id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 07 oktober 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081007.2 Rolnummer: P.08.0570.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Constitutioneel recht - Burgerlijk recht - Belastingrecht Invoerdatum: 2008-10-23 Raadplegingen: 677 - laatst gezien 2026-07-03 10:07 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Een nieuwe wet is in de regel niet alleen van toepassing op toestanden die na haar inwerkingtreding ontstaan, maar ook op de toekomstige gevolgen van de onder de vroegere wet ontstane toestanden die zich voordoen of die voortduren onder gelding van de nieuwe wet, voor zover die toepassing geen afbreuk doet aan reeds onherroepelijk vastgestelde rechten
(1).
(1)Cass., 3 juni 2004, AR C.03.0070.N ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040603.7, A.C., 2004, nr 302; 9 sept. 2004, AR C.03.0492.F ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040909.26, A.C., 2004, nr 399; 24 jan. 2005, AR C.04.0é.N, A.C., 2005, nr 48; 27 april 2007, AR C.06.0363.N ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070427.4, A.C., 2007, nr 213. Thesaurus CAS: WETTEN. DECRETEN. ORDONNANTIES. BESLUITEN - WERKING IN DE TIJD EN IN DE RUIMTE UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - BURGERLIJK RECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Wetten - Toepassing in tijd Vrije woorden: Werking in de tijd - Beginsel van de niet-terugwerkende kracht van de wetten Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - Art. 2 Fiche 2 In zake belastingen blijven materiële rechtsregels die van kracht zijn op het ogenblik dat de belasting moet worden gevestigd, toepasselijk ongeacht het tijdstip waarop de procedure tot invordering moet worden ingeleid. Thesaurus CAS: WETTEN. DECRETEN. ORDONNANTIES. BESLUITEN - WERKING IN DE TIJD EN IN DE RUIMTE UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - BURGERLIJK RECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Wetten - Toepassing in tijd Vrije woorden: Werking in de tijd - Belastingen - Materiële rechtsregels - Toepassingsgebied Fiches 3 - 4 Bij het verstrijken van de in artikel 221, lid 3, Communautair Douanewetboek gestelde termijn verjaart de actie tot invordering van de douaneschuld, onverminderd de in dit artikel vastgestelde uitzondering, hetgeen gelijkstaat met de verjaring en dus met het tenietgaan van de schuld zelf, zodat, gelet op deze aldus geformuleerde regel, artikel 221, lid 3, anders dan de leden 1 en 2 van dit artikel, als een materiële bepaling dient te worden aangemerkt, en derhalve niet kan worden toegepast op de invordering van een douaneschuld die vóór 1 januari 1994 is ontstaan; wanneer de douaneschuld vóór de inwerkingtreding van het Communautair Douanewetboek op 1 januari 1994 is ontstaan, valt de verjaring van deze douaneschuld onder de op dat tijdstip geldende materiële regels en niet onder de artikelen 220 en 221, Communautair Douanewetboek, ook al is de procedure tot invordering van de schuld na 1 januari 1994 aangevat
(1).
(1)H.v.J., 23 feb. 2006, Belgische Staat t./ Molenbergnatie, nr C-201/04, PB 3 juni 2006, C 131/
- Thesaurus CAS: DOUANE EN ACCIJNZEN UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - BURGERLIJK RECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Wetten - Toepassing in tijd Vrije woorden: Communautair Douanewetboek - Artikel 221, derde lid - Douaneschuld ontstaan vóór de inwerkingtreding van het communautair douanewetboek - Invordering - Aard van deze bepaling - Gevolg - Toepassing in de tijd Thesaurus CAS: WETTEN. DECRETEN. ORDONNANTIES. BESLUITEN - WERKING IN DE TIJD EN IN DE RUIMTE UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - BURGERLIJK RECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Wetten - Toepassing in tijd Vrije woorden: Werking in de tijd - Communautair Douanewetboek - Artikel 221, derde lid - Douaneschuld ontstaan vóór de inwerkingtreding van het communautair douanewetboek - Invordering - Aard van deze bepaling Tekst van de beslissing Nr. P.08.0570.N I. BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën met kantoor te 1000 Brussel, Wetstraat 14, voor wie optreedt de directeur der douane en accijnzen, met kantoor te 9000 Gent, administratief centrum "Ter Plaeten", Sint-Lievenslaan 27, vervolgende partij, eiser, vertegenwoordigd door mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie, II.
- BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Economie, met kantoor te 1000 Brussel, de Meeussquare 23, onder wiens bevoegdheid viel de centrale Dienst voor Contingenten en Vergunningen, burgerlijke partij,
- BELGISCH INTERVENTIE- EN RESTITUTIEBUREAU, afgekort B.I.R.B., openbare instelling met rechtspersoonlijkheid, met zetel te 1040 Brussel, Trierstraat 82, burgerlijke partij, eisers, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, alle cassatieberoepen tegen
- D R H D, beklaagde,
- H M I V, beklaagde,
- Alex VROMBAUT, advocaat te 8000 Brugge, Bevrijdingslaan 4, bus 1, in zijn hoedanigheid van curator over het faillissement van V P W nv, gedaagde,
- F A D G, beklaagde en civielrechtelijk aansprakelijke partij, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Gent, correctionele kamer, van 27 februari
- De eiser I en de eisers II voeren elk in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Luc Huybrechts heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Afstand
- De eiser I doet afstand van zijn cassatieberoep in zoverre het bestreden arrest tegen de verweerder 3 bij verstek is gewezen en nog niet aan hem werd betekend, zodat een onmiddellijk cassatieberoep tegen die beslissing niet ontvankelijk zou zijn. Eisers cassatieberoep is echter wel ontvankelijk, zodat er geen grond bestaat afstand ervan te verlenen. Middel van de eiser I Eerste onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van: - de artikelen 217 en 221, in het bijzonder het eerste en derde lid, Communautair Douanewetboek (CDW), - de artikelen 2.1, 2.2 en 3 van de verordening (EEG) nr. 1697/79 van de Raad van 24 juli 1979, - artikel 2 Burgerlijk Wetboek, en miskenning van: - het algemeen rechtsbeginsel van de niet-terugwerkende kracht van een wet, volgens het welk een nieuwe wet in de regel niet alleen van toepassing is op toestanden die na haar inwerkingtreding ontstaan, maar ook op de toekomstige gevolgen van de onder de vroegere wet ontstane toestanden die zich voordoen of die voortduren onder vigeur van de nieuwe wet, voor zover die toepassing geen afbreuk doet aan reeds onherroepelijk vastgestelde rechten, - het algemeen rechtsbeginsel dat de materiële rechtsregels van kracht op het ogenblik dat de belasting moet worden gevestigd, toepasselijk blijven en dat een nieuwe procedureregel, hoewel in beginsel van toepassing vanaf zijn inwerkingtreding op de hangende rechtsgedingen, geacht wordt niet te gelden met betrekking tot vóór de inwerkingtreding ervan verworven rechtsposities.
- Volgens artikel 2 Burgerlijk Wetboek beschikt de wet alleen voor het toekomende; zij heeft geen terugwerkende kracht. Overeenkomstig een uit artikel 2 Burgerlijk Wetboek afgeleid algemeen rechtsbeginsel is een nieuwe wet in de regel niet alleen van toepassing op toestanden die na haar inwerkingtreding ontstaan, maar ook op de toekomstige gevolgen van de onder de vroegere wet ontstane toestanden die zich voordoen of die voortduren onder gelding van de nieuwe wet, voor zover die toepassing geen afbreuk doet aan reeds onherroepelijk vastgestelde rechten. In zake belastingen blijven evenwel de materiële rechtsregels die van kracht zijn op het ogenblik dat de belasting moet worden gevestigd, toepasselijk ongeacht het tijdstip waarop de procedure tot invordering moet worden ingeleid.
