting van 26 september 2008 uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem, met bijstand van adjunct-griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080926.2 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240111.1N.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div