← België

ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081117.3

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 17 november 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081117.3 Rolnummer: C.08.0259.N Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Arbeidsrecht - Overige Invoerdatum: 2008-12-15 Raadplegingen: 213 - laatst gezien 2026-07-03 02:18 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2008:CONC.20081117.3 Fiche 1 Uit artikel 27, van de Loonbeschermingswet en de bedoeling van de wetgever om aan de overdrager een afdoende rechtsbescherming te bieden, vloeit voort dat de akte van loonoverdracht dient te vermelden welke hoofdverbintenis wordt gewaarborgd en ten belope van welk bedrag

(1).
(1)Zie conclusie O.M. Thesaurus CAS: LOON - BESCHERMING UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Excepties (Gerechtelijk Wetboek) - Nietigheid - Normdoel SOCIAAL RECHT - ARBEID - Loon - Loonbescherming - Overdracht loon Vrije woorden: Loonoverdracht - Akte van loonoverdracht - Inhoud Wettelijke bepalingen: Wet - 12-04-1965 - Art. 27 Fiche 2 Door artikel 867, Ger.W. toe te passen op de loonoverdracht, die een overeenkomst is en geen proceshandeling, past het bestreden vonnis deze wetsbepaling toe buiten zijn toepassingsgebied
(1).
(1)Zie conclusie O.M. Thesaurus CAS: RECHTBANKEN - BURGERLIJKE ZAKEN - Algemeen UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Excepties (Gerechtelijk Wetboek) - Nietigheid - Normdoel SOCIAAL RECHT - ARBEID - Loon - Loonbescherming - Overdracht loon Vrije woorden: Nietigheid - Verzuim of onregelmatigheid Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 867 Fiches 3 - 4 Concl. adv.-gen. MORTIER, Cass., 17 nov. 2008, AR C.08.0259.N, A.C., 2008, nr ... Thesaurus CAS: LOON - BESCHERMING UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Excepties (Gerechtelijk Wetboek) - Nietigheid - Normdoel SOCIAAL RECHT - ARBEID - Loon - Loonbescherming - Overdracht loon Vrije woorden: Loonoverdracht - Akte van loonoverdracht - Inhoud Thesaurus CAS: RECHTBANKEN - BURGERLIJKE ZAKEN - Algemeen UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Excepties (Gerechtelijk Wetboek) - Nietigheid - Normdoel SOCIAAL RECHT - ARBEID - Loon - Loonbescherming - Overdracht loon Vrije woorden: Nietigheid - Verzuim of onregelmatigheid Tekst van de beslissing Nr. C.08.0259.N V.M. eiser, toegelaten tot het voordeel van de kosteloze rechtspleging bij beslissing van het bureau voor rechtsbijstand van het Hof van 8 mei 2008, nr. G.08.0062.N, vertegenwoordigd door mr. Paul Lefebvre, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1050 Brussel, Louizalaan 480, bus 9, waar de eiser woonplaats kiest, tegen ARGENTA SPAARBANK, naamloze vennootschap, met zetel te 2018 Antwerpen, Belgiëlei 49-53, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een vonnis, op 4 december 2007 gewezen door de Vrederechter van het 5de kanton te Antwerpen. De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 23 oktober 2008 verwezen naar de derde kamer. Afdelingsvoorzitter Robert Boes heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift een middel aan. Geschonden wettelijke bepalingen - de artikelen 1108, 1129 en 1591 van het Burgerlijk Wetboek; - artikel 867 (zoals vervangen bij artikel 38 van de wet van 3 augustus 1992, gewijzigd door artikel 2 van de wet van 23 november 1998 en door artikel 27 van de wet van 26 april 2007) van het Gerechtelijk Wetboek; - artikel 27 (zoals aangevuld bij artikel 113 van de wet van 12 juni 1991) van de wet van 12 april 1965 (hierna Loonbeschermingswet). Aangevochten beslissing Het aangevochten vonnis verklaart de litigieuze loonafstand afgesloten tussen de verweerster en de eiser geldig op grond van de volgende motieven: "(De eiser) verwijt (de verweerster) dat zij het bedrag noch de hoofdverbintenis zou hebben vermeld. Artikel 27 van de Loonbeschermingswet bepaalt dat : ‘de overdracht van het loon moet gebeuren bij een akte onverscheiden van die welke de hoofdverbintenis waarvan zij de uitvoering waarborgt, bevat. Die akte wordt opgemaakt in zoveel exemplaren als er partijen zijn met een onderscheiden belang. De bepalingen van dit artikel zijn voorgeschreven op straffe van nietigheid'. Terecht werpt (de