← België

ECLI:BE:CASS:2008:CONC.20080130.6

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 30 januari 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2008:CONC.20080130.6 Rolnummer: D.08.0007.N Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2009-04-14 Raadplegingen: 206 - laatst gezien 2026-07-03 05:31 Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080130.6 Fiche 1 Wanneer de kennisgeving van de bestreden beslissing is gebeurd bij aangetekende brief die aan de postdiensten overhandigd werd op een donderdag, is de derde werkdag die op deze gebeurtenis volgt en waarop de termijn begint te lopen om zich tegen deze beslissing in cassatie te voorzien de volgende dinsdag, doordat de zaterdag geen werkdag is

(1). (Impliciete beslissing)
(1)Zie de concl. van het O.M. Het Hof geeft blijkbaar meteen impliciet te kennen dat de termijnberekening van artikel 52, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek - de termijn "wordt gerekend vanaf de dag na die van de akte of van de gebeurtenis 'die' (zoals gewijzigd bij artikel 9 van de wet van 5 augustus 2006) (hem) doet ingaan, en omvat alle dagen, ook de zaterdag, de zondag en de wettelijke feestdagen" - reeds bevat is in de termijnberekening van het nieuwe artikel 53bis, dat de relevante gebeurtenis omschrijft. Dit oordeel spoort trouwens met de voorbereiding van de nieuwe wet, waarbij geen probleem van onverenigbaarheid tussen beide artikelen werd gezien (Parl. St. Kamer, 2004-2005, 51, 1309/012, 38), en met de commentaar in de rechtsleer (J. Laenens, "Over termijnen en verzoekschriften in het civiele geding", R. W., 2005-06,
(1040)1405, nr 19; A. Fry, Délais et requêtes contradictoires. La loi du 13 décembre 2005, J.T., 2006,
(669), 671, nr 9). Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN - Termijnen van cassatieberoep en betekening - Duur, begin en einde UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in burgerlijke zaken - Termijnen van cassatieberoep en betekening - Duur, begin en einde Vrije woorden: Begin - Kennisgeving - Derde erop volgende werkdag - Zaterdag Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 53bis, 2°, 54 en 1079, eerste lid Fiche 2 Conclusie van advocaat-generaal DUBRULLE. Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN - Termijnen van cassatieberoep en betekening - Duur, begin en einde UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in burgerlijke zaken - Termijnen van cassatieberoep en betekening - Duur, begin en einde Vrije woorden: Begin - Kennisgeving - Derde erop volgende werkdag - Zaterdag Tekst van de conclusie D.08.0007.N Advocaat-generaal Dubrulle heeft in hoofdzaak gezegd: De beslissing schorst de eiser gedurende 3 maanden. De verweerster, de Orde van architecten, voert een middel van niet-ontvankelijkheid van de voorziening aan, doordat ze laattijdig is, daar ze werd ingesteld meer dan een maand na de kennisgeving aan de Orde, dit is de termijn bepaald in artikel 33, derde lid, van de Architectenwet: de voorziening werd aan de orde betekend op 14 april 2008 en werd 18 april 2008 neergelegd ter griffie van het Hof. De kennisgeving van de bestreden beslissing werd, bij aangetekende zending, aangeboden aan de post op donderdag 13 maart
  1. Krachtens het (nieuwe) artikel 53bis, 2°, van het Gerechtelijk Wetboek, begint de termijn - in dezen de termijn om een cassatieberoep in te stellen - ten aanzien van de geadresseerde, te lopen vanaf de derde werkdag die volgt op die waarop de brief aan de postdiensten overhandigd werd, tenzij de geadresseerde het tegendeel bewijst. Krachtens het artikel 54 van het Gerechtelijk Wetboek, wordt een in maanden bepaalde termijn berekend van de zoveelste tot de dag vóór de zoveelste. De verweerster gaat er klaarblijkelijk vanuit dat de zaterdag geen werkdag is. De eerste werkdag, in dit geval, dus een vrijdag en de tweede een maandag zijnde, was de derde werkdag dinsdag 18 maart
