← België

ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081212.9

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 12 december 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081212.9 Rolnummer: F.07.0099.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2009-01-08 Raadplegingen: 561 - laatst gezien 2026-07-03 05:33 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2008:CONC.20081212.9 Fiche 1 Inzake inkomstenbelastingen kan het uitvoerbaar verklaarde kohier in de regel slechts ten uitvoer worden gelegd tegen de bij name in dat kohier vermelde belastingschuldige of belastingschuldigen; de tenuitvoerlegging van het kohier tegen andere personen is slechts mogelijk wanneer zulks voortvloeit uit het systeem van de wet

(1).
(1)Zie de conclusie van het O.M.. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - AANSLAGPROCEDURE - Aanslag en inkohiering UTU-thesaurus: FISCAAL RECHT - INKOMSTENBELASTING -VESTIGING EN INVORDERING - Invordering belasting - Belastingschuldigen Vrije woorden: Uitvoerbaar verklaard kohier - Tenuitvoerlegging Wettelijke bepalingen: Koninklijk Besluit - 27-08-1993 - Art. 133 Fiche 2 Het louter feit dat de overnemer van een geheel van goederen hoofdelijk gehouden is tot betaling van een belastingschuld van de overdrager impliceert nog niet dat het initieel uitvoerbaar verklaarde kohier, dat op hem geen betrekking had noch kon hebben, tegen de overnemer zonder meer ten uitvoer kan worden gelegd
(1).
(1)Zie de conclusie van het O.M.. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - AANSLAGPROCEDURE - Aanslag en inkohiering UTU-thesaurus: FISCAAL RECHT - INKOMSTENBELASTING -VESTIGING EN INVORDERING - Invordering belasting - Belastingschuldigen Vrije woorden: Overdracht van een geheel van goederen - Belastingschulden van de overdrager - Hoofdelijke aansprakelijkheid van de overnemer Wettelijke bepalingen: Wetboek van Inkomstenbelastingen - 12-06-1992 - Art. 442bis, §1, §2 en §3, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1992003455 Koninklijk Besluit - 27-08-1993 - Art. 133 Fiches 3 - 4 Concl. adv.-gen. Thijs, Cass., 12 dec. 2008, AR F.07.0099.N, A.C., 2008, nr. .... Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - AANSLAGPROCEDURE - Aanslag en inkohiering UTU-thesaurus: FISCAAL RECHT - INKOMSTENBELASTING -VESTIGING EN INVORDERING - Invordering belasting - Belastingschuldigen Vrije woorden: Uitvoerbaar verklaard kohier - Tenuitvoerlegging Overdracht van een geheel van goederen - Belastingschulden van de overdrager - Hoofdelijke aansprakelijkheid van de overnemer Annotaties Publicaties: Fisc.Act. - Mark DELANOTE; Noot - 2009, 9-10 Tekst van de beslissing Nr. F.07.0099.N BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kantoor te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de directeur der directe belastingen te Geraardsbergen, met kantoor te 9500 Geraardsbergen, Abdijstraat 8, eiser, vertegenwoordigd door mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, bus 14, waar de eiser woonplaats kiest, tegen H. B., verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 5 september 2006 gewezen door het Hof van Beroep te Gent. Voorzitter Ivan Verougstraete heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift een middel aan. Geschonden wettelijke bepalingen - artikel 1200 van het Burgerlijk Wetboek; - de artikelen 1494 en 1539 van het Gerechtelijk Wetboek; - artikel 133, in het bijzonder het eerste lid, van het koninklijk besluit van 27 augustus 1993 tot uitvoering van het Wetboek van Inkomstenbelastingen 1992 (KB WIB
(1992)); - artikel 442bis, in het bijzonder de tweede paragraaf, van het Wetboek van Inkomstenbelastingen 1992 (WIB
(1992)). Aangevochten beslissingen Het bestreden arrest bevestigt het vonnis van de eerste rechter in zoverre dit voor recht zegde dat het dwangbevel betekend op 28 augustus 2001 ten laste van verweerder als nietig en zonder waarde dient te worden verklaard zodat het niet als basis kan dienen van verdere uitvoering. Het bestreden arrest oordeelt dat de hoofdelijke aansprakelijkheid van de overnemer van een handelszaak, zoals voorzien in artikel 442bis, §2, WIB
