id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 02 december 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081202.4 Rolnummer: P.08.1172.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Strafrecht Invoerdatum: 2008-12-26 Raadplegingen: 194 - laatst gezien 2026-07-03 02:00 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Het vereiste van bijzondere motivering van artikel 195 Wetboek van Strafvordering is niet van toepassing op het door de rechter uitgesproken vervangend rijverbod overeenkomstig artikel 69bis Wegverkeerswet. Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) UTU-thesaurus: STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Straffen - Geldboete - Vervangende gevangenisstraf STRAFRECHT - WEGVERKEER - Wegcode 1 december 1975 - Dooiweer - art. 58 Vrije woorden: Wegverkeerswet - Vervangend rijverbod - Motivering Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 69 - Artikel 69bis UTU-thesaurus: STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Straffen - Geldboete - Vervangende gevangenisstraf STRAFRECHT - WEGVERKEER - Wegcode 1 december 1975 - Dooiweer - art. 58 Vrije woorden: Vervangend rijverbod - Bijzondere motivering Fiche 3 Uit artikel 65, § 1 en § 2, Wegverkeerswet volgt dat enkel een tijdige betaling de strafvordering doet vervallen; bij ontstentenis van tijdige betaling geldt het vereiste niet meer dat het openbaar ministerie dat toch de strafvordering wil instellen, de betrokkene daarvan per aangetekende brief moet verwittigen. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 65 UTU-thesaurus: STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Straffen - Geldboete - Vervangende gevangenisstraf STRAFRECHT - WEGVERKEER - Wegcode 1 december 1975 - Dooiweer - art. 58 Vrije woorden: Verval van de strafvordering tegen bepaling - Voorwaarde Tekst van de beslissing Nr. P.08.1172.N K A, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Renaat Landuyt, advocaat bij de balie te Brugge. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de Correctionele Rechtbank te Brugge van 30 mei
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, vier middelen aan. Afdelingsvoorzitter Edward Forrier heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Het middel voert schending aan van artikel 6.1 EVRM: daar de zaak vroeger is uitgesproken dan was aangekondigd, is er na het sluiten van het debat overleg geweest tussen het openbaar ministerie en de rechters.
- Het middel vraagt een onderzoek van feiten waarvoor het Hof niet bevoegd is. Het middel is niet ontvankelijk. Tweede middel
- Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet, artikel 195 Wet¬boek van Strafvordering en artikel 6.1 EVRM. Eerste onderdeel
- Het onderdeel voert aan dat er tegenstrijdigheid is omdat het beroepen vonnis (r.o. 1.9) vermeldt dat er een snelheidsovertreding is begaan, daar waar het om een parkeerovertreding gaat; het vermeldt in het dictum niet of het bewezen verklaarde feit een parkeerovertreding dan wel een snelheidsovertreding is.
- Het bestreden vonnis doet het beroepen vonnis teniet en wijst opnieuw. Aldus neemt het de eventuele onregelmatigheden van het beroepen vonnis niet over. In zoverre het onderdeel tegenstrijdigheid in de motieven aanvoert, mist het feitelijke grondslag.
- Het bestreden vonnis verklaart het ten laste gelegde feit zoals in de dagvaarding in de bewoordingen van de wet omschreven, bewezen. Dit feit is het misdrijf bepaald in de artikelen 5 en 77.4, Wegverkeerreglement. Aldus is het bestreden vonnis niet onduidelijk maar preciseert het integendeel welke het misdrijf is waarvoor de eiser schuldig is verklaard. In zoverre mist het onderdeel evenzeer feitelijke grondslag. Tweede onderdeel
- Het onderdeel voert aan dat de appelrechters de duur van het vervangend rijverbod niet regelmatig motiveren.
- Het vereiste van bijzondere motivering van artikel 195 Wetboek van Strafvordering is niet van toepassing op de vervangende straf. Het onderdeel faalt naar recht. Derde middel in zijn vijf onderdelen
- Het middel voert schending aan van artikel 65 Wegverkeerwet en van artikel 7.3.3 van het koninklijk besluit van 22 december 2003 betreffende de inning en consignatie van een som bij de vaststelling van de overtredingen van de wet betreffende de politie over het wegverkeer en zijn uitvoeringsbesluiten: het bestreden vonnis oordeelt onterecht dat een minnelijke schikking die niet tijdig is betaald, de strafvordering niet doet vervallen.
- Krachtens artikel 65, § 1, Wegverkeerwet kan bij het vaststellen van een der speciaal door de Koning aangewezen overtredingen van de reglementen uitgevaardigd op grond van deze wet, indien het feit geen schade aan derden heeft veroorzaakt, en met instemming van de overtreder, een som geheven worden, hetzij onmiddellijk, hetzij binnen een door de Koning bepaalde termijn. Artikel 65, § 2, Wegverkeerwet bepaalt dat door de betaling van de in § 1 bedoelde som de strafvordering vervalt, tenzij het openbaar ministerie binnen een maand, te rekenen van de dag van de betaling, de betrokkene kennis geeft van zijn voornemen die vordering in te stellen. De kennisgeving geschiedt bij een ter post aangetekende brief; zij wordt geacht te zijn gedaan de eerste werkdag na de dag van afgifte ter post.
- Uit die bepalingen volgt, anders dan waarvan de onderdelen uitgaan, dat enkel een tijdige betaling de strafvordering doet vervallen. Bij ontstentenis van tijdige betaling geldt het vereiste niet meer dat het openbaar ministerie dat toch de strafvordering wil instellen, de betrokkene daarvan per aangetekende brief moet verwittigen.
- Artikel 7.3.
- van het voornoemd koninklijk besluit van 22 december 2003 bepaalt dat de betaling van de minnelijke schikking wordt uitgevoerd met overschrijving of de E-betaling met bank- of kredietkaart binnen een termijn van tien dagen te rekenen vanaf de in 3.2 bedoelde afgifte of de verzending van het document.
- De appelrechters die vaststellen dat de uitnodiging tot betaling van een minnelijke schikking dateert van 5 augustus 2006 en dat die pas is betaald op 2 oktober 2006, hebben zonder schending van de aangevoerde wettelijke bepalingen, wettig kunnen oordelen dat de laattijdige betaling de strafvordering niet heeft doen vervallen. De onderdelen kunnen niet worden aangenomen. Vierde middel in zijn beide onderdelen
- Het middel voert aan dat in zoverre artikel 7.3.3 van het voornoemde koninklijk besluit van 22 december 2003 wordt geïnterpreteerd dat het om een dwingende termijn gaat, het de artikelen 12, tweede lid, 105 en 108 Grondwet schendt.
- Anders dan waarvan de onderdelen uitgaan, volgt uit artikel 65, § 2, Wegverkeerwet en niet uit artikel 7.3.3 van het voormeld koninklijk besluit van 22 december 2003 dat in geval van niet tijdige betaling van de minnelijke schikking, de strafvordering niet is vervallen. De onderdelen die van een andere rechtsopvatting uitgaan, falen naar recht. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
- De sub¬stan¬tiële of op straffe van nietigheid voor¬ge¬schre¬ven rechts¬vormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Begroot de kosten op 63,39 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Jean-Pierre Frère, Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt en Koen Mestdagh en op de openbare rechtszitting van 2 december 2008 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081202.4 Gerelateerde publicatie(s) zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160927.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div