← België

ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081216.2

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 16 december 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081216.2 Rolnummer: P.08.1149.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Strafrecht - Constitutioneel recht - Intellectuele eigendom Invoerdatum: 2009-01-07 Raadplegingen: 576 - laatst gezien 2026-07-03 01:41 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 3 De appelrechters die de motieven van de eerste rechter bijtreden en overnemen, geven daarmee hun eigen redenen, zonder dat zij daarbij de eventuele nietigheid van het beroepen vonnis, ingevolge de onregelmatige samenstelling van de zetel, overnemen

(1).
(1)Cass., 3 april 2001, AR P.00.1595.N ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010403.6, A.C., 2001, nr
  1. Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - ALGEMEEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Toepassing in tijd strafrecht PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWET - Grondwettelijke machten - Rechterlijke macht - art. 144-159 - Motiveringsplicht - art. 149 PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - WETTEN, DECRETEN, ORDONNANTIES, BESLUITEN - Werking in de tijd en in de ruimte Vrije woorden: Strafzaken - Appelrechters - Overname van de motieven van de eerste rechter - Eigen reden - Nietigheid van het beroepen vonnis Thesaurus CAS: VONNISSEN EN ARRESTEN - STRAFZAKEN - Algemeen UTU-thesaurus: STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Toepassing in tijd strafrecht PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWET - Grondwettelijke machten - Rechterlijke macht - art. 144-159 - Motiveringsplicht - art. 149 PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - WETTEN, DECRETEN, ORDONNANTIES, BESLUITEN - Werking in de tijd en in de ruimte Vrije woorden: Appelrechters - Overname van de motieven van de eerste rechter - Eigen reden - Nietigheid van het beroepen vonnis Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Algemeen UTU-thesaurus: STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Toepassing in tijd strafrecht PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWET - Grondwettelijke machten - Rechterlijke macht - art. 144-159 - Motiveringsplicht - art. 149 PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - WETTEN, DECRETEN, ORDONNANTIES, BESLUITEN - Werking in de tijd en in de ruimte Vrije woorden: Appelrechters - Overname van de motieven van de eerste rechter - Eigen reden - Nietigheid van het beroepen vonnis Fiches 4 - 5 Afgezien ervan dat artikel 8, § 1, van de wet van 5 mei 2007 betreffende de bestraffing van namaak en piraterij van intellectuele eigendomsrechten, dat strafbaar stelt hij die, in het economisch verkeer, met kwaadwillig of bedrieglijk opzet inbreuk maakt op de rechten van de houder van een product- of dienstmerk, van een uitvindingsoctrooi, van een aanvullend beschermingscertificaat, van een kwekersrecht, of van een tekening of model, aldus meer feiten strafbaar stelt dan artikel 8, C van de wet van 1 april 1879 betreffende de fabrieks- en de handelsmerken, dat strafbaar stelt zij die wetens producten met een nagemaakt of een bedrieglijk aangebracht merk hebben verkocht, te koop gesteld of in de handel gebracht, en bovendien de voorwaarde van het economisch verkeer toevoegt, bedoelen en vereisen de oude en de nieuwe wet, ondanks hun verschillende bewoording, hetzelfde opzet. Thesaurus CAS: MERKEN - WET VAN 1 APRIL 1879 UTU-thesaurus: STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Toepassing in tijd strafrecht PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWET - Grondwettelijke machten - Rechterlijke macht - art. 144-159 - Motiveringsplicht - art. 149 PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - WETTEN, DECRETEN, ORDONNANTIES, BESLUITEN - Werking in de tijd en in de ruimte Vrije woorden: Wet van 5 mei 2007 - Namaak - Opzet Thesaurus CAS: MISDRIJF - ALGEMEEN. BEGRIP. MATERIEEL EN MOREEL BESTANDDEEL. EENHEID VAN OPZET UTU-thesaurus: STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Toepassing in tijd strafrecht PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWET - Grondwettelijke machten - Rechterlijke macht - art. 144-159 - Motiveringsplicht - art. 149 PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - WETTEN, DECRETEN, ORDONNANTIES, BESLUITEN - Werking in de tijd en in de ruimte Vrije woorden: Moreel bestanddeel - Namaak van merk - Wet 1 april 1879 - Wet van 5 mei 2007 Tekst van de beslissing Nr. P.08.1149.N
  2. FIRMA VAN DER STOCKT nv, met zetel te 9220 Hamme, Zogge 17, beklaagde,
  3. F F M S, beklaagde, eisers, met als raadslieden mr. Filiep Deruyck en mr. Kris Beirnaert, advocaten bij de balie te Antwerpen, tegen
  4. THE WALT DISNEY COMPANY (BENELUX) nv, met zetel te 1000 Brussel, Tour & Taxis, Havenlaan 86 C B 217, burgerlijke partij,
