id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 21 oktober 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:20
Art. 22- 01 ELI link Pub nr 1878041750 Wet - 29-06-1964 - Artt.
13, § 6 en 14, § 3 Thesaurus CAS: VEROORDELING MET UITSTEL EN OPSCHORTING VAN DE VEROORDELING - PROBATIEOPSCHORTING UTU-thesaurus: STRAFRECHT - VOORAFGAANDE TITEL Sv. - Verval van de strafvordering - Verjaring - Stuiting STRAFRECHT - VOORAFGAANDE TITEL Sv. - Verval van de strafvordering - Verjaring - Schorsing STRAFRECHT - PROBATIEWET - Verjaring Vrije woorden: Vordering tot herroeping wegens niet-naleving van de opgelegde voorwaarden - Aard Wettelijke bepalingen: Voorafgaande titel van het wetboek
Art. 22- 01 ELI link Pub nr 1878041750 Wet - 29-06-1964 - Artt.
13, § 6 en 14, § 3 Thesaurus CAS: VERJARING - STRAFZAKEN - Strafvordering - Schorsing UTU-thesaurus: STRAFRECHT - VOORAFGAANDE TITEL Sv. - Verval van de strafvordering - Verjaring - Stuiting STRAFRECHT - VOORAFGAANDE TITEL Sv. - Verval van de strafvordering - Verjaring - Schorsing STRAFRECHT - PROBATIEWET - Verjaring Vrije woorden: Probatieuitstel - Probatieopschorting - Vordering tot herroeping wegens niet-naleving van de opgelegde voorwaarden Wettelijke bepalingen: Voorafgaande titel van het wetboek
Art. 22- 01 ELI link Pub nr 1878041750 Wet - 29-06-1964 - Artt.
13, § 6 en 14, § 3 Thesaurus CAS: VERJARING - STRAFZAKEN - Strafvordering - Stuiting UTU-thesaurus: STRAFRECHT - VOORAFGAANDE TITEL Sv. - Verval van de strafvordering - Verjaring - Stuiting STRAFRECHT - VOORAFGAANDE TITEL Sv. - Verval van de strafvordering - Verjaring - Schorsing STRAFRECHT - PROBATIEWET - Verjaring Vrije woorden: Probatieuitstel - Probatieopschorting - Vordering tot herroeping wegens niet-naleving van de opgelegde voorwaarden Wettelijke bepalingen: Voorafgaande titel van het wetboek
Art. 22- 01 ELI link Pub nr 1878041750 Wet - 29-06-1964 - Artt.
13, § 6 en 14, § 3 Fiches 5 - 7 De schorsingsgrond van de verjaring die voortvloeit uit het instellen van de strafvordering voor het vonnisgerecht is noch op de vordering tot herroeping van de probatieopschorting, noch op de vordering tot herroeping van het probatieuitstel, die na 1 sept. 2003 bij de rechtbank aanhangig zijn gemaakt, toepasselijk
(1)
(2).
(1)Cass., 9 mei 2007, AR P.07.0272.F ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070509.4, A.C., 2007, nr 237.
(2)Art. 3, W. 16 juli 2002 tot wijziging van verschillende bepalingen teneinde inzonderheid de verjaringstermijnen voor de niet-correctionaliseerbare misdaden te verlengen (B.S., 5 sept. 2002) heeft vanaf 1 sept. 2003 de schorsingsgrond van de verjaring die voortvloeit uit het instellen van de strafvordering voor het vonnisgerecht opgeheven, behalve voor de vervolging van misdrijven die vóór die datum zijn gepleegd. Thesaurus CAS: VEROORDELING MET UITSTEL EN OPSCHORTING VAN DE VEROORDELING - PROBATIEUITSTEL UTU-thesaurus: STRAFRECHT - VOORAFGAANDE TITEL Sv. - Verval van de strafvordering - Verjaring - Stuiting STRAFRECHT - VOORAFGAANDE TITEL Sv. - Verval van de strafvordering - Verjaring - Schorsing STRAFRECHT - PROBATIEWET - Verjaring Vrije woorden: Vordering tot herroeping wegens niet-naleving van de opgelegde voorwaarden - Verjaring - Schorsing - Schorsingsgrond voortvloeiend uit het instellen van de strafvorderijng voor het vonnisgerecht - Toepassing Thesaurus CAS: VEROORDELING MET UITSTEL EN OPSCHORTING VAN DE VEROORDELING - PROBATIEOPSCHORTING UTU-thesaurus: STRAFRECHT - VOORAFGAANDE TITEL Sv. - Verval van de strafvordering - Verjaring - Stuiting STRAFRECHT - VOORAFGAANDE TITEL Sv. - Verval van de strafvordering - Verjaring - Schorsing STRAFRECHT - PROBATIEWET - Verjaring Vrije woorden: Vordering tot herroeping wegens niet-naleving van de opgelegde voorwaarden - Verjaring - Schorsing - Schorsingsgrond voortvloeiend uit het instellen van de strafvorderijng voor het vonnisgerecht - Toepassing Thesaurus CAS: VERJARING - STRAFZAKEN - Strafvordering - Schorsing UTU-thesaurus: STRAFRECHT - VOORAFGAANDE TITEL Sv. - Verval van de strafvordering - Verjaring - Stuiting STRAFRECHT - VOORAFGAANDE TITEL Sv. - Verval van de strafvordering - Verjaring - Schorsing STRAFRECHT - PROBATIEWET - Verjaring Vrije woorden: Probatieuitstel - Probatieopschorting - Vordering tot herroeping wegens niet-naleving van de opgelegde voorwaarden - Schorsingsgrond voortvloeiend uit het instellen van de strafvorderijng voor het vonnisgerecht - Toepassing Tekst van de beslissing Nr. P.08.0473.N E L T K, beklaagde, eiser. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Brussel, correctionele kamer, van 19 februari
- De eiser voert geen middel aan. Raadsheer Luc Van hoogenbemt heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. FEITEN De eiser werd bij vonnis van de Correctionele Rechtbank te Leuven van 11 februari 2003 schuldig verklaard aan feiten, gepleegd op 20 mei
