id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 28 oktober 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081028.1 Rolnummer: P.07.0765.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2008-11-10 Raadplegingen: 186 - laatst gezien 2026-07-03 02:41 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 De enkele omstandigheid dat de uitspraak van de kamer van inbeschuldigingstelling de in artikel 235ter, § 2, eerste lid, Wet van Strafvordering daarvoor bepaalde termijn van dertig dagen overschrijdt, heeft niet de nietigheid van de uitspraak tot gevolg. Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Opsporingsonderzoek - Bijzondere opsporingsmethoden - Wettigheidscontrole Vrije woorden: Kamer van inbeschuldigingstelling - Artikel 235ter Sv. - Controle van de regelmatigheid van de bijzondere opsporingsmethoden observatie en infiltratie - Termijn van dertig dagen voor de uitspraak - Overschrijding Fiche 2 Artikel 235ter Wetboek van Strafvordering schrijft niet voor dat de kamer van inbeschuldigingstelling, die uitspraak doet over het onderzoek van de regelmatigheid van de toepassing van de bijzondere opsporingsmethoden observatie en infiltratie, moet vermelden dat de voorafgaande machtiging daartoe door de procureur des Konings schriftelijk gegeven werd. Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Opsporingsonderzoek - Bijzondere opsporingsmethoden - Wettigheidscontrole Vrije woorden: Kamer van inbeschuldigingstelling - Artikel 235ter Sv. - Controle van de regelmatigheid van de bijzondere opsporingsmethoden observatie en infiltratie - Observatie - Voorafgaande schriftelijke machtiging door de procureur des Konings - Verplichtingen van de kamer van inbeschuldigingstelling Tekst van de beslissing Nr. P.07.0765.N R V, inverdenkinggestelde, eiser, met als raadsman mr. Bart Spriet, advocaat bij de balie te Turnhout. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 7 mei
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Het Hof heeft bij arrest van 26 juni 2007 het Grondwettelijk Hof een prejudiciële vraag gesteld. Het Grondwettelijk Hof heeft bij arrest nr. 126/2007 van 4 oktober 2007 vastgesteld dat de prejudiciële vraag zonder voorwerp is. Raadsheer Luc Huybrechts heeft verslag uitgebracht. Advocaat generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Het middel voert schending aan van artikel 235ter, § 2, eerste lid, Wetboek van Strafvordering: het bestreden arrest over de al dan niet regelmatige toepassing van de bijzondere opsporingsmethoden observatie en infiltratie werd niet gewezen binnen de dertig dagen na de ontvangst van de vordering van het openbaar ministerie en is derhalve nietig.
- De enkele omstandigheid dat de uitspraak van de kamer van inbeschuldigingstelling de in artikel 235ter, § 2, eerste lid, Wetboek van Strafvordering daarvoor bepaalde termijn overschrijdt, heeft niet de nietigheid van de uitspraak tot gevolg. Het middel faalt naar recht. Tweede middel
- Het middel voert schending aan van de artikelen 47sexies, § 3, en 47octies, § 3, Wetboek van Strafvordering: het bestreden arrest vermeldt niet of de door de procureur des Konings gegeven voorafgaande machtiging tot infiltratie met toelating tot pseudokoop schriftelijk gegeven werd.
- Artikel 235ter Wetboek van Strafvordering schrijft niet voor dat de kamer van inbeschuldigingstelling, die uitspraak doet over het onderzoek van de regelmatigheid van de toepassing van de bijzondere opsporingsmethoden observatie en infiltratie, moet vermelden dat de voorafgaande machtiging daartoe door de procureur des Konings schriftelijk gegeven werd. Het middel faalt naar recht. Ambtshalve onderzoek van de beslissing
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Begroot de kosten op 53,99 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Luc Huybrechts, als waarnemend voorzitter, en de raadsheren Etienne Goethals, Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt en Koen Mestdagh en op de openbare rechtszitting van 28 oktober 2008 uitgesproken door waarnemend voorzitter Luc Huybrechts, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van afgevaardigd adjunct-griffier Conny Van de Mergel. PDF document ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081028.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div