id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 28 oktober 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081028.2 Rolnummer: P.08.0643.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Internationaal publiekrecht Invoerdatum: 2008-11-10 Raadplegingen: 485 - laatst gezien 2026-07-03 07:37 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Overeenkomstig artikel 1385quinquies, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek kan de rechter die een dwangsom heeft opgelegd, op vordering van de veroordeelde de dwangsom opheffen, de looptijd ervan opschorten gedurende de door hem te bepalen termijn of de dwangsom verminderen ingeval van blijvende onmogelijkheid voor de veroordeelde om aan de hoofdveroordeling te voldoen; de feitenrechter oordeelt onaantastbaar over het bestaan, de aard en de gevolgen van een blijvende onmogelijkheid voor de veroordeelde om aan de hoofdveroordeling te voldoen. Thesaurus CAS: DWANGSOM UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - DWANGSOM - Opheffing, vermindering GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Daadwerkelijk rechtsmiddel - art. 13 Vrije woorden: Opheffing, opschorting van de looptijd of vermindering - Blijvende onmogelijkheid om aan de hoofdveroordeling te voldoen - Bestaan, aard en gevolgen van de onmogelijkheid te voldoen - Onaantastbare beoordeling van de feitenrechter Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - DWANGSOM - Opheffing, vermindering GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Daadwerkelijk rechtsmiddel - art. 13 Vrije woorden: Dwangsom - Opheffing, opschorting van de looptijd of vermindering - Blijvende onmogelijkheid om aan de hoofdveroordeling te voldoen - Bestaan, aard en gevolgen van de onmogelijkheid te voldoen Fiches 3 - 4 Artikel 13 EVRM bepaalt dat eenieder wiens rechten en vrijheden, welke in dit verdrag zijn vermeld, geschonden zijn, recht heeft op daadwerkelijke rechtshulp voor een nationale instantie, zelfs indien deze schending zou zijn begaan door personen in de uitoefening van hun ambtelijke functie; de nationale instantie die de bevoegdheid heeft de bedoelde rechtshulp te verlenen, oordeelt onaantastbaar in feite welke daadwerkelijke rechtshulp moet worden verleend. Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 13 UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - DWANGSOM - Opheffing, vermindering GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Daadwerkelijk rechtsmiddel - art. 13 Vrije woorden: Recht op een daadwerkelijk rechtsmiddel - Recht op daadwerkelijke rechtshulp voor een nationale instantie - Beoordeling van de aard van de te verlenen daadwerkelijke rechtshulp - Onaantastbare beoordeling van de feitenrechter Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - DWANGSOM - Opheffing, vermindering GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Daadwerkelijk rechtsmiddel - art. 13 Vrije woorden: Schending van rechten en vrijheden gewaarborgd door het EVRM - Artikel 13 E.V.R.M. - Recht op een daadwerkelijk rechtsmiddel - Recht op daadwerkelijke rechtshulp voor een nationale instantie - Beoordeling van de aard van de te verlenen daadwerkelijke rechtshulp Tekst van de beslissing Nr. P.08.0643.N I A.B, eiser tot opschorting van een dwangsom, eiser, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, waar de eiser woonplaats kiest. II R. V. D., vrijwillig tussengekomen partij, eiseres, met als raadsman mr. Guido Aerts, advocaat bij de balie te Gent, met kantoor te 9000 Gent, Voskenslaan 420, waar de eiseres woonplaats kiest. beide cassatieberoepen gericht tegen:
- PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE GENT,
- GEWESTELIJK STEDENBOUWKUNDIG INSPECTEUR, bevoegd voor de Provincie West-Vlaanderen, met kantoor te 8000 Brugge, Werkhuisstraat 9,
- VLAAMS GEWEST, vertegenwoordigd door zijn regering in de persoon van de minister-president, wiens kabinet gevestigd is te 1000 Brussel, Koolstraat 35,
- VLAAMSE GEMEENSCHAP, vertegenwoordigd door de minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur, met kantoor te 1000 Brussel, Graaf de Ferrarisgebouw, Koning Albert-II-laan 20, verweerders op rechtstreekse dagvaarding, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van 14 maart 2008 van het Hof van Beroep te Gent, correctionele kamer. De eiser doet zonder berusting afstand van zijn memorie van 20 juni
- In een memorie van 23 juni 2008 die aan dit arrest is gehecht, voert hij een middel aan. De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Etienne Goethals heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslager heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel van de eiser Eerste onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 6 en 13 EVRM en artikel 1385quinquies Gerechtelijk Wetboek: de appelrechters oordelen ten onrechte dat de procedures die bij het Europese Hof van de Rechten van de Mens worden ingesteld wegens mogelijke schending van artikel 6 EVRM geen belemmering kunnen vormen voor de uitvoering van het bevolen herstel, en bijgevolg geen tijdelijke of gehele, psychische of morele onmogelijkheid vormen om aan de veroordeling te voldoen in de zin van artikel 1385quinquies Gerechtelijk Wetboek. De afbraak ter uitvoering van het bevolen herstel in de oorspronkelijke staat zou immers elk daadwerkelijk rechtsherstel wegens schending van het verdrag onmogelijk maken.
