id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 07 oktober 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081007.4 Rolnummer: P.08.0738.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2008-10-23 Raadplegingen: 277 - laatst gezien 2026-07-03 03:07 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Artikel 243, Strafwetboek, dat iedere persoon die een openbaar ambt uitoefent, die zich schuldig maakt aan knevelarij, door bevel te geven om rechten, taksen, belastingen, gelden, inkomsten of interesten, lonen of wedden te innen, of door die te vorderen of te ontvangen, wetende dat zij niet verschuldigd zijn of het verschuldigde te boven gaan, strafbaar stelt, vereist niet dat er sommen worden geïnd als zijnde verschuldigd aan de schatkist, maar dat sommen worden geïnd alsof zij volgens de wet verschuldigd zijn
(1).
(1)Brussel, 17 april 1987, J.L.M.B., 1987, p. 644; LANNOY, T., "Le statut particulier du curateur et l'article 240 du code pénal", Waarvan Akte, 1995, p. 149. Thesaurus CAS: KNEVELARIJ UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - GERECHTSDEURWAARDER - Algemeen (gerechtsdeurwaarder) GERECHTELIJK RECHT - BESLAG EN EXECUTIE - Voorafgaande regels (beslag en executie) - Berichten van beslag STRAFRECHT - MISDRIJVEN EN HUN STRAFFEN - Misdrijven tegen openbare orde door ambtenaren - Knevelarij Vrije woorden: Constitutieve bestanddelen - Materieel element - Inning van sommen alsof zij door de wet verschuldigd zijn Fiches 2 - 4 Het doel van artikel 1391, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek, dat bepaalt dat de advocaten en de gerechtsdeurwaarders belast met een procedure tegen een bepaald persoon op de griffie ter plaatse kunnen kennis nemen van de berichten van beslag, delegatie, overdracht en collectieve schuldenregeling, die op diens naam zijn opgemaakt, is het leggen van opeenvolgende uitvoerende beslagen te vermijden, zodat het inzien van de beslagberichten wanneer de uitvoering nog niet wordt aangevat, niet beantwoordt aan het doel gesteld in het derde lid van dit artikel, dat bepaalt dat geen uitvoerend beslag of procedure van verdeling kan plaatsvinden zonder voorafgaande raadpleging door de ministeriële ambtenaar van de berichten van beslag, delegatie, overdracht en collectieve schuldenregeling; er is derhalve een gerechtsdeurwaarder wettelijk geen loon verschuldigd voor een volgens de wet onnodige inzage
(1).
(1)DIRIX, E. en BROECKX, K., Beslag, A.P.R., Story-Scientia, Antwerpen, 2001, p. 81, nr
- Thesaurus CAS: BESLAG - ALLERLEI UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - GERECHTSDEURWAARDER - Algemeen (gerechtsdeurwaarder) GERECHTELIJK RECHT - BESLAG EN EXECUTIE - Voorafgaande regels (beslag en executie) - Berichten van beslag STRAFRECHT - MISDRIJVEN EN HUN STRAFFEN - Misdrijven tegen openbare orde door ambtenaren - Knevelarij Vrije woorden: Uitvoerend beslag - Artikel 1391, Ger.W. - Voorafgaande raadpleging van de beslagberichten - Doel Thesaurus CAS: KNEVELARIJ UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - GERECHTSDEURWAARDER - Algemeen (gerechtsdeurwaarder) GERECHTELIJK RECHT - BESLAG EN EXECUTIE - Voorafgaande regels (beslag en executie) - Berichten van beslag STRAFRECHT - MISDRIJVEN EN HUN STRAFFEN - Misdrijven tegen openbare orde door ambtenaren - Knevelarij Vrije woorden: Gerechtsdeurwaarder - Honorarium wegens raadpleging van de beslagberichten bedoeld in artikel 1391 Ger.W. - Voortijdige raadpleging - Niet-wettelijk verschuldigd honorarium - Toepassing Thesaurus CAS: GERECHTSDEURWAARDER UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - GERECHTSDEURWAARDER - Algemeen (gerechtsdeurwaarder) GERECHTELIJK RECHT - BESLAG EN EXECUTIE - Voorafgaande regels (beslag en executie) - Berichten van beslag STRAFRECHT - MISDRIJVEN EN HUN STRAFFEN - Misdrijven tegen openbare orde door ambtenaren - Knevelarij Vrije woorden: Uitvoerend beslag - Honorarium wegens raadpleging van de beslagberichten bedoeld in artikel 1391 Ger.W. - Voortijdige raadpleging - Niet-wettelijk verschuldigd honorarium - Knevelarij Tekst van de beslissing Nr. P.08.0738.N G L M A W, beklaagde, eiser, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, waar de eiser woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 9 april
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Luc Huybrechts heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel Eerste onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van artikel 243 Strafwetboek: de aanrekening door een gerechtsdeurwaarder die belast is met een procedure tegen een bepaalde persoon, van kosten overeenkomstig artikel 1391 Gerechtelijk Wetboek voor inzage op de griffie ter plaatse van de beslagberichten op diens naam, zijn geen bedragen die het voorwerp kunnen uitmaken van het misdrijf van knevelarij omschreven in artikel 243 Strafwetboek.
- Artikel 243 Strafwetboek stelt strafbaar iedere persoon die een openbaar ambt uitoefent, die zich schuldig maakt aan knevelarij, door bevel te geven om rechten, taksen, belastingen, gelden, inkomsten of interesten, lonen of wedden te innen, of door die te vorderen of te ontvangen, wetende dat zij niet verschuldigd zijn of het verschuldigde te boven gaan.