(1992), geen afbreuk doet aan de basisregel van artikel 1494 van het Gerechtelijk Wetboek, dat bepaalt dat er geen uitvoerend beslag kan worden gelegd zonder een uitvoerbare titel en wegens vaststaande en zekere zaken, zodat slechts kan worden overgegaan tot een gedwongen uitvoering lastens een debiteur wanneer een uitvoerbare titel lastens deze persoon voorhanden is. De inkohiering enkel op naam van E.B.was bijgevolg onvoldoende als titel en grondslag van tenuitvoerlegging ten aanzien van de verweerder wiens naam niet in het kohier stond vermeld: "Overeenkomstig artikel 1494 van het Gerechtelijk Wetboek, kan geen uitvoerend beslag op roerend of onroerend goed worden gelegd dan krachtens een uitvoerbare titel en wegens vaststaande en zekere zaken. Dit betekent dat het gegeven dat de overnemer van een geheel van goederen - in casu een handelsfonds - overeenkomstig artikel 442bis, § 2, WIB
(1992)hoofdelijk aansprakelijk is voor de betaling van de belastingschulden verschuldigd door de overdrager na verloop van de in het artikel 442bis, §1, WIB
(1992)bepaalde termijn, er niet aan in de weg staat dat aan de vereiste van de uitvoerbare titel moet worden voldaan. De hoofdelijke aansprakelijkheid van de overnemer doet immers geen afbreuk aan de basisregel van artikel 1494 van het Gerechtelijk Wetboek, derwijze dat slechts kan worden overgegaan tot een gedwongen uitvoering lastens een debiteur wanneer een uitvoerbare titel lastens deze persoon voorhanden is. Inzake directe belastingen is de uitvoerbare titel het uitvoerbaar verklaard kohier. De uitvoerbare kracht van het kohier wordt evenwel beperkt door het personele karakter ervan, in die zin dat het kohier een uitvoerbare titel is ten aanzien van de belastingplichtige die in het kohier vermeld is. Uit de voorliggende overtuigingsstukken blijkt nu dat er m.b.t. de lastens (de verweerder) bij dwangschrift van 10 april 2001 en dwangbevel van 28 augustus 2001 ingevorderde belastingschulden, geen inkohiering desbetreffende op zijn naam is gebeurd. De inkohiering gebeurde uitsluitend op naam van B.E., zijnde de (oorspronkelijke) debiteur van de belastingschulden en overdraagster van het handelsfonds. Cruciale vraag terzake is dan ook te weten of de kohieren opgesteld op naam van B.E., zonder rechterlijke tussenkomst, eveneens een uitvoerbare titel kunnen vormen ten aanzien van derden die niet in de kohieren vermeld staan, zoals (de verweerder) in zijn hoedanigheid van hoofdelijke medeschuldenaar in het licht van artikel 442bis, WIB
(1992). (De eiser) verdedigt deze stelling, doch naar het oordeel van het hof is dit ten onrechte. Artikel 442bis WIB
(1992)voorziet immers op dit punt geen uitzondering op de basisregel van artikel 1494 van het Gerechtelijk Wetboek noch op het personele karakter van de inkohiering, zulks in tegenstrijd met artikel 396 WIB
(1992), dat wel expliciet voorziet dat lastens de hoofdelijke derde schuldenaar inzake de onroerende voorheffing ‘krachtens hetzelfde kohier' kan worden uitgevoerd. In dit verband dient te worden opgemerkt dat, in tegenstelling tot hetgeen (de eiser) staande houdt, het dwangschrift gedateerd op 10 april 2001 voorafgaand aan het dwangbevel wel degelijk aan (de verweerder) aangetekend werd verzonden ‘ter uitvoering van artikel 164 van het koninklijk besluit tot uitvoering van het WIB
(1992)' , vandaar ook de verklaring van derde-beslagene door (de verweerder) van 25 april 2001 - hetgeen er op wijst dat (de eiser) (verkeerdelijk) in de mening verkeerde de procedure van voormeld artikel 164 van het koninklijk besluit WIB
