id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 28 november 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081128.4 Rolnummer: C.07.0346.N Kamer: 1N + Eerste Kamer + Rechtsgebied: Handelsrecht - Overige Invoerdatum: 2009-01-14 Raadplegingen: 227 - laatst gezien 2026-07-03 02:04 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2008:CONC.20081128.4 Fiches 1 - 2 Enkel de derde-houder van het cognossement aan order die kan aantonen dat hij het cognossement door endossement of door een ononderbroken reeks van endossementen heeft verkregen, kan de daaruit voortvloeiende rechten uitoefenen en is derhalve vorderingsgerechtigd
(1)Zie de concl. van het O.M. Thesaurus CAS: SCHIP. SCHEEPVAART UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Bewijs (gerechtelijk recht) - Getuigenverhoor (gerechtelijk recht) - Kosten GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Termijnen voor cassatieberoep en betekening - Burgerlijke rechtsvordering GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in verkiezingszaken - Personen door of tegen wie cassatieberoep kan of moet worden ingesteld HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - SCHIP EN SCHEEPVAART - Cognossement Vrije woorden: Zeevervoer - Cognossement aan order - Cognossementhouder - Rechten Wettelijke bepalingen: Wet - 21-08-1879 - Art. 89 - 30 ELI link Pub nr 1879082150 Thesaurus CAS: VERVOER - GOEDERENVERVOER - Rivier- en zeevervoer UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Bewijs (gerechtelijk recht) - Getuigenverhoor (gerechtelijk recht) - Kosten GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Termijnen voor cassatieberoep en betekening - Burgerlijke rechtsvordering GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in verkiezingszaken - Personen door of tegen wie cassatieberoep kan of moet worden ingesteld HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - SCHIP EN SCHEEPVAART - Cognossement Vrije woorden: Zeevervoer - Cognossement aan order - Cognossementhouder - Rechten Wettelijke bepalingen: Wet - 21-08-1879 - Art. 89 - 30 ELI link Pub nr 1879082150 Fiches 3 - 4 Concl. adv.-gen. VAN INGELGEM, Cass., 28 nov. 2008, AR C.07.0346.N, A.C., 2008, n° ... Thesaurus CAS: SCHIP. SCHEEPVAART UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Bewijs (gerechtelijk recht) - Getuigenverhoor (gerechtelijk recht) - Kosten GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Termijnen voor cassatieberoep en betekening - Burgerlijke rechtsvordering GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in verkiezingszaken - Personen door of tegen wie cassatieberoep kan of moet worden ingesteld HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - SCHIP EN SCHEEPVAART - Cognossement Vrije woorden: Zeevervoer - Cognossement aan order - Cognossementhouder - Rechten Thesaurus CAS: VERVOER - GOEDERENVERVOER - Rivier- en zeevervoer UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Bewijs (gerechtelijk recht) - Getuigenverhoor (gerechtelijk recht) - Kosten GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Termijnen voor cassatieberoep en betekening - Burgerlijke rechtsvordering GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in verkiezingszaken - Personen door of tegen wie cassatieberoep kan of moet worden ingesteld HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - SCHIP EN SCHEEPVAART - Cognossement Vrije woorden: Zeevervoer - Cognossement aan order - Cognossementhouder - Rechten Tekst van de beslissing Nr. C.07.0346.N 1. THE TOKIO MARINE AND FIRE INSURANCE COMPANY, met zetel te Londen EC3 (Groot-Brittannië), 250 Leaden¬hall Street, 2. FUJIFILM MICRODISKS U.S.A. Inc., met zetel te Bedford MA 01730-1471 (Verenigde Staten van Amerika), 35 R Crosy Drive, eiseressen, vertegenwoordigd door mr. Pierre van Ommeslaghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1050 Brussel, Louizalaan 106, waar de eiseressen woonplaats kiezen, tegen 1. TRANSPAC CONTAINER SYSTEMS, met zetel te Wanchai (Hong Kong), 24/F & 25/F Fleet House, 38 Gloucester Road, 2. BLUE ANCHOR LINE, divisie van Transpac Container Sys¬tem LTD, met zetel te Wanchai (Hong Kong), 24/F & 25/F Fleet House, 38 Gloucester Road, verweersters, vertegenwoordigd door mr. Lucien Simont, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1050 Brussel, Louizalaan 149, bus 20, waar de verweersters woonplaats kiezen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 8 mei 2006 gewezen door het Hof van Beroep te Antwerpen. Raadsheer Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eisers