id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 09 december 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081209.3 Rolnummer: P.08.1759.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2009-01-07 Raadplegingen: 524 - laatst gezien 2026-07-03 07:19 Versie(s): Vertaling FR Fiche Het arrest van de kamer van inbeschuldigingstelling dat binnen de termijn van artikel 30, § 3, tweede lid, Wet Voorlopige Hechtenis, het hoger beroep van de verdachte tegen de in artikel 22, eerste lid, van die wet bedoelde beschikking niet ontvankelijk verklaart, heeft dezelfde gevolgen als een arrest dat de voorlopige hechtenis handhaaft en levert een titel van vrijheidsbeneming van een maand op te rekenen van die beslissing
(1).
(1)Zie: Cass., 23 aug. 2005, AR P.05.1216.F ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050823.4, A.C., 2005, nr
- 1 26/05/2009 Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - HANDHAVING UTU-thesaurus: STRAFRECHT - VOORLOPIGE HECHTENIS - Algemeen (voorlopige hechtenis) - Handhaving Vrije woorden: Hoger beroep - Arrest dat het hoger beroep tegen een beschikking van de raadkamer niet ontvankelijk verklaart Wettelijke bepalingen: Wet betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Artt. 22, eerste lid, en 30, § 3, tweede lid Tekst van de beslissing Nr. P.08.1759.N E B, verdachte, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Victor Van Aelst, advocaat bij de balie te Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 27 november
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Koen Mestdagh heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van de artikelen 21, § 6, en 22 Wet Voorlopige Hechtenis: het arrest verwerpt onterecht eisers verweer dat de raadkamer de voorlopige hechtenis niet meer kon handhaven op 13 november 2008 omdat meer dan een maand verstreken was sedert de vorige beschikking tot handhaving van 7 oktober 2008; artikel 30, § 4, Wet Voorlopige Hechtenis is hier niet van toepassing omdat de kamer van inbeschuldigingstelling eisers hoger beroep tegen de voormelde beschikking van 7 oktober 2008, op 17 oktober 2008 niet ontvankelijk heeft verklaard.
- Artikel 30, § 4, Wet Voorlopige Hechtenis bepaalt: "Het gerecht dat over het hoger beroep beslist, doet uitspraak rekening houdend met de omstandigheden van de zaak op het ogenblik van zijn uitspraak. Indien de kamer van inbeschuldigingstelling, in de gevallen van de artikelen 21, 22, 22bis en 28, beslist dat de voorlopige hechtenis gehandhaafd blijft, levert het arrest een titel van vrijheidsbeneming op voor een maand te rekenen van de beslissing, of voor drie maanden te rekenen van de beslissing, indien het hoger beroep wordt ingesteld tegen de bij de artikelen 22, tweede lid, en 22bis bedoelde beschikking."
- Het arrest dat binnen de termijn van artikel 30, § 3, tweede lid, Wet Voorlopige Hechtenis, het hoger beroep van de verdachte tegen de in artikel 22, eerste lid, van die wet bedoelde beschikking niet ontvankelijk verklaart, heeft dezelfde gevolgen als een arrest dat de voorlopige hechtenis handhaaft en levert een titel van vrijheidsbeneming van een maand op te rekenen van die beslissing. Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Begroot de kosten op 50,85 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt en Koen Mestdagh en op de openbare rechtszitting van 9 december 2008 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081209.3 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050823.4 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190522.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div