(1992)te moeten voeren, welke geen afzonderlijke inkohiering vereist. (De eiser) beschouwde (zijn) uitvoeringsdaad ten laste van (de verweerder) aanvankelijk aldus ten onrechte als een uitvoerend vereenvoudigd fiscaal derdenbeslag. (De verweerder) is immers geen derde-houder in de zin van artikel 164, §1, van het koninklijk besluit WIB
(1992), doch een rechtstreekse hoofdelijke mede-schuldenaar, waarop de procedure van artikel 164 van het koninklijk besluit WIB
(1992)niet van toepassing is. Dit laatste wordt ten andere bevestigd door de aanhef van artikel 164, §1, van het koninklijk besluit WIB
(1992)nl. ‘Onder voorbehoud van het bepaalde in de artikelen 433 tot 442bis van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 ..." principiële personele karakter van het kohier heeft het ontbreken in artikel 442bis WIB
(1992)van gelijkaardige vermelding als in artikel 396 WIB
(1992), voor gevolg dat (de eiser) als schuldeiser niet ontheven is van de vereiste een afzonderlijke uitvoerbare titel te bekomen lastens (de verweerder) als hoofdelijk gehouden mede-schuldenaar. De inkohiering enkel op naam van B.E. is onvoldoende als titel en grondslag van tenuitvoerlegging ten aanzien van (de verweerder) als hoofdelijke derde. Het feit dat de wetgever artikel 442bis WIB
(1992)destijds heeft ingevoerd om fiscale fraude bij overdracht te voorkomen en om deze reden een regeling heeft uitgewerkt die het haar mogelijk maakt de overnemer op een eenvoudige manier aan te spreken voor de belastingschulden van de overdrager, betekent geen afbreuk aan de formeelrechterlijke vereisten van de tenuitvoerlegging lastens de hoofdelijke mede-schuldenaar noch aan de vereiste van het bekomen van een uitvoerbare titel lastens diezelfde hoofdelijke mede-schuldenaar. De tekst van artikel 442bis WIB
(1992)voorziet in ieder geval op dit punt geen uitzondering noch houdt enige expliciete verwijzing in naar andere regelingen waarin dergelijke uitzondering wel werd opgenomen. Artikel 442bis WIB
(1992)maakt de overnemer in welbepaalde omstandigheden wel tot een materieel belastingplichtige, maar daarom nog niet tot een formele belastingplichtige.» (arrest, p.2-4). Grieven 1. Onverminderd de toepassing van de artikelen 433 tot 440 is de overdracht in eigendom of in vruchtgebruik, van een geheel van goederen, samengesteld uit onder meer elementen die het behoud van de clientèle mogelijk maken, die voor de uitoefening van een vrij beroep, ambt of post of een industrieel, handels- of landbouwbedrijf worden aangewend, evenals de vestiging van een vruchtgebruik op dezelfde goederen, niet tegenstelbaar aan de ontvangers van de belastingen dan na verloop van de maand die volgt op die waarin een met het origineel eensluidend afschrift van de akte tot overdracht of vestiging ter kennis is gebracht van de ontvanger van de woonplaats of van de maatschappelijke zetel van de overdrager (artikel 442bis, §1, WIB
(1992)). De overnemer is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belastingschulden verschuldigd door de overdrager na verloop van de paragraaf 1 vermelde termijn, tot beloop van het bedrag dat reeds door hem is gestort of verstrekt, of van een bedrag dat overeenstemt met de nominale waarde van de aandelen die in ruil voor de overdracht zijn toegekend voor de afloop van de voornoemde termijn (artikel 442bis, §2, WIB
(1992)). Voormelde §§ 1 en 2 zijn niet van toepassing indien de overdrager bij de akte van overdracht een certificaat voegt dat uitsluitend met dit doel is opgemaakt door de in §1 bedoelde ontvanger van de belastingen binnen dertig dagen die de kennisgeving van de overeenkomst voorafgaan. Het certificaat wordt geweigerd door de ontvanger indien op de dag van de aanvraag een aanslag ten laste van de overdrager werd gevestigd die een zekere en vaststaande schuld vormt of indien de aanvraag is ingediend na de aankondiging van of tijdens een belastingonderzoek of na het verzenden van een vraag om inlichtingen met betrekking tot zijn belastingtoestand (artikel 442bis, §3, WIB
(1992)).
