id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 25 november 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081125.3 Rolnummer: P.08.0883.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Bestuursrecht - Constitutioneel recht - Overige - Strafrecht Invoerdatum: 2008-12-15 Raadplegingen: 557 - laatst gezien 2026-07-03 02:11 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 De omstandigheid dat het herstel in de oorspronkelijke staat kan worden beschouwd als een straf in de zin van artikel 6.1 E.V.R.M., belet niet dat dit herstel in het interne recht strekt tot het ongedaan maken van de gevolgen van het stedenbouwmisdrijf, waarop artikel 13, § 5, Bijzondere Wet Grondwettelijk Hof toepasselijk is. Thesaurus CAS: STEDENBOUW - HERSTEL VAN PLAATS IN DE VORIGE STAAT. BETALING VAN EEN MEERWAARDE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWETTELIJK HOF - Algemeen (Grondwettelijk Hof) PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING - Vlaams Gewest - Inbreuken en sancties Vrije woorden: Herstelvordering - Aard Wettelijke bepalingen: Wet - 06-01-1989 - Artt. 10 tot met 13 Decreet Vlaamse Raad - 18-05-1999 - Art. 149, § 1 Vrije woorden: Herstelvordering - Doel volgens het interne recht - Gevolg - Artikel 13, § 5, Bijzondere Wet Grondwettelijk Hof - Intrekking van een op een vernietigde regel gegronde veroordeling in strafzaken - Onbevoegdheid van de rechter om uitspraak te doen over de burgerlijke vordering - Verwijzing naar de bevoegde rechter - Toepasselijkheid Wettelijke bepalingen: Wet - 06-01-1989 - Artt. 10 tot met 13 Decreet Vlaamse Raad - 18-05-1999 - Art. 149, § 1 Fiche 3 De omstandigheid dat de herstelvordering uitgaat van het bevoegde bestuur, eerder dan van een privaatrechtelijke persoon, belet niet dat artikel 13, § 5, Bijzondere Wet Grondwettelijk Hof erop toepasselijk is. Thesaurus CAS: STEDENBOUW - HERSTEL VAN PLAATS IN DE VORIGE STAAT. BETALING VAN EEN MEERWAARDE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWETTELIJK HOF - Algemeen (Grondwettelijk Hof) PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING - Vlaams Gewest - Inbreuken en sancties Vrije woorden: Herstelvordering - Herstelvordering uitgaande van het bevoegde bestuur - Artikel 13, § 5, Bijzondere Wet Grondwettelijk Hof - Intrekking van een op een vernietigde regel gegronde veroordeling in strafzaken - Onbevoegdheid van de rechter om uitspraak te doen over de burgerlijke vordering - Verwijzing naar de bevoegde rechter - Toepasselijkheid Wettelijke bepalingen: Wet - 06-01-1989 - Artt. 10 tot met 13 Decreet Vlaamse Raad - 18-05-1999 - Art. 149, § 1 Fiches 4 - 6 Het verzoek tot intrekking bepaald in de artikelen 10 en volgende, Bijzondere Wet Grondwettelijk Hof, dat strekt tot het ongedaan maken van de veroordelingen die gegrond zijn op een sindsdien door het Grondwettelijk Hof vernietigde wetsbepaling, leidt een nieuw geding in en heeft tot gevolg dat de strafvordering en eventueel de daarop gestoelde burgerlijke rechtsvordering opnieuw worden berecht
(1).