- Overeenkomstig artikel 1385quinquies, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek kan de rechter die een dwangsom heeft opgelegd, op vordering van de veroordeelde de dwangsom opheffen, de looptijd ervan opschorten gedurende de door hem te bepalen termijn of de dwangsom verminderen ingeval van blijvende onmogelijkheid voor de veroordeelde om aan de hoofdveroordeling te voldoen. De feitenrechter oordeelt onaantastbaar over het bestaan, de aard en de gevolgen van een blijvende onmogelijkheid voor de veroordeelde om aan de hoofdveroordeling te voldoen.
- Artikel 13 EVRM bepaalt dat eenieder wiens rechten en vrijheden, welke in dit verdrag zijn vermeld, geschonden zijn, recht heeft op daadwerkelijke rechtshulp voor een nationale instantie, zelfs indien deze schending zou zijn begaan door personen in de uitoefening van hun ambtelijke functie. De nationale instantie die de bevoegdheid heeft de bedoelde rechtshulp te verlenen, oordeelt onaantastbaar in feite welke daadwerkelijke rechtshulp moet worden verleend.
- De appelrechters oordelen enerzijds dat de door de eiser ingeroepen omstandigheden, afzonderlijk of samen beschouwd, geen al dan niet tijdelijke onmogelijkheid meebrengen om te voldoen aan de hoofdveroordeling; ze oordelen anderzijds, op grond van het arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (2e afd) nr. 21861/03 van 27 november 2007 (Hamer/België) dat een uitspraak in eisers zaak door dit Hof niet zal meebrengen dat de bevolen herstelmaatregel niet zal worden gehandhaafd. Op grond van deze overwegingen konden de appelrechters wettig oordelen dat de procedure die hangende is voor het Hof voor de Rechten van de Mens, er niet aan in de weg staat dat de eiser zou overgaan tot het bevolen herstel en derhalve in zijne hoofde geen tijdelijke of gehele onmogelijkheid uitmaakt om aan de hoofdveroordeling te voldoen. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. Tweede onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 6 en 13 EVRM, artikel 1385quinquies Gerechtelijk Wetboek, de artikelen 442bis tot 442octies Wetboek van Strafvordering en artikel 21ter Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering: de appelrechters oordelen ten onrechte dat artikel 21ter Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering niet op de straf van herstel in de vorige staat toepasselijk is.
- Daar de appelrechters wettig hebben kunnen oordelen dat de procedure die hangende is voor het Hof van de Rechten van de Mens er niet aan in de weg staat dat de eiser zou overgaan tot het bevolen herstel en derhalve in zijne hoofde geen tijdelijke en gehele onmogelijkheid uitmaakt om aan de hoofdveroordeling te voldoen, zijn hun overwegingen betreffende de niet-toepasselijkheid van artikel 21ter Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering overtollig. Het onderdeel is niet ontvankelijk. Middel van de eiseres
- Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet: de eiseres heeft op geen enkel ogenblik "beweerd" dat andere rechtsgronden werden ingeroepen; zij heeft integendeel een mogelijke toepassing van artikel 1412 Burgerlijk Wetboek ingeroepen waarbij door het verbeuren door de eiser, haar echtgenoot, van de dwangsom quasi haar volledig patrimonium wordt bedreigd, zonder dat de appelrechters daarop hebben geantwoord.
- De appelrechters stellen vast dat de eiseres in haar op de terechtzitting van 21 december 2007 neergelegde conclusie zich aansluit bij een onderdeel van de stelling van de eiser, haar echtgenoot. Zij vraagt dat de looptijd van de dwangsom zou worden opgeschort tot uitspraak zal verleend zijn door het Europese Hof voor de Rechten van de Mens over een door haar in te leiden verhaal bij dat Hof tegen een arrest van 9 maart 2007 van het Hof van Beroep te Gent en een arrest van 11 september 2007 van dit Hof. Voorts oordelen de appelrechters, op grond van de redenen die zij vermelden, dat voor de echtgenoot van de eiseres noch een materiële noch een psychische onmogelijkheid bestaat om, geheel of gedeeltelijk, aan de hoofdveroordeling te voldoen. Meer bepaald blijkt deze onmogelijkheid niet uit het aan hen voorgelegde verzoekschrift, gericht tot het Europese Hof voor de Rechten van de Mens, noch uit andere, door de eisers aangekondigde maar nog niet voor dat Hof opgestarte procedures. Uit het debat volgt dat de echtgenoot van de eiseres, in overleg met haarzelf, op elke mogelijke manier zich verzet tegen het bevolen herstel. De appelrechters beantwoorden zodoende het verweer van de eiseres. Het middel mist feitelijke grondslag. Dictum Het Hof, Verleent aan de eiser akte van de afstand van zijn memorie van 20 juni
- Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers in de kosten van hun cassatieberoep. Begroot de kosten op 99,80 euro waarvan op elk cassatieberoep 19,90 euro is verschuldigd. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Luc Huybrechts, als waarnemend voorzitter, en de raadsheren Etienne Goethals, Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt en Koen Mestdagh en op de openbare rechtszitting van 28 oktober 2008 uitgesproken door waarnemend voorzitter Luc Huybrechts, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van afgevaardigd adjunct-griffier Conny Van de Mergel. PDF document ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081028.2 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2018:CONC.20181019.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div