← België

ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081212.13

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 12 december 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081212.13 Rolnummer: C.07.0365.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Handelsrecht Invoerdatum: 2009-04-02 Raadplegingen: 201 - laatst gezien 2026-07-03 01:45 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2008:CONC.20081212.13 Fiche 1 Uit de artikelen 1 en 271 van de Zeewet samen gelezen blijkt dat het toepassingsgebied van die wet wordt beperkt tot vaartuigen,gewoonlijk gebruikt voor enige winstgevende scheepvaartverrichting; aldus dient artikel 270 van de Zeewet,dat betrekking heeft op rechtsvorderingen tot vergoeding van schade door aanvaringen,in die zin uitgelegd te worden dat het betrekking heeft op aanvaringen tussen schepen,zoals bepaald in die artikelen

(1).
(1)Zie de concl. van het O.M. Thesaurus CAS: SCHIP. SCHEEPVAART UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - SCHIP EN SCHEEPVAART - Loodsen HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - SCHIP EN SCHEEPVAART - Zeevaart Vrije woorden: Zeewet - Aanvaring - Toepassingsgebied - Omvang - Rechtsvordering tot vergoeding van schade Wettelijke bepalingen: Wet - 21-08-1879 - Artt. 1, 270 en 271 Fiche 2 Krachtens de artikelen 1 en 271 van de Zeewet, is het toepassingsgebied van die wet met betrekking tot aanvaringen beperkt tot aanvaringen tussen vaartuigen, gewoonlijk bestemd voor personen- of goederenvervoer, visserij, sleepvaart of enige andere winstgevende scheepvaartverrichting ter zee; het begrip winstgevende scheepvaartverrichting vereist dat een winstoogmerk aanwezig is in hoofde van de dienstverrichter, waarbij het niet noodzakelijk is, doch evenmin voldoende, dat de activiteit in kwestie winst oplevert
(1).
(1)Zie de concl. van het O.M. Thesaurus CAS: SCHIP. SCHEEPVAART UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - SCHIP EN SCHEEPVAART - Loodsen HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - SCHIP EN SCHEEPVAART - Zeevaart Vrije woorden: Zeewet - Aanvaring - Toepassingsgebied - Omvang - Winstgevende scheepvaartverrichting Wettelijke bepalingen: Wet - 21-08-1879 - Artt. 1 en 271 Fiches 3 - 4 Concl. adv.-gen. VAN INGELGEM, Cass., 12 dec. 2008, AR C.07.0365.N, Pas., 2008, nr. ... Thesaurus CAS: SCHIP. SCHEEPVAART UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - SCHIP EN SCHEEPVAART - Loodsen HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - SCHIP EN SCHEEPVAART - Zeevaart Vrije woorden: Zeewet - Aanvaring - Toepassingsgebied - Omvang - Rechtsvordering tot vergoeding van schade Zeewet - Aanvaring - Toepassingsgebied - Omvang - Winstgevende scheepvaartverrichting Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.07.0365.N OFER BROTHERS MANAGER LTD, vennootschap naar vreemd recht, met zetel te 1755 Haïfa (Israël), Hanamalstreet 2, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Lucien Simont, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1050 Brussel, Louizalaan 149, bus 20, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, tegen VLAAMS GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse Regering, voor wie optreedt de minister van Mobiliteit, Openbare Werken en Energie met kantoor te 1000 Brussel, Graaf de Ferrarisgebouw, Koning Albert II-laan 20, bus 1, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een tussenarrest, op 12 juni 2006 gewezen door het Hof van Beroep te Gent. Raadsheer Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift een middel aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht en maakt er deel van uit. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
  1. Luidens artikel 1 van het Boek II van het Wetboek van Koophandel, hierna te noemen de Zeewet, worden als zeeschepen beschouwd, alle vaartuigen van ten minste 25 ton, bestemd of gewoonlijk gebruikt voor personen-of goederenvervoer, visserij, sleepvaart of enige andere winstgevende scheepvaartverrichting. Vaartuigen van minder dan 25 ton of vaartuigen die onder meer voor bovengenoemde activiteiten op de binnenwateren worden ingezet, worden krachtens artikel 271 van de Zeewet als binnenschepen beschouwd.