voeren in hun verzoekschrift een middel aan. Geschonden wettelijke bepalingen - de artikelen 85, 87 en 89 van Boek II van het Wetboek van Koophandel (Zeewet). Aangevochten beslissingen Het bestreden arrest beslist dat de eiseressen niet vorderingsgerechtigd zijn en verklaart bijgevolg hun vorderingen ongegrond, dit op grond van volgende motieven: "De doelstellingen van de door (de eiseressen) ingestelde hoofdvorde¬ring en de toedracht van de feiten, die eraan ten grondslag liggen, kunnen geschetst worden als volgt: - (de tweede eiseres) kocht van Fuji Magnetics GmbH een partij informatica diskettes (floppy disks), en dit onder CIF conditiën (...). - gezien het een CIF verkoop is (kosten - verzekering - vracht inbegrepen in de verkoop), doet de verkoper Fuji Magnetics GmbH uit Kleve (Duitsland) een beroep op (de verweersters) om de goederen vanuit Duitsland bij de eindbestemmeling in de U.S.A. te brengen. - (De verweersters) laten, via haar Duitse agent KÜHNE & NAGEL te Bremen in eerste instantie de containers afhalen te Antwerpen bij respectievelijk MED REPAIR en HESSE NATIE om deze te vervoeren naar Kleve (Duitsland), alwaar de verkoper is gevestigd. Vervolgens worden de containers door de verkoper geladen, waarna de containers opnieuw aangeleverd worden te Antwerpen. De goederen worden daarop te Antwerpen aan boord van het ms. ‘MSC RITA' geladen om verscheept te worden naar de bestemmeling, zijnde (de tweede eiseres), gevestigd te Bedford, Massachussets, U.S.A. : - met het oog op het transport op 5 december 1997 werd een vervoerdocument uitgegeven, genaamd ‘een snelle laadbrief, niet verhandelbaar' - Express Cargo Bill (not to order) -, met als nummer 0010 4266-712.032. - tijdens de zeereis (waarbij het ms ‘MSC RITA' stormweder ontmoette) zijn de beide containers - waarin de goederen gestuwd werden - over bood geslagen. - het verlies in hoofdsom werd geraamd op 312.480 USD. (...). III. Wat betreft de vorderingsgerechtigheid van (de eiseressen) Uit de conclusies van partijen blijkt impliciet, doch zeker, dat beide partijen akkoord zijn dat de vorderingsgerechtigheid van (de eiseressen) dient te worden beoordeeld volgens Belgisch recht. 1. Wat betreft de vorderingsgerechtigheid van (de tweede eiseres)
- a)(De verweersters) beweren dat (de tweede eiseres) niet vorderingsge¬rechtigd is, aanvoerende dat (de tweede eiseres) nooit houder is geworden van het cognossement en het cognossement bovendien niet geëndosseerd werd. (De tweede eiseres) legt in casu een ordercognossement voor, aanvoerende dat uit het feit dat (de verweersters) een titel aan order van de geadresseer¬de/bestemmeling afgaven volgt dat die geadresseerde/bestemmeling - (de tweede eiseres) - de beneficiaris is van de orderclausule; dat de term "consignee" in de orderclausule noodzakelijkerwijze doelt op (de tweede eiseres), die eveneens in het hokje ‘notify party' staat en waar Blue Anchor Line, conform zijn instructies, de goederen moest afleveren; dat, gezien de Amerikaanse koper de benificiaris van het orderbeding was, het cognossement niet aan die firma moest worden geëndosseerd.
- b)(De tweede verweerster) gaf een snelle laadbrief (express ladingcognossement) / niet verhandelbaar (‘een express cargo bill/ non negiociable') uit, op uitdrukkelijk verzoek van de inlader, die optrad in naam en voor rekening van de ontvanger, huidig (tweede eiseres). In geval, zoals in casu een ordercognossement voorligt, dient hij die beweert terzake vorderingsgerechtigd te zijn, van zijn recht te doen blijken door het endossement of door een ononderbroken reeks van endossementen (rugtekeningen). Pas dan krijgt hij de hoedanigheid van derde-houder van het ordercognossement. Het louter onder zich houden van de titel volstaat niet om hem daaruit voortvloeiende rechten te verlenen. Wanneer het cognossement aan order opgemaakt werd, moet het behoorlijk gerugtekend worden in het voordeel van degene die het aan de zeevervoerder aanbiedt. Met andere woorden moet in principe degene die een cognossement aan order onder zich heeft van zijn recht op de goederen doen blijken door een endossement of door een ononderbroken reeks van endossementen. Het louter onder zich houden van de titel volstaat niet om hem de daaruit vloeiende rechten te verlenen. Gezien (de tweede eiseres) geen geëndosseerd cognossement kan voorleggen, zij niet de hoedanigheid heeft van derde-drager van het cognossement die een vordering kan instellen op basis van artikel 89 van de Zeewet.
