← België

ECLI:BE:CASS:2008:CONC.20080617.4

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 17 juni 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2008:CONC.20080617.4 Rolnummer: P.08.0070.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2008-07-01 Raadplegingen: 260 - laatst gezien 2026-07-03 12:29 Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080617.4 Fiche 1 Wanneer iemand beschuldigd wordt als deelnemer aan een diefstal met een van de verzwarende omstandigheden van de artikelen 468, 474 en 475 Strafwetboek, moet het hof van assisen de jury daaromtrent een geïndividualiseerde vraag stellen

(1).
(1)Zie de concl. van het O.M. Thesaurus CAS: HOF VAN ASSISEN - BEHANDELING TER ZITTING EN TUSSENARRESTEN. VERKLARING VAN DE JURY UTU-thesaurus: STRAFRECHT - BEVOEGDHEID - RECHTSPLEGING - RECHTSMIDDELEN STRAFGERECHTEN - Heropening van de rechtspleging Vrije woorden: Deelneming aan diefstal met verzwarende omstandigheden - Geïndividualiseerde vraag aan de jury Fiche 2 Krachtens artikel 442quinquies, Wetboek van Strafvordering kan de heropening van de rechtspleging enkel betrekking hebben op beslissingen waarvan het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft geoordeeld dat die ten grond strijdig zijn met het E.V.R.M.
(1).
(1)Zie de concl. van het O.M. Thesaurus CAS: HEROPENING VAN DE RECHTSPLEGING UTU-thesaurus: STRAFRECHT - BEVOEGDHEID - RECHTSPLEGING - RECHTSMIDDELEN STRAFGERECHTEN - Heropening van de rechtspleging Vrije woorden: Voorwerp - Beperking Fiche 3 Krachtens artikel 442bis Wetboek van Strafvordering kan de heropening van de rechtspleging enkel gevraagd worden wat de strafvordering betreft; daaruit volgt dat ingeval van heropening van de rechtspleging, de cassatie niet kan uitgebreid worden tot de beslissingen over de schadevergoedingen voor de burgerlijke partijen
(1).
(1)zie de concl. van het O.M. Thesaurus CAS: HEROPENING VAN DE RECHTSPLEGING UTU-thesaurus: STRAFRECHT - BEVOEGDHEID - RECHTSPLEGING - RECHTSMIDDELEN STRAFGERECHTEN - Heropening van de rechtspleging Vrije woorden: Beperking - Schadevergoeding voor de burgerlijke partij Fiches 4 - 6 Concl. eerste adv.-gen. De Swaef, Cass., 17 juni 2008, AR P.08.0070.N, A.C., 2008, nr. ... Thesaurus CAS: HOF VAN ASSISEN - BEHANDELING TER ZITTING EN TUSSENARRESTEN. VERKLARING VAN DE JURY UTU-thesaurus: STRAFRECHT - BEVOEGDHEID - RECHTSPLEGING - RECHTSMIDDELEN STRAFGERECHTEN - Heropening van de rechtspleging Vrije woorden: Deelneming aan diefstal met verzwarende omstandigheden - Geïndividualiseerde vraag aan de jury Thesaurus CAS: HEROPENING VAN DE RECHTSPLEGING UTU-thesaurus: STRAFRECHT - BEVOEGDHEID - RECHTSPLEGING - RECHTSMIDDELEN STRAFGERECHTEN - Heropening van de rechtspleging Vrije woorden: Voorwerp - Beperking Beperking - Schadevergoeding voor de burgerlijke partij Tekst van de conclusie P.08.0070.N Conclusie van de Heer Eerste Advocaat-generaal M. De Swaef: Deze zaak onderwerpt aan het Hof een toepassing van de wet van 1 april 2007 tot wijziging van het Wetboek van Strafvordering met het oog op de heropening van de rechtspleging in strafzaken. Preliminair De aanvraag en de daarbij gevoegde stukken bevatten teksten die niet in het Nederlands zijn opgesteld en waarvan geen vertaling wordt bijgevoegd, ofschoon de taal van de rechtspleging voor het Hof het Nederlands is. Ten gronde, indien aan de Taalwetgeving in gerechtszaken is voldaan.
