id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 25 november 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081125.1 Rolnummer: P.08.0818.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2008-12-15 Raadplegingen: 283 - laatst gezien 2026-07-03 02:10 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Wanneer het onderzoeksgerecht oordeelt dat er met betrekking tot het feit dat het voorwerp is van een strafvervolging en dat ten laste gelegd is van degene die klacht heeft ingediend wegens laster, geen bezwaar bestaat, stelt het een einde aan de strafvervolging met betrekking tot die telastlegging, waardoor de reden vervalt om de strafvordering met betrekking tot het feit van laster te schorsen; niets belet bijgevolg het onderzoeksgerecht om in dezelfde beslissing te oordelen dat er met betrekking tot het feit van laster wel voldoende bezwaar bestaat en de inverdenkinggestelde tegen wie de klacht is ingesteld wegens dit laatste feit, daarvoor naar de correctionele rechtbank te verwijzen
(1).
(1)Zie Cass., 16 mei 2007, AR P.07.0306.F ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070516.6, A.C., 2007, nr 255; DECLERCQ, R., Beginselen van Strafrechtspleging, 4° ed. 2007, p. 78, nr
- Thesaurus CAS: LASTER EN EERROOF UTU-thesaurus: STRAFRECHT - MISDRIJVEN EN HUN STRAFFEN - Misdrijven tegen de persoon - Laster en eerroof STRAFRECHT - VOORAFGAANDE TITEL Sv. - Verval van de strafvordering Vrije woorden: Vordering wegens laster - Schorsing van de strafvordering - Buitenvervolgingstelling voor het feit dat ten laste gelegd wordt van de klager wegens laster Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Artt. 443, 444 en 447 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: STRAFVORDERING UTU-thesaurus: STRAFRECHT - MISDRIJVEN EN HUN STRAFFEN - Misdrijven tegen de persoon - Laster en eerroof STRAFRECHT - VOORAFGAANDE TITEL Sv. - Verval van de strafvordering Vrije woorden: Schorsing - Vordering wegens laster - Buitenvervolgingstelling voor het feit dat ten laste gelegd wordt van de klager wegens laster Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Artt. 443, 444 en 447 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Tekst van de beslissing Nr. P.08.0818.N M-I L R, inverdenkinggestelde en burgerlijke partij, eiseres, met als raadsman mr. Hubert Dufait, advocaat bij de balie te Brugge, tegen B R B, inverdenkinggestelde en burgerlijke partij, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, van 15 april
- De eiseres voert in een verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee grieven aan. Raadsheer Paul Maffei heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
- Het arrest oordeelt dat het hoger beroep tegen de beslissing van de raadkamer die de eiseres wegens de telastlegging A (niet-afgeven van kind, inbreuk op artikel 432, § 1, § 2 en § 3, Strafwetboek), naar de correctionele rechtbank verwijst, niet ontvankelijk is. Deze beslissing is geen eindbeslissing noch een beslissing genomen in een der gevallen bepaald in artikel 416, tweede lid, Wetboek van Strafvordering. In zoverre tegen die beslissing gericht, is het cassatieberoep niet ontvankelijk. Eerste grief
- De grief voert schending aan van artikel 477 (lees 447), derde lid, Strafwetboek alsmede miskenning van het recht van verdediging: het arrest oordeelt ten onrechte dat de in dit wetsartikel bepaalde schorsing van strafvordering enkel geldt voor de rechtspleging voor het vonnisgerecht.
- Artikel 447, derde lid, Strafwetboek bepaalt: "Indien het ten laste gelegde feit het voorwerp is van een strafvervolging of een aangifte waarover nog geen uitspraak is gedaan, wordt de vordering wegens laster geschorst tot het definitieve vonnis of tot een eindbeslissing van de bevoegde overheid."
- Wanneer het onderzoeksgerecht oordeelt dat er met betrekking tot het feit dat het voorwerp is van een strafvervolging en dat ten laste gelegd is van degene die klacht heeft ingediend wegens laster, geen bezwaar bestaat, stelt het een einde aan de strafvervolging met betrekking tot die telastlegging. Hierdoor vervalt de reden om de strafvordering met betrekking tot het feit van laster te schorsen. Niets belet bijgevolg het onderzoeksgerecht om in dezelfde beslissing te oordelen dat er met betrekking tot het feit van laster wel voldoende bezwaar bestaat en de inverdenkinggestelde tegen wie de klacht is ingesteld wegens dit laatste feit, daarvoor naar de correctionele rechtbank te verwijzen. Hierdoor is het recht van verdediging van die inverdenkinggestelde niet miskend. Het middel dat uitgaat van het tegendeel faalt naar recht. Tweede grief
- Het middel voert schending aan van artikel 477 (lees: 447), vierde lid, Strafwetboek: de verklaring van de kinderpsychologe is een nieuwe gerechtelijke ontwikkeling waardoor de vordering wordt geschorst.
- De grief preciseert niet hoe het arrest de vermelde wetsbepaling schendt. De grief is bij gebrek aan nauwkeurigheid niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek
- In zoverre het arrest oordeelt over de regelmatigheid van de verwijzing van de eiseres wegens de telastlegging laster, zijn de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht genomen en is de beslissing overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres in de kosten. Begroot de kosten op 203,20 euro, waarvan 42,93 euro verschuldigd is en 160,27 euro betaald is. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Etienne Goethals, Jean-Pierre Frère, Paul Maffei en Luc Van hoogenbemt en op de openbare rechtszitting van 25 november 2008 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081125.1 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070516.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div