id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 28 november 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081128.5 Rolnummer: C.07.0301.N Kamer: 1N + Eerste Kamer + Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2009-01-14 Raadplegingen: 232 - laatst gezien 2026-07-03 05:18 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Uit de artikelen 807 en 1042 van het Gerechtelijk Wetboek volgt niet dat de uitbreiding van de vordering in hoger beroep aan bijkomende voorwaarden, zoals het formuleren van incidenteel beroep, onderworpen is. Thesaurus CAS: VORDERING IN RECHTE UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Begrippen - Vordering (eis) - Aanvullende eis GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Hoger beroep (gerechtelijk recht) - Incidenteel hoger beroep Vrije woorden: Burgerlijke zaken - Hoger beroep - Uitbreiding van de vordering Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 807 en 1042 Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN (HANDELSZAKEN EN SOCIALE ZAKEN INBEGREPEN) - Uitbreiding van eis en nieuwe eis UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Begrippen - Vordering (eis) - Aanvullende eis GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Hoger beroep (gerechtelijk recht) - Incidenteel hoger beroep Vrije woorden: Uitbreiding van de vordering Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 807 en 1042 Tekst van de beslissing Nr. C.07.0301.N D.J., eiser, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1050 Brussel, Vilain XIIII-straat 17, waar de eiser woonplaats kiest, tegen S.M., verweerster, aan wie rechtsbijstand werd verleend op 3 september 2007 onder nummer G.07.0190.N, vertegenwoordigd door mr. Caroline De Baets, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1050 Brussel, Louizalaan 99, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 26 februari 2007 gewezen door het Hof van Beroep te Antwerpen. Raadsheer Beatrijs Deconinck heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift een middel aan. Geschonden wettelijke bepalingen - artikel 1054 van het Gerechtelijk Wetboek. Aangevochten beslissingen Het bestreden eindarrest: "Verklaart het hoger beroep van (de eiser) ongegrond. Bevestigt het bestreden vonnis van 19 april 2005 om voormelde redenen alsook deze aangehaald in het tussenarrest van 20 februari 2006 waar het de oorspronkelijke vordering van (de verweerster) ontvankelijk en gegrond verklaarde en (de eiser) veroordeelde tot betaling van de vervallen lijfrente sedert 1/8/
- Na uitbreiding van de oorspronkelijk vordering van (de verweerster): Veroordeelt (de eiser) om aan (de verweerster) te betalen de som van 830.105,00 euro, te vermeerderen tot aan de dag der algehele betaling met elke maandelijkse bijkomende vervallen lijfrente aan 2.418,50 euro, aan te passen aan elke in de toekomst voortkomende sprong van de index der consumptieprijzen met 5 punten en te vermeerderen met de intrest aan 92,03 euro op het openstaande bedrag van 830.105,00 euro per dag vertraging in de betaling. Veroordeelt (de eiser) tot de kosten van beide instanties begroot aan de zijde van (de verweerster) op 466,04 euro rechtsplegingsvergoeding", op grond van de motieven op p 4: "Wel beweert (de eiser) dat (de verweerster) haar vordering niet heeft gewijzigd conform artikel 807 van het Gerechtelijk Wetboek e.v. en geen incidenteel beroep heeft aangetekend tegen het bestreden vonnis. Artikel 807 van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat een vordering die voor de rechter aanhangig is, kan uitgebreid of gewijzigd worden, indien de nieuwe, op tegenspraak genomen conclusies, berusten op een feit of akte in de dagvaarding aangevoerd, zelfs indien hun juridische omschrijving verschillend is. De vordering van (de verweerster) zoals uitgebreid in haar conclusies op tegenspraak genomen, is een uitbreiding gesteund op de feiten zoals aangehaald in de dagvaarding (vervallen lijfrenten). Vermits het een uitbreiding van de vordering zoals gesteld voor de eerste rechter betreft, is de argumentatie van de (eiser) in verband met al dan niet instellen van incidenteel beroep niet ter zake dienend". Grieven Krachtens artikel 1054 van het Gerechtelijk Wetboek, kan een wijziging van het vonnis a quo, weze het door een uitbreiding van de oorspronkelijke vordering in graad van beroep op grond van artikel 807 of 808 van het Gerechtelijk Wetboek, door een geïntimeerde slechts bekomen worden na het instellen van een regelmatig incidenteel beroep dat daartoe strekt. Hieruit volgt dat het bestreden eindarrest zijn beslissing houdende veroordeling van de eiser tot de geactualiseerde lijfrente van de maand januari 2007, meer de intresten, niet wettig verantwoord door de enkele vaststelling dat de argumentatie van de eiser in verband met het instellen van incidenteel beroep niet ter zake dienend is (schending van artikel 1054 van het Gerechtelijk Wetboek). III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- Krachtens artikel 807 van het Gerechtelijk Wetboek, kan een vor¬dering die voor de rechter aanhangig is, uitgebreid of gewijzigd worden, indien nieuwe, op tegenspraak genomen conclusies, berusten op een feit of akte in de dagvaarding aangevoerd, zelfs indien hun juridische omschrijving verschillend is. Voormeld artikel is, krachtens artikel 1042 van hetzelfde wetboek, van toepassing in hoger beroep. Uit deze artikelen volgt niet dat de uitbreiding van de vordering in hoger beroep aan bijkomende voorwaarden is onderworpen.
- Het middel dat een voorwaarde toevoegt en de uitbreiding van de vordering in hoger beroep afhankelijk stelt van het formuleren van incidenteel beroep, faalt naar recht. Dictum Het Hof, eenparig beslissend, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. De kosten zijn begroot op de som van 727,70 euro jegens de eisende partij en op de som van 152,04 euro jegens de verwerende partij. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Ernest Waûters, als voorzitter, en de raadsheren Eric Dirix en Beatrijs Deconinck, en in openbare terechtzitting van 28 november 2008 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Ernest Waûters, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem, met bijstand van griffier Philippe Van Geem. PDF document ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081128.5 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CABRL:2010:ARR.20100301.13 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div