id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 02 december 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081202.7 Rolnummer: P.08.0589.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2008-12-26 Raadplegingen: 638 - laatst gezien 2026-07-03 03:23 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Uit de combinatie van de artikelen 162 en 162bis, Wetboek van Strafvordering, volgt dat, niettegenstaande de partijen geen omstandige opgave hebben ingediend van hun kosten, met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding zoals bepaald in artikel 1022, Gerechtelijk Wetboek, de strafrechter die uitspraak doet over de burgerlijke rechtsvordering, die rechtsplegingsvergoeding in zijn vonnis mag begroten. Thesaurus CAS: GERECHTSKOSTEN - STRAFZAKEN - Procedure voor de feitenrechter UTU-thesaurus: STRAFRECHT - BEVOEGDHEID - RECHTSPLEGING - RECHTSMIDDELEN STRAFGERECHTEN - Correctionele rechtbank - Gerechtskosten Vrije woorden: Strafrechter die uitspraak doet over de burgerlijke vordering - Rechtsplegingsvergoeding - Partij gerechtigd tot het bekomen van de rechtsplegingsvergoeding - Afwezigheid van opgave Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1022 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 162 en 162bis - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Fiche 2 De beperking van artikel 1022, vijfde lid, Gerechtelijk Wetboek, die inhoudt dat wanneer meerdere partijen de rechtsplegingsvergoeding ten laste van dezelfde in het ongelijk gestelde partij genieten, het bedrag ervan maximum het dubbel van de maximale rechtsplegingsvergoeding bedraagt waarop de begunstigde die gerechtigd is om de hoogste vergoeding te eisen, aanspraak kan maken, geldt enkel ten aanzien van de partij die in het ongelijk is gesteld; zijn meerdere partijen in het ongelijk gesteld dan geldt die beperking enkel voor elk van hen afzonderlijk. Thesaurus CAS: GERECHTSKOSTEN - STRAFZAKEN - Procedure voor de feitenrechter UTU-thesaurus: STRAFRECHT - BEVOEGDHEID - RECHTSPLEGING - RECHTSMIDDELEN STRAFGERECHTEN - Correctionele rechtbank - Gerechtskosten Vrije woorden: Rechtsplegingsvergoeding - Beperking - Artikel 1022, vijfde lid, Gerechtelijk Wetboek Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1022 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 162 en 162bis - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Fiche 3 Artikel 1021, Gerechtelijk Wetboek, is niet van toepassing in strafzaken
(1).
(1)Zie: 'De toepassing van het Gerechtelijk Wetboek in Strafzaken; artikelsgewijze bespreking van de rechtspraak van het Hof' in: Verslag van het Hof van Cassatie, 2005, 176
(254). Thesaurus CAS: GERECHTSKOSTEN - STRAFZAKEN - Procedure voor de feitenrechter UTU-thesaurus: STRAFRECHT - BEVOEGDHEID - RECHTSPLEGING - RECHTSMIDDELEN STRAFGERECHTEN - Correctionele rechtbank - Gerechtskosten Vrije woorden: Rechtsplegingsvergoeding - Opgave van de kosten met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding - Vereffening - Toepasselijkheid van de regels van het Gerechtelijk Wetboek Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 2 en 1021 Tekst van de beslissing Nr. P.08.0589.N I
- IFPI BELGIUM vzw, met zetel te 1200 Brussel, Almaplein 3, bus 2, burgerlijke partij,
- UNIVERSAL MUSIC nv, met zetel te 1200 Sint-Lambrechts-Woluwe, Woluwedal 34, burgerlijke partij,
- EMI GROUP BELGIUM nv, met zetel te 1140 Evere, Kolonel Bourgstraat 128, burgerlijke partij,
- SONY MUSIC ENTERTAINMENT nv, met zetel te 1030 Brussel, Henri Evenepoelstraat 9, burgerlijke partij,
- CNR RECORDS nv, met zetel te 1020 Brussel, De Wandstraat 209-213, burgerlijke partij,
- PLAY IT AGAIN SAM bvba, met zetel te 1070 Brussel, Veeweydestraat 90, burgerlijke partij,
- BERTELSMANN MUSIC GROUP BELGIUM nv, met zetel te 1082 Brussel, Jean Baptiste Vandendrieschstraat 12, burgerlijke partij, eiseressen, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie. II SABAM, Belgische vereniging van auteurs, componisten en uitgevers, met zetel te 1000 Brussel, Aarlenstraat 75-77, burgerlijke partij, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, alle cassatieberoepen tegen
- A J L W, beklaagde,
- DISCO-PRESS bvba, met zetel te 3850 Nieuwerkerken, Tramstatiestraat 29, beklaagde, verweerders, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 29 februari
- De eiseressen voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Afdelingsvoorzitter Edward Forrier heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel Eerste en tweede onderdeel
- De onderdelen voeren schending aan van de artikelen 2, 1017, eerste lid, 1018, 6°, 1021, 1022, 1138, 2°, en 1042 Gerechtelijk Wetboek, de artikelen 162bis, 194 en 211 Wetboek van Strafvordering en artikel 1, tweede lid, van het koninklijk besluit van 26 oktober 2007, alsook miskenning van het algemeen rechtsbeginsel, beschikkingsbeginsel genaamd, dat de rechter verbiedt uitspraak te doen over niet-gevorderde zaken en van het algemeen rechtsbeginsel betreffende de eerbied van het recht van verdediging: de appelrechters hebben onterecht de eiseressen 1 tot 7 veroordeeld tot betaling van rechtsplegingsvergoedingen.
