id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 17 oktober 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081017.1 Rolnummer: C.08.0464.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige - Strafrecht - Internationaal publiekrecht Invoerdatum: 2008-11-05 Raadplegingen: 535 - laatst gezien 2026-07-03 10:25 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 De beslissing van de kamer van inbeschuldigingstelling die met toepassing van art. 61quinquies, Sv., oordeelt over het hoger beroep van de partij tegen de weigering van de onderzoeksrechter tot het verrichten van een bijkomende onderzoekshandeling, heeft niets uitstaande met de regeling van de rechtspleging en is een beslissing alvorens recht te doen in de zin van de uitzonderingsbepaling van art. 828, 9°, 1, Ger.W., zodat de omstandigheid dat een bijkomende onderzoekshandeling daarvoor reeds werd geweigerd er niet aan in de weg staat dat de magistraat die aan deze uitspraak heeft medegewerkt, deelneemt aan de beoordeling van de vordering tot regeling van de rechtspleging
(1).
(1)Zie Cass., 21 maart 2000, AR P.00.0457.N ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000321.20, A.C., 2000, nr 196 en Cass., 30 mei 2001, AR P.01.0803.F ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010530.12, A.C., 2001, nr
- Thesaurus CAS: WRAKING UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Tussengeschillen - Wraking (gerechtelijk recht) Vrije woorden: Oorzaken - Begrip - Bijkomende onderzoekshandeling - Weigering door de onderzoeksrechter - Hoger beroep - Kamer van inbeschuldigingstelling - Arrest - Aard van de beslissing - Regeling van de rechtspleging - Zelfde magistraat Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 828, 9°, 1 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 61quinquies en 127 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Tussengeschillen - Wraking (gerechtelijk recht) Vrije woorden: Bijkomende onderzoekshandeling - Weigering door de onderzoeksrechter - Hoger beroep - Kamer van inbeschuldigingstelling - Arrest - Aard van de beslissing - Regeling van de rechtspleging - Zelfde magistraat - Wraking - Oorzaken Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 828, 9°, 1 Fiches 3 - 5 Het feit dat de magistraten die aan de beslissing van de kamer van inbeschuldigingstelling, in toepassing van art. 61quinquies, Sv., meegewerkt hebben vervolgens deelnemen aan de beoordeling van de vordering tot regeling van de rechtspleging, is op zich beschouwd niet van die aard dat het bij de verzoeker tot wraking en bij derden gewettigde verdenking zou kunnen doen ontstaan over de geschiktheid van die magistraten om met de vereiste onpartijdigheid en onafhankelijkheid uitspraak te doen. Thesaurus CAS: WRAKING UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Tussengeschillen - Wraking (gerechtelijk recht) Vrije woorden: Oorzaken - Wettige verdenking - Bijkomende onderzoekshandeling - Weigering door de onderzoeksrechter - Hoger beroep - Kamer van inbeschuldigingstelling - Arrest - Regeling van de rechtspleging - Zelfde magistraat - Onafhankelijkheid - Onpartijdigheid Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 828, 1° Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 61quinquies en 127 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Verdrag of internationale overeenkomst - 04-11-1950 - Art. 6 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Tussengeschillen - Wraking (gerechtelijk recht) Vrije woorden: Bijkomende onderzoekshandeling - Weigering door de onderzoeksrechter - Hoger beroep - Kamer van inbeschuldigingstelling - Arrest - Regeling van de rechtspleging - Zelfde magistraat - Wraking - Oorzaken - Wettige verdenking - Onafhankelijkheid - Onpartijdigheid Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 828, 1° Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 61quinquies en 127 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Verdrag of internationale overeenkomst - 04-11-1950 - Art. 6 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Tussengeschillen - Wraking (gerechtelijk recht) Vrije woorden: Bijkomende onderzoekshandeling - Weigering door de onderzoeksrechter - Hoger beroep - Kamer van inbeschuldigingstelling - Arrest - Regeling van de rechtspleging - Zelfde magistraat - Wraking - Oorzaken - Wettige verdenking - Onafhankelijkheid - Onpartijdigheid Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 828, 1° Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 61quinquies en 127 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Verdrag of internationale overeenkomst - 04-11-1950 - Art. 6 Tekst van de beslissing Nr. C.08.0464.N V.H., verzoeker tot wraking, met als raadsman mr. Pol Vandemeulebroucke en mr. Tom Decaigny, advocaten bij de balie te Antwerpen, kantoor houdende te 2000 Antwerpen, Britselei 94 bus 71, in het kader van de behandeling in hoger beroep van de regeling van de rechtspleging van het dossier AN 52.99.2474-06 van onderzoeksrechter K. Thys V.H., tegen V.J., met als raadsman mr. Geert Glas, advocaat bij de balie te Brussel, kantoor houdende te 1150 Brussel, Tervurenlaan 268 a. I. VORDERING Twee verzoeken tot wraking, waarvan een eensluidend verklaard afschrift aan dit arrest is gehecht, zijn neergelegd op de griffie van het Hof van Beroep te Antwerpen op 2 oktober
- Zij zijn ondertekend door een advocaat die meer dan tien jaar bij de balie is ingeschreven. De gewraakte magistraten hebben op 2 oktober 2008 de bij artikel 836, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek, voorgeschreven verklaring gedaan, luidens welke zij weigeren zich van de zaak te onthouden. II. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Voorzitter Ivan Verougstraete heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft geconcludeerd. Mr. Decaigny heeft gepleit. III. BESLISSING VAN HET HOF
- De verzoeker voert aan dat kamervoorzitter I.M. de kamer van inbeschuldigingstelling heeft voorgezeten die, uitspraak doende in hoger beroep, bij arrest van 20 december 2007, het verzoek tot het verrichten van bijkomende onderzoekshandelingen heeft verworpen op grond van artikel 61quinquies van het Wetboek van Strafvordering. Raadsheer R.V. zetelde eveneens in de kamer van inbeschuldigingstelling bij de behandeling van deze zaak. De verzoeker wraakt die magistraten, in zoverre zij zetelen in de kamer van inbeschuldigingstelling die uitspraak dient te doen over de vordering tot regeling van de rechtspleging.
- Artikel 828, 9°, 1, van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat iedere rechter kan worden gewraakt indien hij raad gegeven, gepleit of geschreven heeft over het geschil, of indien hij daarvan vroeger kennisgenomen heeft als rechter of als scheidsrechter, behalve indien hij in dezelfde aanleg heeft meegewerkt aan een vonnis of een uitspraak alvorens recht te doen.
- De beslissing van de kamer van inbeschuldigingstelling die met toepassing van artikel 6lquinquies van het Wetboek van Strafvordering oordeelt over het hoger beroep van een partij tegen de weigering van de onderzoeksrechter tot het verrichten van een bijkomende onderzoekshandeling, heeft niets uitstaande met de regeling van de rechtspleging. Deze beslissing van de kamer van inbeschuldigingstelling met toepassing van artikel 6lquinquies van het Wetboek van Strafvordering, is een beslissing alvorens recht te doen in de zin van de uitzonderingsbepaling van artikel 828, 9°, 1, van het Gerechtelijk Wetboek. De omstandigheid dat een bijkomende onderzoekshandeling daarvoor reeds geweigerd werd, staat er niet aan in de weg dat die magistraten deelnemen aan de beoordeling van de vordering tot regeling van de rechtspleging.
- Het feit dat de magistraten die aan de beslissing van de kamer van inbeschuldigingstelling, in toepassing van artikel 61quinquies van het Wetboek van Strafvordering, meegewerkt hebben, en vervolgens deelnemen aan de beoordeling van de vordering tot regeling van de rechtspleging, is op zich beschouwd evenmin van die aard dat ze bij de verzoeker en bij derden gewettigde verdenking kunnen doen ontstaan over de geschiktheid van die magistraten om met de vereiste onpartijdigheid en onafhankelijkheid uitspraak te doen. Dit geldt ook als artikel 828, 1°, gelezen wordt in het licht van artikel 6 EVRM.
- Er bestaat bijgevolg geen grond tot wraking. Dictum Het Hof, Verwerpt de verzoeken. Wijst gerechtsdeurwaarder L.A. aan om dit arrest binnen 48 uren aan de partijen te betekenen. Veroordeelt de verzoeker in de kosten. De kosten zijn begroot op de som van nul euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit voorzitter Ivan Verougstraete, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Ernest Waûters, en de raadsheren Eric Dirix, Eric Stassijns en Alain Smetryns, en in openbare terechtzitting van 17 oktober 2008 uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal Christian Vandewal, met bijstand van griffier Philippe Van Geem. PDF document ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081017.1 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000321.20 ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010530.12 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div