  2. De cassatietermijn verliep dus op 17 april
  3. Het op 18 april 2008 ter griffie van het Hof neergelegde voorziening is derhalve een dag te laat ingesteld. De vraag kan dus gesteld wordt of, voor de toepassing van artikel 53bis, 2°, van het Gerechtelijk Wetboek, de zaterdag al dan niet een werkdag is. In deze zaak is het antwoord op deze vraag weliswaar niet beslissend: als de zaterdag wel als een werkdag beschouwd wordt, is het cassatieberoep alleszins laattijdig, daar de derde werkdag dan maandag 17 maart 2008 is ... en de cassatietermijn dan verliep op woensdag 16 april
  4. In uw arrest zal U evenwel deze derde werkdag toch moeten bepalen om het begin van de cassatietermijn vast te stellen, zodat daaruit minstens impliciet zal blijken hoe het Hof die zaterdag kwalificeert en zodat de vraag dan toch niet zonder belang is. Het (impliciete) standpunt van de verweerster (zaterdag geen werkdag) lijkt me te moeten worden gevolgd. In een artikelsgewijze commentaar op artikel 53 bis Ger.W.
(1)leest men dat in het burgerlijk procesrecht de zaterdag geen werkdag is en dat dit kan afgeleid worden uit de tekst van artikel 53 Ger.W., waarvan het tweede lid bepaalt dat de vervaldag van een termijn wordt verplaatst naar de eerstvolgende werkdag, wanneer die een zaterdag, zondag of een wettelijke feestdag is. Deze vergelijking is niet adequaat in de mate dat deze tekst betrekking heeft op de zaterdag als vervaldag, d.i. de dag waarop de termijn - zoals deze om een als in art. 48 Ger.W. bedoelde proceshandeling (bv. een cassatieberoep) te verrichten - eindigt, d.i. ook een dag waarop de griffie gesloten is en waarop deze proceshandeling ter griffie dus niet kan worden verricht - behoudens elektronische handeling, voorzien in het nieuwe art. 52, tweede lid, Ger.W. - terwijl art. 53bis Ger.W. het begin van die termijn bepaalt. Dus geldt artikel 53 Ger.W., tweede lid niet noodzakelijk als motief voor dezelfde interpretatie van het artikel 53bis, dat bovendien nieuw is. De verweerster haalt het Kamerdocument houdende het wetsontwerp m.b.t. de toevoeging van art. 53bis aan
(2), waarbij de zekerheid bestaat dat de geadresseerde kennis heeft genomen of heeft kunnen nemen van de inhoud van de kennisgeving en waarin wordt aangegeven dat deze oplossing overeenstemt met het arrest van het Arbitragehof van 17 december 2003, waarop de verweerster ook steunt. Dit stuk biedt echter evenmin een antwoord op de actuele vraag. De wetgever heeft zich om het begrip werkdag zelfs in het geheel niet bekommerd
(3). Voor het tegengestelde standpunt (zaterdag = werkdag), afgeleid uit deze gebruikelijke betekenis in het arbeidsrecht (werkdagen zijn alle dagen, met uitzondering van de zon- en feestdagen)
(4)vindt men in dit stuk dus ook geen argument. Wat is dan het meest verantwoorde standpunt? Het lijkt me gewoon te moeten zijn dat, in de hedendaagse maatschappij, waarin ook de vrije tijd hoog wordt ingeschat, de modale rechtzoekende burger in de regel dus ook over een vrije zaterdag moet kunnen beschikken, ongeacht of deze dag enkel een vervaldag is. Als hij niet kan verplicht worden, in een burgerlijk geding, nog tijdig, in allerijl, een rechtshandeling te verrichten op een zaterdag en omdat hij dat ook ter griffie niet kan doen, kan hij (a fortiori?) niet genoopt worden, behoudens in door de wet uitdrukkelijk voorziene gevallen, als belanghebbende partij op deze dag te reageren op de kennisgeving van een (rechterlijke) beslissing en deze "vrije" dag te imputeren op de wettelijke termijn om tegen deze beslissing eventueel op te komen. Conclusie: verwerping. ________________
(1)D. Scheers, Artikelsgewijze commentaar, commentaar op artikel 53 bis Ger.W.
(2)Parl. St. Kamer, 2004-2005 51, 1309/01, 7.
(3)J. Laenens, "Over termijnen en verzoekschriften in het civiele geding", R. W. 2005-06, 1405.
(4)Ibid. Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080130.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.