← België

ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081118.3

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 18 november 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081118.3 Rolnummer: P.08.1232.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2008-12-03 Raadplegingen: 484 - laatst gezien 2026-07-03 09:27 Versie(s): Vertaling FR Fiche De enkele omstandigheid dat een beslissing in hoger beroep tegen de beklaagde dezelfde straf uitspreekt als deze uitgesproken door de eerste rechter, maar de beklaagde van een tenlastelegging vrijspreekt, houdt geen strafverzwaring in

(1).
(1)Cass., 4 nov. 1992, AR 122, A.C., 1991-1992, nr 715; Cass., 6 jan. 2004, AR P.03.0797.N ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040106.8, A.C., 2004, nr
  1. Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Rechtspleging in hoger beroep UTU-thesaurus: STRAFRECHT - BEVOEGDHEID - RECHTSPLEGING - RECHTSMIDDELEN STRAFGERECHTEN - Hoger beroep (strafrecht) - Rechtspleging Vrije woorden: Eén enkele straf door de eerste rechter uitgesproken wegens verschillende misdrijven - Vrijspraak in hoger beroep voor een tenlastelegging - Handhaving van de door de eerste rechter uitgesproken straf Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 211bis - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Nr. P.08.1232.N I. J P V W, beklaagde, eiser, tegen Geert VANDENDRIESSCHE, advocaat, met kantoor te 2018 Antwerpen, Karel Oomsstraat 22, in zijn hoedanigheid van curator van de failliete nv B.M.D., met zetel te 2000 Antwerpen, Genuastraat 12, burgerlijke partij, II S F, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Tom Versompel, advocaat bij de balie te Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 12 juni
  2. De eiser II voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. De eiser I voert geen middel aan. Raadsheer Paul Maffei heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel van de eiser II
  3. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet: het arrest beantwoordt eisers verweer niet met betrekking tot de telastlegging C1 dat niemand ooit de inhoud van de reiskoffers waarin de cocaïne vervoerd werd, gezien heeft; hierdoor is het arrest niet regelmatig gemotiveerd daar het bewijs van een misdrijf immers enkel kan afgeleid worden uit materiële vaststellingen; voor het overige is de beslissing over de opgelegde straf evenmin regelmatig met redenen omkleed daar het arrest de door de eiser overgelegde stukken met betrekking tot zijn persoonlijkheid voor de beoordeling van de strafmaat niet in aanmerking neemt.
  4. De rechter hoeft niet te antwoorden op argumenten die afzonderlijk geen verweermiddel uitmaken maar slechts aangewend zijn ter ondersteuning van een verweer. Het in het middel vermelde argument met betrekking tot de telastlegging C1 werd in conclusie door de eiser I aangevoerd ter ondersteuning van zijn verweer dat geen drugs uit Ghana zijn ingevoerd. Dit verweer, waarmee de eiser II belang heeft, is in het arrest beantwoord met de redenen vermeld op blad 27 tot blad
  5. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.
  6. De rechter kan het bewijs van een misdrijf afleiden uit alle feitelijke gegevens waarvan hij de bewijswaarde onaantastbaar beoordeelt, zoals de verklaringen van getuigen of medebeklaagden. In zoverre het middel ervan uitgaat dat dit bewijs enkel kan worden afgeleid uit een materiële vaststelling, faalt het naar recht.
  7. Voor het overige hoeft de rechter niet te antwoorden op stukken waarvan de inhoud niet in conclusie is weergegeven. In zoverre het middel uitgaat van het tegendeel, faalt het evenzeer naar recht. Tweede middel van de eiser II
  8. Het middel voert schending aan van artikel 211bis Wetboek van Strafvordering: het arrest spreekt de eiser vrij wegens een telastlegging en veroordeelt hem voor de overige bewezen gebleven telastleggingen tot dezelfde straf als deze uitgesproken door de eerste rechter; hierdoor spreekt het arrest een zwaardere straf uit zonder evenwel vast te stellen dat het met éénparigheid is gewezen.
  9. Het arrest spreekt tegen de eiser dezelfde straf uit als deze uitgesproken door de eerste rechter. De enkele omstandigheid dat het arrest de eiser van een telastlegging vrijspreekt, houdt geen strafverzwaring in. Het middel kan niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
  10. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissingen zijn overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers in de kosten van hun cassatieberoep. Begroot de kosten in het geheel op 221,79 euro waarvan de eiser I 110,89 euro verschuldigd is en de eiser II 110,90 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Etienne Goethals, Jean-Pierre Frère en Paul Maffei en op de openbare rechtszitting van 18 november 2008 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081118.3 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040106.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.