- De gunst van de opschorting mits naleving van probatievoorwaarden werd hem verleend. Tevens werd een vergoeding van 25 euro opgelegd (not. LE.43.70.100481-02, hierna genoemd zaak I). Bij vonnis van de Correctionele Rechtbank te Gent van 28 oktober 2004 werd hij wegens feiten, gepleegd van 10 tot 12 april 2004, veroordeeld tot een hoofdgevangenisstraf van zes maanden en een geldboete van duizend euro, beide met uitstel van tenuitvoerlegging gedurende een termijn van drie jaar mits naleving van probatievoorwaarden. Tevens werd een bijdrage aan het Slachtofferfonds van 55 euro en een vergoeding van 25 euro opgelegd. (not. LE.60.98.1078-05, hierna genoemd zaak II) Wegens niet-naleving van de opgelegde probatievoorwaarden werd hij op 9 januari 2006 in beide zaken gedagvaard om te verschijnen voor de Correctionele Rechtbank te Leuven alwaar de aanvraag tot herroeping werd ingeleid op 10 februari
- Bij vonnis van de Correctionele Rechtbank te Leuven van 10 maart 2006 werd in zaak I de probatieopschorting herroepen en werd de eiser veroordeeld tot een hoofdgevangenisstraf van drie maanden en een geldboete van honderd euro. In zaak II werd hij veroordeeld tot een hoofdgevangenisstraf van zes maanden en tot betaling van een geldboete van duizend euro waarvan de helft met uitstel gedurende een termijn van drie jaar. Tevens werd hij verplicht tot betaling van tweemaal een bijdrage aan het slachtofferfonds van 137,50 euro en werd hem een vergoeding van 25 euro opgelegd. Op het ontvankelijk hoger beroep van de eiser en van het openbaar ministerie oordelen de appelrechters dat de vordering tot herroeping in beide zaken niet vervallen is wegens verjaring en veroordelen zij de eiser: - in de zaak I tot een hoofdgevangenisstraf van drie maanden en een geldboete van honderd euro en tot betaling van een bijdrage aan het slachtofferfonds van 137,50 euro en van een vergoeding van 29,30 euro; - in de zaak II tot een hoofdgevangenisstraf van zes maanden en tot betaling van een geldboete van duizend euro. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ambtshalve middel Geschonden wettelijke bepalingen - de artikelen 13, § 6, tweede lid, en 14, §3, van de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie; - artikel 24 van de Voorafgaande Titel van het Wetboek van Strafvordering en artikel 3 van de Wet van 16 juli 2002 tot wijziging van verschillende bepalingen teneinde inzonderheid de verjaringstermijnen voor de niet-correctionaliseerbare misdaden te verlengen.
- Krachtens artikel 13, § 6, tweede lid, Probatiewet moet de vordering tot herroeping van de probatieopschorting in geval van niet-naleving van de opgelegde voorwaarden ingesteld worden uiterlijk binnen een jaar na het verstrijken van de termijn bepaald in artikel
- Zij verjaart een vol jaar na de dag waarop zij bij het bevoegde gerecht is aangebracht. Krachtens artikel 14, § 3, Probatiewet, verjaart de vordering tot herroeping van het probatieuitstel wegens niet-naleving van de opgelegde voorwaarden een vol jaar na de dag waarop zij bij het bevoegde gerecht is aangebracht.
- Aangezien de vordering tot herroeping ertoe strekt dat de rechtbank van eerste aanleg van de verblijfplaats van de veroordeelde en, in hoger beroep, het hof van beroep, uitspraak doen over de straf binnen de grenzen die bij de artikelen 13, § 3 en § 4, en 14, § 2, Probatiewet zijn bepaald, is het een strafvordering. Haar verjaring kan bijgevolg worden gestuit en geschorst overeenkomstig de regels van de Voorafgaande Titel van het Wetboek van Strafvordering.
- Artikel 24, 1°, Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering, zoals het was gesteld bij de wet van 11 december 1998, bepaalde dat de strafvordering geschorst is vanaf de dag van de zitting waarop de strafvordering op de door de wet bepaalde wijze bij het vonnisgerecht wordt ingeleid. Aangezien dit artikel de strafvordering zonder onderscheid bedoelde, was deze schorsingsgrond met name van toepassing op de verjaring van de vordering tot herroeping van de probatieopschorting en het probatieuitstel. Artikel 3 van de wet van 16 juli 2002 tot wijziging van verschillende bepalingen teneinde inzonderheid de verjaringstermijnen voor de niet-correctionaliseerbare misdaden te verlengen, heeft evenwel de voormelde schorsingsgrond vanaf 1 september 2003 afgeschaft, behalve voor de vervolging van de misdrijven die vóór deze datum zijn gepleegd.
- Aangezien de vorderingen tot herroeping van de probatieopschorting en van het probatieuitstel, geen betrekking hadden op de vervolging van mijsdrijven maar enkel op de bestraffing ervan, waren zij op de dag van het bestreden arrest verjaard. De appelrechters die anders oordelen, verantwoorden hun beslissing niet naar recht. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest; Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Laat de kosten ten laste van de Staat. Zegt dat er geen grond is tot verwijzing. Begroot de kosten op 67,49 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt en Koen Mestdagh en op de openbare rechtszitting van 21 oktober 2008 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081021.4 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2014:CONC.20140611.1 precedenten: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050412.10 ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070509.4 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231212.2N.10 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div