← België

ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081118.6

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 18 november 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081118.6 Rolnummer: P.08.1632.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2008-12-03 Raadplegingen: 557 - laatst gezien 2026-07-03 02:18 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Wanneer de verdachte voor het onderzoeksgerecht de regelmatigheid van zijn vrijheidsbeneming betwist, is het voor hem redelijkerwijze voorzienbaar dat de rechter het wel of niet bestaan van heterdaad onderzoekt; door aldus te handelen verschalkt hij niet de verdachte. Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - HANDHAVING UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Opsporingsonderzoek - Heterdaad STRAFRECHT - VOORLOPIGE HECHTENIS - Algemeen (voorlopige hechtenis) - Bevel tot aanhouding Vrije woorden: Onderzoeksgerecht - Betwisting van de regelmatigheid van de vrijheidsbeneming - Beoordeling door de rechter - Heterdaad Wettelijke bepalingen: Wet betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Artt. 1, 2, 21 en 30 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Opsporingsonderzoek - Heterdaad STRAFRECHT - VOORLOPIGE HECHTENIS - Algemeen (voorlopige hechtenis) - Bevel tot aanhouding Vrije woorden: Voorlopige hechtenis - Handhaving - Betwisting van de regelmatigheid van de vrijheidsbeneming - Beoordeling door de rechter - Heterdaad Wettelijke bepalingen: Wet betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Artt. 1, 2, 21 en 30 Fiches 3 - 4 Voor de toepasselijkheid van artikel 41, van het Wetboek van Strafvordering, dat het op heterdaad ontdekt misdrijf definieert, volstaat het dat aan een van de voorwaarden in die wetsbepaling vermeld, is voldaan; die bepaling vereist niet dat de aanwezigheid van de mededader op de plaats van het op heterdaad ontdekte misdrijf, of zijn daad van medewerking aan dat misdrijf, eveneens op heterdaad is vastgesteld. Thesaurus CAS: MISDRIJF - ALGEMEEN. BEGRIP. MATERIEEL EN MOREEL BESTANDDEEL. EENHEID VAN OPZET UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Opsporingsonderzoek - Heterdaad STRAFRECHT - VOORLOPIGE HECHTENIS - Algemeen (voorlopige hechtenis) - Bevel tot aanhouding Vrije woorden: Op heterdaad ontdekt misdrijf - Artikel 41, Sv. - Toepasselijkheid Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 41 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Opsporingsonderzoek - Heterdaad STRAFRECHT - VOORLOPIGE HECHTENIS - Algemeen (voorlopige hechtenis) - Bevel tot aanhouding Vrije woorden: Op heterdaad ontdekt misdrijf - Artikel 41, Sv. - Toepasselijkheid Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 41 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Nr. P.08.1632.N F O M, verdachte, gedetineerd, eiser, met als raadslieden mr. Pol Vandemeulebroucke en mr. Tom Decaigny, advocaten bij de balie te Antwerpen, ter rechtszitting bijgestaan door mr. Sven De Baere, advocaat bij de balie te Brussel, voor mr. Pol Vandemeulebroucke en mr. Tom Decaigny. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 6 november