- c)(De eiseressen) beweren dat een ordercognossement niet moet worden geëndosseerd als de begunstigde van het ordercognossement identificeerbaar is. Elk ordercognossement - ook datgene waar de begunstigde van het ordercognossement formaliter is aangegeven of met andere woorden ook wanneer een cognossement aan order van een bepaald persoon is (wat in casu niet het geval
- is)- dient te worden voorzien van een ononderbroken reeks van endossementen, bij gebreke waarvan het vorderingsrecht in handen van de inlader blijft. Inderdaad zolang de inlader het cognossement niet geëndosseerd heeft, kan de houder van een niet geëndosseerd cognossement, zelfs al is zij aan zijn order, er geen rechten uit putten. Het endossement moet op de titel worden geschreven en omvat in principe de handtekening van de endossant en de naam van de geëndosseerde (‘doit être écrit sur le titre et comporte, en principe, outre la signature de l'endosseur, le nom de l'endossataire) (Zie Van Ryn en Heenen, Principes de droit commercial, III Brussel, Bruylant, 1981, nr. 108). Het voorliggende cognossement is niet voorzien van enig endossement, zodat de vorderingsrechten bij de inlader, drager van de titel, blijven.
- d)Het kwestieus cognossement werd opgemaakt aan order van de geadresseerde (‘to order of consignee'), zonder enige vermelding van wie dat is. (De tweede eiseres) is niet de geadresseerde (consignee) van het cognossement, aangezien het een ordercognossement is en geen geadresseerde met naam in het daartoe voorziene vak van het cognossement staat. Wanneer, zoals in casu, het cognossemment gesteld is aan order van de geadresseerde en deze niet met name wordt aangewezen, moet het geacht worden de order van de afzender aan te geven (Heenen, Vente et commerce maritime, Ets. Emile Bruylant, Brussel 1952, nr. 10, blz. 28, M.H. Claringbould, Het schip en zijn cognossementen, Kluwer, Deventer, W.E.J. Tjeenk Willink 1996, nr. 5, blz. 9).
- e)
- f)De averijvordering dient te worden ingesteld door de derde cognossementhouder, zelfs als hij geen schade in eigen vermogen heeft geleden. In casu is de cognossementhouder de afzender, aangezien zoals hierboven aangetoond het cognossement nooit werd geëndosseerd. Deze partij stelt evenwel de vordering niet. De vordering, in casu gesteld door (de tweede eiseres), zijnde bestemmeling, dient als ongegrond te worden afgewezen, aangezien (de tweede eiseres) geen houder is van een effectief geëndosseerd cognossement en derhalve niet vorderingsgerechtigd is. 2. Wat betreft de vorderingsgerechtigdheid van (de eerste eiseres) (De eerste eiseres) stelt de verzekeraar te zijn van (de tweede eiseres) en de vordering tegen (de verweersters) te stellen als gesubrogeerde in de rechten van (de tweede eiseres). Aangezien, zoals hierboven aangetoond, (de tweede eiseres) in casu geen rechten kan laten gelden ten aanzien van (de verweersters), dient ook de vordering van (de eerste eiseres) als verzekeraar (die niet meer rechten kan laten gelden dan haar verzekerde) als ongegrond te worden afgewezen". Grieven Eerste onderdeel Volgens artikel 85 van de Zeewet kan het cognossement aan order zijn. Dit betekent dat de persoon aan wiens order het cognossement is uitgesteld, gerechtigd is de rechten voortvloeiend uit het cognossement uit te oefenen, zonder dat vereist is dat die persoon het cognossement heeft verkregen door endossement vanwege de afzender of door een ononderbroken reeks endossementen beginnend vanaf de afzender. Het bestreden arrest schendt het rechtsbegrip "cognossement aan order", dat voorkomt in dit artikel, door het volgende te overwegen: "Elk ordercognossement - ook datgene waar de begunstigde van het ordercognossement formaliter is aangegeven of met andere woorden ook wanneer een cognossement aan order van een bepaald persoon is (wat in casu niet het geval
