← België

ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081021.13

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 21 oktober 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081021.13 Rolnummer: P.08.0816.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2009-04-24 Raadplegingen: 197 - laatst gezien 2026-07-03 02:48 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 De omstandigheid dat voorafgaand aan de burgerlijke partijstelling reeds een opsporingsonderzoek was ingesteld, zelfs als dit nog niet afgesloten was op het ogenblik van de burgerlijke partijstelling, doet geen afbreuk aan de toepasselijkheid van het voorschrift van artikel 162, tweede lid, Wetboek van Strafvordering, dat bepaalt dat de burgerlijke partij die in het ongelijk wordt gesteld, veroordeeld wordt in alle kosten door de Staat en door de beklaagde gemaakt, wanneer zij het initiatief tot de rechtstreekse dagvaarding heeft genomen of wanneer een onderzoek is geopend ten gevolge van haar optreden als burgerlijke partij. Thesaurus CAS: GERECHTSKOSTEN - STRAFZAKEN - Procedure voor de feitenrechter UTU-thesaurus: STRAFRECHT - BEVOEGDHEID - RECHTSPLEGING - RECHTSMIDDELEN STRAFGERECHTEN - Correctionele rechtbank - Gerechtskosten Vrije woorden: Opsporingsonderzoek ingesteld voorafgaand aan de burgerlijke partijstelling - Opsporingsonderzoek nog niet afgesloten op het ogenblik van de burgerlijke partijstelling - Burgerlijke partij die in het ongelijk wordt gesteld Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 162, tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Fiches 2 - 3 Het staat hem die door zijn burgerlijke partijstelling de strafvordering op gang brengt, de eventuele processuele gevolgen daarvan in te zien; de rechter moet hem niet verwittigen van de mogelijke toepassing van een duidelijke, voor ieder toegankelijke, maar niettemin specifiek op zijn processuele toestand toepasselijke regel van rechtspleging. Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - BEVOEGDHEID - RECHTSPLEGING - RECHTSMIDDELEN STRAFGERECHTEN - Correctionele rechtbank - Gerechtskosten Vrije woorden: Strafvordering op gang gebracht door de burgerlijke partijstelling - Processuele gevolgen - Taak van de rechter Thesaurus CAS: GERECHTSKOSTEN - STRAFZAKEN - Procedure voor de feitenrechter UTU-thesaurus: STRAFRECHT - BEVOEGDHEID - RECHTSPLEGING - RECHTSMIDDELEN STRAFGERECHTEN - Correctionele rechtbank - Gerechtskosten Vrije woorden: Strafvordering op gang gebracht door de burgerlijke partijstelling - Processuele gevolgen - Taak van de rechter Annotaties Publicaties: RW - Bart DE SMET; De verplichte toewijzing van alle gerechtskosten aan de burgerlijke partij die de strafvordering op gang bracht - 2009-10, 31-33 Tekst van de beslissing Nr. P.08.0816.N D V D, in eigen naam en als vertegenwoordiger van zijn minderjarige dochters S V D, en C V D, burgerlijke partij, eiser, met als raadsman mr. Marleen De Soete, advocaat bij de balie te Brugge. tegen B R, beklaagde, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Gent, correctionele kamer, van 16 april

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Raadsheer Luc Huybrechts heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  2. Het middel voert schending aan van artikel 162, tweede lid, Wetboek van Strafvordering. Het middel betwist dat het gerechtelijk onderzoek zou zijn opgestart tengevolge van een burgerlijkepartijstelling door de eiser, omdat er voordien al een opsporingsonderzoek was ingesteld door het openbaar ministerie dat bovendien nog niet afgesloten was op ogenblik van zijn burgerlijkepartijstelling.
  3. Overeenkomstig artikel 162, tweede lid, Wetboek van Strafvordering wordt de burgerlijke partij die in het ongelijk wordt gesteld, veroordeeld in alle kosten door de Staat en door de beklaagde gemaakt, wanneer zij het initiatief tot de rechtstreekse dagvaarding heeft genomen of wanneer een onderzoek is geopend ten gevolge van haar optreden als burgerlijke partij. De omstandigheid dat voordien reeds een opsporingsonderzoek was ingesteld, zelfs als dit nog niet afgesloten was op het ogenblik van de burgerlijke-partijstelling, doet geen afbreuk aan de toepasselijkheid van het voorschrift van artikel 162, tweede lid, Wetboek van Strafvordering. Het middel faalt naar recht. Tweede middel
  4. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en artikel 6.1 EVRM en miskenning van het algemeen principe dat de rechtbanken hun uitspraken juist en volledig dienen te motiveren. Het middel stelt in werkelijkheid dat de eiser als burgerlijke partij niet de mogelijkheid heeft gehad zich tegen het standpunt van het hof van beroep met betrekking tot zijn mogelijke veroordeling tot de gerechtskosten bij toepassing van artikel 162, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek te verdedigen.
  5. Het staat hem die door zijn burgerlijke partijstelling de strafvordering op gang brengt, de eventuele processuele gevolgen daarvan in te zien. De rechter moet hem niet verwittigen van de mogelijke toepassing van een duidelijke, voor ieder toegankelijke, maar niettemin specifiek op zijn processuele toestand toepasselijke regel van rechtspleging. Het middel faalt naar recht. Derde middel
  6. Het middel voert schending aan van artikel 6 Gerechtelijk Wetboek, artikel 149 Grondwet en artikel 6.1 EVRM en miskenning van het algemeen principe dat de rechtbanken hun uitspraken juist en volledig dienen te motiveren. Het middel stelt dat het hof van beroep niet geoordeeld heeft op grond van de volledige strafinformatie en zijn beslissing slechts heeft gemotiveerd door voornamelijk te verwijzen naar de motivering van het beroepen vonnis.
  7. Het bestreden arrest verwijst niet alleen naar de motivering van het beroepen vonnis maar naar het strafdossier waarvan het zelf een beoordeling geeft. Het middel mist feitelijke grondslag. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
  8. De substantiële of op straffe van nietigheid voorge¬schreven rechts¬vormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Begroot de kosten op 194 euro waarvan 33,53 euro verschuldigd is en 160,47 euro betaald is. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt en Koen Mestdagh en op de openbare rechtszitting van 21 oktober 2008 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081021.13 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.