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest wordt gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Etienne Goethals heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel Grief a
  2. De grief voert schending aan van artikel 1 Voorlopige Hechteniswet en artikel 41 Wetboek van Strafvordering samen met artikel 5.4 EVRM: de appelrechters stellen vast dat de arrestatie van de eiser bij betrapping op heterdaad geschiedde, zonder dat dienaangaande enig debat werd gevoerd.
  3. Artikel 1 Voorlopige Hechteniswet bepaalt de vrijheidsbeneming van de misdrijfpleger op heterdaad. Wanneer de verdachte voor het onderzoeksgerecht de regelmatigheid van zijn vrijheidsbeneming betwist, is het voor hem redelijkerwijze voorzienbaar dat de rechter het wel of niet bestaan van heterdaad onderzoekt. Door aldus te handelen verschalkt hij niet de verdachte. De grief kan niet worden aangenomen. Grief b
  4. De grief voert schending aan van artikel 1 Wet Voorlopige Hechtenis en artikel 41 Wetboek van Strafvordering samen met artikel 5.4 EVRM: het bestreden arrest miskent de begrippen ‘op heterdaad ontdekte misdaad' en ‘op heterdaad ontdekt wanbedrijf' daar uit de dossiergegevens blijkt dat de eiser zich niet op de plaats van de vermeende drugtransactie bevond en bij de observatie geen enkele medewerkingshandeling ook van de eiser werd vastgesteld.
  5. Voor de toepasselijkheid van artikel 41 Wetboek van Strafvordering dat het op heterdaad ontdekt misdrijf definieert, volstaat het dat aan een van de voorwaarden in die wetsbepaling vermeld is voldaan. De bepaling vereist niet dat de aanwezigheid van de mededader op de plaats van het op heterdaad ontdekte misdrijf of zijn daad van medewerking aan dat misdrijf eveneens op heterdaad is vastgesteld. De grief faalt in zoverre naar recht.
  6. De grief vraagt voor het overige een onderzoek van feiten waarvoor het Hof geen bevoegdheid heeft. De grief is in zoverre niet ontvankelijk. Tweede middel Eerste onderdeel
  7. Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 16, 21, 23,4° en 30 Wet Voorlopige Hechtenis samen met artikel 90ter en volgende Wetboek van Strafvordering en artikel 5.4 EVRM: wanneer ernstige aanwijzingen van schuld die een voorlopige hechtenis rechtvaardigen, verkregen zijn met behulp van een afluistermaatregel, dient de beschikking waarbij deze maatregel werd bevolen, minstens bij wijze van afschrift aan het strafdossier te worden gevoegd, teneinde de onderzoeksgerechten toe te laten de regelmatigheid van de afluistermaatregel na te gaan en teneinde de inverdenkinggestelde de mogelijkheid te geven de regelmatigheid te betwisten.
  8. Het bevel tot aanhouding naar waar het bestreden arrest verwijst, vermeldt: "Aangezien er ernstige aanwijzingen van schuld in hoofde van de inverdenkinggestelde aanwezig zijn: namelijk: de politievaststellingen in Antwerpen: de afgeluisterde telecommunicatie zowel in uitvoering van rechtshulpverzoeken vanuit Nederland als uit een Belgisch gerechtelijk onderzoek en de verklaring van medeverdachte bij de politie:" Aldus gaat het onderdeel voorbij aan het feit dat de rechters de afgeluisterde telecommunicatie slechts als een van de bewijselementen tegen de eiser beschouwen, terwijl de andere namelijk "de politievaststellingen" en "de verklaring van medeverdachte", op zich de beslissing wettig rechtvaardigen. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. Tweede onderdeel
  9. Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 16, 21, 23, 4° en 30 Wet Voorlopige Hechtenis samen met artikel 90ter en volgende Wetboek van Strafvordering en artikel 5.4 EVRM: de onderzoeksrechter, wiens overwegingen dienaangaande bevestigd worden door de kamer van inbeschuldigingstelling, verwijst bij het aannemen van ernstige aanwijzingen van schuld naar ‘afgeluisterde telecommunicatie (zowel in uitvoering van rechtshulp verzoeken vanuit Nederland als uit een Belgisch gerechtelijk onderzoek)' zonder kennis te hebben genomen van deze elementen. Hij nam daarentegen enkel kennis van deze gegevens door middel van een interpretatie dienaangaande door de politiediensten.
  10. Het bestreden arrest overweegt: "Uit het feit dat de vertalingen van de tapgesprekken nog niet werden gevoegd wegens de noodzaak van vertaling, kan niet worden afgeleid dat de onderzoeksrechter geen rekening mag houden met de inhoud van deze taps waarvan hij op voorhand door een proces-verbaal van inlichtingen werd ingelicht." Afgezien van het feit dat de rechters de afgeluisterde telecommunicatie slechts als een van de bewijselementen tegen de eiser beschouwen, blijkt uit deze overweging dat de kamer van inbeschuldigingstelling wel kennis had van de inhoud van de afgeluisterde telecommunicatie. Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Ambtshalve onderzoek van de beslissing
  11. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Begroot de kosten op 53,99 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Etienne Goethals, Jean-Pierre Frère en Paul Maffei en op de openbare rechtszitting van 18 november 2008 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081118.6 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2011:CONC.20110330.8 ECLI:BE:CASS:2013:CONC.20130611.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.