← België

ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081125.8

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 25 november 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081125.8 Rolnummer: P.08.1050.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-12-15 Raadplegingen: 188 - laatst gezien 2026-07-03 02:10 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 4 Artikel 90quater, § 1, tweede lid, 4°, Wetboek van Strafvordering, dat bepaalt dat de met redenen omklede beschikking waarbij de onderzoeksrechter machtiging verleent tot een bewakingsmaatregel op grond van artikel 90ter van hetzelfde wetboek, op straffe van nietigheid de periode vermeldt tijdens welke de bewaking kan worden uitgeoefend, welke niet langer mag zijn dan één maand te rekenen van de beslissing waarbij de maatregel wordt bevolen, houdt in dat de datum van de beschikking het vertrekpunt vormt voor de berekening van de termijn van één maand

(1).
(1)FREYNE, TH., De bewaking van privécommunicatie en -telecommunicatie in strafonderzoeken: een stand van zaken, T. Strafr., 2008, p. 175, nr 25; ARNOU, L., Afluisteren tijdens het gerechtelijk onderzoek, Comm. Strafr., p. 39, nr
  1. Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Opsporingsonderzoek - Algemeen STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Taak onderzoeksrechter STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Onderzoeksdaden - Telefoontap Vrije woorden: Telefoontap - Periode tijdens welke afgeluisterd kan worden - Periode van maximaal één maand vanaf de beschikking - Vertrekpunt voor de berekening Thesaurus CAS: ONDERZOEKSRECHTER UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Opsporingsonderzoek - Algemeen STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Taak onderzoeksrechter STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Onderzoeksdaden - Telefoontap Vrije woorden: Telefoontap - Periode tijdens welke afgeluisterd kan worden - Periode van maximaal één maand vanaf de beschikking - Vertrekpunt voor de berekening Thesaurus CAS: TELEGRAAF EN TELEFOON UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Opsporingsonderzoek - Algemeen STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Taak onderzoeksrechter STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Onderzoeksdaden - Telefoontap Vrije woorden: Telefoontap - Periode tijdens welke afgeluisterd kan worden - Periode van maximaal één maand vanaf de beschikking - Vertrekpunt voor de berekening Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Bewijsvoering UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Opsporingsonderzoek - Algemeen STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Taak onderzoeksrechter STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Onderzoeksdaden - Telefoontap Vrije woorden: Telefoontap - Periode tijdens welke afgeluisterd kan worden - Periode van maximaal één maand vanaf de beschikking - Vertrekpunt voor de berekening Tekst van de beslissing Nr. P.08.1050.N I J C P, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Britt Veysen, advocaat bij de balie te Antwerpen. II P R D G, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Pol Vandemeulebroucke en mr. Tom Decaigny, advocaten bij de balie te Antwerpen. III
  2. A V G T, beklaagde,
  3. E K P G, beklaagde, eisers, met als raadsman mr. Pol Vandemeulebroucke en mr. Tom Decaigny, advocaten bij de balie te Antwerpen. IV J M J J, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Pol Vandemeulebroucke en mr. Tom Decaigny, advocaten bij de balie te Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 15 mei
  4. De eiser J P voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. De eiser P D G voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. De eiser A T voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. De eiser E G voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. De eiser J J voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan; tevens voert hij in een aanvullende memorie die eveneens aan dit arrest is gehecht, nog een middel aan. Raadsheer Luc Van hoogenbemt heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel van de eisers II en III.1 en tweede middel van de eisers III.2 en IV
  5. Het middel voert schending aan van artikel 90quater, § 1, tweede lid, 4°, Wetboek van Strafvordering: de volledige beschikkingen tot afluisteren P02, P06, P07, P09, P10, P14 en P16 zijn nietig omdat zij gedurende een langere tijd werden uitgevoerd dan hun maximale geldigheidsduur van één maand.
  6. Artikel 90quater, § 1, tweede lid, 4°, Wetboek van Strafvordering bepaalt dat de beschikking waarbij de onderzoeksrechter machtiging verleent tot een bewakingsmaatregel op grond van artikel 90ter van hetzelfde wetboek, op straffe van nietigheid gedagtekend wordt en de periode vermeldt tijdens welke de bewaking kan worden uitgeoefend, welke niet langer mag zijn dan één maand te rekenen van de beslissing waarbij de maatregel wordt bevolen.
  7. De appelrechters oordelen: "De beschikkingen opgesomd in conclusies van beklaagde op pagina 32 onderaan en pagina 33 dateren van een datum voorafgaand aan de periode die erin is voorzien. Artikel 90quater, § 1, voorziet nergens dat de datum van de beschikking dezelfde moet zijn (als) de aanvangsdatum van de periode die in de beschikking is voorzien zolang de beschikking maar ‘voorafgaand' werd verleend. Deze taps zijn derhalve wel rechtsgeldig."
  8. Met die redenen verantwoorden de appelrechters hun beslissing dat ook de uitvoering die aan de omstreden beschikkingen werd gegeven buiten de termijn van één maand te rekenen vanaf de datum van de beslissing waarbij de maatregel wordt bevolen, rechtsgeldig is, niet naar recht. Het middel is gegrond. Ambtshalve middel Geschonden wettelijke bepaling - artikel 90quater, § 1, tweede lid, 4°, Wetboek van Strafvordering.
  9. Om de reden, vermeld in het eerste middel van de eisers II en III.1 en het tweede middel van de eisers III.2 en IV, is de beslissing van de appelrechters over de strafvordering lastens de eiser I eveneens niet naar recht verantwoord. Overige middelen
  10. De overige middelen die niet kunnen leiden tot cassatie zonder verwijzing, behoeven geen antwoord. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Laat de kosten ten laste van de Staat. Verwijst de zaak naar het Hof van Beroep te Gent. De kosten begroot in het geheel op 662,12 euro waarvan op elk cassatieberoep 165,53 euro is verschuldigd. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Etienne Goethals, Jean-Pierre Frère, Paul Maffei en Luc Van hoogenbemt en op de openbare rechtszitting van 25 november 2008 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081125.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.