  2. Uit de beide artikelen samen gelezen blijkt dat het toepassingsgebied van de Zeewet wordt beperkt tot vaartuigen, gewoonlijk gebruikt voor enige winstgevende scheepvaartverrichting. Aldus dient artikel 270 van de Zeewet, dat betrekking heeft op rechtsvorderingen tot vergoeding van schade door aanvaringen, in die zin uitgelegd te worden dat het betrekking heeft op aanvaringen tussen schepen, zoals bepaald in de artikelen 1 en 271 van de Zeewet.
  3. Door te beslissen dat "de Zeewet een aanvaring voorziet tussen twee zee- of binnenschepen, nl. schepen ingezet voor commerciële activiteiten", verantwoordt het arrest zijn beslissing naar recht. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. Tweede onderdeel
  4. De appelrechters sluiten de toepassing van de tweejarige verjaringstermijn niet enkel uit op grond van artikel 11 van het Aanvaringsverdrag, maar ook op grond van de in eerste onderdeel vergeefs bestreden toepassing van artikel 1 van de Zeewet. Het onderdeel is bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Derde onderdeel
  5. Door te oordelen dat artikel 3 van het Immuniteitsverdrag de schepen die door de Staat worden gebruikt voor een openbare dienst en waarmee geen handelsdoeleinden worden beoogd, uitsluit van de gemeenrechtelijke aansprakelijkheidsregelen, verwerpt en beantwoordt het arrest het bedoelde verweer. Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Vierde onderdeel
  6. De grief dat artikel 1 van het Immuniteitsverdrag enkel de aansprakelijkheidsvorderingen betreft die tegen staatsschepen en tegen ladingen van de Staat zijn gericht, vertoont geen belang aangezien artikel 3 van het verdrag de toepassing van artikel 1 uitsluit op de schepen die door de Staat worden gebruikt voor een openbare dienst en waarmee geen handelsdoeleinden worden beoogd. Het onderdeel is niet ontvankelijk. Vijfde onderdeel
  7. Het onderdeel gaat ervan uit dat het arrest oordeelt dat de verkorte verjaringstermijn van twee jaar van artikel 270 van de Zeewet en van artikel 7 van Aanvaringsverdrag niet van toepassing is omwille van de immuniteit die voortvloeit uit het Immuniteitsverdrag. Het arrest bevat een dergelijk oordeel niet.
  8. Het onderdeel berust op een verkeerde lezing van het arrest, en mist mitsdien feitelijke grondslag. Zesde onderdeel
  9. Krachtens de artikelen 1 en 271 van de Zeewet, is het toepassingsgebied van die wet met betrekking tot aanvaringen beperkt tot aanvaringen tussen vaartuigen, gewoonlijk bestemd voor personen- of goederenvervoer, visserij, sleepvaart of enige andere "winstgevende scheepvaartverrichting ter zee". Het begrip "winstgevende scheepvaartverrichting" vereist dat een winstoogmerk aanwezig is in hoofde van de dienstverrichter. Daarbij is het niet noodzakelijk, doch evenmin voldoende, dat de activiteit in kwestie winst oplevert. Het onderdeel dat in zijn geheel op een verkeerde rechtsopvatting berust, faalt naar recht. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres in de kosten. De kosten zijn begroot op de som van 600,60 euro jegens de eisende partij en op de som van 296,53 euro jegens de verwerende partij. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit voorzitter Ivan Verougstraete, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Robert Boes, en de raadsheren Eric Dirix, Eric Stassijns en Alain Smetryns, en in openbare terechtzitting van 12 december 2008 uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van griffier Johan Pafenols. J. Pafenols A. Smetryns E. Stassijns E. Dirix R. Boes I. Verougstraete PDF document ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081212.13 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2008:CONC.20081212.13 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2011:CONC.20110916.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.