- De regel over de aanvangsdatum van de verjaring is een materiële rechtsregel. Het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen heeft in zijn arrest van 23 februari 2006 in de Zaak C-201/04 (Belgische Staat tegen Molenbergnatie nv), voor recht verklaard: "Bij het verstrijken van de in artikel 221, lid 3, van verordening nr. 2913/92 gestelde termijn verjaart de actie tot invordering van de douaneschuld, onverminderd de in dit artikel vastgestelde uitzondering, hetgeen gelijkstaat met de verjaring en dus met het tenietgaan van de schuld zelf. Gelet op deze aldus geformuleerde regel dient artikel 221, lid 3, anders dan de leden 1 en 2 van dit artikel, als een materiële bepaling te worden aangemerkt, en kan het derhalve niet worden toegepast op de invordering van een douaneschuld die vóór 1 januari 1994 is ontstaan. Wanneer de douaneschuld vóór 1 januari 1994 is ontstaan, kan zij alleen onder de op dat tijdstip geldende verjaringsregels vallen, ook al is de procedure tot invordering van de schuld na 1 januari 1994 aangevat."
- Wanneer de douaneschuld is ontstaan vóór de inwerkingtreding van het CDW op 1 januari 1994, valt de verjaring van deze douaneschuld onder de op dat tijdstip geldende materiële regels en niet onder de artikelen 220 en 221 CDW.
- De appelrechters hebben de feiten gesitueerd op 7 juni
- Op die datum was de verordening (EEG) nr. 1697/79 van de Raad van 24 juli 1979 van toepassing.
- Artikel 2 van die verordening bepaalt: "1 . Wanneer de bevoegde autoriteiten constateren dat het gehele of gedeeltelijke bedrag van de rechten bij invoer of bij uitvoer dat wettelijk verschuldigd is voor een goed dat is aangegeven voor een douaneregeling waaruit de verplichting tot betaling van dergelijke rechten voortvloeide, niet van de belastingschuldige is opgeëist, leiden zij een procedure in tot navordering van de niet-geheven rechten. Deze procedure kan echter niet meer worden ingeleid na een termijn van drie jaar vanaf de dag waarop het oorspronkelijk van de belastingschuldige opgeëiste bedrag is geboekt, of , indien geen boeking heeft plaatsgevonden , vanaf de dag waar¬op de douaneschuld ter zake van het betrokken goed is ontstaan. 2 . De procedure tot navordering in de zin van lid 1 wordt ingeleid door kennisgeving aan de betrokkene van het bedrag van de rechten bij invoer of bij uitvoer dat hij verschuldigd is."
- Artikel 3 van die verordening bepaalt: "Wanneer de bevoegde autoriteiten constateren dat zij ingevolge een strafrechtelijk vervolgbare handeling niet in staat waren het juiste bedrag van de wettelijk verschuldigde rechten bij invoer of bij uitvoer ter zake van het betrokken goed vast te stellen, is de in artikel 2 vastgestelde termijn niet van toepassing. In dat geval geschiedt de navordering door de bevoegde autoriteiten overeenkomstig de op dit gebied in de Lidstaten geldende bepalingen."
- Het bestreden arrest verantwoordt aldus zijn beslissing dat de vorderingen tot betaling van de verschuldigde rechten zijn verjaard, niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. Tweede onderdeel
- Het onderdeel behoeft geen antwoord meer. Middel van de eisers II Eerste onderdeel
- Het onderdeel dat dezelfde strekking heeft als het eerste onderdeel van het middel van de eiser I, is om de redenen vermeld in het antwoord op dat onderdeel, eveneens gegrond. Overige onderdelen
- De onderdelen behoeven geen antwoord meer. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Laat de kosten ten laste van de Staat. Verwijst de zaak naar het Hof van Beroep te Antwerpen. Begroot de kosten in het geheel op 317,33 euro waarvan op het cassatieberoep van de eiser I 145,23 euro is verschuldigd en op het cassatieberoep van de eisers II 142,10 euro is verschuldigd. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Etienne Goethals, Paul Maffei en Luc Van hoogenbemt, en op de openbare rechtszitting van 7 oktober 2008 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081007.2 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2012:CONC.20120426.2 ECLI:BE:CASS:2013:CONC.20130503.1 ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20210521.1N.4 ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20210916.1N.4 precedenten: ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040603.7 ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040909.26 ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070427.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div