  5. RAGDOLL PRODUCTIONS LIMITED (UK), met zetel te Iver Heath, Buckinghamshire SIO ONG (Verenigd Koninkrijk), Pinewood Studios, Pinewood Road, burgerlijke partij,
  6. WARNER BROS. ENTERTAINMENT inc., met zetel te 91522 Burbank (Californië) (Verenigde Staten van Amerika), 4000 Warner Boulevard, burgerlijke partij,
  7. TIME WARNER ENTERTAINMENT COMPANY L.P., met zetel te 91522 Burbank (Californië) (Verenigde Staten van Amerika), 4000 Warner Boulevard, burgerlijke partij,
  8. TIGER ELECTRONICS UK LIMITED, met zetel te Harrogate HG1 EL (Verenigd Koninkrijk), Belvedere House, Victoria Avenue, burgerlijke partij,
  9. NINTENDO OF AMERICA inc., met zetel te Redmond, WA 98052 (Verenigde Staten van Amerika), 4820 150th Avenue NE, burgerlijke partij,
  10. NINTENDO CO LTD, met zetel te Kyoto-shi-kyoto-fu, 607 Fukuine Kamitakamastsucho, Higashiyma-Ku, Japan, burgerlijke partij verweersters. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Gent, correctionele kamer, van 10 juni
  11. De eisers voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, vijf middelen aan. Raadsheer Etienne Goethals heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  12. Het middel voert schending aan van artikel 779, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek: het beroepen vonnis werd niet gewezen door dezelfde rechters die alle zittingen over de zaak bijgewoond hebben. Het bestreden arrest neemt deze nietigheid over door het dispositief van het beroepen vonnis gedeeltelijk te bevestigen en een aantal motieven ervan over te nemen.
  13. Het bestreden arrest oordeelt "op grond van dezelfde motieven als door de eerste rechter weergegeven in het bestreden vonnis, die het (hof van beroep) (..) geheel bijtreedt en (...) overneemt". De appelrechters geven zodoende hun eigen redenen, zonder dat zij daarbij de eventuele nietigheid van het beroepen vonnis overnemen. Het middel kan niet worden aangenomen. Tweede middel
  14. Het middel voert schending aan van artikel 2, tweede lid, Strafwetboek: de appelrechters toetsen onterecht het voor het feit van de telastlegging B vereiste strafbare opzet aan het algemene opzet van artikel 8 van de oude wet van 1 april 1879 betreffende de fabrieks- en handelsmerken terwijl de omschrijving van artikel 8, § 1, van de nieuwe wet van 15 mei 2007 betreffende de bestraffing van namaak en piraterij van intellectuele eigendom een "kwaadwillig of bedrieglijk opzet" vergt, hetgeen een hogere graad van opzet, met name een bijzonder opzet, uitmaakt.
  15. Artikel 8, C van de wet van 1 april 1879 betreffende de fabrieks- en de handelsmerken bepaalt: "Met gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden en met geldboete van 26 frank tot 2000 frank, of met één van die straffen alleen, worden gestraft : (...). Zij die wetens producten met een nagemaakt of een bedrieglijk aangebracht merk hebben verkocht, te koop gesteld of in de handel gebracht." Artikel 8, § 1, van de wet van 5 mei 2007 betreffende de bestraffing van namaak en piraterij van intellectuele eigendomsrechten bepaalt: "Wordt gestraft met een gevangenisstraf van drie maanden tot drie jaar en een geldboete van 100 tot 100.000 euro of met één van deze straffen alleen, hij die, in het economisch verkeer, met kwaadwillig of bedrieglijk opzet inbreuk maakt op de rechten van de houder van een product- of dienstmerk, van een uitvindingsoctrooi, van een aanvullend beschermingscertificaat, van een kwekersrecht, of van een tekening of model, zoals deze rechten bepaald worden door (...)." Afgezien ervan dat de nieuwe wet aldus meer feiten strafbaar stelt dan de oude wet en bovendien de voorwaarde van het economisch verkeer toevoegt, bedoelen en vereisen de oude en de nieuwe wet, ondanks hun verschillende bewoording, hetzelfde opzet. Het middel dat van een andere rechtsopvatting uitgaat, faalt naar recht. Derde middel
  16. Het middel voert schending aan van artikel 21ter Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering: bij hun beoordeling van de redelijke termijn onderzoeken en beoordelen de appelrechters niet de tijdsperiode tussen het beroepen vonnis en het bestreden arrest; doordat tussen de datum van het laatste bewezen verklaarde feit en de datum van het bestreden arrest een tijdsperiode van meer dan zes jaar verstreken is, schendt het arrest daarenboven voormeld wetsartikel.
  17. Bij ontstentenis van daartoe strekkende conclusies, moet de rechter niet uitdrukkelijk vermelden of de redelijke termijn al dan niet is overschreden en wat de eventuele invloed daarvan zou kunnen geweest zijn op de strafmaat. Hieruit volgt dat de appelrechters niet uitdrukkelijk moesten vermelden dat zij bij hun beoordeling van de strafmaat wel rekening hebben gehouden met de tijdsperiode tussen het beroepen vonnis en het bestreden arrest. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.
