id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 17 oktober 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081017.5 Rolnummer: C.07.0550.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2008-11-05 Raadplegingen: 566 - laatst gezien 2026-07-03 10:43 Versie(s): Vertaling FR Fiche Aan de verplichting om de onbevoegdheid van de rechter voor wie de zaak aanhangig is voor te dragen voor alle exceptie of verweer behalve wanneer zij van openbare orde is, is voldaan wanneer die exceptie van onbevoegdheid wordt voorgedragen in de eerste conclusie voor de eerste rechter en vooraleer het debat ten gronde wordt aangegaan; wanneer in die conclusie meerdere excepties worden voorgedragen, is het hierbij onverschillig in welke volgorde dit gebeurt
(1)Zie A. FETTWEIS, Manuel de procédure civile, Luik, Faculté de Droit de Liège, 1987, p. 109, nr 112; contra P. VAN ORSHOVEN, "Je n'aime pas mon sujet. De bevoegdheid van de hoven en rechtbanken in burgerlijke zaken. Stand van zaken en actuele ontwikkelingen", T.P.R. 2004, p. 1137, nr
- Thesaurus CAS: BEVOEGDHEID EN AANLEG - BURGERLIJKE ZAKEN - Bevoegdheid - Algemeen UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Excepties (Gerechtelijk Wetboek) - Excepties van onbevoegdheid Vrije woorden: Exceptie van onbevoegdheid - Voordracht voor alle exceptie of verweer Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 854 Tekst van de beslissing Nr. C.07.0550.N AXA BELGIUM, naamloze vennootschap, met zetel te 1170 Watermaal-Bosvoorde, Vorstlaan 25, eiseres, vertegenwoordigd door mr. John Kirkpatrick, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Keizerslaan 3, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen
- AON BELGIUM, naamloze vennootschap, met zetel te 1160 Oudergem, Edmond Van Nieuwenhuyselaan 2, verweerster,
- P.L.,
- S.E.,
- P.T., verweerders, minstens opgeroepen tot bindendverklaring van het arrest, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de verweerders woonplaats kiezen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 27 juni 2007 gewezen door het Hof van Beroep te Antwerpen. Raadsheer Alain Smetryns heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift een middel aan. Geschonden wettelijke bepalingen - artikel 854 van het Gerechtelijk Wetboek. Aangevochten beslissingen Het bestreden arrest verwerpt de door de eiseres opgeworpen exceptie van territoriale onbevoegdheid. Het hof van beroep motiveert deze beslissing als volgt: "Nieuwe beoordeling van het geschilpunt over de exceptie van territoriale onbevoegdheid van de eerste rechter. Ingevolge artikel 854 van het Gerechtelijk Wetboek dient de territoriale onbevoegdheid van de rechter te worden voorgedragen voor alle exceptie of verweer, behalve wanneer zij van openbare orde is. Het hof (van beroep) stelt vast dat de huidige (de eiseres in haar eerste conclusie voor de eerste rechter eerst argumentatie ontwikkelde omtrent de beweerdelijke ontoelaatbaarheid van de eis en pas nadien omtrent de beweerde onbevoegdheid. De exceptie van onbevoegdheid wordt niet voor alle exceptie aangevoerd wanneer zij in conclusie als een tweede exceptie na een exceptie van ontoelaatbaarheid wordt aangevoerd. De exceptie van territoriale onbevoegdheid, zoals voor de eerste rechter aangevoerd, is ontoelaatbaar omdat ze met miskenning van artikel 854 van het Gerechtelijk Wetboek niet is voorgedragen voor alle exceptie of verweer. Het gaat hier niet om een exceptie van openbare orde. Het onderdeel van het hoger beroep van (de eiseres) gesteund op de in eerste aanleg aangevoerde exceptie van territoriale onbevoegdheid is ongegrond". Grieven Overeenkomstig artikel 854 van het Gerechtelijk Wetboek, moet de exceptie van onbevoegdheid van de rechter voor wie de zaak aanhangig is, worden voorgedragen voor alle exceptie of verweer, behalve wanneer die exceptie van openbare orde is. Het voorgaande impliceert dat een partij, die een aan de openbare orde vreemd zijnde exceptie van onbevoegdheid opwerpt, dit moet doen in haar eerste procedureakte genomen voor de eerste rechter. Wanneer in die akte meerdere excepties worden aangevoerd, dan is de precieze plaats die aan die exceptie van onbevoegdheid wordt gegeven zonder belang. Zonder belang is aldus meer bepaald of een partij in haar eerste conclusie, neergelegd voor de eerste rechter, de exceptie van onbevoegdheid een plaats heeft gegeven voor of na een exceptie van ontoelaatbaarheid van de vordering. Het bestreden arrest dat de door de eiseres aangevoerde exceptie van onbevoegdheid afwijst omdat zij in haar eerste conclusie voor de eerste rechter eerst argumentatie ontwikkelde betreffende de exceptie van ontoelaatbaarheid van de vordering en pas nadien deze omtrent de exceptie van onbevoegdheid, schendt artikel 854 van het Gerechtelijk Wetboek. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel van niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep
- De tweede, derde en vierde verweerder werpen op dat het cassatieberoep geen belang vertoont wat hen betreft. Uit het arrest blijkt dat de vordering van die verweerders tegenover eiseres afgewezen bleef. Het cassatieberoep vertoont aldus ten aanzien van die verweerders geen belang. Het kan ten aanzien van die partijen gelden als vordering tot bindendverklaring zoals subsidiair gevorderd door de eiseres. Middel
- Krachtens artikel 854 van het Gerechtelijk Wetboek, moet de onbevoegdheid van de rechter voor wie de zaak aanhangig is, worden voorgedragen voor alle ex¬ceptie of verweer behalve wanneer zij van openbare orde is. Aan die verplichting is voldaan, wanneer de exceptie van onbevoegdheid wordt voorgedragen in de eerste conclusie voor de eerste rechter en vooraleer het debat ten gronde wordt aangegaan. Wanneer in de eerste conclusie voor de eerste rechter meerdere excepties worden voorgedragen, is het hierbij onverschillig in welke volgorde dit gebeurt.
- De appelrechter stelt vast dat de eiseres in haar eerste conclusie voor de eerste rechter eerst verweer voerde omtrent de voorgehouden ontoelaatbaarheid van de eis en pas nadien omtrent de beweerde onbevoegdheid. Verder oordeelt hij dat een exceptie van onbevoegdheid niet voor alle exceptie wordt aangevoerd wanneer zij in eerste aanleg als een tweede exceptie na een exceptie van ontoelaatbaarheid wordt aangevoerd.
- Door op die grond de door de eiseres in haar eerste conclusie voor de eerste rechter aangevoerde exceptie van territoriale onbevoegdheid, die de openbare orde niet raakt, als niet toelaatbaar af te wijzen, zonder vast te stellen dat de eisers deze exceptie slechts opwierp nadat zij het debat ten gronde reeds was aangegaan, schendt de appelrechter het artikel 854 van het Gerechtelijk Wetboek. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie¬tigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar het Hof van Beroep te Gent. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit voorzitter Ivan Verougstraete, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Ernest Waûters, en de raadsheren Eric Dirix, Eric Stassijns, Alain Smetryns, en in openbare terechtzitting van 17 oktober 2008 uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal Christian Vandewal, met bijstand van griffier Philippe Van Geem. PDF document ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081017.5 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2017:CONC.20170615.15 ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20200924.1F.2 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100121.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div