(1)Cass., 5 juni 2007, AR P.06.1545.N ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070605.10, A.C., 2007, nr ... Thesaurus CAS: WETTEN. DECRETEN. ORDONNANTIES. BESLUITEN - ALLERLEI UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWETTELIJK HOF - Algemeen (Grondwettelijk Hof) PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING - Vlaams Gewest - Inbreuken en sancties Vrije woorden: Vernietiging van een regel door het Grondwettelijk Hof - Verzoek tot intrekking van een op een vernietigde regel gesteunde veroordeling - Doel Wettelijke bepalingen: Wet - 06-01-1989 - Artt. 10 tot met 13 Thesaurus CAS: GRONDWETTELIJK HOF UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWETTELIJK HOF - Algemeen (Grondwettelijk Hof) PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING - Vlaams Gewest - Inbreuken en sancties Vrije woorden: Bijzondere Wet Grondwettelijk Hof - Artikel 10 - Strafzaken - Vernietiging van een regel door het Grondwettelijk Hof - Verzoek tot intrekking van een op een vernietigde regel gesteunde veroordeling - Doel Wettelijke bepalingen: Wet - 06-01-1989 - Artt. 10 tot met 13 Thesaurus CAS: RECHTERLIJK GEWIJSDE - ALLERLEI UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWETTELIJK HOF - Algemeen (Grondwettelijk Hof) PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING - Vlaams Gewest - Inbreuken en sancties Vrije woorden: Strafzaken - Bijzondere Wet Grondwettelijk Hof - Artikel 10 - Verzoek tot intrekking van een op een vernietigde regel gesteunde veroordeling - Doel Wettelijke bepalingen: Wet - 06-01-1989 - Artt. 10 tot met 13 Fiches 7 - 8 De stedenbouwkundige inspecteur kan hoger beroep instellen tegen de beslissing over de herstelvordering genomen in een geding ingeleid ingevolge een verzoek tot intrekking bedoeld in de artikelen 10 en volgende, Bijzondere Wet Grondwettelijk Hof
(1).
(1)Cass., 5 juni 2007, AR P.06.1545.N ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070605.10, A.C., 2007, nr ... Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Beslissingen en partijen UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWETTELIJK HOF - Algemeen (Grondwettelijk Hof) PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING - Vlaams Gewest - Inbreuken en sancties Vrije woorden: Bijzondere Wet Grondwettelijk Hof - Artikel 10 - Verzoek tot intrekking van een op een vernietigde regel gesteunde veroordeling - Vonnis - Beslissing over de herstelvordering - Hoger beroep van de stedenbouwkundig inspecteur - Ontvankelijkheid Wettelijke bepalingen: Wet - 06-01-1989 - Artt. 10 tot met 13 Decreet Vlaamse Raad - 18-05-1999 - Art. 149, § 1 Thesaurus CAS: STEDENBOUW - HERSTEL VAN PLAATS IN DE VORIGE STAAT. BETALING VAN EEN MEERWAARDE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWETTELIJK HOF - Algemeen (Grondwettelijk Hof) PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING - Vlaams Gewest - Inbreuken en sancties Vrije woorden: Bijzondere Wet Grondwettelijk Hof - Artikel 10 - Verzoek tot intrekking van een op een vernietigde regel gesteunde veroordeling - Vonnis - Beslissing over de herstelvordering - Hoger beroep van de stedenbouwkundig inspecteur - Ontvankelijkheid Wettelijke bepalingen: Wet - 06-01-1989 - Artt. 10 tot met 13 Decreet Vlaamse Raad - 18-05-1999 - Art. 149, § 1 Fiches 9 - 10 Ingevolge het hoger beroep van de stedenbouwkundige inspecteur tegen de beslissing over de herstelvordering genomen in een geding ingeleid ingevolge een verzoek tot intrekking bedoeld in de artikelen 10 en volgende, Bijzondere Wet Grondwettelijk Hof, moet de appelrechter, ook na de definitieve beslissing van de eerste rechter tot intrekking van de veroordeling tot straf, onderzoeken of hij voor de beoordeling van de herstelvordering verder bevoegd is
(1).
