← België

ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081117.4

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 17 november 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081117.4 Rolnummer: S.08.0070.N Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Overige - Arbeidsrecht Invoerdatum: 2008-12-15 Raadplegingen: 477 - laatst gezien 2026-07-03 07:58 Versie(s): Vertaling FR Fiche Uit de vaststellingen dat er een akkoord is tot stand gekomen over de ontslagvergoeding na het beëindigen van de arbeidsovereenkomst, dat door de partijen is uitgevoerd en door de eiser niet werd betwist gedurende zeven maanden, hoewel hij de hele tijd werd bijgestaan door een raadsman, konden de appelrechters zonder schending van het algemeen rechtsbeginsel dat de afstand van recht niet kan worden vermoed en enkel kan afgeleid worden uit feiten die voor geen andere interpretatie vatbaar zijn, afleiden dat de eiser afstand heeft gedaan van de rechten die hij haalt uit artikel 40, § 1 van de Arbeidsovereenkomstenwet. Thesaurus CAS: AFSTAND VAN RECHT UTU-thesaurus: SOCIAAL RECHT - ARBEID - Arbeidsovereenkomst - Einde (arbeidsovereenkomst) - Opzeggingsvergoeding Vrije woorden: Algemeen rechtsbeginsel - Afleiding uit feitelijke gegevens - Toepassing Wettelijke bepalingen: Wet - 03-07-1978 - Art. 40, § 1 Tekst van de beslissing Nr. S.08.0070.N

  1. M.D.,
  2. W.C., eisers, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 9051 Gent, Driekoningenstraat 3, waar de eisers woonplaats kiezen, tegen EUROPEAN SUPPORT LIMITED, vennootschap naar Engels recht, met bijkantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 251, bus 14, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Jean-Marie Nelissen Grade, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 7 november 2006 gewezen door het Arbeidshof te Brussel. Raadsheer Eric Stassijns heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eisers voeren in hun verzoekschrift een middel aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht en maakt er deel van uit. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  3. Na een onderzoek van de feitelijke omstandigheden van de zaak, oordelen de appelrechters dat gelet op de inhoud van de voorliggende stukken, de uitvoering die daar verder aan is gegeven en het uitblijven van enige betwisting gedurende zeven maanden, er reden is om aan te nemen dat er een akkoord tot stand kwam, waarbij voor wat de heer M. betreft minstens overeenstemming bestond over de omvang van de ontslagvergoeding en van de bijkomende bonus. Door deze overweging geven de appelrechters te kennen dat de eiser afstand heeft gedaan van de rechten die artikel 40, §1, van de Arbeidsovereenkomstenwet hem toekent. In zoverre het middel schending aanvoert van de artikelen 1, 6 en 40, §1, van de Arbeidsovereenkomstenwet berust het op het een onjuiste lezing van het arrest en mist het mitsdien feitelijke grondslag.
  4. In zoverre het middel schending aanvoert van artikel 149 van de Grondwet, is het afgeleid uit de vergeefs aangevoerde schending van de artikelen 1, 6 en 40, §1, van de Arbeidsovereenkomstenwet, en is het mitsdien niet ontvankelijk.
  5. Uit de vaststellingen dat er een akkoord is tot stand gekomen over de ontslagvergoeding na het beëindigen van de arbeidsovereenkomst, dat door de partijen is uitgevoerd en door de eiser niet werd betwist gedurende zeven maanden, hoewel hij de hele tijd werd bijgestaan door een raadsman, konden de appelrechters zonder schending van het algemeen rechtsbeginsel dat de afstand van recht niet kan worden vermoed en enkel kan afgeleid worden uit feiten die voor geen andere interpretatie vatbaar zijn, afleiden dat de eiser afstand heeft gedaan van de rechten die hij haalt uit artikel 40, §1, van de Arbeids-overeenkomstenwet. In zoverre mist het middel feitelijke grondslag. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eisers in de kosten. De kosten zijn begroot op de som van 164,50 euro jegens de eisende partijen en op de som van 183,47 euro jegens de verwerende partij. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Robert Boes, als voorzitter, en de raadsheren Eric Stassijns, Beatrijs Deconinck, Alain Smetryns en Koen Mestdagh, en in openbare terechtzitting van 17 november 2008 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Robert Boes, in aanwezigheid van advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Philippe Van Geem. PDF document ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081117.4 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CTBRL:2012:ARR.20120628.19 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.