id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 09 december 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081209.1 Rolnummer: P.08.0750.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Strafrecht Invoerdatum: 2009-01-07 Raadplegingen: 503 - laatst gezien 2026-07-03 01:52 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Een verzoekschrift dat een naar aanleiding van een cassatieberoep ingestelde valsheidsvordering bevat, is ontvankelijk en die vordering kan worden toegelaten wanneer het tijdens het cassatiegeding van valsheid betichte stuk niet van valsheid kon worden beticht voor de feitenrechter, het verzoekschrift betrekking heeft op een wezenlijke vereiste voor de regelmatigheid van de bestreden beslissingen en het in dat verzoekschrift gestelde feit waarschijnlijk genoeg is om de bewijskracht van een authentieke akte aan te tasten
(1).
(1)Cass., 21 mei 2002, AR P.01.1016.N ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020521.6, A.C., 2002, nr 311; zie: F., SWENNEN, De incidentele valsheidsvordering in strafzaken voor het Hof van Cassatie, T. Strafr., 2003,
- Thesaurus CAS: BETICHTING VAN VALSHEID UTU-thesaurus: STRAFRECHT - BIJZONDERE RECHTSPLEGINGEN (STRAFZAKEN) - Valsheid GERECHTELIJK RECHT - HOF VAN CASSATIE - Bevoegdheid en taak van het Hof - Andere Vrije woorden: Strafzaken - Cassatiegeding - Valsheidsvordering ingesteld naar aanleiding van een cassatieberoep - Verzoekschrift - Ontvankelijkheid Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 907 Fiche 2 De omstandigheden dat het hof van beroep in een eerste samenstelling de zaak in beraad genomen heeft en geen arrest heeft kunnen uitspreken, en vervolgens in een gewijzigde samenstelling het debat heeft heropend om op dezelfde rechtszitting de behandeling van de zaak volledig te hernemen en een arrest uit te spreken, zijn geen voldoende gegevens die de materiële onmogelijkheid voor het lid van de zetel die vóór de heropening van het debat de zittingen van de zaak niet heeft bijgewoond, deel te nemen aan het beraad voldoende aannemelijk maakt. Thesaurus CAS: RECHTERLIJKE ORGANISATIE - STRAFZAKEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - BIJZONDERE RECHTSPLEGINGEN (STRAFZAKEN) - Valsheid GERECHTELIJK RECHT - HOF VAN CASSATIE - Bevoegdheid en taak van het Hof - Andere Vrije woorden: Hof van beroep - Zaak in beraad genomen door een bepaalde samenstelling van de zetel - Arrest gewezen door een gewijzigde samenstelling dat op dezelfde zitting de heropening van het debat beveelt - Behandeling van de volledig hernomen zaak en uitspraak op diezelfde zitting Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 779 en 1042 Tekst van de beslissing Nr. P.08.0750.N D R E V D W, beklaagde, eiser, vertegenwoordigd door mr. Lucien Simont en mr. Paul Alain Foriers, advocaten bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 149, bus 20, alwaar de eiser woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest C/495/08 van het Hof van Beroep te Gent, correctionele kamer, van 7 april
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. De eiser stelt in een verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een valsheidsvordering in. Raadsheer Paul Maffei heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
- Het arrest spreekt de eiser vrij voor een deel van de hem ten laste gelegde feiten. In zoverre tegen die beslissingen gericht, is het cassatieberoep wegens gebrek aan belang niet ontvankelijk. Incidentele valsheidsvordering
- De incidentele valsheidsvordering van de eiser is gericht tegen het proces-verbaal van de rechtszitting van 7 april 2008 en tegen het bestreden arrest. Het verzoekschrift voert aan dat deze akten vaststellen dat op de rechtszitting van 7 april 2008 het debat is heropend, dit debat volledig van bij de aanvang is hernomen, de zaak in beraad genomen werd en een arrest uitgesproken werd. Met deze vaststellingen poneren de appelrechters dat er op 7 april 2008 een beraad heeft plaatsgenomen waaraan raadsheer Fabienne De Tandt heeft deelgenomen en dat geresulteerd heeft in het bestreden arrest terwijl dit materieel onmogelijk is.
- Een verzoekschrift dat een naar aanleiding van een cassatieberoep ingestelde valsheidsvordering bevat, is slechts ontvankelijk en die vordering kan slechts worden toegelaten wanneer het tijdens het cassatiegeding van valsheid betichte stuk niet van valsheid kon worden beticht voor de feitenrechter, het verzoekschrift betrekking heeft op een wezenlijke vereiste voor de regelmatigheid van de bestreden beslissingen en het in dat verzoekschrift gestelde feit waarschijnlijk genoeg is om de bewijskracht van een authentieke akten aan te tasten.
