← België

ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081107.5

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 07 november 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081107.5 Rolnummer: C.07.0606.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige - Internationaal publiekrecht Invoerdatum: 2008-12-26 Raadplegingen: 501 - laatst gezien 2026-07-03 09:59 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 De aanmaning door de notaris, van de schuldenaar tegen wie het beslag is geschied en van de schuldeisers, inzage te nemen van het proces-verbaal van rangregeling en om, indien daartoe grond bestaat, daarop tegenspraak te doen, strekt ertoe deze procedure op een doelmatige wijze af te wikkelen; hieruit volgt dat na het verstrijken van de daarin bedoelde termijn, een tegenspraak niet ontvankelijk is, behoudens ingeval van bedrog of overmacht en behoudens de mogelijkheid om incidentele tegenspraak te voeren voor de beslagrechter

(1); aldus kan een tegenspraak geen betrekking meer hebben op een in het definitief proces-verbaal opgenomen schuldvordering, ook al was die schuldvordering aanvankelijk niet batig gerangschikt.
(1)Zie Cass., 13 juni 1985, AR 7214, A.C., 1985, nr
  1. Thesaurus CAS: BESLAG - GEDWONGEN TENUITVOERLEGGING UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BEMIDDELING (BURGERLIJKE ZAKEN) - Vrijwillige bemiddeling Vrije woorden: Rangregeling - Proces-verbaal van rangregeling - Aanmaning van de partijen - Doel - Termijn - Tegenspraak Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1644, eerste lid Fiches 2 - 3 De rangregeling zoals bepaald bij artikel 1644, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek ontzegt een partij niet op onwettige wijze de toegang tot de rechter en is niet strijdig met artikel 6.1 van het E.V.R.M. Thesaurus CAS: BESLAG - GEDWONGEN TENUITVOERLEGGING UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BEMIDDELING (BURGERLIJKE ZAKEN) - Vrijwillige bemiddeling Vrije woorden: Rangregeling - Proces-verbaal van rangregeling - Termijn voor tegenspraak - Toegang tot de rechter - Artikel 6.1 E.V.R.M. Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BEMIDDELING (BURGERLIJKE ZAKEN) - Vrijwillige bemiddeling Vrije woorden: Beslag - Rangregeling - Proces-verbaal van rangregeling - Termijn voor tegenspraak - Toegang tot de rechter Tekst van de beslissing Nr. C.07.0606.N
  2. V.C.M.,
  3. S. F.,
  4. S. R.,
  5. VICTORY-MED, naamloze vennootschap, met zetel te 3581 Beringen-Beverlo, Heidestraat 99, eisers, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de eisers woonplaats kiezen, tegen BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kantoor te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de ontvanger der directe belastingen te Hasselt, met kantoor te 3500 Hasselt, Maastrichterstraat 100, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Dalstraat 67, bus 14, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 5 september 2007 gewezen door het Hof van Beroep te Antwerpen. Raadsheer Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem heeft geconcludeerd. II. FEITEN Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan blijkt dat: - uitvoerend beslag werd gelegd op het onroerend goed van de eerste en de tweede eisers; - op 6 december 2001 door de notaris een ontwerp van rangregeling werd opgesteld en de beslagenen en de schuldeisers werden aangemaand om van dit proces-verbaal kennis te nemen; - volgens dit ontwerp de verkoopopbrengst werd toebedeeld aan de derde en vierde eisers; - tegen het ontwerp enkel tegenspraak werd gedaan door de verweerder; - bij arrest van 16 juni 2004 voor recht werd gezegd dat de schuldvorderingen van de derde en vierde eisers moeten worden beperkt tot het bedrag vermeld in de subrogatieakten; - de notaris op 28 oktober 2005 een definitief proces-verbaal van rangregeling heeft opgesteld waarbij de schuldvorderingen van de derde en vierde eisers worden beperkt tot de in het arrest van 16 juni 2004 bedoelde bedragen en het saldo wordt toebedeeld aan de verweerder; - de eisers hiertegen tegenspraak voeren met betrekking tot de schuldvordering van de verweerder. III. CASSATIEMIDDEL De eisers voeren in hun verzoekschrift een middel aan. Geschonden wettelijke bepalingen - artikel 6.1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend te Rome op 4 november 1950 en goedgekeurd bij wet van 13 mei 1955; - de artikelen 17, 18, 1643, 1644 en 1650 van het Gerechtelijk Wetboek. Aangevochten beslissingen Bij het bestreden arrest van 5 september 2007 verklaart het Hof van Beroep te Antwerpen eisers' hoger beroep ontvankelijk doch ongegrond en bevestigt de bestreden beschikking, na onder meer het volgende te hebben overwogen: "2.