(1)Cass., 5 juni 2007, AR P.06.1545.N ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070605.10, A.C., 2007, nr ... Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Gevolgen. Bevoegdheid van de rechter UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWETTELIJK HOF - Algemeen (Grondwettelijk Hof) PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING - Vlaams Gewest - Inbreuken en sancties Vrije woorden: Bijzondere Wet Grondwettelijk Hof - Artikel 10 - Verzoek tot intrekking van een op een vernietigde regel gesteunde veroordeling - Vonnis - Definitieve intrekking van de beslissing over de strafvordering - Hoger beroep van de stedenbouwkundig inspecteur tegen de beslissing over de herstelvordering - Opdracht van de appelrechter Wettelijke bepalingen: Wet - 06-01-1989 - Artt. 10 tot met 13 Decreet Vlaamse Raad - 18-05-1999 - Art. 149 Thesaurus CAS: STEDENBOUW - HERSTEL VAN PLAATS IN DE VORIGE STAAT. BETALING VAN EEN MEERWAARDE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWETTELIJK HOF - Algemeen (Grondwettelijk Hof) PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING - Vlaams Gewest - Inbreuken en sancties Vrije woorden: Bijzondere Wet Grondwettelijk Hof - Artikel 10 - Verzoek tot intrekking van een op een vernietigde regel gesteunde veroordeling - Vonnis - Definitieve intrekking van de beslissing over de strafvordering - Hoger beroep van de stedenbouwkundig inspecteur tegen de beslissing over de herstelvordering - Opdracht van de appelrechter Wettelijke bepalingen: Wet - 06-01-1989 - Artt. 10 tot met 13 Decreet Vlaamse Raad - 18-05-1999 - Art. 149 Fiche 11 Ondanks de definitieve intrekking van de beslissing op strafgebied is de strafrechter verder bevoegd om te oordelen over de herstelvordering wanneer deze tijdig, dit is op het ogenblik dat de instandhouding nog strafbaar was, voor hem werd ingesteld; in voorkomend geval is de intrekking van de veroordeling tot straf zonder invloed op de beslissing tot herstel, die verworven blijft
(1).
(1)Cass., 5 juni 2007, AR P.06.1545.N ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070605.10, A.C., 2007, nr ... Thesaurus CAS: STEDENBOUW - HERSTEL VAN PLAATS IN DE VORIGE STAAT. BETALING VAN EEN MEERWAARDE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWETTELIJK HOF - Algemeen (Grondwettelijk Hof) PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING - Vlaams Gewest - Inbreuken en sancties Vrije woorden: Bijzondere Wet Grondwettelijk Hof - Artikel 10 - Verzoek tot intrekking van een op een vernietigde regel gesteunde veroordeling - Vonnis - Definitieve intrekking van de beslissing over de strafvordering - Gevolg voor de beslissing over de herstelvordering - Bevoegdheid van de strafrechter Wettelijke bepalingen: Wet - 06-01-1989 - Artt. 10 tot met 13 Decreet Vlaamse Raad - 18-05-1999 - Art. 149 Fiches 12 - 13 De appelrechter die vaststelt dat hij ten gevolge van de intrekking van de veroordeling tot straf niet langer bevoegd is om de herstelvordering te beoordelen omdat deze niet tijdig, dit is op het ogenblik dat de instandhouding nog strafbaar was, bij de strafrechter aanhangig werd gemaakt, moet overeenkomstig artikel 13, § 5, Bijzondere Wet Grondwettelijk Hof, deze vordering naar de bevoegde rechter verwijzen
(1).
(1)Cass., 5 juni 2007, AR P.06.1545.N ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070605.10, A.C., 2007, nr ... Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Gevolgen. Bevoegdheid van de rechter UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWETTELIJK HOF - Algemeen (Grondwettelijk Hof) PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING - Vlaams Gewest - Inbreuken en sancties Vrije woorden: Bijzondere Wet Grondwettelijk Hof - Artikel 10 - Verzoek tot intrekking van een op een vernietigde regel gesteunde veroordeling - Vonnis - Definitieve intrekking van de beslissing over de strafvordering - Hoger beroep van de stedenbouwkundig inspecteur tegen de beslissing over de herstelvordering - Appelrechter die vaststelt dat hij niet langer bevoegd is om over de herstelvordering te oordelen