- De eerste van valsheid betichte akte is het tweede proces-verbaal van de rechtszitting van 7 april
- Dit stuk vermeldt dat de zaak is opgeroepen, de eiser bijgestaan door zijn raadsman, mr. Sarah Schatteman, is verschenen, het hof van beroep, samengesteld uit voorzitter Christian Van Damme, raadsheer Carine Gassée en raadsheer Fabienne De Tandt, de behandeling van de zaak in haar geheel herneemt, eisers raadsman zijn pleidooien en conclusie neergelegd op de rechtszitting van 4 december 2007 herneemt en het hof van beroep, na beraad, in openbare rechtszitting een arrest uitspreekt. De tweede van valsheid betichte akte is het bestreden arrest nr. C/495/08 dat is uitgesproken en dat voorzitter Christian van Damme, raadsheer Carine Gassée en raadsheer Fabienne De Tandt hebben getekend. Dit arrest stelt onder meer vast dat bij arrest van dezelfde dag het debat is heropend en op de rechtszitting van dezelfde dag is gesteld waarop de zaak door de op die dag samengestelde zetel in haar geheel is hernomen en eisers raadsman de eerder genomen conclusie heeft hernomen. Het arrest vermeldt vervolgens zijn redenen en de daarop gesteunde veroordeling van de eiser.
- Uit de stukken van de rechtspleging die de eiser niet betwist, blijkt dat: - de zaak een eerste maal behandeld en in beraad genomen werd op de rechtszitting van 4 december 2007; - na verscheidene keren te zijn uitgesteld, de zaak voor uitspraak was vastgesteld op 14 april 2008; - de griffier bij brief van 14 maart 2008 eisers raadsman liet weten dat het debat op 7 april 2008 zou worden heropend en dat de zaak op die datum zou worden hernomen voor een andere samenstelling van de zetel; - bij arrest nr. C/479/08 van 7 april 2008, het debat is heropend daar een lid van de zetel wegens medische redenen wettelijk verhinderd was binnen de wettelijke termijn een arrest in de zaak te wijzen; - een eerste proces-verbaal van rechtszitting van 7 april 2008 de uitspraak van dit arrest vermeldt. Evenmin betwist de eiser dat, na het niet-aangevochten arrest van heropening van het debat van 7 april 2008, de nieuwe samengestelde zetel de behandeling van de zaak volledig heeft hernomen en in beraad genomen.
- De omstandigheden dat het hof van beroep in een eerste samenstelling de zaak in beraad genomen heeft en geen arrest heeft kunnen uitspreken en vervolgens in een gewijzigde samenstelling het debat heeft heropend op dezelfde rechtszitting, de behandeling van de zaak volledig hernomen heeft en een arrest heeft uitgesproken, zijn geen voldoende gegevens die de materiële onmogelijkheid voor het lid van de zetel die vóór de heropening van het debat de rechtszittingen van de zaak niet heeft bijgewoond, deel te nemen aan het beraad voldoende aannemelijk maakt. Het verzoekschrift is niet ontvankelijk. Eerste middel
- Het middel voert schending aan van de artikelen 779 en 1042 Gerechtelijk Wetboek: het arrest is niet gewezen door alle rechters die alle rechtszittingen hebben bijgewoond en aan het beraad hebben deelgenomen; een van de rechters die aan het beraad deelgenomen heeft, heeft het arrest niet uitgesproken zonder daarvoor wettig te zijn vervangen, terwijl een van de rechters die het arrest heeft uitgesproken onmogelijk aan het beraad kan hebben deelgenomen.
- Anders dan waarvan het middel uitgaat, blijkt uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, dat raadsheer De Tandt wel heeft beraadslaagd over de zaak. Het middel mist feitelijke grondslag. Tweede middel
- Het middel voert schending aan van de artikelen 31, 33 en 433terdecies, eerste lid, Strafwetboek: het arrest ontzet de eiser ten onrechte uit de rechten bepaald in de artikelen 31, 1°, 3°, 4° en 5°, Strafwetboek; het oordeelt immers niet dat de verzwarende omstandigheid bedoeld in artikel 433undecies Strafwetboek aanwezig is.
- De eiser is schuldig bevonden aan: inbreuk op artikel 77bis, § 1bis, § 2 en § 4, en artikel 80 Vreemdelingenwet, rechtstreeks of via een tussenpersoon misbruik te hebben gemaakt van de bijzondere kwetsbare positie van een vreemdeling door de verkoop, verhoor of ter beschikkingstelling van enig onroerend goed, van kamers of enige andere ruimte met de bedoeling een abnormaal profijt te realiseren, met de verzwarende omstandigheid dat van de betrokken activiteit een gewoonte is gemaakt. Dit misdrijf dat ten tijde van de feiten strafbaar was bij de voormelde wetsbepalingen van de Vreemdelingenwet, is thans strafbaar gesteld bij de artikelen 433decies, 433undecies, eerste lid, 1°, 433terdecies en 433quaterdecies Strafwetboek.
- Aldus oordeelt het arrest dat de verzwarende omstandigheid dat van de betrokken activiteit een gewoonte is gemaakt, als bedoeld in artikel 433undecies, eerste lid, 1°, Strafwetboek, wel aanwezig is. Het feit dat het arrest de eisers slechts veroordeelt tot een gevangenisstraf van zes maanden doet daaraan geen afbreuk. Het middel mist feitelijke grondslag. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing bevat geen onwettigheid die eiser kan grieven. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Begroot de kosten op 126,09 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt en Koen Mestdagh en op de openbare rechtszitting van 9 december 2008 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081209.1 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020521.6 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160909.3 ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201118.2F.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div