id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 26 september 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080926.4 Rolnummer: C.06.0127.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2008-10-21 Raadplegingen: 633 - laatst gezien 2026-07-03 09:27 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Wanneer de rechter termijnen bepaalt om conclusie te nemen, moeten telkens zowel de neerlegging van de conclusie ter griffie als de gelijktijdige toezending ervan aan de tegenpartij binnen de bepaalde termijn plaatsvinden; de enkele neerlegging van de conclusie ter griffie zonder gelijktijdige toezending aan de tegenpartij voldoet niet aan het wettelijke vereiste; in voorkomend geval moet de rechter de laattijdig toegezonden conclusie uit het debat weren, ook al is ze tijdig neergelegd ter griffie
(1).
(1)Cass., volt. terechtz., 9 dec. 2005, AR C.04.0135.F ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051209.5, A.C., 2005, nr 654, met concl. van advocaat-generaal Werquin, in Pas. Thesaurus CAS: RECHTBANKEN - BURGERLIJKE ZAKEN - Algemeen UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Behandeling van de zaak - Conclusie - Algemeen Vrije woorden: Conclusietermijnen - Termijnen door de rechter bepaald - Vereisten - Conclusie ambtshalve uit het debat geweerd Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 745 en 747, § 2, vijfde en zesde lid Thesaurus CAS: VONNISSEN EN ARRESTEN - BURGERLIJKE ZAKEN - Algemeen UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Behandeling van de zaak - Conclusie - Algemeen Vrije woorden: Conclusietermijnen - Termijnen door de rechter bepaald - Vereisten - Conclusie ambtshalve uit het debat geweerd Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 745 en 747, § 2, vijfde en zesde lid Fiche 3 De rechter die de termijnen bepaalt om conclusie te nemen, legt dwingende termijnen op
(1).
(1)Cass., 18 mei 2000, AR C.99.0185.N ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000518.5, A.C., 2000, nr 305; Cass., 10 okt. 2005, AR C.03.0522.N ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051010.3, A.C., 2005, nr 492. Thesaurus CAS: VONNISSEN EN ARRESTEN - BURGERLIJKE ZAKEN - Algemeen UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Behandeling van de zaak - Conclusie - Algemeen Vrije woorden: Conclusie - Termijn om conclusie te nemen - Door de rechter bepaalde termijn - Aard Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 747, § 2, vijfde en zesde lid Fiche 4 Een partij heeft krachtens de wet belang dat een laattijdig toegezonden conclusie ambtshalve uit het debat wordt geweerd
(1).
(1)Cass., 14 mei 1999, AR C.95.0149.N ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990514.2, A.C., 1999, nr 281; Cass., 10 okt. 2005, AR C.03.0522.N ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051010.3, A.C., 2005, nr 492. Thesaurus CAS: VONNISSEN EN ARRESTEN - BURGERLIJKE ZAKEN - Algemeen UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Behandeling van de zaak - Conclusie - Algemeen Vrije woorden: Conclusie - Termijn om conclusie te nemen - Conclusie laattijdig toegezonden - Belang van de tegenpartij Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 747, § 2, vijfde en zesde lid Fiche 5 Een middel dat een procedurele onregelmatigheid in eerste aanleg aanvoert, vertoont voor de eiser in cassatie het vereiste belang wanneer ingevolge het slagen van het middel de zaak in hoger beroep, zonder uitstel door verwijzing naar de eerste rechter, vlugger wordt afgehandeld
(1)(Impliciete oplossing).
(1)Cass., 14 mei 1999, AR C.95.0149.N ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990514.2, A.C., 1999, nr 281; Cass., 10 okt. 2005, AR C.03.0522.N ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051010.3, A.C., 2005, nr
- Thesaurus CAS: CASSATIEMIDDELEN - BURGERLIJKE ZAKEN - Belang UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Behandeling van de zaak - Conclusie - Algemeen Vrije woorden: Procedurele onregelmatigheid in eerste aanleg Tekst van de beslissing Nr. C.06.0127.N
- L.J.,
- PROTEUS, besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, met zetel te 2820 Bonheiden, Domis de Semerpontlaan 35, eiseressen, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1050 Brussel, Vilain XIIII-straat 17, waar de eiseressen woonplaats kiezen, tegen DP CONSULTING, besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, met zetel te 2610 Wilrijk, Schoonselstraat 4, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 7 februari 2005 gewezen door het Hof van Beroep te Antwerpen. Raadsheer Beatrijs Deconinck heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseressen voeren in hun verzoekschrift een middel aan. Het verzoekschrift wordt aan dit arrest gehecht en maakt er deel van uit. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid
- De verweerster werpt op dat het middel niet ontvankelijk is omdat het geen belang vertoont voor de eiseressen.
- Anders dan de grond van niet-ontvankelijkheid opwerpt, hebben de eiseressen er belang bij dat de zaak in hoger beroep, zonder uitstel door verwijzing naar de eerste rechter, vlugger wordt afgehandeld.