  18. Voor het overige komt het middel op tegen het oordeel van de feitenrechters dat de redelijke termijn niet is overschreden. In zoverre is het middel niet ontvankelijk. Vierde middel Eerste onderdeel
  19. Het onderdeel voert schending aan van artikel 50 Strafwetboek en de artikelen 162, 194 en 211 Wetboek van Strafvordering: met bevestiging van het beroepen vonnis veroordelen de appelrechters de eisers hoofdelijk tot alle kosten in eerste aanleg, alhoewel zij de eisers vrijspreken voor een reeks telastleggingen, en zonder dat zij vaststellen dat deze kosten werden veroorzaakt door de bewezen verklaarde misdrijven.
  20. De appelrechters oordelen dat de gerechtskosten in hoger beroep ten laste van de eisers dienen te worden gelegd, elk voor de helft, daar "deze kosten ondeelbaar werden veroorzaakt door de in hun hoofde respectievelijke bewezen verklaarde feiten". Zij bevestigen voor het overige de beslissing van de eerste rechter waarbij de eisers hoofdelijk werden veroordeeld tot de gerechtskosten, behoudens wat de aangestelde gerechtsdeskundige betreft.
  21. Het beroepen vonnis doet geen uitspraak over andere telastleggingen, ook niet ten aanzien van andere personen. Het oordeel van de appelrechters houdt in dat de vrijspraak voor bepaalde telastleggingen in hoger beroep geen invloed heeft op de begroting der kosten voor elke aanleg, die allen veroorzaakt werden door de in hoger beroep bewezen verklaarde feiten. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. Tweede onderdeel
  22. Het onderdeel voert schending aan van artikel 50 Strafwetboek en de artikelen 162, 194 en 211 Wetboek van Strafvordering: de eisers werden beiden hoofdelijk veroordeeld tot de gerechtskosten in eerste aanleg terwijl zij, als gevolg van de aanpassing van de incriminatieperiode in hoofde van de eiseres, niet voor exact dezelfde feiten werden veroordeeld en zonder dat vastgesteld werd dat deze gerechtskosten werden veroorzaakt door de misdrijven welke aan de eisers gemeen zijn.
  23. De appelrechters oordelen dat de gerechtskosten in hoger beroep ten laste van de eisers dienen te worden gelegd, elk voor de helft daar "deze kosten ondeelbaar werden veroorzaakt door de in hun hoofde respectievelijke bewezen verklaarde feiten". Zij bevestigen voor het overige de beslissing van de eerste rechter in verband met de gerechtskosten, behoudens wat de aangestelde gerechtsdeskundige betreft. Dit oordeel houdt in dat de aanpassing van de incriminatieperiode in hoofde van eerste eiseres geen invloed heeft op de begroting der kosten voor elke aanleg, die allen veroorzaakt werden door de in hoger beroep ten hare laste bewezen verklaarde feiten. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. Vijfde middel Eerste onderdeel
  24. Het onderdeel voert schending aan van artikel 50 Strafwetboek: het bestreden arrest veroordeelt de eiseres solidair tot schadevergoeding zonder evenwel een gemeenschappelijke fout vast te stellen.
  25. De eiseres wordt wegens dezelfde misdrijven als de eiser veroordeeld, met uitzondering van de feiten gepleegd op 26 april 1999 en 6 mei 1999, wat de telastleggingen B6 en C6 betreft, en de feiten gepleegd in de periode van 18 januari 1999 tot en met 1 juli 1999, wat de telastlegging C 8 betreft. Het bestreden arrest overweegt verder dat de eerste rechter op correcte wijze de respectievelijke schadevergoedingen van de burgerlijke partijen in billijkheid heeft begroot en deze kunnen worden behouden, zelfs al wordt de vrijspraak verleend voor bepaalde telastleggingen. Er worden door de onderscheiden partijen geen determinerende argumenten naar voor gebracht op grond waarvan deze toegekende bedragen zouden moeten worden verhoogd of verminderd.
  26. De appelrechters verantwoorden hun beslissing zodoende naar recht. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. Tweede onderdeel
  27. Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 808 en 1138, 2°, Gerechtelijk Wetboek, alsook miskenning van het algemeen rechtsbeginsel van het recht van verdediging en het beschikkingsbeginsel: het bestreden arrest kent aan de eerste verweerster vergoeding toe wegens telastleggingen waarop zij haar vordering niet steunde.
  28. Het onderdeel vereist een onderzoek van feiten waarvoor het Hof niet bevoegd is. Het onderdeel is niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering.
  29. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen Veroordeelt de eisers in de kosten. Begroot de kosten op 126,09 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Etienne Goethals, Luc Van hoogenbemt en Koen Mestdagh en op de openbare rechtszitting van 16 december 2008 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081216.2 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010403.6 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230927.2F.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.