- is)- dient te worden voorzien van een ononderbroken reeks van endossementen, bij gebreke waarvan het vorderingsrecht in handen van de inlader blijft. Inderdaad zolang de inlader het cognossement niet geëndosseerd heeft, kan de houder van een niet geëndosseerd cognossement, zelfs al is zij aan zijn order, er geen rechten uit putten. Het voorliggende cognossement is niet voorzien van enig endossement, zodat de vorderingsrechten bij de inlader, drager van de titel, blijven". Het bestreden arrest houdt derhalve een schending in van artikel 85 van de Zeewet en schendt ook artikel 89 van de Zeewet door de tweede eiseres (en bijgevolg de eerste eiseres) niet als vorderingsgerechtigde te beschouwen (schending van de artikelen 85 en 89 van Boek II van het Wetboek van Koophandel). Tweede onderdeel Volgens artikel 87 van de Zeewet geldt het cognossement als bewijs tussen alle bij de lading belanghebbende partijen en tussen hen en de verzekeraars. Het bestreden arrest neemt aan dat de tweede eiseres de bestemmeling (geadresseerde) is van het vervoer (zie supra de onderlijnde passages uit de geciteerde motieven van het bestreden arrest) en de eerste eiseres de verzekeraar van de tweede eiseres. Zoals blijkt uit het bestreden arrest werd het kwestieus cognossement uitgesteld aan order van de geadresseerde. Door te beslissen dat gezien in het kwestieus cognossement de geadresseerde niet met name wordt aangewezen, het cognossement geacht moet worden aan order van de afzender te zijn uitgesteld, schendt het bestreden arrest de bewijswaarde van het cognossement, zoals die bewijswaarde vastgelegd is in artikel 87 van de Zeewet (Boek II van het Wetboek van Koophandel), nu het cognossement vermeldt dat het is uitgesteld aan order van de geadresseerde en die vermelding dus tussen partijen het bewijs levert dat het cognossement uitgesteld is aan order van de geadresseerde en niet aan order van de afzender (schending van artikel 87 van de Zeewet, zijnde Boek II van het Wetboek van Koophandel). De omstandigheid dat in het cognossement de geadresseerde niet met name wordt aangewezen laat niet toe de bewijswaarde van het cognossement te ontkrachten. Door op vermelde grond de tweede eiseres (en bijgevolg de eerste eiseres) niet als vorderings¬gerechtigde te beschouwen, schendt het bestreden arrest ook artikel 89 van de Zeewet, zijnde Boek II van het Wetboek van Koophandel). III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel 1. Krachtens artikel 89 van de Zeewet, heeft alleen hij die houder is van het cog¬nossement, zelfs krachtens een endossement in blanco, het recht om zich de lading door de kapitein te doen afleveren. Enkel de derde-houder van het cognossement aan order die kan aantonen dat hij het cognossement door een endossement of door een ononderbroken reeks van endossementen heeft verkregen, kan de daaruit voortvloeiende rechten uitoefenen en is derhalve vorderingsgerechtigd. 2. Het arrest oordeelt enerzijds dat het cognossement een cognossement aan order van de afzender is en anderzijds dat de tweede eiseres geen endossement of opeenvolging van endossementen kan voorleggen die van aard is om haar de hoedanigheid van derde-houder van het ordercognossement te verlenen. 3. Op grond van deze overwegingen konden de appelrechters beslissen dat de tweede eiseres geen rechtmatige houder van het cognossement was en dus niet vorderingsgerechtigd. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. Tweede onderdeel 4. De in het eerste onderdeel vergeefs bekritiseerde reden draagt de beslissing. Het onderdeel, al was het gegrond, kan niet tot cassatie leiden en is mitsdien niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, eenparig beslissend, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres in de kosten. De kosten zijn begroot op de som van 684,78 euro jegens de eisende partijen en op de som van 236,27 euro jegens de verwerende partijen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Ernest Waûters, als voorzitter, en de raadsheren Eric Dirix en Beatrijs Deconinck, en in openbare terechtzitting van 28 november 2008 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Ernest Waûters, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem, met bijstand van griffier Philippe Van Geem. PDF document ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081128.4 Gerelateerde publicatie(
- s)Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2008:CONC.20081128.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div