Wettelijke bepalingen: Wet - 06-01-1989 - Artt. 10 tot met 13 Decreet Vlaamse Raad - 18-05-1999 - Art. 149 Thesaurus CAS: STEDENBOUW - HERSTEL VAN PLAATS IN DE VORIGE STAAT. BETALING VAN EEN MEERWAARDE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWETTELIJK HOF - Algemeen (Grondwettelijk Hof) PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING - Vlaams Gewest - Inbreuken en sancties Vrije woorden: Bijzondere Wet Grondwettelijk Hof - Artikel 10 - Verzoek tot intrekking van een op een vernietigde regel gesteunde veroordeling - Vonnis - Definitieve intrekking van de beslissing over de strafvordering - Hoger beroep van de stedenbouwkundig inspecteur tegen de beslissing over de herstelvordering - Appelrechter die vaststelt dat hij niet langer bevoegd is om over de herstelvordering te oordelen Wettelijke bepalingen: Wet - 06-01-1989 - Artt. 10 tot met 13 Fiches 14 - 15 De omstandigheid dat ten tijde van het vernietigingsarrest van het Grondwettelijk Hof slechts een in kracht van gewijsde gegane beslissing over de strafvordering voorhanden was en dat de herstelvordering nog hangende was voor de correctionele rechtbank, doet geen afbreuk aan de verplichting van de appelrechter, die vaststelt dat hij ten gevolge van de intrekking van de veroordeling tot straf niet langer bevoegd is om de herstelvordering te beoordelen omdat deze niet tijdig, dit is op het ogenblik dat de instandhouding nog strafbaar was, bij de strafrechter aanhangig werd gemaakt, om overeenkomstig artikel 13, § 5, Bijzondere Wet Grondwettelijk Hof de herstelvordering naar de bevoegde rechter te verwijzen, wanneer het beroepen vonnis gelijktijdig met de intrekking van de penale veroordeling over de herstelvordering besliste en deze laatste beslissing ten gevolge van het hoger beroep voor de appelrechter nog geen kracht van gewijsde heeft
(1).
(1)Cass., 5 juni 2007, AR P.06.1545.N ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070605.10, A.C., 2007, nr ... Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Gevolgen. Bevoegdheid van de rechter UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWETTELIJK HOF - Algemeen (Grondwettelijk Hof) PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING - Vlaams Gewest - Inbreuken en sancties Vrije woorden: Vernietiging van een regel door het Grondwettelijk Hof - Beslissing over de strafvordering in kracht van gewijsde - Geen beslissing over de aanhangige herstelvordering - Verzoek tot intrekking van de op de vernietigde regel gesteunde veroordeling op strafgebied - Gelijktijdige beslissing over het verzoek tot intrekking en over de herstelvordering in één vonnis - Hoger beroep van de stedenbouwkundig inspecteur - Appelrechter die vaststelt dat hij niet langer bevoegd is om over de herstelvordering te oordelen Wettelijke bepalingen: Wet - 06-01-1989 - Artt. 10 tot met 13 Decreet Vlaamse Raad - 18-05-1999 - Art. 149 Thesaurus CAS: STEDENBOUW - HERSTEL VAN PLAATS IN DE VORIGE STAAT. BETALING VAN EEN MEERWAARDE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWETTELIJK HOF - Algemeen (Grondwettelijk Hof) PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING - Vlaams Gewest - Inbreuken en sancties Vrije woorden: Vernietiging van een regel door het Grondwettelijk Hof - Beslissing over de strafvordering in kracht van gewijsde - Geen beslissing over de aanhangige herstelvordering - Verzoek tot intrekking van de op de vernietigde regel gesteunde veroordeling op strafgebied - Gelijktijdige beslissing over het verzoek tot intrekking en over de herstelvordering in één vonnis - Hoger beroep van de stedenbouwkundig inspecteur - Appelrechter die vaststelt dat hij niet langer bevoegd is om over de herstelvordering te oordelen Wettelijke bepalingen: Wet - 06-01-1989 - Artt. 10 tot met 13 Decreet Vlaamse Raad - 18-05-1999 - Art. 149 Fiche 16 De omstandigheid dat het verzoek tot intrekking strekt tot het ongedaan maken van de veroordelingen die gegrond zijn op een sindsdien door het Grondwettelijk Hof vernietigde wetsbepaling, dat dit verzoek een nieuw geding inleidt en tot gevolg heeft dat de