id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 24 oktober 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081024.10 Rolnummer: C.08.0065.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2008-11-13 Raadplegingen: 250 - laatst gezien 2026-07-03 02:44 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 De bekrachtiging door de eigenaar van het verkochte goed van de door een andere partij zonder volmacht en in eigen naam gesloten verkoop is rechtsgeldig; de wederpartij-koper, die evenwel niet verplicht is rechtsgevolgen te verlenen aan deze bekrachtiging omdat hem geen andere contractpartij kan worden opgedrongen, maar de bekrachtiging aanvaardt, is daardoor gerechtigd contractuele vorderingen in te stellen tegen de eigenaar als lastgever-verkoper en behoudt dan tevens het recht de partij die in eigen naam optrad in rechte aan te spreken, op grond van de door deze partij in eigen naam aangegane verbintenissen
(1).
(1)Zie Cass., 28 april 1980, Bull. civ., 1980, 105; I. SAMOY , Middellijke vertegenwoordiging, Intersentia, 2005, nrs 605 -
- Thesaurus CAS: OVEREENKOMST - RECHTEN EN VERPLICHTINGEN VAN PARTIJEN - Tussen partijen UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - BIJZONDERE OVEREENKOMSTEN - Lastgeving - Verplichtingen lasthebber Vrije woorden: Rechtshandeling in eigen naam door een niet gemandateerde partij - Bekrachtiging door de eigenaar - Aanvaarding van de bekrachtiging door de wederpartij Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - Artt. 1165, 1984, 1997 en 1998 Thesaurus CAS: LASTGEVING UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - BIJZONDERE OVEREENKOMSTEN - Lastgeving - Verplichtingen lasthebber Vrije woorden: Rechtshandeling in eigen naam door een niet gemandateerde partij - Bekrachtiging door de eigenaar - Aanvaarding van de bekrachtiging door de wederpartij Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - Artt. 1165, 1984, 1997 en 1998 Tekst van de beslissing Nr. C.08.0065.N CLASSIC CARS AND INVESTMENTS, naamloze vennootschap, met zetel te 1090 Jette, Broustinlaan 39/14, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen
- C. M., en,
- H. V., verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest, op 18 oktober 2007 gewezen door het Hof van Beroep te Gent. Afdelingsvoorzitter Robert Boes heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift een middel aan; Geschonden wettelijke bepalingen - artikel 149 van de Grondwet; - de artikelen 1165, 1984, 1997 en 1998 van het Burgerlijk Wetboek. Aangevochten beslissingen De appelrechters veroordelen de eiseres in solidum met de nv Coast Constructions om aan de verweerders de som te betalen van 72.099,77 euro, meer de verwijlinteresten vanaf 5 december 2002 en tot 27 januari 2004, datum van dagvaarding, en de gerechtelijke interesten van dan af, op grond dat de verkoopovereenkomst van 10 mei 2002 nietig is, op grond van de volgende motieven: "Beoordeling Gelet op het beperkt karakter van het hoger beroep en de ontstentenis van een incidenteel beroep, beperkt het debat zich thans tot de vordering van (de verweerders) ten aanzien van (de eiseres), zodat moet worden nagegaan of zij als medecontractant van (de verweerders) kan worden beschouwd. In strijd met hetgeen de eerste rechter heeft geoordeeld is het (hof van beroep) de overtuiging toegedaan dat (de eiseres) zich verbonden heeft ten aanzien van (de verweerders). Weliswaar heeft zij wellicht geen opdracht gegeven aan Coast Constructions om het kwestieus appartement te verkopen, maar uit de houding, die zij nadien heeft aangenomen, mag met zekerheid worden afgeleid dat zij de verkoop van het appartement door Coast Constructions aan (de verweerders) heeft bekrachtigd. Het (hof van beroep) komt tot dit besluit op grond van de hiernavolgende feitelijke vaststellingen: - in de fax van 12 november 2002 van Coast Constructions aan (de verweerders) wordt uitdrukkelijk vermeld dat (de eiseres) de eigenaar-verkoper van het appartement is; - het mandaat, dat Coast Constructions heeft van (de eiseres), wordt expliciet aangehaald in een fax van Coast Constructions van 4 oktober 2002; - de notaris van (de eiseres) heeft een ontwerp opgesteld van de akte betreffende de verkoop van het appartement aan (de verweerders) en heeft tevens dagstelling gevraagd voor het verlijden