← België

ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081125.4

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 25 november 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081125.4 Rolnummer: P.08.0884.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-12-15 Raadplegingen: 199 - laatst gezien 2026-07-03 02:12 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Het bevelen van de betaling van een meerwaardesom, zoals bedoeld in artikel 149, § 1, Stedenbouwdecreet 1999, houdt in dat voor een goede ruimtelijke ordening de meer indringende maatregel van het herstel in de oorspronkelijke staat niet noodzakelijk is, zodat de rechter deze vorm van herstel dan ook niet beveelt; de rechter laat enkel, overeenkomstig artikel 149, § 5, Stedenbouwdecreet 1999, de keuze voor het herstel in de oorspronkelijke staat als alternatief voor de betaling van de meerwaardesom over aan de veroordeelde, maar dit geschiedt volgens voorwaarden van de wet, namelijk het herstel in de oorspronkelijke toestand, zonder dat de veroordeelde zich kan beroepen op de afgeleverde bouwvergunningen, die hij niet naleefde. Thesaurus CAS: STEDENBOUW - HERSTEL VAN PLAATS IN DE VORIGE STAAT. BETALING VAN EEN MEERWAARDE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING - Vlaams Gewest - Inbreuken en sancties - Algemeen Vrije woorden: Betaling van een meerwaarde - Herstel in de oorspronkelijke staat als alternatief voor de betaling van de meerwaarde - Artikel 149, § 5, Stedenbouwdecreet 1999 - Voorwaarde - Invloed van eerder afgeleverde bouwvergunningen Fiche 2 De verschillen in aard en doelstelling van de herstelmaatregelen, bedoeld in artikel 149, § 1, Stedenbouwdecreet 1999, kunnen toelaten dat zij gelijktijdig worden toegepast om het volledig herstel te verzekeren; de cumulatieve oplegging van de betaling van de meerwaarde en van aanpassingswerken kan aldus de verdwijning beogen van verschillende gevolgen van het stedenbouwmisdrijf, namelijk de onterechte verrijking enerzijds, en de inpassing van het bouwwerk in het bestemmingsgebied anderzijds, waarbij de aanpassingswerken niet in de plaats kunnen komen van de betaling van de meerwaarde. Thesaurus CAS: STEDENBOUW - HERSTEL VAN PLAATS IN DE VORIGE STAAT. BETALING VAN EEN MEERWAARDE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING - Vlaams Gewest - Inbreuken en sancties - Algemeen Vrije woorden: Cumulatieve oplegging van verschillende herstelmaatregelen - Mogelijkheid - Toepassing Tekst van de beslissing Nr. P.08.0884.N