verweerster) op dat nergens in dit artikel uitdrukkelijk bepaald wordt dat de akte de overdracht dient te vermelden welke hoofdverbintenis wordt gewaarborgd en ten belope van welk bedrag. Om geldig te zijn dient een nietigheid uitdrukkelijk bij wet gestipuleerd te zijn wat in casu niet het geval is zoals (de verweerster) terecht opwerpt. Bijgevolg is de interpretatie gegeven in het Cassatiearrest van 29 oktober 2001 al te verregaand vermits het Hof een sanctie wenst te vestigen, die niet uitdrukkelijk bij wet werd opgelegd en dan nog wel voortgaande op een gevolgtrekking. Bovendien is de debiteur in casu meer dan duidelijk geïnformeerd over de precieze omvang van zijn verplichtingen, wat wel degelijk blijkt uit de gedingstukken van (de verweerster)" (aangevochten beslissing, p. 3, 6 eerste alinea's). Grief Eerste onderdeel Artikel 27 van de Loonbeschermingswet bepaalt dat "de overdracht van het loon moet gebeuren bij akte onderscheiden van die welke de hoofdverbintenis waarvan zij uitvoering waarborgt, bevat" en dat "die akte wordt opgemaakt in zoveel exemplaren als er partijen zijn met een onderscheiden belang" en verder dat "in de gevallen waarin de wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet toepasselijk is, (...) de bepalingen van artikelen 28 tot 32 in de akte (moeten) voorkomen" en tenslotte dat "de bepalingen van dit artikel zijn voorgeschreven op straffe van nietigheid". Krachtens artikel 27 van de Loonbeschermingswet, dient de overeenkomst tot overdracht van loon dus te worden vastgelegd in een afzonderlijke akte zodat die akte moet voldoen aan artikel 1325 van het Burgerlijk Wetboek en in zoveel exemplaren moet opgesteld worden als er partijen met onderscheiden belangen zijn. Aangezien de loonoverdracht derhalve als een overeenkomst dient te worden beschouwd is deze onderworpen aan de grondvoorwaarden van elke overeenkomst zoals, onder meer, zijn voorwerp en oorzaak. Artikel 1108 van het Burgerlijk Wetboek somt de vier voorwaarden van geldigheid van een overeenkomst op, zijnde de toestemming van de partij die zich verbindt, haar bekwaamheid om te contracteren, een bepaald voorwerp als inhoud van de verbintenis en een geoorloofde oorzaak. Krachtens artikel 1129 van het Burgerlijk Wetboek, moet de verbintenis "tot voorwerp hebben een zaak die ten minste ten aanzien van haar soort bepaald is" en mag "de hoeveelheid van de zaak (...) onzeker zijn, mits deze hoeveelheid nader bepaald kan worden". Dit beginsel wordt in artikel 1591 van het Burgerlijk Wetboek herhaald door te stellen dat "de koopprijs moet bepaald zijn en door de partijen worden vastgesteld". In tegenstelling tot het voorwerp, vereist artikel 1132 van het Burgerlijk Wetboek niet dat de oorzaak van de overeenkomst erin tot uitdrukking wordt gebracht. Indien de oorzaak uit de vermelding van het contractnummer kan blijken, moet de overeenkomst tot loonoverdracht, zoals elke overeenkomst, overeenkomstig de artikelen 1108, 1129 en 1591 van het Burgerlijk Wetboek, duidelijkheid verschaffen omtrent zijn voorwerp. Deze vereiste van voorwerp impliceert dat de hoofdverbintenis en, in het raam van een loonoverdracht, vooral het bedrag, voorwerp van de loonoverdracht, worden vermeld en anders worden omschreven dan aan de hand van een cijfermatige referentie naar een ander contract. Met betrekking tot het verwijt dat de akte van loonoverdracht van loon geen vermelding bevat van de hoofdverbintenis en van het bedrag dat door de overdracht wordt gewaarborgd, stelt het aangevochten vonnis dat deze vereiste van dubbele vermelding nergens in artikel 27 van de Loonbeschermingswet uitdrukkelijk wordt vereist, noch met betrekking tot de vermelding van de hoofdverbintenis noch met betrekking tot de vermelding ten belope van welk bedrag de overdracht van loon plaats vindt. Het aangevochten vonnis voegt daaraan toe dat "om geldig te zijn (...) de nietigheid uitdrukkelijk bij wet gestipuleerd (dient) te zijn wat in casu niet het geval is zoals (de verweerster) terecht opmerkt" zodat hij besluit dat "de interpretatie gegeven in het Cassatiearrest van 29 oktober 2001 (bijgevolg) al te verregaand (is) vermits het Hof een sanctie wenst te vestigen, die niet uitdrukkelijk bij wet werd opgelegd en dat nog wel