  1. De voorafgaande procedures. U.G. werd met twee andere beschuldigden vervolgd voor het Hof van Assisen van de provincie Oost-Vlaanderen wegens, te Lochristi in de nacht van 7 op 8 december 1996, mededaderschap aan roofmoord, dit is een diefstal van een geldsom met de verzwarende omstandigheid dat, om de diefstal te vergemakkelijken of om de straffeloosheid ervan te verzekeren, het slachtoffer opzettelijk werd gedood met het oogmerk om te doden (artikelen 66, 392, 393, 461, eerste lid, 468, 475 en 483 Strafwetboek). De betrokkene verzocht het Hof van Assisen bij conclusie de vragen aan de jury betreffende de verzwarende omstandigheid te individualiseren maar het Hof weigerde dit bij arrest nr. 6240 van 27 november
  2. Het Hof van Assisen motiveerde die weigering met de overweging dat de diefstal het hoofdfeit uitmaakt, zodat alle reële verzwarende omstandigheden al diegenen treffen die aan de diefstal hebben deelgenomen, zelfs als hun rechtstreekse en persoonlijke deelneming aan het geweld, aan de ongewilde dood of aan de doodslag niet is bewezen en zij die niet hebben gewild. De jury verklaarde G. schuldig aan diefstal, door middel van geweld of bedreiging als dader of mededader met de verzwarende omstandigheid van gebruik van geweld zonder het oogmerk om te doden doch met de dood tot gevolg (artikelen 66, 461, eerste lid, 468, 474 en 483 Strafwetboek). Het Hof van Assisen veroordeelde hem bij arrest nr. 6241 van 27 november 1998 tot 30 jaar opsluiting, afzetting van titels, graden, openbare ambten, bedieningen en betrekkingen en levenslange ontzetting van de rechten aangehaald in artikel 31 Strafwetboek. G. kwam tegen de vermelde arresten in cassatie en voerde onder meer een middel aan tegen de vraagstelling aan de jury betreffende de verzwarende omstandigheid en zijn veroordeling op grond van het antwoord van de jury. Het Hof heeft het cassatieberoep verworpen bij arrest van 16 februari 1999 (P.98.1624.N ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990216.6). G. richtte zich vervolgens tot het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Het Hof Mensenrechten (1e afdeling.) oordeelde bij arrest nr. 50372/99 van 2 juni 2005 dat de klacht gegrond was en dat artikel 6, § 1, E.V.R.M. was geschonden; het feit dat een rechtscollege geen oog heeft voor de argumenten die betrekking hebben op een essentieel punt en die dergelijke zware gevolgen met zich meebrengen, is onverenigbaar met het recht op tegenspraak dat de kern vormt van het recht op een eerlijk proces gewaarborgd door artikel 6 E.V.R.M.; dergelijk besluit gold in het bijzonder in deze zaak, rekening houdend met het feit dat de juryleden hun oordeel niet kunnen motiveren: de nauwkeurigheid in de vraagstelling moet op gepaste wijze de beknopte antwoorden van de jury compenseren. Het Hof Mensenrechten kende G. tevens een schadevergoeding toe. Het arrest van het Hof Mensenrechten is op 2 september 2005 in kracht van gewijsde gegaan bij gebreke aan een voorziening bij de Grote Kamer van dit Hof.
  3. Het verzoek tot heropening van de rechtspleging. Bij verzoekschrift, op 10 januari 2008 neergelegd op de griffie van het Hof, en ondertekend door mr. D.R. Martens, die sedert 7 november 1984 ingeschreven is op het tableau der advocaten van de balie te Gent, wordt om heropening van de rechtspleging verzocht. Het verzoek voldoet aan de wettelijke ontvankelijkheidsvoorwaarden, zowel formeel als inhoudelijk. Er is aldus voldaan aan het bepaalde in de artikelen 442bis, 442ter, 442quater, 442quinquies van het Wetboek van Strafvordering, zoals ingevoegd door de wet van 1 april 2007, alsmede aan artikel 13 van voornoemde wet. Het Hof kan derhalve overgaan tot het bevelen van de heropening van de rechtspleging.
  4. De gevolgen van de heropening van de rechtspleging. Luidens artikel 442sexies, § 1, Strafvordering trekt het Hof van cassatie, nadat het de heropening van de rechtspleging heeft bevolen, de ten gronde met het Europees Verdrag strijdige beslissing in, voor zover het Hof deze beslissing zelf heeft gewezen. Het Hof doet vervolgens opnieuw uitspraak over het oorspronkelijk cassatieberoep binnen de grenzen van de door het Europees Hof voor de rechten van de Mens vastgestelde schending. Dit betekent te dezen dat het Hof: a. tot de intrekking van zijn arrest van 16 februari 1999 (P.98.1624.N ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990216.6) kan overgaan; b. opnieuw uitspraak kan doen over de aangevoerde grief dat de beoordeling van de verzwarende omstandigheden bij diefstal in hoofde van iedere deelnemer afzonderlijk dient te worden vastgesteld (eerste middel). Het door de verzoeker voorheen ingestelde cassatieberoep is dan ook in die mate gegrond en zal leiden tot een beslissing van vernietiging van de arresten van het Hof van Assisen van de Provincie Oost-Vlaanderen van 27 november 1998 (nrs. 6240 en 6241) in zoverre voor de verzwarende omstandigheden van de diefstal geen geïndividualiseerde vragen aan de jury werden gesteld (arrest nr. 6240) en in zoverre U.G. schuldig werd verklaard en tot straf werd veroordeeld als dader of mededader aan diefstal door middel van geweld of bedreiging, namelijk minstens een geldsom ten bedrage van ca. 60.000 frank ten nadele van D.D., zonder het oogmerk om te doden, maar met de dood tot gevolg van D.D., geboren te Gent op 9 september 1940 (arrest nr. 6241).