  1. L K W, beklaagde,
  2. A M S, beklaagde, eisers, vertegenwoordigd door mr. Paul Lefebvre, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 480/9, alwaar de eisers woonplaats kiezen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Gent, correctionele kamer, van 25 april
  3. De eisers voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Etienne Goethals heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  4. Het middel voert schending aan van de artikelen 99 en 149, § 5, Stedenbouwdecreet 1999: de appelrechters kunnen onmogelijk het herstel in de oorspronkelijke staat als alternatief voor de betaling van de meerwaarde bevelen daar de eisers in het bezit zijn van een vergunning tot verbouwing.
  5. Artikel 149, § 5, tweede lid, Stedenbouwdecreet 1999 bepaalt: "Bij een veroordeling tot de betaling van een geldsom gelijk aan de meerwaarde kan de veroordeelde zich op geldige wijze kwijten door binnen een jaar na de uitspraak de plaats te herstellen in de oorspronkelijke toestand of het strijdige gebruik te staken."
  6. Het bevelen van de betaling van een meerwaardesom houdt in dat voor een goede ruimtelijke ordening de meer ingrijpende maatregel van herstel in de oorspronkelijke staat niet noodzakelijk is. Bijgevolg beveelt de rechter niet deze vorm van herstel. Hij laat enkel het initiatief ervan over aan de veroordeelde, evenwel volgens de modaliteiten bepaald in artikel 149, § 5, Stedenbouwdecreet 1999, namelijk een herstel in de oorspronkelijke toestand, zonder rekening te houden met afgeleverde bouwvergunningen.
  7. Het is de overtreder die in voorkomend geval kiest voor het herstel in de vorige staat als alternatief voor de betaling van de meerwaardesom. Dit geschiedt volgens de voorwaarden van de wet, zonder dat hij zich op de vergunning die hij niet naleefde, kan beroepen. Het middel faalt naar recht. Tweede middel Eerste onderdeel
  8. Het onderdeel voert schending aan van artikel 149, § 1, Stedenbouwdecreet 1999 en artikel 44 Strafwetboek: deze bepalingen laten geen cumulatieve toepassing van verschillende herstelmaatregelen toe; de eisers zijn daarenboven in het bezit van een verbouwingsvergunning; het is bijgevolg ten onrechte dat de appelrechters de eisers veroordelen, zowel tot het uitvoeren van bepaalde aanpassingswerkzaamheden als tot de betaling van een meerwaarde van 7.000 euro en daarbij de kwijting van deze meerwaarde enkel verbinden aan het herstel van de schuur in de oorspronkelijke toestand en niet aan het uitvoeren van aanpassingswerken.
  9. De verschillen in aard en doelstelling van de maatregelen bedoeld in artikel 149, § 1, Stedenbouwdecreet 1999 kunnen toelaten dat zij gelijktijdig worden toegepast om het volledig herstel te verzekeren.
  10. De appelrechters bevelen de uitvoering van aanpassingswerken in verband met de verschijningsvorm van de schuur, meer de betaling van 7000 euro wegens zijn verkregen meerwaarde als nieuwbouw, met het herstel in de oorspronkelijke toestand als wettelijk alternatief voor de eisers.
  11. Te dezen beoogt de cumulatieve oplegging van een meerwaardesom en van aanpassingswerken aldus de verdwijning van verschillende gevolgen van het stedenbouwmisdrijf, namelijk de onterechte verrijking ten gevolge van de nieuwbouw enerzijds, de inpassing van het bouwwerk in het bestemmingsgebied anderzijds, waarbij de aanpassingswerken niet in de plaats kunnen komen van de betaling van de meerwaarde. De beslissing van de appelrechters om de aanpassingswerken op te leggen samen met meerwaarde en niet als een alternatief voor deze meerwaarde is naar recht verantwoord. Het onderdeel kan in zoverre niet worden aangenomen.
  12. De appelrechters bevelen niet het herstel in de oorspronkelijke toestand, maar laten de keuze hiervan over aan de eisers overeenkomstig de modaliteiten die de wet toelaat. In zoverre mist het onderdeel feitelijke grondslag.
  13. Voor het overige sluit het onderdeel aan bij het vergeefs aangevoerde eerste middel dat de appelrechters de kwijting van de meerwaardesom niet vermochten te verbinden aan een herstel in de oospronkelijke toestand zonder rekening te houden met de bekomen verbouwingsvergunning. In zoverre is het onderdeel niet ontvankelijk. Tweede onderdeel
  14. Het onderdeel voert schending aan van artikel 1138, 4°, Gerechtelijk Wetboek en, voor zoveel als nodig, artikel 149 Grondwet: de appelrechters oordelen tegenstrijdig door enerzijds de uitvoering van de aanpassingswerken te koppelen aan de verkregen bouwvergunning maar anderzijds de kwijting van de meerwaarde te koppelen aan een herstel in de oorspronkelijke toestand, zonder rekening te houden met deze bouwvergunning.
  15. Het is niet tegenstrijdig, enerzijds, aanpassingswerken te bevelen overeenkomstig een reeds verleende maar niet-nageleefde bouwvergunning, anderzijds de kwijting van de meerwaardesom te verbinden met een herstel in de oorspronkelijke toestand zonder rekening te houden met deze bouwvergunning. Het middel mist feitelijke grondslag. Ambtshalve onderzoek De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers in de kosten. Begroot de kosten op 85,34 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Etienne Goethals, Jean-Pierre Frère, Paul Maffei en Luc Van hoogenbemt en op de openbare rechtszitting van 25 november 2008 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081125.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.