voortgaande op een gevolgtrekking" (aangevochten vonnis, derde bladzijde, 4de en 5de paragraaf). Door te beslissen dat de akte van loonoverdracht noch de hoofdverbintenis noch het bedrag, voorwerp van de loonoverdracht, hoeft te vermelden, schendt het aangevochten vonnis telkens de artikelen 1108, 1129 en 1591 van het Burgerlijk Wetboek en artikel 27 van de Loonbeschermingswet. Tweede onderdeel Artikel 867 van het Gerechtelijk Wetboek dat de gevolgen van "het verzuim of de onregelmatigheid van de vorm van een proceshandeling, met inbegrip van de niet-naleving van de in deze afdeling bedoelde termijnen of van de vermelding van een vorm" regelt, is enkel van toepassing op proceshandelingen en niet op overeenkomsten tussen partijen afgesloten. Het aangevochten vonnis stelt, ten overvloede, dat de verweerster de eiser "in casu meer dan duidelijk informeert over de precieze omvang van zijn verplichtingen, wat wel degelijk blijkt uit de gedingstukken van (de verweerster)" (aangevochten vonnis, derde bladzijde, 6de paragraaf). De verweerster had in conclusies, ten subsidiaire titel, gesteld dat zelfs al was het vereist dat de hoofdverbintenis die door de loonoverdracht wordt gewaarborgd een expliciete en dus op straffe van nietigheid voorgeschreven vereiste was, quod non, de nietigheidssanctie toch niet van toepassing was aangezien "artikel 867 van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat het verzuim of de onregelmatigheid van de vorm van een proceshandeling of van de vermelding van de vorm niet tot nietigheid kan leiden wanneer uit de gedingstukken blijkt dat de handeling het normdoel bereikte" hetgeen deze partij afleidde uit de vermelding op de loonoverdracht van het contractnummer van de kredietovereenkomst en uit het bestaan van een uitvoerbaar vonnis (conclusie verweerster, pagina 3). Door artikel 867 van het Gerechtelijk Wetboek toe te passen op (een) akte van loonoverdracht die een overeenkomst is en geen akte van rechtspleging, past het aangevochten vonnis artikel 867 van het Gerechtelijk Wetboek toe op een situatie waarop het niet van toepassing is en schendt, mitsdien, dit artikel. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel 1. Luidens artikel 27 van de Loonbeschermingswet, moet de overdracht van loon gebeuren bij een akte onderscheiden van die welke de hoofdverbintenis bevat waarvan zij de uitvoering waarborgt. De gewaarborgde verbintenis en de overeenkomst van loonoverdracht zijn nauw met elkaar verbonden. De overeenkomst staat niet los van de basisovereenkomst. 2. Uit de voormelde wetsbepaling en de bedoeling van de wetgever om aan de overdrager een afdoende rechtsbescherming te bieden, vloeit voort dat de akte van loonoverdracht dient te vermelden welke hoofdverbintenis wordt gewaarborgd en ten belope van welk bedrag. 3. Het bestreden vonnis dat anders beslist, schendt artikel 27 van de Loonbeschermingswet. Het onderdeel is gegrond. Tweede onderdeel 4. Krachtens artikel 867 van het Gerechtelijk Wetboek, kan het verzuim of de onregelmatigheid van de vorm van een proceshandeling niet tot nietigheid leiden, wanneer uit de gedingstukken blijkt dat de handeling het doel heeft bereikt dat de wet ermee beoogt. Door dit artikel in ondergeschikte orde toe te passen op de loonoverdracht, die een overeenkomst is en geen proceshandeling, past het bestreden vonnis deze wetsbepaling toe buiten zijn toepassingsgebied. Zodoende schendt het bestreden vonnis artikel 867 van het Gerechtelijk Wetboek. Het onderdeel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde vonnis. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar de Vrederechter van het eerste kanton te Antwerpen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Robert Boes, als voorzitter, en de raadsheren Eric Stassijns, Beatrijs Deconinck, Alain Smetryns en Koen Mestdagh, en in openbare terechtzitting van 17 november 2008 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Robert Boes, in aanwezigheid van advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Philippe Van Geem. PDF document ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081117.3 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2008:CONC.20081117.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.