id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 21 oktober 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081021.7 Rolnummer: P.08.0915.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Strafrecht Invoerdatum: 2008-11-13 Raadplegingen: 609 - laatst gezien 2026-07-03 02:47 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 3 Geen wetsbepaling schrijft voor dat de appelrechter, naast de motivering van de door hem uitgesproken straf, in het bijzonder moet motiveren waarom de door de eerste rechter opgelegde straf ontoereikend is; de omstandigheid dat de beklaagde in hoger beroep voor meer feiten wordt vrijgesproken, een verzwarende omstandigheid wordt weggelaten en verzachtende omstandigheden worden aangenomen, sluit een zwaardere bestraffing op grond van een gelijkluidende motivering als deze van het beroepen vonnis niet uit, mits ze voldoet aan de voorwaarden van de artikelen 195 en 211, Wetboek van Strafvordering
(1).
(1)Zie: Cass., 14 nov. 2000, AR P.98.0412.N ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990113.9, A.C., 2000, nr
- Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) UTU-thesaurus: STRAFRECHT - BEVOEGDHEID - RECHTSPLEGING - RECHTSMIDDELEN STRAFGERECHTEN - Correctionele rechtbank - Vonnis - Motiveren - nauwkeurig - beknopt Vrije woorden: Straf - Hoger beroep - Strafverzwaring - Vrijspraak voor meer feiten - Weglaten verzwarende omstandigheid - Aannemen verzachtende omstandigheid - Zwaardere bestraffing op grond van een gelijkluidende motivering als het beroepen vonnis - Geldigheid Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 195, tweede lid en 211 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: STRAF - ALLERLEI UTU-thesaurus: STRAFRECHT - BEVOEGDHEID - RECHTSPLEGING - RECHTSMIDDELEN STRAFGERECHTEN - Correctionele rechtbank - Vonnis - Motiveren - nauwkeurig - beknopt Vrije woorden: Motivering - Hoger beroep - Strafverzwaring - Vrijspraak voor meer feiten - Weglaten verzwarende omstandigheid - Aannemen verzachtende omstandigheid - Zwaardere bestraffing op grond van een gelijkluidende motivering als het beroepen vonnis - Geldigheid Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 195, tweede lid en 211 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Rechtspleging in hoger beroep UTU-thesaurus: STRAFRECHT - BEVOEGDHEID - RECHTSPLEGING - RECHTSMIDDELEN STRAFGERECHTEN - Correctionele rechtbank - Vonnis - Motiveren - nauwkeurig - beknopt Vrije woorden: Straf - Motivering - Strafverzwaring - Vrijspraak voor meer feiten - Weglaten verzwarende omstandigheid - Aannemen verzachtende omstandigheid - Zwaardere bestraffing op grond van een gelijkluidende motivering als het beroepen vonnis - Geldigheid Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 195, tweede lid en 211 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Nr. P.08.0915.N I A A, beklaagde, gedetineerd, eiser. II E R, beklaagde, met als raadsman mr. Claude Marinower, advocaat bij de balie te Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 28 april
- De eiser I voert geen middel aan. De eiser II voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Afdelingsvoorzitter Edward Forrier heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en de artikelen 195 en 211 Wetboek van Strafvordering: alhoewel het arrest de eiser in hoger beroep voor meer feiten vrijspreekt, een verzwarende omstandigheid laat wegvallen en verzachtende omstandigheden aanneemt, veroordeelt het hem niettemin op grond van dezelfde motieven als de eerste rechter tot een zwaardere straf, zonder verantwoording van de weigering van het uitstel; aldus bevat het bestreden arrest een tegenstrijdigheid tussen de motivering en de uiteindelijk opgelegde strafmaat in combinatie met een afwezigheid van motivering van de zwaarte van de opgelegde straf.
- Artikel 195 Wetboek van Strafvordering bepaalt dat de rechter nauwkeurig, maar op een wijze die beknopt mag zijn, de redenen moet vermelden waarom hij dergelijke straf of dergelijke maatregel oplegt en de strafmaat moet bepalen voor elke uitgesproken straf.
- Artikel 8, § 1, eerste lid, in fine, Probatiewet bepaalt: "De beslissing waarbij het uitstel en, in voorkomend geval de probatie wordt toegestaan of geweigerd, moet met redenen omkleed zijn overeenkomstig de bepalingen van artikel 195 van het Wetboek van Strafvordering."
- Uit het proces-verbaal van de rechtszitting van 28 januari 2008 blijkt dat de eiser voor de appelrechters weliswaar ondergeschikt een "mildere bestraffing" vroeg, wat evenwel niet gelijkstaat met uitstel van tenuitvoerlegging van straffen. Het middel mist in zoverre feitelijke grondslag.
- Geen wetsbepaling schrijft voor dat de appelrechter, naast de motivering van de door hem uitgesproken straf, in het bijzonder moet motiveren waarom de door de eerste rechter opgelegde straf ontoereikend is. De omstandigheid dat de beklaagde in hoger beroep voor meer feiten wordt vrijgesproken, een verzwarende omstandigheid wordt weggelaten en verzachtende omstandigheden worden aangenomen, sluit een zwaardere bestraffing op grond van een gelijkluidende motivering als deze van het beroepen vonnis niet uit, mits ze voldoet aan de voorwaarden van de artikelen 195 en 211 Wetboek van Strafvordering. Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt in zoverre naar recht. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvordering zijn in acht genomen en de beslissingen zijn overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers in de kosten van hun cassatieberoep. Begroot de kosten in het geheel op 174,76 euro waarvan de eisers I en II elk 87,38 euro verschuldigd zijn. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt en Koen Mestdagh en op de openbare rechtszitting van 21 oktober 2008 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081021.7 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2018:CONC.20181002.8 precedenten: ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990113.9 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20120605.5 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230905.2N.12 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div