  1. Hoofdelijkheid tussen schuldenaars houdt in dat zij verplicht zijn tot een en dezelfde zaak, zodat ieder persoonlijk voor het geheel kan worden aangesproken en de betaling door een van hen gedaan, de overige schuldenaars jegens de schuldeiser bevrijdt (artikel 1200 van het Burgerlijk Wetboek).
  2. Luidens artikel 133, eerste lid, van het koninklijk besluit WIB
(1992), worden de belastingen op naam van de betrokken belastingschuldigen ten kohiere gebracht. Een uitvoerbaar verklaard kohier vormt inzake directe belastingen een uitvoerbare titel in de zin van de artikelen 1494 en 1539 van het Gerechtelijk Wetboek die de eiser zichzelf verschaft om jegens de belastingplichtigen de betaling van de belastingen in te vorderen op straffe van tenuitvoerlegging door beslag. 4. Wanneer een derde krachtens een (fiscaalrechtelijke) wettelijke bepaling hoofdelijk en dus persoonlijk aansprakelijk is voor de betaling van andermans belastingschulden, dan is die derde, ten aanzien van de eiser, eveneens een belastingschuldige in de zin van artikel 133, eerste lid, van het koninklijk besluit WIB
(1992), lastens wie de eiser tot invordering van die belastingschuld kan overgaan op grond van het kohier dat enkel op naam van de oorspronkelijke belastingschuldige is gevestigd. Waar de verweerder door eiser op grond van artikel 442bis, §2, WIB
(1992)werd aangesproken tot betaling van de belastingschuld van Mevrouw B.,, aangezien de akte van overdracht aan eiser was ter kennis gebracht zonder voorlegging van het in artikel 442bis, §3, WIB
(1992), bedoelde certificaat, kon het feit dat die belastingschuld enkel op naam van mevrouw B.was ingekohierd er derhalve niet aan in de weg staan dat dit kohier als titel en grondslag kon dienen voor tenuitvoerlegging lastens de verweerder in zijn hoedanigheid van hoofdelijk aansprakelijke derde. 5. Hieruit volgt dat het bestreden arrest niet wettig, met toepassing van de basisregel van artikel 1494 van het Gerechtelijk Wetboek en op grond van het principieel personele karakter van de inkohiering, enerzijds, en het legaliteitsbeginsel inzake (fiscaal) beslagrecht, anderzijds, heeft geoordeeld dat, aangezien er geen inkohiering was gebeurd op naam van de verweerder, het dwangbevel, dat lastens de verweerder was betekend in zijn hoedanigheid van hoofdelijke aansprakelijke in de zin van artikel 442bis, 52, WIB
(1992), nietig en zonder waarde was en geen grond voor tenuitvoerlegging kon vormen (schending van de artikelen 1200 van het Burgerlijk Wetboek, 1494 en 1539 van het Gerechtelijk Wetboek, artikel 133, in het bijzonder het eerste lid, van het koninklijk besluit WIB
(1992)en artikel 442bis, in het bijzonder de tweede paragraaf, WIB
(1992)). III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling 1. Krachtens artikel 442bis, §1, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen
(1992)is, onverminderd de toepassing van de artikelen 433 tot 440, de overdracht in eigendom of in vruchtgebruik, van een geheel van goederen, samengesteld uit onder meer elementen die het behoud van de clientèle mogelijk maken, die voor de uitoefening van een vrij beroep, ambt of post of een industrieel, handels- of landbouwbedrijf worden aangewend, evenals de vestiging van een vruchtgebruik op dezelfde goederen, niet tegenstelbaar aan de ontvangers van de belastingen dan na verloop van de maand die volgt op die waarin