id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 20 oktober 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081020.7 Rolnummer: S.07.0059.N Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2008-11-10 Raadplegingen: 622 - laatst gezien 2026-07-03 09:57 Versie(s): Vertaling FR Fiche De regeling van de dwangsom gaat uit van een strikte taakverdeling tussen de rechter die de dwangsom oplegt, de dwangsomrechter, en de rechter die moet oordelen over het al dan niet verbeurd zijn ervan, de beslagrechter, zodat deze taakverdeling eraan in de weg staat dat een andere rechter kennis neemt van de vraag of de dwangsom is verbeurd ook al gaat het daarbij om een verweer op een voor die rechter ingestelde hoofdvordering. Thesaurus CAS: BEVOEGDHEID EN AANLEG - ALGEMEEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BEVOEGDHEID - Materiële bevoegdheid - Rechtbank van eerste aanleg - Algemeen GERECHTELIJK RECHT - DWANGSOM GERECHTELIJK RECHT - DWANGSOM - Algemeen (dwangsom) Vrije woorden: Dwangsom - Opleggen en verbeuren van de dwangsom - Taakverdeling tussen de beslagrechter en de dwangsomrechter - Verweer op een hoofdvordering ingesteld voor een andere rechter - Bevoegdheid van die rechter te oordelen over het verbeurd zijn van dwangsommen Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 1385bis, 1385quater, 1395 en 1395quinquies Tekst van de beslissing Nr. S.07.0059.N RIJKSDIENST VOOR SOCIALE ZEKERHEID, openbare instelling, met zetel te 1060 Brussel, Victor Hortaplein 11, eiser, vertegenwoordigd door mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Dalstraat 67, waar de eiser woonplaats kiest, tegen CHAMPAGNE SERVICE, naamloze vennootschap, in vereffening, met zetel te 3800 Sint-Truiden, Luikersteenweg 149, met als vereffenaar de nv ECOPUR, met zetel te 3800 Sint-Truiden, Luikersteenweg 149, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 9051 Gent, Driekoningenstraat 3, waar de verweerster woonplaats kiest, I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, met repertoriumnummer 123, op 14 februari 2007 gewezen door het Arbeidshof te Antwerpen. Raadsheer Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiser voert in zijn verzoekschrift twaalf middelen aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht en maakt er deel van uit. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel Eerste onderdeel Ontvankelijkheid
- De verweerster voert een grond van niet-ontvankelijkheid aan: het onderdeel verduidelijkt niet welke van de aangevoerde bepalingen eraan in de weg staat dat de rechter die bevoegd is om kennis te nemen van een hoofdvordering niet bevoegd is om kennis te nemen van het verweer dat betrekking heeft op een materie die behoort tot de exclusieve bevoegdheid van een andere rechter.
- De door de eiser als geschonden aangevoerde wetsbepalingen laten toe de aangevoerde grief te beoordelen. De grond van niet ontvankelijkheid moet worden verworpen. Het onderdeel zelf
- Luidens artikel 1385bis van het Gerechtelijk Wetboek, kan de rechter op vordering van een der partijen, de wederpartij veroordelen tot betaling van een geldsom, dwangsom genaamd, voor het geval dat aan de hoofdveroordeling niet wordt voldaan.
- Krachtens artikel 1385quater van het Gerechtelijk Wetboek, kan de partij die de veroordeling heeft verkregen, de dwangsom ten uitvoer leggen krachtens de titel waarbij zij is vastgesteld.
- Ingevolge artikel 1395 van het Gerechtelijk Wetboek, worden alle vorderingen betreffende de middelen tot tenuitvoerlegging gebracht voor de beslagrechter.
- Artikel 1395quinquies, eerste lid, van hetzelfde wetboek, bepaalt dat de rechter die de dwangsom heeft opgelegd, op vordering van de veroordeelde, de dwangsom kan opheffen, de looptijd ervan opschorten gedurende de door hem te bepalen termijn of de dwangsom verminderen in geval van blijvende of tijdelijke onmogelijkheid voor de veroordeelde om aan de hoofdveroordeling te voldoen. Voornoemd artikel stemt overeen met artikel 4, lid 1, van de Eenvormige Beneluxwet betreffende de dwangsom.
- Het Benelux-Gerechtshof heeft in het dictum van zijn arrest van 27 juni 2008 voor recht verklaard: "de rechter die kennisneemt van een vordering als bedoeld in artikel 4, lid 1, van de Eenvormige Benelux-wet Dwangsom, is in zijn hoedanigheid van dwangsomrechter niet bevoegd om kennis te nemen van een vordering die strekt tot vaststelling dat de hoofdveroordeling is nagekomen".
- De regeling van de dwangsom gaat aldus uit van een strikte taakverdeling tussen de rechter die de dwangsom oplegt, de dwangsomrechter, en de rechter die moet oordelen over het al dan niet verbeurd zijn ervan, de beslagrechter. Deze taakverdeling staat eraan in de weg dat een andere rechter kennis neemt van de vraag of de dwangsom is verbeurd ook al gaat het daarbij om een verweer op een voor die rechter ingestelde hoofdvordering.
- De appelrechters die vaststellen dat het geschil over de inbreuken en de verschuldigdheid van de dwangsommen nog moet worden beslecht, oordelen dat, nu zij bevoegd zijn voor de beoordeling van de hoofdeis tot de betaling van achterstallige RSZ-bijdragen, zij ook bevoegd zijn voor de beoordeling van het verweer dat is gesteund op de schuldvergelijking met de door de verweerster gevorderde dwangsommen en dat hiermee een onsplitsbaar geheel vormt. Op grond hiervan oordelen zij dat de vordering van de eiser door schuldvergelijking is tenietgegaan.
- Door aldus te oordelen doen zij afbreuk aan de exclusieve bevoegdheid van de beslagrechter om kennis te nemen van de geschillen over de verbeurte van de dwangsom en schenden zij artikel 1395 van het Gerechtelijk Wetboek. Het onderdeel is gegrond. Twaalfde middel in zijn geheel
- Het middel komt op tegen overtollige overwegingen die geen betrekking hebben op enig verweer dat in dezen is gevoerd en de beslissingen van het arrest niet schragen. Het middel is bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Overige grieven
- De overige grieven kunnen niet tot ruimere cassatie leiden. Omvang van cassatie
- De vernietiging van de beslissing omtrent de bevoegdheid van het arbeidshof om te beslissen over de verschuldigdheid van de dwangsommen met de compensatie als gevolg, brengt ook de vernietiging mee van de gegrondverklaring door het arrest van de tegenvorderingen van de verweerster omtrent het saldo van de dwangsommen na compensatie en de door de verweerster gevorderde schadevergoeding wegens het beweerd blijven vermelden door de eiser van RSZ-schulden niettegenstaande de compensatie met verschuldigde dwangsommen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het voor recht zegt dat de door de eiser van de verweerster gevorderde sociale zekerheidsbijdragen, bijdrageopslagen en interest door schuldvergelijking met aan de verweerster verschuldigde dwangsommen zijn teniet gegaan, de tegenvorderingen van de verweerster gegrond verklaart en uitspraak doet over de kosten. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het Arbeidshof te Gent. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Robert Boes, als voorzitter, en de raadsheren Eric Dirix, Eric Stassijns, Alain Smetryns en Koen Mestdagh, en in openbare terechtzitting van 20 oktober 2008 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Robert Boes, in aanwezigheid van advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Philippe Van Geem. PDF document ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081020.7 Gerelateerde publicatie(s) citeert: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081028.6 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2018:CONC.20181019.1 ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20191219.1N.4 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190409.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div