strafvordering en eventueel de daarop gestoelde burgerlijke rechtsvordering opnieuw worden berecht, doet niets af aan de verplichting tot verwijzing van de rechter die vaststelt dat hij voor de beoordeling van deze burgerlijke vordering onbevoegd is; de vaststelling van deze onbevoegdheid vereist niet het voorafgaande advies van de Hoge Raad voor het Herstelbeleid. Thesaurus CAS: STEDENBOUW - HERSTEL VAN PLAATS IN DE VORIGE STAAT. BETALING VAN EEN MEERWAARDE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWETTELIJK HOF - Algemeen (Grondwettelijk Hof) PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING - Vlaams Gewest - Inbreuken en sancties Vrije woorden: Bijzondere Wet Grondwettelijk Hof - Artikel 10 - Verzoek tot intrekking van een op een vernietigde regel gesteunde veroordeling - Rechter die vaststelt dat hij niet langer bevoegd is om over de herstelvordering te oordelen - Verplichting tot verwijzing naar de bevoegde rechter - Vereiste van het voorafgaand advies van de Hoge Raad voor het Herstelbeleid - Toepasselijkheid Tekst van de beslissing Nr. P.08.0883.N F C V M V D, verzoeker tot intrekking van een veroordeling, eiser, met als raadsman mr. Désiré De Schoenmaker, advocaat bij de balie te Mechelen, met kantoor te 2800 Mechelen, Brusselpoortstraat 26, alwaar de eiser woonplaats kiest, tegen
- STEDENBOUWKUNDIG INSPECTEUR, aangesteld voor het grondgebied van het Vlaamse Gewest, met kantoor te 1210 Brussel, Koning Albert II-laan 19, bus 22, oorspronkelijk eiser tot herstel,
- STEDENBOUWKUNDIG INSPECTEUR, aangesteld voor het grondgebied van het Vlaamse Gewest, met kantoor te 2018 Antwerpen, Coperni¬cus¬laan 1, bus 9, oorspronkelijk eiser tot herstel, verweerders, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Gent, correctionele kamer, van 24 april 2008, op verwijzing gewezen ingevolge arrest van het Hof van 5 juni
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Etienne Goethals heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel Eerste onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van artikel 13, § 5, Bijzondere Wet Arbitragehof: vermits de herstelvordering geen burgerlijke rechtsvordering betreft maar wel een straf, is een verwijzing naar de bevoegde burgerlijke rechter niet mogelijk.
- De omstandigheid dat het herstel in de oorspronkelijke staat kan worden beschouwd als een straf in de zin van artikel 6.1 EVRM belet niet dat dit herstel in het interne recht strekt tot het ongedaan maken van de gevolgen van het stedenbouwmisdrijf, waarop artikel 13, § 5, Bijzondere Wet Arbitragehof toepasselijk is. Het onderdeel faalt naar recht. Tweede onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van artikel 13, § 5, Bijzondere Wet Arbitragehof: dit artikel is enkel toepasselijk op "zuiver" burgerlijke vorderingen, waaraan de herstelvordering van het bestuur wegens haar publiekrechtelijk karakter niet beantwoordt.
- De omstandigheid dat de herstelvordering uitgaat van het bevoegde bestuur eerder dan van een privaatrechterlijke persoon, belet niet dat artikel 13, § 5, Bijzondere Wet Arbitragehof erop toepasselijk is. Het onderdeel faalt naar recht. Derde onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van artikel 13, § 5, Bijzondere Wet Arbitragehof in verband gelezen met artikel 16, § 1 en 2, verwijzing naar de bevoegde rechter is enkel mogelijk voor die burgerlijke vordering die het voorwerp uitmaakte van de intrekking, dit is een in kracht van gewijsde gegane beslissing op burgerlijk gebied. Dit is te dezen niet het geval zodat de appelrechters niet mochten verwijzen.
- Het verzoek tot intrekking bepaald in de artikelen 10 en volgende Bijzondere Wet Arbitragehof strekt tot het ongedaan maken van de veroordelingen die gegrond zijn op een sindsdien door het Grondwettelijk Hof vernietigde wetsbepaling. Het verzoek leidt een nieuw geding in en heeft tot gevolg dat de strafvordering en eventueel de daarop gestoelde burgerlijke rechtsvordering opnieuw worden berecht. Daarbij kan de stedenbouwkundig inspecteur hoger beroep instellen tegen de beslissing over de herstelvordering.