van de akte (brief van 20 november 2002). Door haar notaris een dergelijke opdracht te geven, heeft (de eiseres) met zekerheid de verkoop van Coast Constructions bekrachtigd; - in de afrekening van de notaris aan (de eiseres) worden de door (de verweerders) als voorschot betaalde bedragen in mindering gebracht van de koopsom; - (de eiseres) heeft niet gereageerd op het aangetekend schrijven van de raadsman van (de verweerders) van 5 december 2002, waarbij haar terugbetaling werd gevraagd van alle betaalde voorschotten. Nochtans had (de eiseres), als handelaarster, de plicht om te protesteren tegen de aanspraken van (de verweerders) in de mate zij er niet kon mee instemmen; - uit de fax van accountant Van Impe van 19 oktober 2005 blijkt dat in de boekhouding van Coast Constructions de door (de verweerders) betaalde voorschotten geboekt werden als ‘gecompenseerd' met (de eiseres). Tenslotte wijzen (de verweerders) terecht op de gerechtelijke bekentenis van (de eiseres), welke vervat is in haar op 20 september 2004 voor de eerste rechter neergelegde conclusie en overigens herhaald wordt in haar appelconclusies: ‘In de loop van de constructie stelt de heer G. een kandidaat-koper te hebben gevonden in de persoon van de eisers, terwijl toen niet eens het appartement te koop was. Er wordt t.a.v. Coast Constructions duidelijk gesteld dat alles dient te verlopen via notaris Marc Vanden Bussche, dat het een verkoop is onder het stelsel van toevallige oprichter (BTW) (wat betekent dat de koper behalve op de grond BTW moet betalen en registratierechten op het grondgedeelte) tegen de prijs van 6.500.000 frank of 161.131,00 euro en dat Coast Contructions ons haar ‘commissie' moet verrekenen op de koper, haar ‘goede vrienden'. Hieruit blijkt onomstotelijk dat (de eiseres) weliswaar aanvankelijk geen opdracht had gegeven aan Coast Constructions om het kwestieus appartement te verkopen, maar dat zij niettemin met de met (de verweerders) tot stand gekomen verkoopovereenkomst heeft ingestemd, aangezien zij verwijst naar haar notaris, instructies geeft omtrent de aanrekening van de koopsom en erop wijst dat Coast Constructions haar commissieloon moet verhalen op de kopers. Tevergeefs werpt (de eiseres) op dat zij de door Coast Constructions gestelde handeling niet kan bekrachtigd hebben, nu de akte niet werd verleden. Deze stelling snijdt geen hout, aangezien hiervoor is gebleken dat (de eiseres) precies heeft aangedrongen op het verlijden van de akte (en aldus de verkoop heeft bekrachtigd). Dat de akte uiteindelijk niet werd verleden is uitsluitend te wijten aan de weigering van (de verweerders). Even vergeefs meent (de eiseres) dat zij geen enkele verbintenis heeft ten overstaan van (de verweerders), nu zij de rechtshandeling van Coast Constructions niet kan hebben bekrachtigd, aangezien deze buiten de grenzen van haar mandaat is getreden door, naast het appartement, ook nog een autostandplaats en een tuintje te verkopen. Uit de appelconclusie van (de eiseres) zelf blijkt immers dat de bezwaren van (de verweerders) waren uitgepraat en zij zelfs een toegift had gedaan door te zorgen voor een parking, zodat niets het verlijden van de akte in de weg stond. Bijgevolg kon de problematiek van de standplaats en het tuintje geen beletsel zijn voor de verkoop van het appartement. In dit verband kon nog worden opgemerkt dat de eerste rechter de koopovereenkomst van 10 mei 2002 niet heeft ontbonden omwille van een tekortkoming aan de leveringsplicht of deze nietig heeft verklaard omwille van een of ander wilsgebrek, maar de nietigheid heeft uitgesproken op grond van inbreuken op de wet Breyne. Het hoger beroep is gegrond. (De eiseres) dient de door (de verweerders) betaalde bedragen terug te betalen". Grieven Lastgeving is een handeling waarbij een persoon aan een ander de macht geeft om iets voor de lastgever en in zijn naam te doen (artikel 1984 van het Burgerlijk Wetboek). De lastgever is gehouden de verbintenissen na te komen die de lasthebber overeenkomstig de hem verleende macht heeft aangegaan (artikel 1998, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek). De lastgever is niet gehouden tot hetgeen de lasthebber buiten de hem verleende macht heeft gedaan, behoudens indien de lastgever zulks uitdrukkelijk of stilzwijgend bekrachtigd heeft (artikel 1998, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek). De lastgever is evenmin gehouden indien de lasthebber in eigen naam is opgetreden. In dat geval is de lastgever immers een derde ten aanzien van de overeenkomst die werd afgesloten tussen de lasthebber en de persoon waarmee deze gecontracteerd heeft en kan deze overeenkomst aan de lastgever geen nadeel toebrengen (artikel 1165 van het Burgerlijk Wetboek). De eiseres voerde in conclusie aan dat de nv Coast Constructions bij het afsluiten van de verkoopovereenkomst van 10 mei 2002 met de verweerders, in eigen naam was opgetreden, zodat zij ten aanzien van verweerders persoonlijk verbonden was en zodat verweerders niet over een rechtstreekse vordering beschikten tegen de eiseres. De eiseres voerde dit verweer aan in de volgende bewoordingen: "Voor het geval (de verweerders) zouden kunnen aantonen dat (nv Coast Constructions) als lasthebber is opgetreden, dient te worden gesteld dat (nv Coast Constructions) handelde in eigen naam, bij gebreke aan vermelding van de identiteit van (de eiseres) in de verkoopsovereenkomst. De lasthebber die handelt in persoonlijke naam zonder zijn hoedanigheid van vertegenwoordiger van een welbepaalde lastgever te vermelden is persoonlijk verbonden t.o.v. zijn medecontractant. De derde-medecontractant beschikt niet over een rechtstreekse vordering tegenover de lastgever. (Tilleman, B., Lastgeving, A.P.R. 1997, p. 275-276 met verwijzing naar rechtspraak en rechtsleer)". De appelrechters laten na dit verweer te beantwoorden en schenden dan ook artikel 149 van de Grondwet. In zoverre de appelrechters beslissen dat de bekrachtiging door de eiseres tot gevolg heeft dat de eiseres gehouden is de verbintenissen uit te voeren die door de lasthebber in eigen naam ten aanzien van de verweerders zijn aangegaan, schenden zij de artikelen 1165, 1984, 1997 en 1998 van het Burgerlijk Wetboek. Indien de lasthebber in eigen naam contracteert, heeft deze overeenkomst immers enkel gevolgen tussen de lasthebber en de persoon waarmee hij gecontracteerd heeft en is de lastgever ten aanzien van deze overeenkomst een derde, ten aanzien van wie de overeenkomst geen nadeel kan toebrengen, zelfs indien de lastgever de handeling na het sluiten ervan bekrachtigd heeft. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- Op het in de appelconclusie van de eiseres gevoerd verweer dat de verweerders niet over een rechtstreekse vordering beschikken tegen de eiseres omdat de nv Coast Constructions de koopovereenkomst in eigen naam met de verweerders sloot en de eiseres geen contractpartij was, antwoordt het arrest dat dit wel het geval is omdat de eiseres de koopovereenkomst heeft bekrachtigd. Het middel mist in zoverre feitelijke grondslag.
- De bekrachtiging door de eigenaar van het verkochte goed van de door een andere partij zonder volmacht en in eigen naam gesloten verkoop is rechtsgeldig. De wederpartij-koper is evenwel niet verplicht rechtsgevolgen te verlenen aan deze bekrachtiging omdat hem geen andere contractpartij kan worden opgedrongen. Aanvaardt de wederpartij de bekrachtiging, dan is zij gerechtigd contractuele vorderingen in te stellen tegen de eigenaar van het verkochte goed als lastgever-verkoper. Alsdan behoudt de wederpartij tevens het recht de partij die in eigen naam optrad in rechte aan te spreken, dit op grond van de door deze partij in eigen naam aangegane verbintenissen.
- Het middel faalt naar recht in zoverre het aanvoert dat een bekrachtiging van een rechtshandeling niet kan, wanneer de rechtshandeling in eigen naam is gesteld door iemand die niet gemandateerd was. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres in de kosten. De kosten zijn begroot op de som van 547,84 euro jegens de eisende partij. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit eerste voorzitter Ghislain Londers, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Robert Boes, en de raadsheren Eric Stassijns, Beatrijs Deconinck en Alain Smetryns, en in openbare terechtzitting van 24 oktober 2008 uitgesproken door eerste voorzitter Ghislain Londers, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem, met bijstand van adjunct-griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081024.10 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div