← België

ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081007.6

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 07 oktober 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081007.6 Rolnummer: P.08.1421.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige - Constitutioneel recht Invoerdatum: 2008-10-23 Raadplegingen: 463 - laatst gezien 2026-07-03 08:52 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Niet ontvankelijk is het cassatieberoep dat gericht is tegen een arrest dat de voorlopige hechtenis niet handhaaft, maar zich ertoe beperkt om een verzoek tot voorlopige invrijheidstelling van een beklaagde, die verzet aantekende tegen het arrest dat hem bij verstek veroordeelt en tevens zijn onmiddellijke aanhouding beveelt, maar die niet van zijn vrijheid is beroofd, niet ontvankelijk te verklaren bij gebrek aan belang

(1).
(1)Cass., 25 april 2000, AR P.00.0605.N ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000425.7, A.C., 2000, nr 264; Cass., 13 dec. 2006, AR P.06.1353.F ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061213.6, A.C., 2006, nr
  1. In dit laatste arrest preciseert het Hof dat dergelijke beslissing geen eindbeslissing is in de zin van artikel 416, eerste lid, Wetboek van Strafvordering, en evenmin onder de gevallen valt die in het tweede lid van dat artikel zijn bepaald; DECLERCQ, R., Beginselen van Strafrechtspleging, 4° Ed. 2007, p. 977, nr 2149; VERSTRAETEN, R., Handboek Strafvordering, 2005, p. 910, nr
  2. Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - ONMIDDELLIJKE AANHOUDING UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Beslissingen vatbaar voor cassatieberoep - Algemeen STRAFRECHT - VOORLOPIGE HECHTENIS - Algemeen (voorlopige hechtenis) - Invrijheidstelling Vrije woorden: Niet-uitvoering - Verzoek tot voorlopige invrijheidstelling van de niet-aangehouden beklaagde - Arrest dat het verzoek niet-ontvankelijk verklaart - Cassatieberoep - Ontvankelijkheid Wettelijke bepalingen: Wet betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Artt. 27, § 2, en 31, §§ 1 en 2 Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Beslissingen vatbaar voor cassatieberoep - Strafvordering - Beslissingen uit hun aard niet vatbaar voor cassatieberoep UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Beslissingen vatbaar voor cassatieberoep - Algemeen STRAFRECHT - VOORLOPIGE HECHTENIS - Algemeen (voorlopige hechtenis) - Invrijheidstelling Vrije woorden: Bevel tot onmiddellijke aanhouding - Niet-uitvoering van het bevel tot onmiddellijke aanhouding - Verzoek tot voorlopige invrijheidstelling van de niet-aangehouden beklaagde - Arrest dat het verzoek niet-ontvankelijk verklaart - Ontvankelijkheid van het cassatieberoep Wettelijke bepalingen: Wet betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Artt. 27, § 2, en 31, §§ 1 en 2 Fiches 3 - 4 Het Hof dient een voorgestelde prejudiciële vraag aan het Grondwettelijk Hof niet te stellen, wanneer deze vraag personen betreft die zich niet in dezelfde feitelijke toestand bevinden
(1).
(1)Zie Cass., 30 jan. 2007, AR P.06.1390.N ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070130.2, A.C., 2007, nr
  1. Thesaurus CAS: GRONDWETTELIJK HOF UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Beslissingen vatbaar voor cassatieberoep - Algemeen STRAFRECHT - VOORLOPIGE HECHTENIS - Algemeen (voorlopige hechtenis) - Invrijheidstelling Vrije woorden: Prejudiciële vraag - Verplichting voor het Hof - Grenzen - Vraag die personen betreft die zich niet in dezelfde feitelijke toestand bevinden Thesaurus CAS: PREJUDICIEEL GESCHIL UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Beslissingen vatbaar voor cassatieberoep - Algemeen STRAFRECHT - VOORLOPIGE HECHTENIS - Algemeen (voorlopige hechtenis) - Invrijheidstelling Vrije woorden: Prejudiciële vraag - Grondwettelijk Hof - Verplichting voor het Hof - Grenzen - Vraag die personen betreft die zich niet in dezelfde feitelijke toestand bevinden Tekst van de beslissing Nr. P.08.1421.N C P, eiser, met als raadsman mr. Sven Mary, advocaat bij de balie Brussel, met kantoor te 1060 Sint-Gillis, Afrikastraat 92, waar de eiser woonplaats kiest, ter rechtszitting bijgestaan door mr. Alexis Fierens, advocaat bij de balie te Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 23 september
  2. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Etienne Goethals heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. FEITEN Nadat de eiser verzet heeft aangetekend tegen een arrest dat hem bij verstek veroordeelt en tevens zijn onmiddellijke aanhouding beveelt, heeft hij op de griffie van het gerecht waar zijn verzet aanhangig is, op grond van artikel 27, § 2, Wet Voorlopige Hechtenis een verzoekschrift tot voorlopige invrijheidstelling ingediend. Het bestreden arrest verklaart het verzoek tot voorlopige invrijheidstelling niet ontvankelijk daar de eiser, tegen wie het bevel tot onmiddellijke aanhouding is uitgevaardigd, niet van zijn vrijheid is benomen. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  3. Een verzoek tot voorlopige invrijheidstelling heeft in alle gevallen slechts een voorwerp als er een vrijheidsberoving is. Dit is hier niet het geval. Het cassatieberoep is niet ontvankelijk.
  4. De eiser vraagt aan het Grondwettelijk Hof navolgende prejudiciële vraag te stellen: "Schenden de artikelen 27, § 2 en 34, § 3 van de Wet op de Voorlopige Hechtenis de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, inzoverre deze artikelen inhouden dat slechts een daadwerkelijk reeds aangehouden persoon op ontvankelijke wijze een verzoekschrift tot voorlopige invrijheidstelling kan neerleggen, terwijl een persoon tegen wie een bevel tot aanhouding werd uitgesproken doch dewelke evenwel nog niet werd uitgevoerd, niet op ontvankelijke wijze een verzoekschrift tot voorlopige invrijheidstelling zou kunnen indienen?" De voorgestelde prejudiciële vraag betreft personen die zich niet in dezelfde feitelijke toestand bevinden. De vraag moet niet worden gesteld. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Begroot de kosten op 63,39 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Etienne Goethals, Paul Maffei en Luc Van hoogenbemt, en op de openbare rechtszitting van 7 oktober 2008 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081007.6 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000425.7 ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061213.6 ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070130.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.