- Wanneer ingevolge het slagen van het middel de beslissing van de eerste rechter, daarin inbegrepen de bevolen onderzoeksmaatregel, nietig is, dan kunnen de appelrechters die maatregel niet bevestigen en de zaak niet terug naar de eerste rechter terug verwijzen, hetgeen de rechtspleging in hoger beroep raakt.
- Het is daarbij zonder belang dat de geweerde conclusie een synthese-conclusie is.
- De verweerster werpt op dat het middel geen belang vertoont nu de aangevoerde onregelmatigheid de geldigheid van de in hoger beroep gevoerde procedure niet aantast. Het middel komt op tegen de bevestiging door de appelrechters van het beroepen vonnis met betrekking tot de voorgehouden schending van artikel 747, §2, van het Gerechtelijk Wetboek. De eisers behouden in dit verband hun belang om een procedurele onregelmatigheid in eerste aanleg aan te voeren.
- Het middel van niet-ontvankelijkheid moet worden verworpen. Middel zelf
- Krachtens artikel 745 van het Gerechtelijk Wetboek, worden alle conclusies aan de tegenpartij of aan haar advocaat gezonden tezelfdertijd als zij ter griffie worden neergelegd.
- Krachtens artikel 747, §2, vijfde lid, van het Gerechtelijk Wetboek, bepaalt de voorzitter of de door hem aangewezen rechter de termijnen om conclusie te nemen en de rechtsdag. Krachtens het zesde lid van diezelfde bepaling, worden, onverminderd de toepassing van de uitzonderingen bedoeld in artikel 748, §§ 1 en 2, de conclusies die zijn overgelegd na het verstrijken van de termijnen in het voorgaande lid, ambtshalve uit het debat geweerd.
- Wanneer de rechter bij toepassing van voormelde bepaling termijnen bepaalt om conclusie te nemen, moeten telkens zowel de neerlegging van de conclusie ter griffie als de gelijktijdige toezending ervan aan de tegenpartij binnen de bepaalde termijn plaatsvinden. De enkele neerlegging van de conclusie ter griffie zonder gelijktijdige toezending aan de tegenpartij voldoet niet aan het wettelijke vereiste. In voorkomend geval moet de rechter de laattijdig toegezonden conclusie uit het debat weren, ook al is ze tijdig neergelegd ter griffie.
- De rechter die overeenkomstig artikel 747, §2, van het Gerechtelijk Wetboek, de termijnen bepaalt om conclusie te nemen, legt dwingende termijnen op. Een partij heeft krachtens de wet belang dat een laattijdig toegezonden conclusie ambtshalve uit het debat wordt geweerd.
- De eerste rechter die bij toepassing van artikel 747, §2, van het Gerechtelijk Wetboek termijnen bepaalt om conclusie te nemen, stelt vast dat: - de door de verweerster op 17 december 1999 en zodoende tijdig ter griffie neergelegde conclusie laattijdig aan de eiseressen is toegezonden; - de eiseressen van oordeel zijn dat deze conclusie uit het debat moet worden geweerd, alsook de syntheseconclusie van de verweerster van 11 februari
- De eerste rechter stelt niet vast dat de partijen het eens waren de conclusie binnen het debat te houden. De eerste rechter oordeelt vervolgens dat de laattijdige toezending geen sanctie binnen de procedure meebrengt en beslist de bedoelde conclusies niet uit het debat te weren.
- De appelrechters stellen vast dat: - de door de verweerster op 17 december 1999 en zodoende tijdig ter griffie neergelegde conclusie laattijdig aan de eiseressen is toegezonden; - de door de verweerster op 11 februari 2000 en zodoende tijdig ter griffie neergelegde conclusie laattijdig aan de eiseressen is overhandigd. De appelrechters oordelen vervolgens dat de eerste rechter terecht de conclusies niet uit het debat heeft geweerd, aangezien de eiseressen op de conclusie van 17 december 1999 hebben kunnen antwoorden en de eiseressen voorts de laattijdige overhandiging van de conclusie van 11 februari 2000 niet nadrukkelijk ter kennis van de eerste rechter hebben gebracht, derwijze dat het recht van verdediging van de eiseressen niet is geschonden. De appelrechters die mede op die gronden de beslissing van de eerste rechter deels bevestigen, verantwoorden hun beslissing niet naar recht. Het middel is in zoverre gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar het Hof van Beroep te Brussel. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit voorzitter Ivan Verougstraete, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Ernest Waûters, en de raadsheren Eric Dirix, Eric Stassijns en Beatrijs Deconinck, en in openbare terechtzitting van 26 september 2008 uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem, met bijstand van adjunct-griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080926.4 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2017:CONC.20170421.1 ECLI:BE:CASS:2017:CONC.20171114.1 precedenten: ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990514.2 ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000518.5 ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051010.3 ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051209.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div