  6. Mevrouw M.T.V.C.heeft op het eerste ontwerp van rangregeling geen tegenspraak ingediend. Zij kan bijgevolg geen tegenspraak indienen na het ontwerp van definitieve rangregeling omtrent andere betwistingen dan de wijze van uitvoering door de notaris van de beslissing die het hof (van beroep) omtrent de eerste tegenspraken heeft genomen. Haar betwisting van haar gehoudenheid tot de belastingschuld op de beroepsinkomsten van de heer S. is onontvankelijk, zoals de eerste rechter terecht heeft vastgesteld". Grieven Naar luid van artikel 6.1 van het Europees Verdrag tot beschemming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden heeft eenieder recht tot toegang tot de rechter. Artikel 1644 van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat de notaris binnen vijftien dagen na het proces-verbaal van verdeling of rangregeling de schuldenaar tegen wie het beslag is geschied en de schuldeisers, aan de woonplaats die zij gekozen hebben in de inschrijving, de overschrijving of het verzet, doet aanmanen om, op straffe van uitsluiting, binnen de termijn van een maand inzage te nemen van het proces-verbaal en, indien daartoe grond bestaat, daarop tegenspraak te doen. De toelaatbaarheid van de tegenspraak is weliswaar onderhevig aan de vereiste van belang. Immers, naar luid van artikel 17 van het Gerechtelijk Wetboek, dat een algemene regel bevat, kan de vordering niet worden toegelaten indien de eiser geen belang heeft om ze in te dienen. Artikel 18 van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt voorts dat het belang een reeds verkregen en dadelijk belang moet zijn. Uit een en ander volgt dat een schuldeiser of beslagene slechts tegenspraak tegen een proces-verbaal van rangregeling zal kunnen voeren voor zover de voorgestelde regeling zijn rechten of belangen schaadt. Bovendien moet er sprake zijn van een werkelijk en geen theoretisch belang. Is een bepaald schuldeiser niet batig gerangschikt in het eerste proces-verbaal van verdeling of rangregeling, bedoeld bij artikelen 1643 en 1644 van het Gerechtelijk Wetboek, anders gezegd is er in dat ontwerp geen enkele uitkering uit de opbrengst van de verkoop van het onroerend goed in zijn voordeel voorzien, dan heeft de beslagene geen enkel belang om binnen de maand van de aanmaning om inzage te nemen van het proces-verbaal van verdeling of rangregeling tegenspraak te doen tegen dat ontwerp van rangregeling in zoverre in dat ontwerp de schuldvordering van de kwestieuze schuldeiser wordt weerhouden. Dergelijk belang zal hij slechts verwerven op het ogenblik waarop een deel van de opbrengst aan de betrokken schuldeiser bij een navolgend proces-verbaal zou worden toebedeeld. Te dezen blijkt uit de door het hof van beroep gedane vaststellingen op pagina 2 van het bestreden arrest dat het oorspronkelijke ontwerp van rangregeling bepaalde dat de opbrengst van het onroerend goed toekwam aan de eerste, tweede en vierde ingeschreven hypothecaire schuldeisers, in wier rechten respectievelijk de heer R. S. en de nv Victory-Med werden ge¬subrogeerd, met dien verstande dat de schuldvordering van laatstgenoemde slechts gedeeltelijk zou worden voldaan, terwijl de overige schuldeisers, waaronder de Belgische Staat, geen enkele betaling zouden ontvangen. Mevrouw V.C. had in die omstandigheden dan ook geen enkel belang om tegen het voorlopig ontwerp van verdeling of rangregeling tegenspraak te voeren in zoverre hierin de schuld van de Belgische Staat werd weerhouden: de opbrengst van het onroerend goed zou immers niet tot voldoening van de schuldvordering van de Staat worden aangewend. Zij verwierf slechts het wettelijk vereiste belang om tegenspraak te doen tegen de aanwending van de opbrengst van de verkoop van het onroerend goed tot betaling van de