een met het origineel eensluidend afschrift van de akte tot overdracht of vestiging ter kennis is gebracht van de ontvanger van de woonplaats of van de maatschappelijke zetel van de overdrager. Krachtens artikel 442bis, §2, van hetzelfde Wetboek, is de overnemer hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belastingschulden verschuldigd door de overdrager na verloop van de in §1 vermelde termijn, tot beloop van het bedrag dat reeds door hem is gestort of verstrekt, of van een bedrag dat overeenstemt met de nominale waarde van de aandelen die in ruil voor de overdracht zijn toegekend vóór de afloop van de voornoemde termijn.
  1. Krachtens artikel 442bis, §3, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, zijn de paragrafen 1 en 2 van dit artikel niet van toepassing indien de overdrager bij de akte van overdracht een certificaat voegt dat uitsluitend met dit doel is opgemaakt door de in §1 bedoelde ontvanger van de belastingplichtige binnen dertig dagen die de kennisgeving van de overeenkomst voorafgaan.
  2. Hieruit volgt dat de overnemer van het geheel van goederen dat werd overgedragen zonder dat bij de akte van overdracht een certificaat werd gevoegd dat bevestigt dat de overdrager geen belastingschulden heeft, hoofdelijk aansprakelijk is voor de betaling van de belastingschulden die de overdrager nog verschuldigd was op het tijdstip dat de termijn van niet-tegenstelbaarheid afloopt.
  3. Het uitvoerbaar verklaarde kohier kan in de regel slechts ten uitvoer worden gelegd tegen de bij name in dat kohier vermelde belastingschuldige of belastingschuldigen. De tenuitvoerlegging van het kohier tegen andere personen is slechts mogelijk wanneer zulks voortvloeit uit het systeem van de wet.
  4. Het louter feit dat de overnemer van een geheel van goederen hoofdelijk gehouden is tot betaling van een belastingschuld van de overdrager impliceert nog niet dat het initieel uitvoerbaar verklaarde kohier, dat op hem geen betrekking had noch kon hebben, tegen de overnemer zonder meer ten uitvoer kan worden gelegd. Het louter feit van de hoofdelijke aansprakelijkheid van de overnemer voor eerdere schulden van de overlater houdt niet in dat de inkohiering enkel op naam van de overlater toereikend is.
  5. Het middel dat berust op de veronderstelling dat de overnemer van een geheel van goederen, die op grond van artikel 442bis, §2, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen
(1992)hoofdelijk aansprakelijk kan worden gesteld voor de belastingschulden van de overdrager, een belastingschuldige is lastens wie de eiser tot invordering van de belastingschuld kan overgaan op grond van een kohier dat enkel op naam van de overdrager is gevestigd, faalt naar recht. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. De kosten zijn begroot op de som van 178,66 euro jegens de eisende partij Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit voorzitter Ivan Verougstraete, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Edward Forrier, en de raadsheren Luc Huybrechts, Paul Maffei en Eric Stassijns, en in openbare terechtzitting van 12 december 2008 uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081212.9 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2008:CONC.20081212.9 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2018:CONC.20180621.11 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.