- De aldus omschreven knevelarij vereist niet dat er sommen worden geïnd als zijnde verschuldigd aan de schatkist, maar dat sommen worden geïnd alsof zij volgens de wet verschuldigd zijn. Het onderdeel faalt naar recht. Tweede onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van artikel 243 Strafwetboek: knevelarij, zoals omschreven in artikel 243 Strafwetboek, veronderstelt essentieel dat de betrokken ambtenaren misbruik maken van hun hoedanigheid van openbaar ambtenaar of officier en derhalve de sommen die zij innen voorstellen als zijnde verschuldigd aan de schatkist.
- Zoals reeds in het antwoord op het eerste onderdeel besloten lag, vereist knevelarij niet dat de sommen die worden geïnd, voorgesteld werden als zijnde verschuldigd aan de schatkist, maar als zijnde verschuldigd volgens de wet. Het onderdeel faalt naar recht. Derde onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van artikel 243 Strafwetboek en van artikel 1391 Gerechtelijk Wetboek: welk verplicht tot het nazicht van de beslagberichten alvorens tot uitvoerend beslag over te gaan, bepaalt geenszins dat dit nazicht dient te gebeuren kort voor het leggen van het uitvoerend beslag; noch artikel 1391 Gerechtelijk Wetboek, noch enige andere wetsbepaling houdt in dat het door de eiser gedane nazicht van de beslagberichten wettelijk niet zou mogen geschieden op het ogenblik dat het bevel tot betalen pas is gegeven; in die omstandigheden stellen de appelrechters niet naar recht vast dat de door de eiser aangerekende bedragen wettelijk niet verschuldigd zijn of het verschuldigde te boven gaan.
- De hier toepasselijke tekst van artikel 1391, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat de advocaten en de gerechtsdeurwaarders belast met een procedure tegen een bepaalde persoon, op de griffie ter plaatse kunnen kennisnemen van de berichten van beslag, delegatie, overdracht en collectieve schuldenregeling, die op diens naam zijn opgemaakt. Het derde lid van het wetsartikel bepaalt dat geen uitvoerend beslag of procedure van verdeling kan plaatsvinden zonder voorafgaande raadpleging door de ministeriële ambtenaar van de berichten van beslag, delegatie, overdracht en collectieve schuldenregeling. Het doel van artikel 1391, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek is het leggen van opeenvolgende uitvoerende beslagen te vermijden. Het inzien van de beslagberichten wanneer de uitvoering niet zal worden aangevat, beantwoordt niet aan het doel gesteld in het derde lid van het wetsartikel. Er is derhalve een gerechtsdeurwaarder wettelijk geen loon verschuldigd voor een volgens de wet onnodige inzage. Het onderdeel faalt naar recht. Vierde onderdeel
- Het onderdeel voert miskenning aan van het legaliliteitsbeginsel, zoals omschreven in artikel 7 EVRM en de artikelen 12 en 14 Grondwet: de appelrechters oordelen de eiser schuldig aan knevelarij op grond van een loutere interpretatie van artikel 1391 Gerechtelijk Wetboek zonder dat enige duidelijke wettelijke bepaling een essentieel constitutief bestanddeel van het ten laste gelegde en bewezen verklaarde misdrijf omschrijft.
- Er is samenlezing van wetsbepalingen wanneer men de ene uitlegt door of samen met de andere. Dat de appelrechters artikel 243 Strafwetboek toepasselijk achten op de beroeps-of ambtsverrichting vermeld in artikel 1391 Gerechtelijk Wetboek is geen uitlegging van de ene wetsbepaling door of samen met de andere.
- Anders dan het middel aanvoert is de interne samenlezing van het eerste en het derde lid van artikel 1391 Gerechtelijk Wetboek duidelijk genoeg om de advocaten en de gerechtsdeurwaarders tot wie artikel 1391 Gerechtelijk Wetboek zich in de eerste plaats richt, toe te laten onmiddellijk de zin ervan te begrijpen. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. Tweede middel Eerste onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van artikel 149 Grondwet: de appelrechters stellen in hun overwegingen dat enkel van deskundige Piereds de deelverslagen in het dossier aanwezig zijn en dat uit de verslaggeving van de deskundigen niet kan opgemaakt worden uit welke deelbedragen het eindbedrag is samengesteld, zodat derhalve de appelrechters oordelen dat een groot deel van de kosten gemaakt voor de deskundigenonderzoeken nutteloze kosten zijn; daar de appelrechters in hun overwegingen enerzijds oordelen dat een deel van de kosten nutteloze kosten zijn maar anderzijds in hun beschikkend gedeelte oordelen dat al deze kosten ondeelbaar werden veroorzaakt door de bewezen verklaarde feiten, is hun beslissing met betrekking tot de aanrekening van de kosten van de strafvordering aan de eiser aangetast door tegenstrijdigheid.
- De in het onderdeel bedoelde overwegingen van het bestreden arrest betekenen niet dat de appelrechters van oordeel zijn dat de kosten van de deskundigenonderzoeken nutteloos waren. Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Tweede onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 162 en 194 Wetboek van Strafvordering: niettegenstaande de feitelijke vaststelling dat de in het dossier aanwezige deskundigenonderzoeken nutteloos zijn, met uitzondering van één ervan, verantwoorden de appelrechters hun beslissing de eiser tot alle kosten van de strafvordering te veroordelen, derhalve met inbegrip van de kosten van de deskundigenonderzoeken die nutteloos blijken te zijn, niet naar recht.
- Het onderdeel is, zoals blijkt uit het antwoord op het eerste onderdeel, geheel afgeleid uit een onjuiste lezing van het bestreden arrest en mist derhalve feitelijke grondslag. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Begroot de kosten op 97,88 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Etienne Goethals, Paul Maffei en Eric Stassijns, en op de openbare rechtszitting van 7 oktober 2008 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081007.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div