schuldvordering van de Belgische Staat op het ogenblik dat ingevolge de gedeeltelijke verwerping van de aanspraken van de heer R.S. en de nv Victory-Med in het definitief proces-verbaal van verdeling of rangregeling van 28 oktober 2005, door de instrumenterende notaris opgesteld bij toepassing van artikel 1650 van het Gerechtelijk Wetboek, een deel van de opbrengst van de verkoop aan deze schuldeiser werd toegekend. Besluit Waar het hof van beroep oordeelt dat de betwisting van de eerste eiseres van haar gehoudenheid tot de belastingschuld op de beroepsinkomsten van de heer S. onontvankelijk was, daar waar de eiseres op het ogenblik van de neerlegging van het eerste ontwerp van rangregeling geen belang had bij het voeren van de kwestieuze tegenspraak, nu er in dat ontwerp niet was voorzien in enige uitkering ten bate van de Belgische Staat en zij eerst op het ogenblik van de neerlegging van het definitief ontwerp van rangregeling het wettelijk vereiste belang had om uit dien hoofde tegenspraak te voeren, vermits in dat proces-verbaal een deel van de opbrengst van het onroerend goed aan de Belgische Staat werd toebedeeld, zulks in uitvoering van het arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen van 16 juni 2004, waarbij werd geoordeeld dat de vorderingen van de heer R.S. en de nv Victory Med slechts gedekt waren door de hypotheek ten bedrage van het saldo van het krediet, waardoor een deel van de opbrengst ten goede kwam van de overige schuldeisers, verantwoordt het hof van beroep zijn beslissing dat deze betwisting niet ontvankelijk was, niet naar recht (schending van artikelen 17, 18, 1643, 1644 en 1650 van het Gerechtelijk Wetboek) en ontzegt de eiseres alleszins op onwettige wijze de toegang tot de rechter (schending van artikel 6.1 van het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend te Rome op 4 november 1950 en goedgekeurd bij wet van 13 mei 1955). IV. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  7. Krachtens artikel 1644, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek, doet de notaris de schuldenaar tegen wie het beslag is geschied en de schuldeisers aanmanen om, op straffe van uitsluiting, binnen de termijn van een maand, inzage te nemen van het proces-verbaal van rangregeling en om, indien daartoe grond bestaat, daarop tegenspraak te doen.
  8. Deze bepaling strekt ertoe de procedure van de rangregeling op een doelmatige wijze af te wikkelen. Hieruit volgt dat na het verstrijken van de bedoelde termijn een tegenspraak niet ontvankelijk is, behoudens in geval van bedrog of overmacht en behoudens de mogelijkheid om incidentele tegenspraak te voeren voor de beslagrechter.
  9. Aldus kan een tegenspraak geen betrekking meer hebben op een in het definitief proces-verbaal opgenomen schuldvordering ook al was die schuldvordering aanvankelijk niet batig gerangschikt. Een dergelijke regeling ontzegt die partij niet op onwettige wijze de toegang tot de rechter en is niet strijdig met artikel 6.
  10. van EVRM.
  11. Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eisers in de kosten. De kosten zijn begroot op de som van 922,83 euro jegens de eisende partijen en op de som van 140,79 euro jegens de verwerende partij. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Ernest Waûters, als voorzitter, en de raadsheren Eric Dirix, Albert Fettweis, Eric Stassijns en Alain Smetryns, en in openbare terechtzitting van 7 november 2008 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Ernest Waûters, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem, met bijstand van adjunct-griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081107.5 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2017:CONC.20170609.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.