- Ingevolge dit hoger beroep moet de appelrechter, ook na de definitieve beslissing van de eerste rechter tot intrekking van de veroordeling tot straf, onderzoeken of hij voor de beoordeling van de herstelvordering verder bevoegd is. De strafrechter is met name ondanks de definitieve intrekking van de beslissing op strafgebied verder bevoegd wanneer de herstelvordering tijdig, dit is op het ogenblik dat de instandhouding nog strafbaar was, voor hem werd ingesteld. In voorkomend geval is de intrekking van de veroordeling tot straf zonder invloed op de beslissing tot herstel, die verworven blijft.
- De appelrechter die evenwel vaststelt dat hij ten gevolge van de intrekking niet langer bevoegd is om de herstelvordering te beoordelen omdat deze niet tijdig, dit is op het ogenblik dat de instandhouding nog strafbaar was, bij de strafrechter aanhangig werd gemaakt, moet overeenkomstig artikel 13, § 5, Bijzondere Wet Arbitragehof, deze vordering naar de bevoegde rechter verwijzen. De omstandigheid dat ten tijde van het vernietigingsarrest van het Grondwettelijk Hof slechts een in kracht van gewijsde gegane beslissing over de strafvordering voorhanden was, en dat de herstelvordering nog hangende was voor de correctionele rechtbank, doet geen afbreuk aan deze verplichting tot verwijzing wanneer het beroepen vonnis gelijktijdig met de intrekking van de penale veroordeling over de herstelvordering beslist en deze laatste beslissing ten gevolge van het hoger beroep voor de appelrechter nog geen kracht van gewijsde heeft. Het onderdeel faalt naar recht. Vierde onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van artikel 149, § 1, Stedenbouwdecreet 1999: overeenkomstig deze bepaling vermocht de stedenbouwkundig inspecteur niet te vorderen zonder voorafgaand eensluidend advies van de Hoge Raad voor het herstelbeleid.
- Het voorafgaand advies van de Hoge Raad voor het herstelbeleid behoort tot de ontvankelijkheidsvereisten van de herstelvordering die de rechter enkel kan nagaan nadat hij zijn bevoegdheid daartoe heeft vastgesteld. Het onderdeel dat niet betwist dat de appelrechters niet bevoegd zijn om de herstelvordering te beoordelen, kan niet tot cassatie leiden en is mitsdien niet ontvankelijk. Tweede middel
- Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 9, § 1, 13, § 1 en § 5, Bijzondere Wet Arbitragehof, artikel 149, § 1, Stedenbouwdecreet 1999 en artikel 149 Grondwet: de verwijzing van de herstelvordering naar de bevoegde burgerlijke rechter is niets anders dan een nieuwe vordering en vereist het voorafgaande eensluidend advies van de Hoge Raad voor het herstelbeleid. De appelrechters oordelen ten onrechte dat het aan hen niet toekomt daarover uitspraak te doen.
- De omstandigheid dat het verzoek tot intrekking strekt tot het ongedaan maken van de veroordelingen die gegrond zijn op een sindsdien door het Grondwettelijk Hof vernietigde wetsbepaling, dit verzoek een nieuw geding inleidt en tot gevolg heeft dat de strafvordering en eventueel de daarop gestoelde burgerlijke rechtsvordering opnieuw worden berecht, doet niets af aan de verplichting tot verwijzing van de rechter die vaststelt dat hij voor de beoordeling van deze burgerlijke rechtsvordering onbevoegd is. De vaststelling van deze onbevoegdheid vereist niet het voorafgaande advies van de Hoge Raad voor het herstelbeleid. Het middel faalt naar recht. Ambtshalve onderzoek De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Begroot de kosten op 57,12 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Etienne Goethals, Jean-Pierre Frère, Paul Maffei en Luc Van hoogenbemt en op de openbare rechtszitting van 25 november 2008 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal PDF document ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081125.3 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2015:CONC.20150403.1 ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220914.2F.2 precedenten: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070605.10 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div