  5. De omvang en de gevolgen van de door het Hof uitgesproken vernietiging. Art. 442sexies, § 1, Strafvordering bepaalt dat het Hof van cassatie de bestreden beslissing vernietigt en de zaak verwijst naar een gerecht van dezelfde rang als het gerecht dat de vernietigde beslissing heeft genomen, of dat het de bestreden beslissing vernietigt zonder verwijzing. Toegesneden op de onderhavige zaak doet deze wetsbepaling volgende vragen rijzen. A. De omvang van de vernietiging. Een eerste vraagpunt betreft de omvang van de tussen te komen cassatie en met name of de vernietiging van de hoger vermelde arresten van het Hof van Assisen kan beperkt worden tot de beslissing over de schuldvraag omtrent de verzwarende omstandigheid die door het Hof van Assisen is weerhouden en daaraan gekoppeld de uitspraak over de straftoemeting. Ongetwijfeld betrof de door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens vastgestelde schending de niet-individualisering van de verzwarende omstandigheden, maar naar Belgisch recht maken verzwarende omstandigheden met het basismisdrijf een geheel uit, niettegenstaande, aan de jury in het Hof van Assisen daaromtrent afzonderlijke vragen worden gesteld. Artikel 442sexies, § 2, Strafvordering bepaalt dat het arrest van het Hof van cassatie, gewezen in de procedure tot heropening van de rechtspleging, dezelfde gevolgen heeft als een arrest gewezen op een cassatieberoep. De rechtspraak van het Hof is thans gevestigd in die zin dat, in geval van cassatie, de uitspraken over schuld en straf kunnen worden gesplitst (cfr. Verslag van het Hof van cassatie, 2003, II, 255). Indien het Hof te dezen enkel de verzwarende omstandigheid en de straf die het gevolg is van het aannemen van die verzwarende omstandigheid zou vernietigen, wordt een nieuwe stap gezet in de inperking van de omvang van de cassatie. Daarbij kan de vraag worden gesteld of de rechter op verwijzing zich kan uitspreken over de enkele schuld met betrekking tot een verzwarende omstandigheid zonder daarbij het basismisdrijf in zijn oordeel te betrekken. B. De gevolgen van de vernietiging. Een tweede vraagpunt betreft de gevolgen van de door het Hof uit te spreken vernietiging en met name of de vernietiging met of zonder verwijzing moet gebeuren. De beide opties worden in de wet voorzien. De verzoeker suggereert vernietiging zonder verwijzing. Hij roept hiervoor twee argumenten in, te weten:
  6. de overschrijding van de redelijke termijn;
  7. de omstandigheid dat oorspronkelijk drie beschuldigden (waaronder de verzoeker) voor het Hof van Assisen terechtstonden. Geen van beide gronden kan mijn inziens leiden tot de niet-verwijzing van de zaak. De beoordeling van de redelijke termijn enerzijds is een feitelijk gegeven dat nooit niet het geding is geweest en dus aan het Hof niet toekomt, waar wel aan de rechter op verwijzing. Het argumenten van de aanwezigheid van medebeschuldigden anderzijds is evenmin relevant, temeer nu eisers betoog tijdens de gevoerde rechtsplegingen er steeds in heeft bestaan het gebrek aan geïndividualiseerde beoordeling der feiten aan te klagen. Verzoeken kan de geïndividualiseerde berechting op verwijzing thans niet afwijzen zonder zichzelf aldus tegen te spreken. Tenslotte is vernietiging zonder verwijzing slechts aan de orde wanneer er niets meer te beoordelen valt, wat te dezen geenszins het geval is.
  8. Conclusie: de aanvraag tot heropening van de rechtspleging is ontvankelijk en gegrond; ze leidt tot de intrekking van het arrest van het Hof van 16 februari 1999 dat het cassatieberoep van G. verwerpt, en tot vernietiging met verwijzing van de arresten van het Hof van Assisen van 27 november 1998 in de mate zoals hoger aangeduid. Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080617.4 citeert: ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990216.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.