- Krachtens artikel 162 Wetboek van Strafvordering verwijst ieder veroordelend vonnis, uitgesproken tegen de beklaagde en tegen de personen die voor het misdrijf burgerrechtelijk aansprakelijk zijn, hen in de kosten, zelfs jegens de openbare partij. Volgens artikel 162bis, tweede lid, laatste zin, Wetboek van Strafvordering wordt de vergoeding waarin artikel 1022 Gerechtelijk Wetboek voorziet, bepaald door het vonnis.
- Uit de combinatie van voornoemde bepalingen volgt dat, niettegenstaande de partijen geen omstandige opgave hebben ingediend van hun kosten, met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding zoals bepaald in artikel 1022 Gerechtelijk Wetboek, de strafrechter die uitspraak doet over de burgerlijke rechtsvordering, die rechtsplegingsvergoeding in zijn vonnis mag begroten. Artikel 1021 Gerechtelijk Wetboek is immers niet van toepassing in strafzaken. Als hij dit in dergelijk geval doet, doet hij geen uitspraak over niet-gevorderde zaken en miskent hij ook niet het beschikkingsbeginsel. De onderdelen falen naar recht. Derde onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 2, 1017, eerste lid, 1018, 6°, 1021, 1022 en 1042 Gerechtelijk Wetboek, de artikelen 162bis, 194 en 211 Wetboek van Strafvordering en artikel 1, tweede lid, van het koninklijk besluit van 26 oktober 2007: het totaal van de rechtsplegingsvergoedingen overtreft de maximale rechtsplegingsvergoeding van 60.000 euro.
- Krachtens artikel 1022, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek is de rechtsplegingsvergoeding een forfaitaire tegemoetkoming in de kosten en erelonen van de advocaat van de in het gelijk gestelde partij. Wanneer meerdere partijen onderscheiden vorderingen stellen tegen een andere partij, dan kunnen in de regel de kosten en erelonen van de advocaat van die partij hoger zijn dan indien tegen die in het gelijk gestelde partij slechts een vordering van een partij was gesteld.
- Krachtens artikel 1022, vijfde lid, Gerechtelijk Wetboek, wanneer meerdere partijen de rechtsplegingsvergoeding ten laste van dezelfde in het ongelijk gestelde partij genieten, bedraagt het bedrag ervan maximum het dubbel van de maximale rechtsplegingsvergoeding waarop de begunstigde die gerechtigd is om de hoogste vergoeding te eisen, aanspraak kan maken.
- Anders dan waarvan het onderdeel uitgaat, geldt de beperking van artikel 1022, vijfde lid, Gerechtelijk Wetboek enkel ten aanzien van de partij die in het ongelijk is gesteld. Zijn meerdere partijen in het ongelijk gesteld dan geldt die beperking enkel voor elk van hen afzonderlijk. Het onderdeel faalt naar recht. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eiseressen in de kosten. Begroot de kosten in het geheel op 106,07 waarvan de eiseressen I 24,60 euro verschuldigd zijn en 30 euro betaald hebben en de eiseres II 21,47 euro verschuldigd is en 30 euro betaald heeft. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Jean-Pierre Frère, Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt en Koen Mestdagh en op de openbare rechtszitting van 2 december 2008 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081202.7 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CAMON:2023:ARR.20230413.1 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20161206.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div