id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 04 november 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081104.1 Rolnummer: P.08.1440.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Strafrecht Invoerdatum: 2008-11-24 Raadplegingen: 215 - laatst gezien 2026-07-03 02:32 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Zo het cassatieberoep van de inverdenkinggestelde tegen het arrest van de kamer van inbeschuldigingstelling die de regelmatigheid van de toegepaste bijzondere opsporingsmethoden onderzoekt moet ingesteld worden binnen de termijn van vijftien vrije dagen na de dag waarop het arrest is uitgesproken, kan een naderhand ingesteld cassatieberoep nog ontvankelijk zijn indien blijkt dat een niet regelmatige kennisgeving door de griffier aan de inverdenkinggestelde werd gedaan en deze ter terechtzitting van de kamer van inbeschuldigingstelling niet is verschenen
(1)Het O.M. concludeerde tot de niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep om reden dat het laattijdig cassatieberoep van de eiser enkel betrekking had op een beslissing, genomen in een fase van de rechtspleging die volledig was beëindigd. Het bestreden arrest van 10 januari 2008 onderzocht op vordering van het openbaar ministerie en bij toepassing van artikel 235ter, Strafvordering de regelmatigheid van de toegepaste bijzondere opsporingsmethode observatie bij het afsluiten van het opsporingsonderzoek waarin deze methode werd toegepast en alvorens te dezen het Beheer van Financiën tot rechtstreekse dagvaarding overging. Het cassatieberoep van 19 september 2008 strekte tot de vernietiging van het bestreden arrest van de kamer van inbeschuldigingstelling omdat door de griffier aan de eiser op een onjuist adres overeenkomstig artikel 235ter, § 2, Strafvordering kennis werd gegeven en de zaak zodoende in zijn afwezigheid werd behandeld. Intussen was de zaak evenwel aanhangig voor de correctionele rechtbank zodat de kamer van inbeschuldigingstelling niet meer de toepassing van de bijzondere opsporingsmethoden voorafgaand aan de adiëring van de feitenrechter opnieuw kon controleren. Enkel bij toepassing van artikel 189ter, Strafvordering kan, op basis van concrete gegevens die pas aan het licht zijn gekomen na de controle van de kamer van inbeschuldidingstelling krachtens artikel 235ter, de rechtbank de kamer van inbeschuldigingstelling gelasten de controle over de toepassing van de bijzondere opsporingsmethoden observatie en infiltratie uit te oefenen met toepassing van artikel 235ter. De onomkeerbaarheid van de alzo in de wet vastgelegde procedures verhinderde volgens het O.M. te besluiten tot de ontvankelijkheid van het laattijdig cassatieberoep. Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Termijnen voor cassatieberoep en betekening - Strafvordering - Duur, begin en einde UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Termijnen voor cassatieberoep en betekening STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Opsporingsonderzoek - Bijzondere opsporingsmethoden - Wettigheidscontrole Vrije woorden: Kamer van inbeschuldigingstelling - Controle van de bijzondere opsporingsmethoden - Niet regelmatige kennisgeving door de griffier aan de inverdenkinggestelde - Afwezigheid ter terechtzitting van de inverdenkinggestelde - Laattijdig cassatieberoep - Ontvankelijkheid Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 235ter, § 2, en 373 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Fiches 2 - 3 Ofschoon bij de rechtspleging overeenkomstig artikel 235ter, Wetboek van Strafvordering de uitoefening van het recht van verdediging van de burgerlijke partij en de inverdenkinggestelde beperkt is tot het recht gehoord te worden buiten de aanwezigheid van andere van die partijen, is dit verhoor een waarborg voor de verdediging in verband met de toegepaste bijzondere opsporingsmethode; wanneer een partij niet werd gehoord omdat haar niet regelmatig kennis werd gegeven van de vaststelling van de zaak, is dit recht miskend. Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Termijnen voor cassatieberoep en betekening STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Opsporingsonderzoek - Bijzondere opsporingsmethoden - Wettigheidscontrole Vrije woorden: Controle van de bijzondere opsporingsmethoden - Kamer van inbeschuldigingstelling - Burgerlijke partij en inverdenkinggestelde - Hoorplicht Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Termijnen voor cassatieberoep en betekening STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Opsporingsonderzoek - Bijzondere opsporingsmethoden - Wettigheidscontrole Vrije woorden: Kamer van inbeschuldigingstelling - Controle van de bijzondere opsporingsmethoden - Burgerlijke partij en inverdenkinggestelde - Hoorplicht Tekst van de beslissing Nr. P.08.1440.N E R E V H, inverdenkinggestelde, eiser, met als raadsman mr. Sven De Baere, advocaat bij de balie te Brussel, tegen BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, voor wie optreedt het bestuur van de douane en accijnzen te Antwerpen, met kantoor te 2000 Antwerpen, Kattendijkdok - Oostkaai 22, vervolgende partij, verweerder. I. RECHTSPLEGING VAN HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 10 januari
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Luc Huybrechts heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
- Het bestreden arrest onderzoekt, op vordering van het openbaar ministerie, de regelmatigheid van de toegepaste bijzondere opsporingsmethode observatie.
- Het cassatieberoep tegen de beslissing in dergelijke inquisitoire en niet-contradictoire rechtspleging moet door degene die verwittigd werd van de rechtszitting waarop de kamer van inbeschuldigingstelling de controle van de toegepaste opsporingsmethode zou onderzoeken, overeenkomstig artikel 373 Wetboek van Strafvordering ingesteld worden binnen de termijn van vijftien vrije dagen na de dag waarop het arrest is uitgesproken. Het cassatieberoep dat buiten deze termijn is ingesteld, is in beginsel niet ontvankelijk.
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt evenwel dat de griffier de eiser op 3 januari 2008 kennis heeft gegeven van de vaststelling van de zaak ter uitvoering van de controle van de toegepaste bijzondere opsporingsmethode op een adres waar de eiser toen sedert 19 februari 2007 niet meer gedomicilieerd was. Anderzijds verklaart de eiser van het bestreden arrest maar kennis te hebben gekregen bij zijn dagvaarding ten gronde op 10 september
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt het tegendeel niet. Het cassatieberoep van 19 september 2008 is derhalve ontvankelijk. Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM en artikel 235ter Wetboek van Strafvordering en miskenning van het algemeen beginsel van het recht van verdediging: door zijn oproeping op een onjuist adres heeft de eiser zijn recht van verdediging niet kunnen uitoefenen.
- Ofschoon bij de rechtspleging overeenkomstig artikel 235ter Wetboek van Strafvordering de uitoefening van het recht van verdediging van de burgerlijke partij en de inverdenkinggestelde beperkt is tot het recht gehoord te worden buiten de aanwezigheid van andere van die partijen, is dit verhoor een waarborg voor de verdediging in verband met de toegepaste bijzondere opsporingsmethode. Wanneer een partij niet werd gehoord omdat haar niet regelmatig kennis werd gegeven van de vaststelling van de zaak, is dit recht miskend. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het uitspraak doet wat de eiser betreft. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Laat de kosten te laste van de Staat. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het Hof van Beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, anders samengesteld. Begroot de de kosten op 91,18 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Etienne Goethals, Luc Van hoogenbemt en Koen Mestdagh en op de openbare rechtszitting van 4 november 2008 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081104.1 Gerelateerde publicatie(s) zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100427.7 ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140923.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div